Geldnerd’s Boekenlijst

Veel bloggers publiceren lijsten met hun favoriete boeken over persoonlijke financiën, beleggen, financiële onafhankelijkheid en minimalisme. Niet zelden Eigenlijk altijd met ‘affiliate links’ naar BOL.com of andere online boekenwinkels, in de hoop dat jij daar dan op klikt en iets koopt zodat er weer wat centjes naar de eigen bankrekening vloeien. Geldnerd heeft nog nooit iets gedaan met affiliate marketing, maar hij is wel dol op boeken. En hoewel ik veel financiële kennis en inspiratie van andere blogs haal, zijn er ook boeken die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan mijn eigen reis naar een minimalistisch en financieel onafhankelijk leven. Links en rechts heb ik er in verschillende berichten wel eens naar verwezen, maar ik heb ze eigenlijk nog nooit op een rijtje gezet. Bij deze. En helemaal zonder ‘affiliate links’.

Your Money Or Your Life – Joe Dominguez & Vicki Brown

Voor mij (en niet alleen voor mij) was dit boek het begin van mijn reis naar financieel bewuster leven en financiële onafhankelijkheid. Het is dan ook een klassieker met een grote K, het origineel verscheen in 1992. Ik heb het rond 2002 gelezen.

Ik herinner me nog de schok toen ik de eerste keer mijn werkelijke uurloon uitrekende. Veel lager dan ik mijzelf voorhield, door een grote hoeveelheid reisuren en onbetaalde overuren, en stevige uitgaven voor dure kostuums en toebehoren. En de vervolgschok toen ik begon om mijn inkomsten en uitgaven bij te houden, en me dus ook realiseerde hoeveel werk-/levensuren al die uitgaven mij kosten.

Maar het belangrijkste is toch wel dat dit boek mijn denkproces gestart heeft. Over geld, hoe ik er mee omga, wat ermee zou kunnen, over eenvoud en complexiteit bij de inrichting van je eigen leven. Zo’n start van dit denkproces kun je natuurlijk op allerlei manieren krijgen. Maar voor mij begon het bij dit boek. En daarom zal het voor altijd bovenaan mijn boekenlijstje staan.

The Little Book of Common Sense Investing – John C. Bogle

Beleggen doe ik al heel lang. En heb ik heel lang verkeerd gedaan. Op zoek naar de koopjes of de fondsen die het zeker gingen maken. Beetje kopen. Beetje verkopen. Dure beleggingsfondsen. Geen idee waarom eigenlijk, al had ik er altijd wel een rationeel verhaal bij. Het heeft me regelmatig geld gekost.

Totdat ik John C. Bogle ontdekte. De oprichter van Vanguard en volgens velen de uitvinder van de goedkope indextracker. Zijn boekje ‘The Little Book of Common Sense Investing’ uit 2007, met een nieuwe editie in 2017, was een eye-opener voor mij. Niks dure fondsen. Niks ingewikkelde analyses. Breed spreiden, lage kosten, en gewoon doorgaan. Ik hoef de markt niet te verslaan. Dat lukt toch bijna niemand, en al helemaal niet structureel. Maar als de aandelenmarkt 7% rendement per jaar maakt en ik ook, dan heb ik helemaal niets te klagen.

John C. Bogle is op die manier erg bepalend geweest voor mijn beleggingsfilosofie. Ik ben een ‘Boglehead’, en ik ben daar trots op. Ook John C. Bogle staat dus absoluut op mijn boekenlijstje. Collega-blogger Start To FIRE heeft overigens twee interessante blogposts geschreven over de filosofie van de ‘Bogleheads’.

Marie Kondo – The Life-Changing Magic of Tidying Up

Je zou het nu niet zeggen, maar vroeger was Geldnerd erg op spullen georiënteerd. Merkdingetjes, dure meubels, dat soort dingen. Grote bakken met geld gingen daar naartoe. Maar toen kwam er een echtscheiding en merkte ik dat er nauwelijks dingen waren die ik mee wilde nemen. En vervolgens verhuisde ik zeven keer in zeven jaar tijd. Twee verhuizingen waren intercontinentaal (naar het verre Warme Land en weer terug) en een paar verhuizingen waren naar gemeubileerde appartementen of woningen. In december 2016, bij de verhuizing naar Geldnerd HQ, had ik voor het eerst in jaren al mijn bezittingen weer onder één dak. Sommige had ik vier jaar niet gezien. En niet gemist.

Ergens in de tussentijd had ik een boek gelezen van een Japanse opruim-goeroe, Marie Kondo. The Life-Changing Magic of Tidying Up. De eenvoud van haar aanpak sprak me erg aan. En dus ben ik ‘m toe gaan passen op mijn spullen. Eerst op kleine schaal, maar later heb ik ook moeilijke thema’s als memorabilia aangepakt. Mijn kledingkast is ook gerationaliseerd en sinds een paar jaar vouw ik zelfs mijn sokken op de door Marie Kondo gepredikte wijze.

