Header008Onlangs reageerde ik op een blog van Amber Tree Leaves over de hoeveelheid rekeningen die hij heeft. Maar hoeveel geld staat er eigenlijk op de rekeningen?

Allereerst natuurlijk mijn Lopende Rekening. Hierop staat in principe niet meer geld dan ik verwacht in de lopende maand, tot aan de volgende salarisbetaling, nodig te hebben. Met een kleine marge van een paar honderd Euro. Ik doe nauwelijks aan onverwachte uitgaven, en het gebeurt me eigenlijk nooit dat er een onverwachte rekening komt. Dat heb ik allemaal wel goed in beeld. Als er eens een onverwachte uitgave gedaan moet worden, dan gebruik ik daarvoor mijn creditcard (die volledig geïncasseerd wordt een paar dagen na mijn eerstvolgende salarisbetaling), of ik maak snel wat geld over van mijn Kleine Buffer.

Mijn Kleine Buffer is een direct beschikbare spaarrekening, die gekoppeld is aan mijn lopende rekening bij dezelfde bank. Dat betekent dat ik, via internetbankieren of de app van mijn bank, in seconden een bedrag kan overboeken naar mijn Lopende Rekening. Op de Kleine Buffer staat normaliter een paar duizend Euro. In de praktijk gebruik ik deze rekening als ‘overloop’ van mijn Lopende Rekening. Direct na ontvangst van mijn salaris boek ik alles wat ik niet verwacht nodig te hebben, over van mijn Lopende Rekening naar de Kleine Buffer. Ik betaal mezelf dus eerst, zoals heel veel financiële goeroes voorschrijven. Elke paar maanden maak ik het ‘overschot’ van de Kleine Buffer over naar de langere-termijn spaarrekeningen en de beleggingsrekening.

Daarnaast heb ik de Grote Buffer. Dit is geen aparte spaarrekening, maar het is een deel van het bedrag dat gestald staat op een direct opneembare spaarrekening met (relatief) hoge rente. Op dit moment bestaat de Grote Buffer uit twee delen:

  • € 25.000, oftewel 6 maanden netto inkomen, voor calamiteiten en rampen.
  • € 25.000 voor het moment dat Vriendin en ik een huis huren of kopen, en moeten gaan verhuizen en inrichten. We hebben niet veel spullen meer over na ons verblijf in het Verre Warme Land en moeten dan van alles gaan aanschaffen en misschien ook nog verbouwen. Dat geld wil ik dan snel beschikbaar hebben.

De rest van mijn geld noem ik mijn Vrij Vermogen. Ik ben vrij om dit te beleggen en/of op andere manieren voor langere tijd vast te zetten, om mijn rendementsdoelen te halen. Dat geld hoeft niet direct beschikbaar te zijn.

Hoeveel geld heb jij op jouw bankrekeningen staan?