Teleurstelling alom

Statistiek heeft het imago een saai vak te zijn. Groot was dus ook mijn verbazing toen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), ons nationale cijfer-instituut, onlangs het nodige stof op deed waaien met hun bewering dat het gemiddelde netto beschikbaar inkomen van huishoudens in Nederland de afgelopen 50 jaar meer dan verdubbeld is. Temeer omdat de Rabobank drie jaar geleden een rapport uitbracht waaruit bleek dat het besteedbaar inkomen van Nederlandse huishoudens al bijna veertig jaar vrijwel stil staat. Ook Geldnerd zelf schreef hier al eens over.

De Rabo was er snel bij om z’n rapport te verdedigen. Beiden zijn waar, stellen ze. Het CBS heeft in zijn studie vooral gekeken naar de ontwikkeling van het reële beschikbaar huishoudinkomen per hoofd van de bevolking. De Rabobank heeft gekeken naar het inkomen per werkende, en dan is het beschikbaar inkomen niet verdubbeld, maar met ‘slechts’ 60 procent toegenomen in de afgelopen vijftig jaar en voor huishoudens slechts 40 procent. Bovendien laat de Rabobank zien dat het beschikbaar inkomen vanaf 2001 is gestagneerd. Statistieken zijn leuk, maar je kunt er dus allerlei verschillende boodschappen mee afgeven.

Fantoomgroei

Volgens mij is er wel degelijk iets aan de hand in de samenleving. Dat las ik een tijdje geleden ook in het boek ‘Fantoomgroei‘ van Sander Heijne en Hendrik Noten. De winst van grote ondernemingen is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw enorm gestegen, maar werkenden zagen de economische groei nauwelijks terug in hun portemonnee. Bovendien werden publieke taken als de zorg, het onderwijs en de politie versoberd. Dat boek was weer de basis voor het tweeluik ‘Scheefgroei in de Polder‘ op de televisie. Dat is het terugkijken waard. Collega-blogger Opnieuw Begonnen en De Budgetman schreven er ook al over. En De Budgetman en Opnieuw Begonnen schreven ook ook over het CBS-bericht.

Eén van de mooie uitspraken uit de eerste aflevering van ‘Scheefgroei’ kwam van Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Geen mens is gemiddeld’.  De verschillen tussen groepen in de samenleving zijn groot en groeien. Dat zien mensen. Dat voelen mensen. Dat leidt tot teleurstelling.

Éric Sadin

Een tijdje geleden las ik in het FD een interview met de Franse technologiefilosoof Éric Sadin. In oktober 2020 verscheen zijn boek ‘L’ère de l’individu tyran, la fin d’un monde commun’ (het tijdperk van het tirannieke individu, het einde van een gemeenschappelijke wereld) in Frankrijk. Een Nederlandse vertaling komt dit najaar.

Volgens Sadin zijn er twee ontwikkelingen geweest die ons hier gebracht hebben. Er was altijd een sociaal contract tussen partijen en burgers: wij gaan een betere samenleving maken voor iedereen. Dat contract is verbroken, waardoor mensen enorm teleurgesteld zijn in het politieke en economische systeem. Sadin verwijt het neoliberale model dat het principe van onderlinge solidariteit afgeschaft is. Wij zijn allemaal ‘ondernemertjes van ons eigen leven’ geworden. Maar de mensen die niet mee kunnen of mogen komen voelen zich verwaarloosd. Als ze al eens proberen om hun stem te laten horen, dan worden ze genegeerd. Denk bijvoorbeeld aan het referendum over de EU-Grondwet. Of verkiezingen waarbij de partijen van ‘boze stemmers’ vervolgens buitengesloten worden. Wat doen veel mensen als ze zich genegeerd voelen? Boos worden!

