Blog over (financieel) bewust leven

Label: inkomsten (Page 1 of 3)

Side Hustles en de Belastingdienst

Een lezeres van dit blog vroeg mij om eens te schrijven over ‘side hustles’. In beter Nederlands, betaalde nevenactiviteiten. Dingen die je doet naast je reguliere baan en die geld opleveren. Daarmee kun je eerder financieel onafhankelijk zijn. Of je kunt met minder geld toe voor je financiële onafhankelijkheid, omdat je jouw inkomen uit vermogen aanvult met geld van betaalde nevenactiviteiten. ‘Barista FIRE‘ wordt dat ook wel genoemd. Of voor sommige mensen: in de zandbak spelen.

Zelf doet Geldnerd niet echt aan nevenactiviteiten. Ik heb best een drukke baan en wil daarnaast graag mijn tijd besteden aan ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, Vriendin en Hondje. Maar deze blog is ook een vorm van betaalde nevenactiviteit, want er staat een advertentie in de zijlijn (behalve op mobieltjes) en ik krijg een paar cent van Google als je daar op klikt. Rijk wordt je daar niet van, overigens. Maar er zijn allerlei vormen van betaalde nevenactiviteiten. Sommige mensen krijgen een vergoeding voor vrijwilligerswerk. Andere mensen heb een webshopje met zelfgemaakte spulletjes. En weer anderen sparen via Euroclix met het openklikken van mails en invullen van enquetes, of verkopen spulletjes via Marktplaats. Er zijn legio nevenactiviteiten die geld op kunnen leveren .

Voor vrijwilligerswerk gelden overigens speciale regels. Want dat wil de overheid toch wel een beetje aanmoedigen, en dan helpt het niet als mensen hun hele vergoeding naar de Belastingdienst mogen overmaken.

Belasting betalen

Die extra inkomsten uit nevenactiviteiten zijn natuurlijk mooi meegenomen. Maar zoals iedereen in Nederland weet (of in elk geval hoort te weten) zijn inkomsten en belastingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daar lees je dan weer een stuk minder over. Een aantal jaren geleden heeft Zuinigaan wel eens geschreven over de extra belasting die ze moest betalen over haar neveninkomsten, uit haar weblog en het werk in een stembureau. Zij kwam er toen op uit dat ze in haar specifieke situatie ruim 60% van haar extra inkomsten naar de Belastingdienst mocht brengen. Maar verder ben ik er nog niet veel over tegengekomen.

Uitgangspunten

Ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting, en werk je voor de betreffende werkzaamheden ook niet in loondienst, maar heb je wél inkomsten? Dan noemt de Belastingdienst dat ‘inkomsten uit overig werk’. Het uitgangspunt is dat je het geld dat je hiermee verdient moet opgeven in de belastingaangifte. Ook als het bijvoorbeeld een vergoeding is voor gemaakte reiskosten. De Nederlandse belastingregels zijn daar vrij strikt in. Alhoewel de Belastingdienst zelf ook verzucht dat er zoveel verschillende situaties kunnen zijn dat er geen uitputtende lijst te vinden is. Het gaat dan niet om incidentele inkomsten, zoals af en toe een overbodig meubelstuk verkopen via Marktplaats. Maar jaag je structureel op koopjes om ze met winst door te verkopen, dan wordt het al iets anders.

Ondernemer ben je voor de inkomstenbelasting als jouw activiteiten zich afspelen in het economisch verkeer (dus tussen jou en andere bedrijven of klanten) en als je daar financiële winst van kunt verwachten. Er is dan sprake van een bron van inkomen. Maar als de activiteiten zich afspelen binnen de hobby- of familiesfeer, bent je weer geen ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Kortom, helemaal helder is het niet. Er zit wat interpretatieruimte voor de Belastingdienst in. Ik ben er nooit helemaal gerust op als overheidsinstanties te veel eigen ruimte hebben, daar komen maar problemen van.

Negatief financieel resultaat

Je hoeft je geen zorgen te maken als je een negatief financieel resultaat uit de werkzaamheden behaalt, en dat naar verwachting ook zo blijft. Dan noemt de Belastingdienst het geen bron van inkomen, maar activiteiten in de hobby- en familiesfeer. De inkomsten en kosten hoef je dan niet op te geven in de belastingaangifte.