Door Marie Kondo heb ik een rustige omgeving weten te creëren, die ook zorgt voor rust in mijn hoofd. Zelfs mijn werksysteem is deels gebaseerd op de principes van Marie Kondo. Daarom verdient ook zij een plaatsje op mijn boekenlijstje.

Loslaten en anders leven

Afgelopen jaar is er een nieuw thema mijn leeslijst in geslopen. Dat heeft te maken met het loslaten van de dingen die je vast lijken te binden aan je huidige leven, en de zoektocht om je eigen leven anders in te richten. Dat klinkt misschien een beetje als een mid-life crisis, maar die heb ik al wel een paar jaar achter mij liggen. Onderstaand in elk geval drie boeken die ik het afgelopen jaar gelezen heb en die ik zeer de moeite waard vond rond dit thema. Als je snel bent heeft Lonneke Lodder misschien nog een exemplaar van haar boek voor jou.

En verder…

Er verschijnen tientallen honderden boeken over persoonlijke financiën, beleggen, minimalisme en aanverwante thema’s. Goeroe’s bouwen er hele levensstijlen omheen. Ik heb er een aantal gelezen. Soms wel aardig, maar voor mij geen toppers. De boeken die ik eerder in deze blogpost noemde hebben die status voor mij wel. Het zijn stuk voor stuk klassiekers die Geldnerd gemaakt hebben tot wat hij nu is. Maar dat is een persoonlijke voorkeur natuurlijk.

Wat zijn jouw favoriete boeken?

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

  • Berichtcategorie:Beleggen

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Beleggingsportefeuille opruimen

  • Berichtcategorie:Beleggen

Mijn beleggingsportefeuille bestond tot voor kort uit 13 fondsen. Nou geloof ik niet in ongeluksgetallen, maar het is wel wat veel. Een heel eind weg van de portefeuille met drie fondsen, die mijn grote voorbeeld John Bogle propageerde.

Het is wel verklaarbaar hoe het zo gekomen is. Ik hanteer een kopen-en-vasthouden strategie, waarbij ik in principe niets verkoop als het niet hoeft. Transacties leiden maar tot kosten, en ik beleg alleen in breed gespreide trackers waarvan ik verwacht dat ze hun markt blijven volgen en (dus) op de lange termijn een positief rendement maken.

Hoe kom ik dan aan zoveel fondsen? Dat gaat een beetje vanzelf als je maar lang genoeg belegt. Ik heb nog een paar fondsen uit de tijd voordat ik gestructureerd belegde. Daarnaast heb ik ook nog fondsen uit het pre-MIFID tijdperk. En fondsen uit het post-MIFID tijdperk. En ik hobby er ook nog een beetje bij met dividend-ETFs. En dan heb je ‘ineens’ 13 fondsen in portefeuille.

Nou heb ik daar verder geen last van. Maar het zijn wel extra dingen om in de gaten te houden. Dus zo af en toe kijk ik toch even naar de portefeuille, vooral als er bijzondere bewegingen op de beurs zijn. In mijn beleggingsspreadsheet zit functionaliteit om in te zoomen op één fonds, en te kijken hoe dit het gedaan heeft in de periode dat ik het in portefeuille heb. En soms zie je dan een fonds behoorlijk achterblijven bij de rest van de portefeuille. Recent kwam ik er weer eentje tegen.

Tsja, en wat dan te doen. In dit geval heb ik besloten om het fonds maar helemaal uit mijn portefeuille te gooien. Dat scheelt toch weer een fonds. Dankzij het dividend van de afgelopen jaren heb ik het fonds uiteindelijk niet met verlies verkocht, maar het kwam absoluut niet in de buurt van het gemiddelde rendement op mijn portefeuille of op het marktgemiddelde van de afgelopen jaren.

En omdat ik toch bezig was… Ik had ook nog twee niet-ETFs uit het verleden. Beleggingsfondsen. Voor de mensen die het verschil met een ETF niet weten: dat betekent onder andere dat ze niet continu verhandeld worden, maar dat er maar één keer per dag een prijs wordt vastgesteld en gehandeld wordt. Dat maakt ze minder liquide. En dat heb ik gemerkt. Waar mijn ETF-orders meestal binnen enkele seconden uitgevoerd zijn, duurde het uitvoeren van de verkooporder van de twee beleggingsfondsen twee werkdagen. Alleen al daarom ben ik blij dat ik er vanaf ben.

Op beide fondsen heb ik overigens, in de jaren dat ik ze in portefeuille had, een keurig gemiddeld rendement gemaakt van een procent of 7 per jaar. Twee van de drie verkochte fondsen waren ook nog eens genoteerd in Amerikaanse dollars. De twee fondsen die ik heb bijgekocht zijn beide in Euro’s genoteerd. Dus ook het valutarisico in mijn portefeuille is hiermee verminderd.

Dus. Ik heb het verkocht in dezelfde week als waarin ik mijn maandelijkse inleg doe. De opbrengst heb ik meteen gebruikt om andere portefeuillefondsen bij te kopen. Is dit rationeel? Misschien niet. Maar het is wel onderdeel van stapsgewijs optimaliseren. Nog 10 fondsen over.

Gooi jij wel eens iets uit jouw beleggingsportefeuille?