Ten tweede heeft er een grote technologische ontwikkeling plaatsgevonden. Het leven van de individuele mens werd hierdoor steeds comfortabeler. In de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog (de ‘Trente Glorieuses’) kregen mensen de beschikking over auto’s die hun mobiliteit bevorderden, platenspelers, videorecorders, ze gingen op vakantie. Mensen kregen meer controle over hun leven en hun eigen comfort, je kon zelf het leven zo inrichten als je wilde. De afgelopen decennia zorgt de opkomst van het internet, de smartphone en sociale media ervoor dat je toegang kreeg tot een enorme hoeveelheid kennis en informatie. Internet maakte het ook gemakkelijker om gelijkgestemden te ontmoeten en hiermee je eigen bubbel te creëren. Elke malloot mens kan nu zijn/haar eigen mening delen met de rest van de wereld met één druk op de knop. Mensen voelen zich mondig. Mensen worden bevestigd in hun mening. De wereld Hun eigen bubbel ligt aan hun voeten. Ik doe ook mee, want ik blog. Dat kan iedereen lezen.

Deze twee ontwikkelingen creëren spanning. De machteloosheid na het verbroken sociale contract. Het gevoel van macht door de technologische ontwikkelingen. Ze gaan niet samen. Er is alleen nog je eigen waarheid, gevestigde orde en instituties zijn er alleen nog om ons te onderdrukken. De pers schrijft alleen nog nepnieuws. En dus stem ik tegen. De gedachtegang van veel mensen, ook in Nederland.

Er is wat aan de hand

Herkenbare voorbeelden genoeg dat er wel wat aan de hand is zijn er genoeg. Vroeger kon een gezin op één inkomen op veel plaatsen in Nederland gewoon nog een eengezinswoning betalen en in de zomer op vakantie. Dat lukt je op de meeste plekken niet meer. Tegelijk vlieg je voor een paar tientjes heel Europa door (in elk geval als er geen virussen rondwaren). Het beschikbare inkomen is dan misschien wel gestegen, maar de welvaart die je er mee kunt kopen is een stukje kleiner geworden. Je kunt leven zonder de vluchten door heel Europa, maar leven zonder huis is al een stuk onaangenamer. Nu is het natuurlijk ook de vraag of groei eeuwig door kan gaan. Misschien wel, maar dan hebben we een paar extra planeten nodig.

Dat zeggen ook Heijne en Noten in hun boek. We kijken al heel lang alleen maar naar economische groei. Als we meer produceren en consumeren dan gaat het blijkbaar goed. Daar is Geldnerd het al een tijdje niet meer mee eens, sinds hij het Minimalisme heeft ontdekt. Je kunt beter kijken naar een breder begrip, Welvaart. Maar dat is ook een kwalitatief begrip, en dus moeilijker meetbaar.

Voordeel is wel dat je dan ook veel andere dingen mee gaat tellen waar mensen veel waarde aan hechten. Denk aan goede zorg (we hebben afgelopen jaar weer ontdekt dat dat wel nuttig is), goed onderwijs (hallo thuisonderwijzende ouders), maar ook mooie natuur en schone lucht en betaalbaar wonen. Dat zijn hele andere maatstaven om het succes van Nederland te meten. En het besteedt aandacht aan een aantal dingen die nu onder druk staan. Die lijden onder de focus op groei. Groei die maar bij een beperkte groep mensen terechtkomt, en een grotere groep achterstelt.

Er is (geen) hoop?

In het artikel op nu.nl zegt Heijne dat hij hoopvol werd toen hij het boek schreef. Dit omdat er in de economie geen natuurwetten van kracht zijn, maar dat de economie een optelsom is van afspraken die we zelf hebben gemaakt. Afspraken die we dus gewoon kunnen veranderen. Oud en cynisch als ik ben deelt Geldnerd dat optimisme en die hoop niet. Want de economie is ook een optelsom van gevestigde belangen. Belangen om de situatie zo te houden zoals die is. En dat zijn hele sterke krachten die zich tot het uiterste zullen verzetten tegen verandering in hun nadeel.

En Geldnerd doet op z’n eigen beperkte schaal natuurlijk ook gewoon mee met dit spel. Ik bouw vermogen op. Ik wil eerder kunnen stoppen met werken en leven van mijn vermogen. Geen loonslaaf meer zijn. Ook ik heb dus gewoon belang bij de huidige situatie. Al ben ik nu ook nog wel even loonslaaf, en heb ik er dus ook wel belang bij dat ‘wij loonslaven’ een groter deel van de taart krijgen. Streef je naar financiële onafhankelijkheid, dan eet je dus eigenlijk van twee walletjes….

