Blog over (financieel) bewust leven

Label: inflatie (Page 1 of 3)

FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

FIRE Calculator voor Barista FIRE

Jullie hebben er lang op moeten wachten, maar hier is dan eindelijk een nieuwe versie van de FIRE Calculator voor Loonslaven. Gebouwd omdat Geldnerd en Vriendin voor hun eigen situatie een paar scenario’s wilden testen die de oude versie nog niet aan kon. En toen ik toch bezig was, heb ik gelijk maar een aantal foutjes hersteld en functionaliteiten ingebouwd waar lezers in reacties en per e-mail om gevraagd hebben.

Barista FIRE

Eén van de varianten van financiële onafhankelijkheid is ‘Barista FIRE‘. Het komt erop neer dat je wel stopt met je klassieke baan, maar uit een parttime baan of nevenwerkzaamheden toch nog iets van inkomen haalt. Daarmee kun je een deel van jouw uitgaven betalen, en de rest haal je dan uit je vermogen. Daardoor gaat jouw vermogen ‘langer mee’, en het kan er dus voor zorgen dat je een aantal jaren eerder uit de ‘rat race’ kunt stappen. Ik heb de mogelijkheid ingebouwd om in de FIRE fase voor een zelf te bepalen periode een inkomen mee te nemen in de berekeningen. Het model gaat er wel van uit dat er over dit inkomen géén pensioen opgebouwd wordt.

Pensioen in Pijler 3

Ook zagen diverse lezers dat er nog geen mogelijkheid was om pijler 3 pensioenen mee te nemen in berekeningen. Voor loonslaven zijn dit de aanvullende pensioenen via bijvoorbeeld lijfrentes. Maar voor freelancers is pijler 3 vaak het belangrijkste onderdeel van hun pensioen, met een specifieke pensioenrekening bij bijvoorbeeld De Giro of Brand New Day. Daarom neem ik deze nu wel mee in het rekenmodel. Ik heb het niet te ingewikkeld gemaakt, want er zijn natuurlijk heel veel verschillende soorten pensioen in pijler 3. Je kunt een netto uitkeringsbedrag per jaar ingeven, met een startjaar en een looptijd. Wat dat is, dat zul je zelf moeten bepalen met jouw eigen pensioengegevens. Voorlopig kan Pijler 3 in het model pas ingaan in de pensioenfase. Je kunt in de spreadsheet dus geen pijler 3 bedragen laten uitkeren vóór je officiële pensioendatum.

Nabestaandenpensioen

Verder is de mogelijkheid ingebouwd om een nabestaandenpensioen op te nemen. Dat moet je aangeven bij de gevende partij. Dus als Persoon 1 eerder overlijdt, is Persoon 1 ook de gevende partij van het nabestaandenpensioen. Je geeft het nabestaandenpensioen van Persoon 1 dus op bij Persoon 1 en andersom. Dit verwerkt het model door het jaarlijks toe te voegen aan het vermogen van de overgebleven partner.

Herstelde fouten

Je kunt nu zowel Persoon 1 als Persoon 2 in- en uitschakelen om deze wel of niet mee te nemen in de berekeningen. Financiële meevallers worden meegerekend bij Persoon 1, alleen als die ‘uit’ staat worden ze bij Persoon 2 meegerekend. En ik heb alle formules nog eens nagelopen op foutjes in bijvoorbeeld indexeringen.

Complexiteit

Nee, met mijn FIRE Calculator kun je niet elke denkbare situatie simuleren. Dat is ook vrijwel onmogelijk, er zijn zoveel opties om je inkomen voor en na een pensioen te regelen. En mijn FIRE Calculator is ook niet bedoeld als advies-tool. Het is wel bedoeld om je te helpen nadenken over je eigen situatie en de opties die je hebt. Dat is waar de Calculator ook voor gebruikt wordt hier in Huize Geldnerd. Het model is een stuk complexer geworden sinds ik de eerste versie uitbracht. Of er nog nieuwe, nog complexere, versies volgen weet ik daarom niet zeker. Maar Vriendin herinnerde mij eraan dat ik dat bij de vorige versie ook al verzuchtte. Dus wie weet…

Je kunt de [meest recente FIRE Calculator 3.0.1 vinden op mijn Downloadpagina. Gratis, zelfs zonder e-mail adres achter te laten.

Update 8 augustus: Ik heb versie 3.0.1 online gezet. De onderstaande bugs zijn hersteld:

  • Meevallers en Tegenvallers werden per abuis niet meegerekend in de Opbouwfase.
  • Ook werd in de Opbouwfase maar de helft van het spaarpercentage gebruikt. Dat is nu opgelost. Mijn model was dus nodeloos pessimistisch…
  • Als pijler 1 eerder uitkeert dan pijler 2 dan werd de waarde van Pijler 1 in de kolom Side Hustle gezet.