Dit is overigens wel de reden dat Geldnerd keurig bijhoudt wat deze blog allemaal kost en oplevert, net als mijn andere website (die al draait sinds 2004). Ik kan keurig aantonen dat ik sinds het begin een negatief financieel resultaat heb behaald. Het is voor mij niet verplicht om een administratie bij te houden. Maar de Belastingdienst kan wel vragen om informatie, dus dan kun je het maar beter bij de hand hebben.

Wat moet je betalen?

Als je inkomsten hebt, dan staan daar soms ook kosten tegenover. Voor deze weblog heb ik bijvoorbeeld de domeinnaam ‘geldnerd.nl’ geregistreerd en een contract met een hostingprovider, een partij die serverruimte beschikbaar stelt voor mijn website en zorgt dat die met internet verbonden is. Als ik het zou willen, zou ik me ook nog te buiten kunnen gaan aan allerlei betaalde tooltjes voor marketing, e-mail nieuwsbrieven, en ‘Themes’ om de website een beter uiterlijk te geven. Ik zou ook dure poloshirts kunnen bestellen met een ‘Geldnerd.nl’ logo, om te dragen naar meet-ups en conferenties. Ik zou een deel van de kosten van mijn laptop, mijn telefoon, en mijn tablet kunnen aftrekken, omdat ik ze gebruik om deze blog te maken en te onderhouden. Dat doe ik allemaal niet. Maar het zouden wel ‘zakelijke kosten’ zijn die je (deels) mag aftrekken van de inkomsten. Inkomsten minus kosten is jouw inkomen uit de nevenactiviteit.

En dat inkomen moet je opgeven in Box 1, de box voor belastbaar inkomen uit werk en woning. Het telt dus op bij de inkomsten uit jouw gewone baan. In 2020 gelden voor Box 1, als je de AOW leeftijd nog niet bereikt hebt, de volgende tarieven.

BelastingschijfBelastbaar inkomen Box 1Tarief
1tot € 68.50837,35%
2vanaf € 68.50849,50%

Wat je dan precies moet betalen, is natuurlijk helemaal afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. In welk belastingtarief val je? Heb je verder nog aftrekbare kosten of schulden? Maar de tarieven geven een aardige indicatie.

Onderdeel van het belastingstelsel is overigens ook een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Daarvoor stuurt de Belastingdienst je nog een aparte aanslag nadat je aangifte hebt gedaan. Bij jouw normale baan betaalt de werkgever dat. Maar voor jouw nevenactiviteiten heb je geen werkgever en moet je die bijdrage zelf betalen. Daar zit overigens wel een maximum aan. Voor freelance neveninkomsten bedraagt de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet in 2020 5,45%. Die moet je dus eigenlijk optellen bij het percentage inkomstenbelasting om een goed beeld te krijgen.

Wat doet Geldnerd?

Het loont de moeite om bij te houden wat jouw hobby’s en nevenactiviteiten kosten en opleveren. Want ongemerkt kan het groeien. En dan kan het zomaar zijn dat je meer dan de helft van je inkomsten uit nevenactiviteiten mag overmaken naar de Belastingdienst. En die Belastingdienst is je beste vriend als je zelf keurig opgeeft wat je verdient. Maar als je iets verzwijgt en zij ontdekken het, dan ben je de pineut. Dan mag je alsnog betalen, waarbij ze ook tot zeven jaar terug kunnen gaan. En boetes op kunnen leggen. En jij mag met bewijzen komen.

Inkomsten uit overig werk moet je aangeven, tenzij expliciet duidelijk is dat het niet hoeft. Punt. Geldnerd is zelf een brave burger, ambtenaar en belastingbetaler, en zal jou dus nooit adviseren om iets niet op te geven. Dat geldt volgens mij dus niet voor activiteiten waarop je structureel een negatief financieel resultaat behaalt. Zoals ik op dit blog. En ook niet op dingen die in de hobbysfeer vallen. Daar reken ik dingetjes als Euroclix en incidentele Marktplaatsverkoop ook onder.