En het CBS? De auteur van de CBS-studie is Peter Hein van Mulligen. Een paar jaar geleden winnaar van de Slimste Mens. Hoofdeconoom van het CBS. Schrijver van het boek ‘Met ons gaat het (nog altijd) goed‘. Hij is het niet eens met de Rabobank, met Heijne en Noten, en met Sadin. Dat mag natuurlijk, want niet alleen gelden er geen natuurkundige wetten in de economie, het is ook geen exacte wetenschap. Maar het staat wel een beetje op gespannen voet met de taak en missie van het CBS (‘voor wat er feitelijk gebeurt’), las ik in De Volkskrant. De NRC heeft het zelfs over propaganda. Waarvan akte. Van Mulligen levert in elk geval een bijdrage aan het debat, want er kwamen veel reacties op de CBS-studie. En dat is wat mij betreft lovenswaardig.

Hoe teleurgesteld ben jij?

Lockdowneffect

  • Berichtcategorie:Administratie

We zitten er al weer in sinds medio december. Een lockdown. Waarbij alle niet-essentiële winkels gesloten zijn (behalve voor afhalen). En sinds 23 januari hebben we dan ook nog de avondklok, waarbij we geacht worden tussen 21.00 en 04.30 binnen te blijven. Bedoeld om onze bewegingen en contacten te beperken, en daarmee de verspreiding van het COVID-19 virus te remmen.

Als brave burger houdt Geldnerd zich best goed aan de regels, denkt hij zelf. We vinden het vervelend dat het laatste rondje met Hondje ’s avonds niet meer met z’n drietjes kan, dat is hier in Huize Geldnerd een beetje de gewoonte. Even een wandeling samen terwijl Hondje om ons heen scharrelt. Nu gaat Geldnerd of Vriendin braaf alleen met Hondje aan de lijn nog even naar buiten voor een plasje en soms iets groters. Maar het is voor het goede doel, en deze impact overleven we wel. Verder merken we er weinig van, we ontvingen ook voor de strengere maatregelen al nauwelijks bezoek.

Met al die maatregelen zijn de mogelijkheden om geld uit te geven nog beperkter geworden dan ze al waren. Niet voor niets klaagt de middenstand steen en been, en ook Geldnerd zelf zou best graag weer eens met een biertje en een bitterbal op een terrasje willen zitten om naar mensen te kijken. Maar dat is nog even niet zo. Daarmee worden de effecten van de lockdown van de afgelopen maanden ook goed zichtbaar in mijn administratie. Dat merkte ik toen ik vorige week mijn spreadsheet bijwerkte met de laatste boekingen van februari en de boekingen van de eerste twee weken van maart.

Allereerst de No Spend Days, de dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Vóór Corona had ik er toen een stuk of 10 per maand, in 2020 waren het er gemiddeld iets meer dan 20 per maand. Maar januari en februari 2021 breken nieuwe records.

En de werkelijkheid is nog steviger dan de grafiek laat zien. Want die enige dag waarop ik een uitgave gedaan zou hebben is de dag dat mijn creditcard werd afgeschreven. En dat was een transactie van eind 2020, toen ik een huurauto aftankte die we gebruikt hadden voor familiebezoek met Kerstmis. Door de manier waarop ik de transacties verwerk komt dat pas in mijn administratie als de creditcard wordt afgeschreven door mijn bank. Ik heb dus in mijn eigen administratie in januari geen uitgaven met creditcard, pinpas, of contant geld gedaan. Nul. Helemaal niks. In de gezamenlijke administratie was het iets drukker (want we doen één keer per week boodschappen), maar ook dat mocht geen naam hebben.

In februari was het beeld niet veel anders. Een bezoekje aan mijn favoriete wijnhandel, een kopje koffie to-go toen ik met een collega een wandeling maakte. En weer een creditcardafschrijving, nu met alleen maar mijn Spotify-abonnement.

En dan het spaarpercentage. Waar ik in 2020 dramatisch de mist mee inging. Dat is (met mijn verbeterde spreadsheet met dubbelplusgecontroleerde formules en kruiscontroles) in 2021 als een raket van start gegaan.

