Generatiekloven zijn van alle tijden. Maar er is er eentje bijgekomen. Ik maak(te) ‘m van nabij mee, en Vriendin wees mij recent op een prachtig artikel hierover. Een verschillende kijk op spullen. Het artikel maakte nogal wat los, er kwam zelfs een vervolg.

Mijn ouders zijn een jaar of twee geleden verhuisd. Van een groot huis, waar ze 25 jaar gewoond hadden, naar een kleiner huis. En in dat grote huis stond best een grote hoeveelheid spullen. Waarvan het overduidelijk was dat ze niet allemaal mee konden naar het nieuwe huis. Dus is er flink opgeruimd (zonder Geldnerd, want die zat in het Verre Warme Land). En dan nog gingen er best wel veel spullen mee naar het nieuwe huis. Maar na een jaar of twee opruimen begint daar nu duidelijk ruimte te ontstaan.

De eerlijkheid gebiedt me wel om te zeggen dat daar ook een stuk of 15 verhuisdozen van Geldnerd bij zaten. Die heb ik bij mijn ouders opgeslagen toen ik naar het Verre Warme Land vertrok.

Het artikel zette me wel aan het denken. Wat wil ik nog aan memorabilia? Ik heb van mijn eigen leven nog één Ikea-doosje (zoals hiernaast) vol, ik heb mijn gerestaureerde teddybeer, en een aantal foto-albums. Die laatste wil ik eigenlijk komende winter eens digitaliseren, daar zijn tegenwoordig handige apps voor. Want de kwaliteit van foto’s uit mijn geboortejaar is nu toch echt wel achteruit aan het gaan.

Toen vorig jaar mijn oma overleed werd er een soort ‘catalogus’ gemaakt van haar persoonlijke bezittingen. Alle kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen konden hier (in die volgorde) uit kiezen. Daaruit heb ik twee kleine dingen gekozen die mij ook echt herinneren aan haar (en Beer natuurlijk). Meer spullen hoef ik ook niet. Foto’s, dat vind ik wel belangrijk, maar die heb ik liefst digitaal.

Maar spullen? Liever niet. Smaken verschillen, en spullen wil ik sowieso niet…

Heb jij wel eens tegen jouw zin opgescheept gezeten met spullen van een vorige generatie?