Maar wordt het groter, dan zul je erover na moeten denken. En bij twijfel navraag doen of aangifte doen. Dat is vervelend, want dat kan je een deel van je inkomsten kosten. Maar zo zijn de regels nou eenmaal. Belastingen zijn de prijs van het toegangskaartje voor het wonen in Nederland. En als je die belasting betaalt, denk er dan wel aan dat je daarmee meebetaalt aan mijn salaris als ambtenaar. Misschien voelt het dan wat minder zwaar?

Geef jij jouw neveninkomsten op bij de Belastingdienst?

De ultieme definitie van spaarpercentage?

Het spaarpercentage (‘savings rate’) is één van de belangrijkste getalletjes ter wereld, schreef ik ruim een jaar geleden. Toch moest ik onlangs, in een e-mail conversatie met één van de lezers van dit blog, constateren dat er iets ontbreekt. Een eenduidige definitie. Met soms bijna een heilig vuur schrijven heel veel financiële bloggers over hun spaarpercentage. Ik ook. Ze worden driftig vergeleken en beoordeeld, bijna met dezelfde devotie als waarmee fervente autoliefhebbers hun nieuwe auto vergelijken met die van de buurman/vrouw. Maar is dat wel terecht?

De definitie van spaarpercentage is eigenlijk heel simpel. Investopedia heeft er wel een, maar die is erg Amerikaans. “A savings rate is the amount of money, expressed as a percentage or ratio, that a person deducts from his disposable personal income to set aside as a nest egg or for retirement”. In goed Nederlands: het spaarpercentage is de hoeveelheid geld, uitgedrukt als percentage of breukdeel, die een persoon aftrekt van zijn/haar beschikbare persoonlijk inkomen om opzij te zetten als spaarpotje of voor het pensioen. Die definitie gaat er van uit dat je vooraf bepaalt wat je spaart. Voor de meeste mensen zal de definitie zijn: het percentage van het inkomen dat je aan het eind van een bepaalde periode niet hebt uitgegeven. Oftewel: ( ( Inkomen – Uitgaven ) / Inkomen ) * 100%

Periode?

Die periode kun je zelf bepalen. Dat hangt er ook van af hoe vaak je inkomen ontvangt. Zelf bereken ik ‘m per maand (want mijn salaris wordt maandelijks betaald), maar ook per kwartaal (voor mijn kwartaalrapportages) en uiteraard per jaar, want ik hanteer financiële jaren die gelijk zijn aan de kalenderjaren.

Bruto inkomen of netto uitgaven?

Maar er zijn meer keuzes die je zelf kunt maken. Wat reken je bijvoorbeeld tot je inkomsten en wat tot je uitgaven? Hoe ga je bijvoorbeeld om met toeslagen, uitkeringen van de verzekering, of belastingteruggaves die je ontvangt? Reken je die mee als inkomen (bruto inkomen scenario)? Of verreken je ze met de uitgave waar ze betrekking op hebben (netto uitgaven scenario)? Dat kan nogal wat verschil maken. Een voorbeeld:

Stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand, daarvan spaar je € 1.000. Maar je betaalt ook € 750 aan kinderopvang en daar krijg je € 500 kinderopvangtoeslag voor.

In het bruto inkomsten scenario reken je de kinderopvangtoeslag mee met je inkomen. Je spaarpercentage is dan ( ( ( 3.000 + 500 ) – 2.000 ) / ( 3.000 + 500 ) ) * 100% = 42,9%

In het netto uitgaven scenario reken je met de netto uitgaven aan kinderopvangtoeslag, oftewel € 750 uitgaven – € 500 toeslag = netto € 250 aan uitgaven voor kinderopvang. Je spaarpercentage is dan ( ( 3.000 – 1.500 ) / 3.000 ) * 100% = 50,0%

Geldnerd en Vriendin ontvangen geen toeslagen en ook geen voorlopige belastingteruggave. We hebben dit probleem dus niet.

Aflossing van je hypotheek?