Geen verrassing natuurlijk, als je vrijwel niks uitgeeft. Ja, ik heb de reguliere overboeking naar de gezamenlijke huishoudrekening. Mijn eigen vaste lasten, de mobiele telefoon en de kosten van mijn bank. Maar verder gebeurt er dus vrijwel niets op mijn bankrekening. En dat zie je. Met dit soort spaarpercentages hoor je me overigens niet klagen. Als de terrassen weer open zijn komt er echt nog wel een kleine inhaalrace…

Merk jij de effecten van de lockdown in jouw financiële gedrag?

Actueel Dividendrendement

  • Berichtcategorie:Beleggen

Dividend blijft toch een heel mooi iets. Veel (maar lang niet alle) beursfondsen keren het regelmatig uit. Maandelijks, per kwartaal, halfjaarlijks of jaarlijks. Het is een aandeel in de winst, dat dan verdeeld wordt onder de aandeelhouders. Al zijn er ook fondsen die dividend uitkeren als er geen of te weinig winst wordt gemaakt, maar dat is voor de langere termijn natuurlijk geen houdbare strategie.

Een deel van mijn beleggingsportefeuille, de laatste jaren 30%, is gewijd aan dividend. Niet in individuele aandelen. Dat is mij te riskant. Zelfs bedrijven die al heel lang een steeds hoger dividend betalen kunnen daar om heel goede redenen mee ophouden. Gelukkig zijn er Exchange Traded Funds (ETFs) die tegen lage kosten een mandje met dividend-aandelen voor je aanhouden, en (meestal per kwartaal) dividend uitbetalen. De afgelopen jaren heb ik al verschillende keren geschreven over dividendrendement, en in mijn kwartaalrapportage laat ik altijd zien hoeveel dividend ik in dat kwartaal ontvangen heb. Vorig jaar vierde ik de ontvangst van mijn honderdste dividenduitkering. En eind september hoop ik weer een aantal uitkeringen te ontvangen.

Maar dividend is feitelijk natuurlijk ook gewoon een sigaar uit eigen doos. Want als een fonds dividend uitbetaalt wordt het in mindering gebracht op de koers. Maar het helpt mij wel bij het herbalanceren doordat ik (=mijn balanceertool in mijn spreadsheet) de inkomsten belegt waar ze op dat moment nodig zijn voor de balans. En (niet rationeel) het is ook wel een lekker gevoel om periodiek contant geld te krijgen uit een belegging. Bovendien geloof ik niet in een rationele markt, ik vind de aandelenmarkt juist ontzettend irrationeel. In een stijgende markt is dat uitbetaalde dividend al heel snel weer terug in de koers.

Onlangs heb ik (eindelijk) wat extra functionaliteit in mijn beleggingsspreadsheet gebouwd om het dividendrendement beter te monitoren. Het klinkt misschien gek, maar dat zat er nog niet echt in. Ik hield wel de bedragen bij die binnenkwamen, maar deed daar verder weinig mee behalve het bij de eerstvolgende maandelijkse aankoop herbeleggen. Ik heb alleen maar fondsen die dividend in contanten uitkeren, geen fondsen die dividend in aandelen uitkeren.

Inmiddels zit er ook een functie in mijn spreadsheet die per fonds het dividendrendement berekent. Dit heb ik gedefinieerd als ‘de som van de dividenduitkeringen per aandeel over de afgelopen 12 maanden, gedeeld door de actuele koers van het aandeel’. En in de plaats van ‘aandeel’ kun je natuurlijk ook gewoon ‘ETF’ lezen.

Momenteel geeft dat het onderstaande beeld.

Er zitten (zaten) zes fondsen in mijn portefeuille die dividend uitkeren. In onderstaande tabel een overzicht, met per fonds ook de maanden waarin ze dividend uitkeren.

