Blog over (financieel) bewust leven

Label: inleg

Stilletjes…

Elke maand is het vaste prik. Zodra mijn salaris uitbetaald is vliegen de reguliere overboekingen alle kanten op. Een van de grotere overboekingen gaat naar mijn beleggingsrekening. Daarmee wordt elke maand dan ook weer een aankoop gedaan, zoals voorgeschreven door de gewenste portefeuilleverdeling. Rationeel en simpel. Gewoon doorgaan, wat er ook gebeurt. Iets waar ik aan vasthoud sinds ik begin 2016 vrijwel volledig uit aandelen stapte in de verwachting dat de markt op korte termijn zou crashen. Dat deed de markt niet, en later stapte ik weer in en had ik wel wat gemist…. Sindsdien houd ik koppig vast aan mijn maandelijkse inleg, ook begin 2020 toen de corona-crisis een (tijdelijk) spoor van verwoesting door de aandelenmarkten trok.

Maar nu aarzel ik toch. Stilletjes overweeg ik om mijn inleg van eind oktober op de rekening te laten staan tot na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 3 november. Want ik ben er niet helemaal gerust op. Ik ben vooral bezorgd om de reactie van Trump als hij inderdaad verliest, en wat dat doet in de Amerikaanse samenleving.

Er is een heel hardnekkig stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik gewoon in moet leggen. Stel dat de beurs 5% of 10% zakt, dan zou mijn ‘voordeel’ zijn dat ik een maandje VWRL koop op € 78 of € 74, in plaats van op € 82. Met grote bedragen zou dat zeker effect hebben, maar met mijn maandelijkse inleg levert het me misschien eenmalig een paar tientjes of honderd Euro op. En wie weet zijn de effecten niet eens meteen zichtbaar en duurt het gedoe wel langer dan de paar dagen na de verkiezingen. Wanneer stap je dan wel weer in? Maar daarmee werkt de redenering ook de andere kant op. Als er geen gedoe komt stap ik gewoon weer in als de ‘opluchtingsrally’ afgelopen is. En als er wel gedoe komt dan heb ik met dit bedrag en het verkopen van mijn obligaties (10% van de portefeuille) een leuk bedragje om weer aandelen-ETFs bij te kopen. Allemaal prima scenario’s. Maar dat geldt ook voor het scenario “ik koop gewoon bij en zelfs als er 10% van de markt af gaat merk ik daar over een jaar of twee toch niks meer van”…..

Ik ben er nog niet helemaal uit….

Ben ik nu een market-timer? Of gewoon een doemdenker? Of allebei?

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Mijn favoriete beleggingsgrafiek

Mijn beleggingsspreadsheet is de meest uitgebreide van mijn stelsel van spreadsheets. Er wordt van alles bijgehouden er zitten allerlei rapportages en grafieken in.

Maar één grafiek springt er wel uit. Vreemd genoeg is het niet een grafiek die ik vanaf het prille begin gebruik, maar eentje die ik pas begin 2019 gebouwd heb: de waarde van mijn portefeuille versus mijn totale inleg. Hij duikt voor het eerst op in mijn rapportage over het eerste kwartaal van 2019, en sindsdien is ‘ie er elke keer bij.

Toen ik de grafiek Inleg versus waarde introduceerde schreef ik er dit over:

Wat ik zelf een erg leuke toevoeging vind, is de Grafiek ‘Inflow vs Value’. Hierin laat ik voor een zelf te kiezen periode de waarde van mijn portefeuille zien, maar ook het bedrag dat ik tot op heden heb ingelegd. Als de actuele waarde hoger is dan de totale inleg, is het verschil een groen vlak (want dan heb ik ‘op papier’ winst gemaakt). Is de actuele waarde lager dan de totale inleg, dan is het verschil een rood vlak (want dan heb ik ‘op papier’ verlies gemaakt). Dat laatste heb ik gelukkig de afgelopen 5 jaar niet meer meegemaakt. Deze grafiek zorgt ervoor dat ik niet meteen nerveus wordt als de koersen eens een paar weken dalen. Het groene vlak wordt dan weliswaar kleiner, maar ik heb nog steeds ‘papieren winst’.

In een reactie op mijn blogpost over het eerste kwartaal van 2020 vroeg lezer B. om eens uit te leggen hoe ik die grafiek maak. De programmacode zit overigens ook in de beleggingsspreadsheet die je gratis kunt downloaden (je hoeft zelfs geen e-mail adres achter te laten).

Het geheim van deze grafiek? Denken in lagen die je over elkaar heen legt. Ik gebruik hiervoor de ‘xlArea’ grafiek in Excel. Op mijn grafieken pagina kan ik de grafiek kiezen uit een menu, en ook heb ik de keuze uit een aantal periodes. Meestal kies ik voor de periode tot twee jaar terug, maar ik kan ook langer of korter terug.

De eerste laag is (uiteraard) de actuele waarde van mijn portefeuille. Die wordt elke week automatisch berekend als ik mijn rapportage importeer in de beleggingsspreadsheet, en opgeslagen op een werkblad met weekstatistieken. Deze geef ik als groen vlak weer in een grafiek.