Nog zo’n omstreden onderwerp waarover we hartstochtelijk van mening kunnen verschillen. De aflossing van de hypotheek. Reken je die wel of niet mee als spaargeld? Zelf hoor ik bij de mensen die vinden dat, als je een huis of ander ‘kapitaalgoed’ meetelt in je vermogen, en je hebt dat gefinancierd met ‘vreemd vermogen’ (een hypotheek of andere lening), dan is je aflossing op de lening onderdeel van je spaarpercentage. Het kapitaalgoed wordt daardoor namelijk iets meer van jou, jouw kapitaal (een ander woord voor vermogen) neemt toe. Oftewel: ik reken mijn aflossing op de hypotheek mee in mijn spaarpercentage.

Pensioenpremies?

Je kunt ook je pensioenbijdrage meerekenen in je spaarpercentage. Dat zag ik bijvoorbeeld bij Uitklokken. Die vind ik al lastig worden. Het is zonder meer geld dat ik maandelijks wegzet ‘voor later’. Maar ik heb geen invloed op de keuzes die gemaakt worden qua beleggen en uitkering. Bovendien zou het mijn berekeningen lastiger maken. Want ik kan dan niet meer rekenen met mijn netto inkomen, maar moet gaan werken met mijn bruto inkomen minus de loonheffing. Ik tel het daarom zelf niet mee.

Maar ik kan me goed voorstellen dat dit anders ligt voor ondernemers, die hun eigen pensioen op moeten bouwen. Het is één van de redenen voor de grote verschillen die wij Nederlanders soms zien met de spaarpercentages en vermogens van bijvoorbeeld Amerikaanse FIRE-bloggers. In de Verenigde Staten bouwen mensen individueel pensioen op via bijvoorbeeld 401(k) rekeningen. Dat zijn persoonlijke potjes, iets heel anders dan de collectieve voorzieningen die wij in Nederland hebben. Dan vind ik het erg logisch dat je die wel meetelt in jouw vermogen.

Overige dingetjes?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat doe je met een eventuele bonus? Ik tel ‘m mee als inkomen. Declaraties die jouw werkgever terugbetaalt? Ik tel ze niet mee, want het zijn uitgaven die ik eerder heb voorgeschoten. De meeste mensen zullen in hun persoonlijke situatie nog wel een paar inkomsten en uitgaven tegenkomen waar je dit soort vragen bij kunt stellen. Er is niet één definitie van spaarpercentage. Er is ook geen wet of handboek financiële onafhankelijkheid die hier bindende voorschriften over geeft. Gelukkig maar.

Want wat maakt het uit? Het is geen wedstrijd. Het gaat er niet om wie het hoogste spaarpercentage heeft. En als je er al een wedstrijd van maakt, doe dat dan vooral met jezelf. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke definitie je kiest. Als je het maar consistent berekent, en niet elke maand een andere definitie gebruikt. Want dan is het niet meer vergelijkbaar. Het belangrijkste is om er bewust mee bezig te zijn, bewuste keuzes te maken. En er het optimale uit te halen voor jouw eigen persoonlijke situatie. Je hoeft het dus alleen maar te vergelijken met jezelf. En dat zijn eigenlijk de leukste wedstrijdjes. Want die win je altijd.

Mijn historie

Ik houd mijn administratie al heel lang bij, sinds 2003. En ik heb dus over die periode voor elk jaar mijn spaarpercentage berekend. Consistent. Met de aflossing meegerekend voor de jaren dat ik een (niet-aflossingsvrije) hypotheek heb. Mijn eigen wedstrijdje met mijzelf. En ik ben aan het winnen.

Hoe ‘bezeten’ ben jij over je spaarpercentage?

Hoe houd je een kasboek bij?

Het bijhouden van een kasboek, ik heb er al vaak over geschreven. Jarenlang heb ik er een haat/liefde verhouding mee gehad. Het bijhouden was best veel werk, zeker toen ik nog vaak met contant geld betaalde en het op papier bijhield. Geldnerd is niet altijd een spreadsheet-tijger geweest. Maar steeds kwam ik er toch bij terug. Het is gewoon noodzakelijk als je echt wilt weten waar je geld naar toe gaat. En dan is 1 januari, die alweer bijna voor de deur staat, natuurlijk een mooie datum om te beginnen. Een nieuw jaar, een nieuw decennium zelfs, nieuwe kansen om je financiën en je leven op orde te brengen.