Met dank aan Fire7 en Chris voor het melden van deze bugs

Denk jij na over jouw inkomen in de verschillende fasen van je leven?

Het wordt steeds kleurrijker…

n = 1 : Geldnerd en de wereldeconomie

Nog nooit eerder in de historie is het economisch klimaat zo snel omgeslagen. Binnen enkele maanden donderde de economische activiteit in elkaar. De definitie van recessie is ‘een periode van twee of meer opeenvolgende kwartalen waarin de groei van het bruto nationaal product negatief is’. Formeel zal dat dus pas na het einde van het tweede kwartaal het geval zijn. Maar we zitten er al in, daar twijfelt eigenlijk niemand meer aan.

Gedragseconomie

Geldnerd is een aanhanger van de theorie van gedragseconomie. Economie is wat wij met z’n allen samen doen, een mix van economische theorie en psychologie. Een crisis is pas echt een crisis als wij met z’n allen geloven dat het een crisis is. Dat heb ik ook gezien in de crisis van 2008 / 2009. Mede onder invloed van overheidsbezuinigingen durfden we niet meer. We stellen aankopen uit. Op mijn persoonlijke dashboard begon er dus onlangs een rood lampje te knipperen door de snelste daling ooit van het consumentenvertrouwen in Nederland.

De regering lijkt in elk geval geleerd te hebben van de vorige crisis, toen ze (naar mijn mening) de economie kapotbezuinigd hebben. We hebben zeker 90 miljard te besteden om de economie draaiend te houden, riep onze minister-president in maart. Eind april was dat geld ook daadwerkelijk toegezegd en/of besteed, en stonden de overheidsfinanciën diep in het rood met een verwacht begrotingstekort van 11,8% van het bruto binnenlands product (BBP), zo’n € 92 miljard euro. De staatsschuld loopt daarmee op tot ruim 65 procent van het BBP. Hiermee staan we er overigens nog steeds beter voor dan de meeste landen.

Wat betekent het voor mij?

Maar ik ben niet ‘de economie’. Ik ben Geldnerd. Voor mij persoonlijk telt natuurlijk alleen de impact van al deze economische ellende op mijn eigen financiële omstandigheden. n = 1 noemen we dat in de wetenschap, een steekproefgrootte van 1 persoon. De conclusies en wetmatigheden zijn ontdekt door de situatie van één persoon te onderzoeken. Zulke uitkomsten lijken onwetenschappelijk, maar zijn soms toch waardevol. In elk geval voor mijn eigen gemoedsrust. Het is anders voor jou. Als je in de horeca werkt en nu zonder inkomen zit, bijvoorbeeld. Of als je ZZP’er bent en je klus bent kwijtgeraakt.

Mijn inkomen is veiliger dan de meeste. Als loonslaaf in overheidsdienst krijg ik keurig elke maand mijn salaris overgemaakt, met elke maand ook een deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Daar doe ik de dingen mee die ik altijd doe. We lossen het huis af, doen boodschappen, ik vul mijn potjes en leg in op mijn beleggingsrekening. Maar we geven minder uit dan normaal. Geen vakanties, geen uitjes. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat die dingen even niet kunnen. We hebben wel extra uitgaven gedaan voor de inrichting van ons huis. Om beter thuis te kunnen werken en omdat we er meer tijd doorbrengen. Deels verschuiving, deels gedwongen minder uitgeven dus.

Wat wel kan is, dat er later dan verwacht een nieuwe ambtenaren-CAO wordt afgesloten. De onderhandelingen zijn in elk geval uitgesteld vanwege de corona-crisis. En dat die CAO iets kariger wordt ‘omdat het nou eenmaal economisch slecht gaat’. Dan krijg ik minder of geen salarisverhogingen. En gaat mijn koopkracht achteruit. Want de inflatie eet ook mee.

Het zou natuurlijk kunnen dat de overheidsfinanciën zo achteruit gaan dat er gekort gaat worden op het salaris van ambtenaren. In ons eigen koninkrijk gebeurt dat al, op Aruba (wat een zelfstandig land is, dit staat dus los van de situatie in Nederland). Maar dat zou ongekend zijn als het ook in Nederland zou gebeuren. Al is het ooit wel gebeurd, in de crisis van begin jaren 80. En met mijn spaarpercentage van ruim 45% moeten ze een heel eind korten voordat ik echt in de problemen kom. Het zou alleen maar betekenen dat ik minder kan sparen.