###FondsnaamDividendmaand
DVYiShares Select Dividend ETFMaa Jun Sep Dec
VIGVanguard Div Appreciation Index ETFMaa Jun Sep Dec
VYMVanguard High Dividend Yield ETFMaa Jun Sep Dec
VWRLVanguard FTSE All-World UCITS ETFMaa Jun Sep Dec
VDIVVanEck Dev Markets Dividend Leaders ETFMaa Jun Sep Dec
SPYWSPDR S&P Euro Dividend Aristocrats ETFMaa Sep

Toen ik het dividendrendement eens onder de loep nam viel mij in elk geval één ding op. Het dividendrendement van één fonds, Vanguard Dividend Appreciation Index Fund (VIG), blijft enorm achter: 0,94%. Ik verwacht toch echt iets meer van een fonds met ‘Dividend’ in de naam. Minimaal 3,0%. Ik ben nog even in het fonds gedoken, maar het komt niet omdat de koers het afgelopen jaar nou zo explosief gestegen is. Hier heb ik dus gewoon niet zo goed op zitten letten. Overigens is VIG ook een fonds dat ik vanwege de PRIIPS-regelgeving niet meer bij kan kopen.

VWRL heeft een dividendrendement van 1,27%, maar dat vind ik wel weer logisch. Dat is een mandje met duizenden verschillende aandelen. En slechts een deel van die fondsen betaalt dividend uit. Dan is het dus logisch dat het dividendrendement (optelsom rendementen gedeeld door huidige koers, immers) lager is. Inmiddels heb ik bij het maandelijkse moment eind juli actie ondernomen. VIG is uit mijn portefeuille gegooid. Het geld dat vrijkwam heb ik in VanEck Dev Markets Dividend Leaders ETF (VDIV) gestoken, met een beter dividendrendement (in elk geval het afgelopen jaar). Dat is een van de kernfondsen van mijn huidige portefeuille. Het verkleint het valutarisico, ik heb weer een dollarfonds ingeruild voor een fonds dat in Euro’s genoteerd staat. En het ruimt ook weer op, een fondsje minder in mijn portefeuille.

Is dividend belangrijk voor jou?

Wat geven we procentueel uit?

Collega-blogger Van Her Naar Hot (VHNH) publiceerde een leuk artikel, waarin ze uit de doeken deed hoe hun uitgaven er uitzien. Niet in absolute getallen, maar procentueel. Dat vind ik een leuke aanpak, ook omdat ik zelf soms wat voorzichtig wil zijn in het delen van mijn exacte getalletjes. Het is leuk om op deze manier je eigen financiën te bekijken en de ontwikkeling in de tijd in de gaten te houden. Je ziet namelijk makkelijker verschuivingen in de tijd in je eigen bestedingspatroon, als je dit regelmatig op een rijtje zet. Kortom, ik werd weer eens geïnspireerd door een blogcollega, dankjewel VHNH!

Net als VHNH vind ik dit vooral een wedstrijdje met mezelf. Vergelijken met anderen heeft niet zoveel zin, want er zitten grote verschillen in de persoonlijke situatie. Maar hierbij mijn eigen ‘procentuele analyse’ van onze uitgaven…

Inkomsten

Net als bij VHNH bestaat ons inkomen uit twee fulltime salarissen uit loondienst. En de jaarlijkse extra inkomsten zoals vakantiegeld en eindejaarsuitkering Individueel Keuze Budget rekenen we niet mee. Alle percentages zijn dus weergegeven als deel van ons maandelijkse reguliere inkomen. Dit zijn de percentages voor de maand juli 2020.

Verschillen

Op een aantal punten wijkt mijn indeling af van de indeling van VHNH. Wij sparen niet voor een volgend huis en hebben geen studieschuld. Sparen en beleggen doen we individueel, en ik kijk hier alleen naar de uitgaven van onze gezamenlijke huishouding. Daar zit dus ook geen kleding en dat soort dingen in, want dat betalen we van onze eigen rekening. In juli hebben we een duur (maar fijn) koffie-apparaat gekocht, die heb ik ook even buiten beschouwing gelaten. Wel heb ik drie categorieën toegevoegd die voor onze situatie relevant zijn: de kosten voor Hondje, voor onze schoonmaakster, en onze uitgaven in de horeca. We hebben in juli geen cadeautjes gegeven, en ook goede doelen doen we van de persoonlijke rekeningen (en die is hier dus 0). Ook de zorgverzekering doen we individueel.

De percentages

Onderstaand onze percentages voor juli 2020.