Voor de opkomst van de smartphones (Opa Geldnerd…) was papier bijna onvermijdelijk voor een kasboek. Tegenwoordig is het een stuk gemakkelijker. Er zijn apps. En het is makkelijker geworden om elektronisch te betalen. Tegenwoordig betaal ik meestal contactloos met mijn pinpas, of via Apple Pay op mijn telefoon. Dat betekent dat de transactie gewoon automatisch meekomt met de boekingen, die ik elke week download bij mijn bank en verwerk in mijn administratie. Ter vergelijking, in 2013 deed ik in totaal 954 betalingen, waarvan 286 met contant geld. In 2019 deed ik tot en met 21 december in totaal 429 betalingen, waarvan slechts 2 met contant geld (en ja, ik heb het totale aantal transacties ook fors verminderd). In 2013 deed ik overigens ook bijna 300 betalingen met de Chipknip, wie weet nog wat dat was…!

Maar niet iedereen wil of kan alles elektronisch betalen. En dan is een kasboek toch eigenlijk wel onmisbaar, tenminste als je ‘in control’ wilt zijn.

Hoe je dat doet maakt eigenlijk niet zoveel uit. Als je in de appstore van jouw telefoon zoekt op ‘kasboek’ dan vind je tientallen mogelijkheden, gratis en betaald. Maar je kunt ook gewoon de notitie-app gebruiken, of een papieren blokje, en ze regelmatig overtypen in een spreadsheet. Kies een methode die bij je past. Ik adviseer wel om het uiteindelijk in een spreadsheet te zetten, want dat maakt het gebruik van de gegevens een stuk makkelijker.

Want daar gaat het uiteindelijk om. Aan alleen vastleggen wat je uitgeeft heb je niet zoveel. Af en toe zul je er even rustig voor moeten gaan zitten. En een wat uitgebreidere analyse moeten maken van waar je geld naartoe gaat. Je houdt het kasboek niet bij als doel, maar als middel om je eigen gedrag te analyseren en bij te sturen.

Het eerste wat je vastlegt is uiteraard wat er nu in je portemonnee zit. Je beginsaldo. Dan kun je altijd narekenen of de huidige inhoud van je portemonnee klopt met je kasboek. Daarna begin je de transacties bij te houden. In elk geval leg je de volgende informatie vast:

  • Datum van de transactie
  • Bedrag
  • Waar en waaraan je het geld besteed hebt

Sommige mensen leggen inkomsten en uitgaven in aparte kolommen vast, maar je kunt ook alles in één kolom vastleggen en een minnetje voor de uitgaven zetten (of de inkomsten). Dat maakt niet uit. Kies je eigen systeem en pas het consequent toe. En oh ja, nieuwe gewoontes hebben tijd nodig om in te ‘slijten’, om onderdeel te worden van je systeem. Gun jezelf daar de tijd voor. Geef dus niet op 5 januari alweer op!

Hoe ziet dat er dan uit? Nou, zo bijvoorbeeld!

DatumBedragOmschrijving
01-01-202052,50Beginsaldo
02-01-2020– 30,00Naar de kroeg met X en Y
02-01-202010,00Terugbetaald door X
03-01-2020– 2,60Koffie @ Stationskiosk

Over kasboekjes wordt veel geschreven. Bijvoorbeeld bij Leuke Geit en Anders Met Geld. De meeste mensen die serieus met hun geld bezig zijn komen er vroeg of laat, al dan niet tijdelijk, bij terecht.

Houd jij een kasboek bij? Of ben je van plan er een te beginnen?

De honderdste dividenduitkering

Op 1 januari 2013 ben ik begonnen met het opbouwen van mijn eigen vermogen. Eigenlijk natuurlijk veel eerder, maar 1 januari 2013 was de datum waarop mijn echtscheiding helemaal afgerond was. Dat beschouw ik dus als de startdatum van mijn ‘eigen’ eigen vermogen. Met het geld dat ik overhield na de scheiding ben ik mijn eigen beleggingsportefeuille op gaan bouwen.