Mijn beleggingen zijn behoorlijk gedaald vanaf de piek. En ook alweer een beetje bijgetrokken. Ik verwacht dat het nog wel even onrustig zal blijven op de beurs. We overzien de economische impact van deze crisis nog niet. Dus zullen er nog wel wat schokken komen. Misschien daalt de beurs nog wel verder, procentje of 50, zou zomaar kunnen.. Dat betekent vooral dat ik goedkoper bijkoop en steeds meer aandeeltjes bezit. De wereld zal niet volledig in elkaar storten, verwacht ik. En dus trekt het wel weer een keertje bij.

De afgelopen maanden waren wel desastreus voor de dekkingsgraad van mijn pensioenfonds. En dan wordt er ook nog onderhandeld over de invulling van het pensioenakkoord, al loopt dat niet zo soepel en zijn er twijfels over de juridische haalbaarheid. Nu hebben ze nog een jaar of twintig voordat ze mij moeten gaan betalen. Dat is voldoende tijd om te herstellen, en in de tussentijd zullen er echt nog wel één of twee crises overheen gaan. En ik heb al niet zulke hoge verwachtingen van mijn pensioen. Dat is één van de redenen dat ik ooit heel hard met mijn eigen financiën aan de slag ben gegaan, juist om minder afhankelijk te worden van wat het pensioenfonds mij hopelijk ooit gaat betalen.

De laatste grote component in ons vermogen is ons huis. En er zijn zenuwen over de huizenmarkt. De stijgingen van de afgelopen jaren zijn ook bijzonder. Geldnerd en Vriendin kochten eind 2016 hun huidige appartement, en op basis van WOZ hebben we inmiddels een overwaarde van 16%. Dus we kunnen een stootje hebben als het gaat dalen. En bovendien: het wordt pas belangrijk op het moment dat je gaat verkopen. En dat zijn wij voorlopig niet van plan.

Overpeinzend

De situatie moet nog heel veel slechter worden voordat ik persoonlijk nadelen ga ondervinden van deze crisis. Risico’s zijn er wel. Voor de ontwikkeling van mijn salaris. De inflatie. De huizenmarkt. En voor de hele lange termijn de pensioenen. Maar die risico’s zijn er altijd. De voorspoedige economische ontwikkeling van de afgelopen 10 jaar heeft ons misschien een beetje in slaap gesust? De onzekerheid is nu even iets groter dan ‘ie in lange tijd geweest is. Maar als individu kun je alleen maar afwachten. Je hebt nauwelijks invloed op al die grote ontwikkelingen. Ook dat is n = 1. Gelukkig zijn mijn persoonlijke financiën op orde. En hoef ik er dus niet acuut van wakker te liggen. Dat is goud waard.

Denk jij ook na over de impact van de economie op jouw persoonlijke omstandigheden?

Je kunt mijn blog volgen via Bloglovin

Indexeren

Inmiddels drie jaar geleden, in maart 2017, ben ik begonnen met echt maandelijks een vast bedrag inleggen op mijn beleggingsrekening. Het is onderdeel van mijn ‘betaal jezelf eerst’ strategie. Op de dag dat mijn salaris binnenkomt schieten de betalingen alle kanten op. Naar de gezamenlijke huishoudrekening, voor de (extra) aflossing op onze hypotheek, naar de potjes en naar mijn beleggingsrekening. Daar gaat elke maand € 1.000 naartoe waarmee ik bijkoop. Elke maand weer. Daarvoor legde ik ook wel geld in op mijn beleggingsrekening, maar dat was meer ad-hoc.

Maar er is natuurlijk een gemeen vraatzuchtig monster dat sluipenderwijs zand in mijn geldmachine strooit. Dat monster heet inflatie. Het zorgt dat ik steeds minder kan doen met mijn geld. In het grootste deel van mijn geldmachine wordt dat vanzelf gecompenseerd. De bijdrage aan de huishouding wordt jaarlijks herijkt op basis van onze werkelijke uitgaven en onze salarissen in januari. De bijdrage aan de aflossing wordt gebaseerd op de actuele stand van onze hypotheek.

Wat niet aangepast wordt, is mijn inleg op de beleggingsrekening. Je kunt je natuurlijk afvragen hoe inflatie-gevoelig het is. Ik kan er steeds minder aandeeltjes van kopen, maar dat komt vooral ook omdat de beurs een stuk hoger staat dan drie jaar geleden. Ondanks COVID-19. Maar ik vind eigenlijk wel dat ik het bedrag moet indexeren, zeker sinds ik weet dat mijn salaris de inflatie wel ongeveer bijgehouden heeft.