Hypotheek (aflossing + rente, bruto)16,0%
Extra Aflossing16,6%
Huis (g/w/l, VvE, gemeenteheffingen)4,9%
Verzekeringen (zorg, inboedel, WA) en Bank0,2%
Abonnementen (incl. TV/internet)0,7%
Boodschappen7,7%
Hondje3,5%
Schoonmaakster1,3%
Cadeaus0,0%
Goede doelen0,0%
Mobiliteit (was: Auto)0,9%
Horeca3,5%
Overig2,9%
Totaal van inkomen58,2%

In totaal zijn deze uitgaven 58,2% van ons gezamenlijk inkomen. De overige 41,8% is dus persoonlijk budget voor Vriendin en mijzelf. De reguliere aflossing en de extra aflossing tel ik mee in mijn spaarpercentage omdat ik mijn aandeel in ons huis meereken in mijn vermogen. Strikt genomen zijn dat dus geen uitgaven.

Ik vond het mooi dat VHNH ook keek naar de vaste lasten. Het NIBUD constateerde vorig jaar dat een gemiddeld huishouden meer dan de helft van het budget besteedt aan vaste lasten. De definitie is niet heel exact, maar wel werkbaar. Vaste lasten zijn uitgaven aan: huur/hypotheek, gas, elektriciteit, water, lokale lasten, telefoon, televisie, internet, verzekeringen, onderwijs, kinderopvang, vervoer. Ik reken daar de VVE-bijdrage ook bij. Wij zitten op 22,7%. Daar moet ik eigenlijk de zorgverzekeringen nog bij optellen, maar ook dan komen we bij lange na niet aan de helft.

En nu?

Ik vond het leuk om eens op deze manier naar mijn uitgaven te kijken. Dus ga ik proberen om hier een standaardrapportage voor te bouwen in mijn administratie, zodat ik het maandelijks kan bekijken en ook door de tijd heen kan volgen. Want inzicht is belangrijk, wat je meet beïnvloedt wat je doet.

Wat doe jij allemaal om te sturen op jouw uitgaven?

n = 1 : Geldnerd en de wereldeconomie

Nog nooit eerder in de historie is het economisch klimaat zo snel omgeslagen. Binnen enkele maanden donderde de economische activiteit in elkaar. De definitie van recessie is ‘een periode van twee of meer opeenvolgende kwartalen waarin de groei van het bruto nationaal product negatief is’. Formeel zal dat dus pas na het einde van het tweede kwartaal het geval zijn. Maar we zitten er al in, daar twijfelt eigenlijk niemand meer aan.

Gedragseconomie

Geldnerd is een aanhanger van de theorie van gedragseconomie. Economie is wat wij met z’n allen samen doen, een mix van economische theorie en psychologie. Een crisis is pas echt een crisis als wij met z’n allen geloven dat het een crisis is. Dat heb ik ook gezien in de crisis van 2008 / 2009. Mede onder invloed van overheidsbezuinigingen durfden we niet meer. We stellen aankopen uit. Op mijn persoonlijke dashboard begon er dus onlangs een rood lampje te knipperen door de snelste daling ooit van het consumentenvertrouwen in Nederland.

De regering lijkt in elk geval geleerd te hebben van de vorige crisis, toen ze (naar mijn mening) de economie kapotbezuinigd hebben. We hebben zeker 90 miljard te besteden om de economie draaiend te houden, riep onze minister-president in maart. Eind april was dat geld ook daadwerkelijk toegezegd en/of besteed, en stonden de overheidsfinanciën diep in het rood met een verwacht begrotingstekort van 11,8% van het bruto binnenlands product (BBP), zo’n € 92 miljard euro. De staatsschuld loopt daarmee op tot ruim 65 procent van het BBP. Hiermee staan we er overigens nog steeds beter voor dan de meeste landen.

Wat betekent het voor mij?

Maar ik ben niet ‘de economie’. Ik ben Geldnerd. Voor mij persoonlijk telt natuurlijk alleen de impact van al deze economische ellende op mijn eigen financiële omstandigheden. n = 1 noemen we dat in de wetenschap, een steekproefgrootte van 1 persoon. De conclusies en wetmatigheden zijn ontdekt door de situatie van één persoon te onderzoeken. Zulke uitkomsten lijken onwetenschappelijk, maar zijn soms toch waardevol. In elk geval voor mijn eigen gemoedsrust. Het is anders voor jou. Als je in de horeca werkt en nu zonder inkomen zit, bijvoorbeeld. Of als je ZZP’er bent en je klus bent kwijtgeraakt.