In eerste instantie waren mijn beleggingen vooral gericht op groei. Sinds het tweede kwartaal van 2015 ben ik traag maar gestaag ook gaan beleggen in dividend-ETFs. Ik ga er van uit dat de meeste lezers hier weten wat dividend is. De term dividend staat voor de winstuitkering van een bedrijf aan de aandeelhouders. ‘Dividend’ komt uit het Latijns, van het woord ‘dividere’ dat ‘verdelen’ betekent. Het dividend kan in geld of in aandelen worden uitgekeerd. Soms kun je kiezen of je een contant- of aandelendividend wil. Ik ontvang zelf altijd het liefst contant geld, omdat ik dan zelf kan bepalen in welk fonds ik het geld herbeleg.

Zoals je kunt zien in onderstaande grafiek, leveren mijn beleggingen een gestaag groeiende dividendstroom op.

Aan het einde van het tweede kwartaal ontving ik mijn honderdste dividend-uitkering, inmiddels staat de teller op 104 dividenduitkeringen. Ja, ook dat is een statistiekje dat mijn spreadsheet automatisch voor mij bijhoudt, net als het aantal Koop-transacties (64) en het aantal Verkoop-transacties (21) dat ik sinds 1 januari 2013 heb uitgevoerd. Ik houd echt teveel statistiekjes bij, geen wonder dat mijn beleggingsspreadsheet niet meer de snelste is…

Ik vind het een mijlpaal! Inmiddels kijk ik ieder kwartaal uit naar de dividend-uitkeringen. Het geld wordt, samen met mijn maandelijkse reguliere inleg, meteen weer herbelegd. In totaal heb ik de afgelopen jaren € 2.657,95 aan dividend ontvangen. Steeds meer gratis geld, waar ik niets anders voor hoef te doen dan stug doorgaan met inleggen.

Waar sta ik nu met mijn dividendportefeuille? Ik heb een aantal specifieke dividend-ETFs in portefeuille. Maar ook een aantal generieke ETFs, zoals VWRL, betalen elk kwartaal dividend uit.

Mijn gewenste portefeuilleverdeling omvat 30,0% dividend-ETFs. Binnen deze groep hanteer ik de onderstaande gewenste verdeling. Mijn dividend-portefeuille is destijds hard geraakt door de MIFID-2 regelgeving. Maar ik heb de ‘oude’ ETFs wel in portefeuille gehouden, want het dividendrendement is niet slecht.

Hoe is het met jouw dividend-ontvangsten?

De roze pensioenbril?

‘Wij Nederlanders’ staan bekend als een pessimistisch en zeikerig volkje. Als we aan de zon denken, dan schuift er al gauw een wolk voor. En terwijl alle statistieken laten zien dat we bij de gelukkigste en welvarendste landjes ter wereld horen, kunnen wij bij de koffie-automaat moeiteloos duizend dingen opnoemen die erop wijzen dat alles mis gaat in dit land, of dat we in elk geval helemaal de verkeerde kant op gaan en de weg kwijt zijn.

Maar er is in elk geval één domein waar we blijkbaar veel te optimistisch over zijn. Waar we door een roze bril naar de wereld kijken, op weg naar onze eigen teleurstelling. Dat is in elk geval de conclusie die je zou kunnen trekken uit het onderzoek van Schroders Vermogensbeheer, waar ik vorige week op diverse plekken over las. Het onderzoek leert ons dat Nederlanders verwachten zo’n 75 procent van hun huidige inkomen nodig te hebben tijdens ons pensioen. Maar gepensioneerden ontvangen gemiddeld 69 procent van hun salaris als pensioen.