De tweede is de totale inleg. Ook die wordt elke week berekend als ik mijn rapportage importeer in de beleggingsspreadsheet, en opgeslagen op een werkblad met weekstatistieken. Mijn beleggingsspreadsheet bevat, naast mijn beleggingstransacties, ook de transacties op de bijbehorende bankrekeningen. Daar kun je zien hoeveel geld ik van mijn tegenrekening naar de beleggingsrekening heb gestort. Het gaat hier om netto inleg, dus als ik geld van mijn beleggingsrekening over zou maken naar mijn tegenrekening dan wordt dat er van afgetrokken. Maar tussen mijn tegenrekening en mijn beleggingsrekening is er al jaren sprake van eenrichtingsverkeer.

De inleg wordt als een rood vlak over het groene vlak heen gelegd. Dan ziet het er uit zoals hieronder.

Het geheim is de derde laag. Elke week, bij het importeren van mijn rapportage, kijkt mijn spreadsheet ook welke van de twee waardes de laagste is: inleg of actuele waarde. De laagste van de twee slaat ‘ie op voor het derde lijntje, de laagste van de twee. En als je die dan als een wit vlak over de andere twee vlakken heen legt krijg je het gewenste effect. Als de actuele waarde hoger is dan de inleg zie je een groen vlak om het verschil weer te geven. Maar als de actuele waarde lager is dan de inleg, dan zie je een rood vlak. Zoals hieronder.

Ik heb voor deze blogpost de gegevens van de laatste weken overigens een beetje gedramatiseerd. Zodat er een rood vlak zichtbaar wordt. In de realiteit heeft mijn portefeuille, sinds het begin op 1 januari 2013, nog nooit een rood vlak laten zien. Ik hoop dat dat zo blijft, maar je weet natuurlijk maar nooit. We zijn er nog lang niet met dat virus.

Denk jij wel eens in laagjes?

Ronde getallen

Het is weer tijd voor een kleine bekentenis. Ken je dat? Dat je een ergernis hebt voor getallen die niet rond zijn? Een beetje obsessief is dat misschien wel. Maar dat ben ik dus. Zo publiceer ik al heel lang mijn blogjes standaard om 05:05 uur ’s ochtends. Dat is ooit zo ontstaan.

Eigenlijk heb ik dus een hekel aan 1 januari. Want dan wordt er rente bijgeschreven op mijn spaarrekeningen. En dat is nooit een rond bedrag. Vroeger boekte ik dat geld dan weg naar mijn lopende rekening, zodat er weer een rond bedrag op mijn spaarrekening stond. Tegenwoordig boek ik juist over van mijn lopende rekening naar mijn spaarrekeningen. Maar nog steeds met het doel om rond bedragen te krijgen.

In mijn beleggingsspreadsheet houd ik bijvoorbeeld bij hoeveel ik in totaal ingelegd heb. Op die manier kan ik in de gaten houden hoe de waarde zich verhoudt tot deze inleg. Eind 2018 realiseerde ik mij dat deze inleg tot nu toe niet rond was. In januari 2019 heb ik € 244,84 bijgestort op mijn beleggingsrekening om uit te komen op een mooi rond duizendtal aan inleg.

In januari 2019 heb ik ook € 51,21 bijgestort op mijn Spaarrekening. Ook daar was, na de ontvangst van de rente over 2018, mijn ‘ronde-getallen-alarm’ afgegaan. Even bijstorten, en er stond weer een mooi rond bedrag. Goed voor mijn gemoedsrust. Ik ben nog wel een stapje verder gegaan. Want ik maak ook maandelijks een bedrag over naar mijn buffer om aan het eind van het jaar in één keer de premie voor de zorgverzekering te kunnen betalen. Die maandelijkse reservering is niet ( jaarpremie / 12 maanden ), nee. Je raadt het al: die maandelijkse storting is naar boven afgerond op een mooi rond getal.

Alleen op mijn lopende rekening en beleggingsrekening heb ik geen moeite met gebroken getallen. Dat zou ook wel erg ingewikkeld worden… Maar inconsequent is het wel.

Ben jij ook dol op ronde getallen?

Beetje spaargeld

Driehonderd en veertig miljard Euro hebben we met z’n allen op onze spaarrekeningen staan, las ik vorige week. € 340.000.000.000 oftewel 340 met negen nullen erachter. Dat is € 5,3 miljard meer dan een jaar geleden. Indrukwekkende getallen. Of toch niet?

Lees je één alinea verder in het bericht, dan zie je dat het grootste deel van de toename bestaat uit rente. € 1,8 miljard is wat wij zelf bijgespaard hebben.

Op 1 januari 2016 telde Nederland volgens het CBS ongeveer 7,7 miljoen huishoudens. Simpel rekensommetje 1.800.000.000 / 7.700.000 = € 233,77. Oftewel, per huishouden in Nederland is er vorig jaar nog geen € 235 gespaard.

Als ik optimistisch ben, denk ik: iedereen is aan het beleggen. Of: iedereen is z’n hypotheek aan het aflossen. Maar als ik dan op zoek ga naar die cijfers denk ik: nee, dat is het niet. Ik vrees dat iedereen gewoon (weer) aan het consumeren is. Net als vroeger, voor de crisis. Blijkbaar hebben wij mensen het geheugen van een goudvis. En gaan we vrolijk op weg naar de volgende crisis.

Zucht.

Geldnerd gaat vrolijk verder op de eigen ingeslagen weg.

Update: Hypotheekweg had hetzelfde onderwerp en dezelfde gedachten vandaag…

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