Mijn inkomen is veiliger dan de meeste. Als loonslaaf in overheidsdienst krijg ik keurig elke maand mijn salaris overgemaakt, met elke maand ook een deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Daar doe ik de dingen mee die ik altijd doe. We lossen het huis af, doen boodschappen, ik vul mijn potjes en leg in op mijn beleggingsrekening. Maar we geven minder uit dan normaal. Geen vakanties, geen uitjes. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat die dingen even niet kunnen. We hebben wel extra uitgaven gedaan voor de inrichting van ons huis. Om beter thuis te kunnen werken en omdat we er meer tijd doorbrengen. Deels verschuiving, deels gedwongen minder uitgeven dus.

Wat wel kan is, dat er later dan verwacht een nieuwe ambtenaren-CAO wordt afgesloten. De onderhandelingen zijn in elk geval uitgesteld vanwege de corona-crisis. En dat die CAO iets kariger wordt ‘omdat het nou eenmaal economisch slecht gaat’. Dan krijg ik minder of geen salarisverhogingen. En gaat mijn koopkracht achteruit. Want de inflatie eet ook mee.

Het zou natuurlijk kunnen dat de overheidsfinanciën zo achteruit gaan dat er gekort gaat worden op het salaris van ambtenaren. In ons eigen koninkrijk gebeurt dat al, op Aruba (wat een zelfstandig land is, dit staat dus los van de situatie in Nederland). Maar dat zou ongekend zijn als het ook in Nederland zou gebeuren. Al is het ooit wel gebeurd, in de crisis van begin jaren 80. En met mijn spaarpercentage van ruim 45% moeten ze een heel eind korten voordat ik echt in de problemen kom. Het zou alleen maar betekenen dat ik minder kan sparen.

Mijn beleggingen zijn behoorlijk gedaald vanaf de piek. En ook alweer een beetje bijgetrokken. Ik verwacht dat het nog wel even onrustig zal blijven op de beurs. We overzien de economische impact van deze crisis nog niet. Dus zullen er nog wel wat schokken komen. Misschien daalt de beurs nog wel verder, procentje of 50, zou zomaar kunnen.. Dat betekent vooral dat ik goedkoper bijkoop en steeds meer aandeeltjes bezit. De wereld zal niet volledig in elkaar storten, verwacht ik. En dus trekt het wel weer een keertje bij.

De afgelopen maanden waren wel desastreus voor de dekkingsgraad van mijn pensioenfonds. En dan wordt er ook nog onderhandeld over de invulling van het pensioenakkoord, al loopt dat niet zo soepel en zijn er twijfels over de juridische haalbaarheid. Nu hebben ze nog een jaar of twintig voordat ze mij moeten gaan betalen. Dat is voldoende tijd om te herstellen, en in de tussentijd zullen er echt nog wel één of twee crises overheen gaan. En ik heb al niet zulke hoge verwachtingen van mijn pensioen. Dat is één van de redenen dat ik ooit heel hard met mijn eigen financiën aan de slag ben gegaan, juist om minder afhankelijk te worden van wat het pensioenfonds mij hopelijk ooit gaat betalen.

De laatste grote component in ons vermogen is ons huis. En er zijn zenuwen over de huizenmarkt. De stijgingen van de afgelopen jaren zijn ook bijzonder. Geldnerd en Vriendin kochten eind 2016 hun huidige appartement, en op basis van WOZ hebben we inmiddels een overwaarde van 16%. Dus we kunnen een stootje hebben als het gaat dalen. En bovendien: het wordt pas belangrijk op het moment dat je gaat verkopen. En dat zijn wij voorlopig niet van plan.

Overpeinzend

De situatie moet nog heel veel slechter worden voordat ik persoonlijk nadelen ga ondervinden van deze crisis. Risico’s zijn er wel. Voor de ontwikkeling van mijn salaris. De inflatie. De huizenmarkt. En voor de hele lange termijn de pensioenen. Maar die risico’s zijn er altijd. De voorspoedige economische ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar heeft ons misschien een beetje in slaap gesust? De onzekerheid is nu even iets groter dan ‘ie in lange tijd geweest is. Maar als individu kun je alleen maar afwachten. Je hebt nauwelijks invloed op al die grote ontwikkelingen. Ook dat is n = 1. Gelukkig zijn mijn persoonlijke financiën op orde. En hoef ik er dus niet acuut van wakker te liggen. Dat is goud waard.