Als ik naar de statistiekjes kijk, dan lijkt het erop dat de ondervraagden niet echt een doorsnee van de Nederlandse bevolking zijn. Want in totaal willen ze ruim 25% van hun inkomen na pensionering uitgeven aan reizen, het kopen van een huis als belegging, en het kopen van een tweede huis. Tegelijkertijd, het is wel weer een bevestiging dat erg veel mensen zich laten leiden door financiële dromen, en dat er te weinig echt gekeken wordt naar de eigen financiële situatie, zowel nu als in de toekomst. Maar goed, daar heeft Opa Geldnerd al genoeg over geklaagd. Dat helpt toch niet, de consumptie blijft maar groeien. Gelukkig ook maar, want met mijn aandeeltjes en dividendinkomsten profiteer ik daar ook goed van mee.

Nou is het natuurlijk een onderzoek van een vermogensbeheerder, die dus ook niet gevrijwaard is van enig commercieel belang. Want uiteraard kun je dit probleem oplossen met hun producten, vinden ze zelf. Waarbij ze je er niet bij vertellen dat het zelf ook veel goedkoper kan.

Zelf probeer ik af en toe ook in te schatten hoeveel geld ik nodig ga hebben na mijn pensioen, en hoeveel er beschikbaar gaat zijn. Vorige week schreef ik daar nog over. Het blijft koffiedik kijken, maar ik vind het een nuttige exercitie om eens in de paar jaar te herhalen, en ook als de regels veranderen. Iets over gewaarschuwde mensen die voor twee tellen, en zo.

Heb jij ook een roze pensioenbril op?

Wijze lessen (2): Budgetteren en bijsturen

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de tweede blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verscheen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden

Budgetteren en bijsturen

Goed, je hebt gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven. En nu?

Het begint met ‘er iets van vinden’. Ik herinner me nog goed mijn eerste inzichten: ‘geven we echt zoveel uit aan…?’ (Buiten de deur eten, in ons geval). Ja. Zoveel geven we er echt aan uit.

Waar je uiteindelijk naar toe wilt is een budget. Of een bestedingsplan. In elk geval: sturen op wat er binnenkomt en uitgaat. Dat valt uiteen in verschillende categorieën, die meer of minder beïnvloedbaar zijn. Aan etentjes of abonnementen kun je relatief eenvoudig wat doen. Maar als je ontdekt dat je eigenlijk goedkoper wilt of moet gaan wonen, dan heeft dat vaak iets meer voeten in de aarde.

Uiteindelijk gaat het om een paar vragen:
– Kun je je dit veroorloven?
– Wil je je dit veroorloven?

Je hebt een probleem als je het jezelf moet veroorloven maar het kan niet. Maar ook die problemen zijn vaak wel oplosbaar. Al zijn de consequenties niet altijd leuk. Het leven bestaat uit keuzes maken. En kiezen voor het een is vaak ook kiezen om iets anders niet te doen. Geld is voor de meesten van ons immers geen middel dat onbeperkt beschikbaar is.

Maar ook als je het je kunt veroorloven, is het nog wel een vraag of je het jezelf wilt veroorloven? Consumeren is een keuze. Er zijn maar weinig dingen waar je echt niet zonder kunt, merkte Geldnerd zelf in de periode rond zijn echtscheiding en in de periode bij vertrek naar en terugkomst uit het Verre Warme Land. Dat heeft erg geholpen in het verminderen van mijn bezittingen en ook van mijn uitgaven. Maar hier wordt het vaak al lastiger. Want het vraagt dat je een beetje loskomt van de ‘rat race’. Een beetje loskomt van persé altijd het nieuwste en het mooiste willen hebben, van alles willen hebben wat je buren / vrienden / familie ook hebben. Dat kan best ingewikkeld zijn. Ook zo’n uitdaging: je levensstijl niet te veel mee laten groeien met stijgingen van je salaris.

Kortom, hier is niet één aanpak die voor iedereen werkt. In de praktijk zal deze stap dus al veel meer moeite kosten dan het bijhouden van je inkomsten en uitgaven. Trek hier rustig een jaar voor uit om het je eigen te maken, en mij heeft het een jaar of vijf gekost voordat ik mijzelf echt comfortabel voelde bij mijn bestedingsplannen. En dan nog kijk ik er regelmatig kritisch naar. Want anders komt de klad erin. Maar het doel is hetzelfde als bij het bijhouden van je inkomsten en uitgaven. Je wilt weten om te kunnen sturen. En wie wil dat nou niet?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