Ik heb dus bij mijn vrienden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekeken naar de inflatie over de afgelopen jaren. Als uitgangspunt heb ik genomen de prijsverandering in december van elk jaar ten opzichte van een jaar geleden. Dat leidt tot onderstaand resultaat.

JaarInflatie december 12-maandsBedrag
Start€ 1.000,00
20171,3%€ 1.013,00
20182,0%€ 1.033,26
20192,7%€ 1.061,158

Vanaf deze maand maak ik dus elke keer € 1.065 over naar mijn beleggingsrekening, de eerste keer was afgelopen week. En daar ga ik gewoon mee door, Corona-virus of niet. Geen € 1.061,16. Want ik houd nu eenmaal van afgeronde bedragen. Op jaarbasis is het toch weer € 780 dat ik extra voor mijzelf aan het werk zet. En ik heb de indexering van dit bedrag nu ook opgenomen in mijn eindejaarschecklist.

Indexeer jij de bedragen die je voor jezelf aan het werk zet?

Onze inkomens staan al 10 jaar stil!

Toch bijzonder. Ik zou minder gaan bloggen, en toch staan er deze week weer twee blogjes klaar. Het verschil is dat het nu niet meer ‘moet’, zullen we maar zeggen… En soms komen er nieuwsberichten langs die om een reactie vragen.

Zo meldden diverse media afgelopen week dat het inkomen van de meeste werkende mensen tussen 2007 en 2017 nagenoeg gelijk gebleven is. De aanleiding was een mooi persbericht van het CBS, waarin je ook nog kon lezen dat het mediane persoonlijke inkomen van werkenden het hoogst is in Rozendaal (Gelderland), gevolgd door Bloemendaal, en het laagst was in de waddengemeenten Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland.

Bij dit soort berichten vraag ik me altijd meteen af hoe het met mijn eigen situatie zit. En dan ben ik blij dat ik al meer dan 15 jaar alles nauwkeurig bijhoud. Want na slechts een half uurtje klooien met Excel heb ik weer een stukje inzicht om met jullie te delen.

De basis is een spreadsheet die ik ooit eens gemaakt heb met mijn verhouding bruto / netto salaris sinds 2008. Daar zit een gat in van 2014 tot 2016, en dat heeft uiteraard te maken met ons verblijf in het Verre Warme Land. Het groene vlak is mijn netto-salaris, het bedrag dat maandelijks op mijn bankrekening wordt gestort. Het oranje vlak is de loonheffing, en licht-oranje mijn pensioenpremie. Die drie componenten samen vormen mijn bruto salaris. Voordat jullie trouwens gaan speculeren, om verwarring te zaaien hebben de horizontale aslijnen niet € 1.000 als eenheid.

Maar we focussen even op mijn netto-salaris, het groene vlak. Wat ik ook heb gedaan is het salaris van 2008 op 100% gesteld, en jaarlijks gecorrigeerd voor de inflatie. Dat is de rode lijn.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Mijn groene vlak ligt begin 2019 behoorlijk hoger dan de rode lijn, ongeveer 14%. Maar… In die periode heb ik twee keer promotie gemaakt, er ‘een schaaltje bijgekregen’ zoals dat in overheidsland zo mooi heet. Als ik terugdenk aan mijn werk destijds, en ik denk aan mijn werk nu, dan is dat qua verantwoordelijkheid wel een wereld van verschil. Van inhoudelijke financial naar manager van een grote afdeling.

Ik heb dus ook nog even gekeken hoe het geweest zou zijn als ik zou zijn blijven ‘hangen’ op de salarisschaal die ik had op 1 januari 2008. En dat geeft een ander beeld. Dan zou ik nu, na inflatiecorrectie, netto 0,4% meer verdiend hebben dan in 2008, iets meer dan een tientje erbij. Dat lijkt dus inderdaad het beeld te bevestigen dat het CBS schetst. We gaan er als werkenden nauwelijks op vooruit.

En tsja, uit het onderzoek van het CBS blijkt ook dat je het rond je veertigste wel ‘gemaakt’ moet hebben als werkende, want daarna ben je over je top qua inkomen. Dat vind ik dan ook nog wel weer schokkend. Want de huidige veertigers moeten nog bijna 30 jaar werken. Tenzij ze werken aan hun financiële onafhankelijkheid, uiteraard.

Tegelijkertijd was er afgelopen dinsdag het bericht dat de inkomens van huishoudens de sterkste groei sinds 2001 laten zien. Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens is (volgens datzelfde CBS) vorig jaar gegroeid met 2,6 procent. Dat heb ik uiteraard ook nog even gecheckt, en dat haal ik niet. Mijn netto inkomen was in 2018 ‘slechts’ 2,2% hoger dan in 2017.

Hoe heeft jouw inkomen zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?

« Older posts

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