Denk jij ook na over de impact van de economie op jouw persoonlijke omstandigheden?

Je kunt mijn blog volgen via Bloglovin

Geldstromen en taalpurisme

Soms, als ik iets wil overzien, dan ga ik tekenen. Zo is bijvoorbeeld mijn FIRE Calculator ontstaan, en ook de samenhang tussen mijn spreadsheets. Ook gebruik ik vaak een techniek genaamd Mindmapping om complexe dingen te ontrafelen, zowel in mijn werk als persoonlijk. Dat helpt me enorm. Het geeft overzicht en structuur, en overzicht geeft rust en ruimte om dingen op te pakken en op te lossen.

Naar aanleiding van mijn eerdere blogje over mijn aparte ‘potje’ voor het vervangen van gadgets zat ik zo eens na te denken over de verschillende geldstromen in mijn leven. Dat heb ik proberen te tekenen. En toen besefte ik onder andere dat ik veel meer gebruik maak van het potjessysteem dan ik dacht.

Trouwens even over dat ‘beseft’: heel vaak lees ik ergens ‘ik besefte mij dat’. Fout, beste mensen… Het is ‘ik realiseerde mij dat’, of het is ‘ik besefte dat’. Zich realiseren, versus beseffen. Alhoewel het schijnt dat ‘ik besef me’ in de 14e eeuw wel de norm was. Dus als je ‘ik besef me’ zegt ben je een Middeleeuwer? Ik ben in elk geval best wel een taalpurist…

Maar goed, we dwalen af. Ik heb het over mijn geldstromen en mijn potjes. Mijn tekening vind je, ietwat opgeleukt, hieronder.

Het merendeel van de stromen gebeurt middels automatische overboekingen zodra het salaris binnenkomt. Daar zitten dan nog wel twee handmatige acties achter. De eerste is het geven van de opdracht voor de extra aflossing op de hypotheek, de reguliere aflossing incasseert de hypotheekverstrekker elke maand automatisch. De tweede handeling is met het geld op de beleggingsrekening ook fondsen bijkopen, daarbij geadviseerd door de balanceertool in mijn beleggingsspreadsheet.

Ook de bijdrage aan de potjes voor de (door mij jaarlijks betaalde) zorgpremie en het voorzieningenfonds voor gadgets verlopen automatisch. Mijn reguliere contant geld buffer is vol, inclusief een apart potje voor bijzondere uitgaven die ik nog verwacht (waaronder de belastingaanslagen over mijn periode in het Verre Warme Land, ik heb nog steeds niets gehoord).

Als de buffer aangesproken zou worden dan gaat het overschot aan liquiditeit omgeleid worden naar de Contant Geld – Buffer. Net zolang tot de buffer weer ‘vol’ is.

Over de bijdrage aan de gezamenlijke huishouding heb ik recent nog geschreven. Vanuit mijn eigen inkomen beschouw ik dat als normale uitgave.

Niet meegenomen zijn het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Mijn spaarpercentage haalt nog geen 50%, terwijl in bovenstaande figuur ruim 53% naar dingen stroomt die in het spaarpercentage meegaan. Dat komt dus omdat ik van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering een groter deel uitgeef. In 2016, 2017 en 2018 was dat het geval door de aanschaf en inrichting van ons huis, en de inrichting van de tuin. Ik ben benieuwd hoe dat in 2019 zal gaan. Ik voorzie dit jaar geen grote uitgaven, in elk geval geen uitgaven waar ik geen ‘potje’ voor heb. Maar wel vakantie, daar snakken we inmiddels naar.

Eigenlijk is mijn situatie nog best wel eenvoudig. Het lijkt me een stuk ingewikkelder als je meerdere en/of niet constante inkomsten hebt, bijvoorbeeld als je ondernemer bent. Heb jij jouw geldstromen in beeld?