Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?

Wat te doen met spaargeld?

Onlangs schreef ik over de lage rente op spaargeld, en het feit dat de grens steeds lager wordt waarboven je zelfs rente moet betalen om je spaargeld bij een bank te stallen. Iets wat iedereen met spaargeld ziet gebeuren. Ik heb zelfs getwijfeld of ik de blog wel moest plaatsen, want het voelde toch een beetje als het intrappen van een wijd openstaande deur. Maar toch kreeg ik de nodige verhalen en anekdotes en vragen binnen naar aanleiding van deze blog. Veel gestelde vraag is of ik nog tips heb om spaargeld te beheren zodat het toch rendeert en je er bij kunt.

Het antwoord is: Nee. Die tips heb ik niet. En volgens mij kan het op dit moment ook gewoonweg niet.

Vroeger hadden financiële partijen ons hard nodig. Ze betaalden een riante rente, maar altijd minder dan ze zouden moeten betalen als ze het geld op de kapitaalmarkt haalden. Dat geld leenden ze tegen hogere rente uit aan bedrijven, of staken ze in hypotheken waar wij dan ook weer een hogere rente voor betaalden. Het verschil was voor hun eigen kosten winst en bonussen. Maar sinds een aantal jaren krijgen de banken het geld gratis van de Europese Centrale Bank. En hebben ze ons dus niet meer nodig. Sterker nog, geld dat ze niet uit kunnen lenen moeten ze stallen bij de centrale bank. En daar moeten ze voor betalen. Dus hebben ze ons geld liever niet.

De spaarrente is overal extreem laag, zeker op vrij opneembare rekeningen zonder beperkende voorwaarden. Sommige mensen zie ik dan nog wel ‘klooien’ met depositoladders. Daarbij deel je je spaargeld bijvoorbeeld door 5 en leg je elke 3 maanden dat eenvijfde deel in op een deposito van een jaar. Het vijfde deel laat je op een spaarrekening staan. Op die manier heb je altijd eenvijfde beschikbaar en elke 3 maanden een groter bedrag als het nodig is, en vang je iets meer rente. Maar ook op deposito’s is de rente niet om over naar huis te schrijven. Veel werk voor weinig rendement dus.

Misschien is het beter om je eens af te vragen waar je zoveel contant geld voor aanhoudt? Ik snap dat ondernemers (vooral kleine zelfstandigen) een buffer van een jaartje willen hebben voor tijden van lagere of ontbrekende omzet. Ik snap het ook als mensen verwachten binnen afzienbare tijd een grote uitgave te doen, zoals de aankoop van een auto of een huis of een grote verbouwing. Maar buiten dat? De gemiddelde loonslaaf in Nederland houdt volgens mij vooral contant geld aan uit angst en onzekerheid. En daar kun je ook andere dingen mee doen, zoals De Budgetman onlangs schreef.

Zelf heb ik jaren geleden al de keus gemaakt om minder contant geld aan te houden. Dat is ook bij mij een langdurig proces geweest. Ik moest eerst echt het gevoel hebben dat ik mijn inkomsten en uitgaven goed in beeld had. Dat er geen grote verrassingen op zouden kunnen treden. Daarna ben ik stapsgewijs geld in de andere twee pijlers van mijn vermogen gaan steken. Het huis (middels de extra aflossingen) en mijn beleggingsportefeuille. Daarbij let ik wel op de verhoudingen, ik wil niet meer dan de helft van mijn vermogen in stenen hebben zitten. Dat is geen exacte wetenschap, dat is gewoon iets waar ik me veilig bij voel.

Terugkijkend ben ik erg blij met mijn keuze om het spaargeld af te bouwen, al had ik destijds ook niet kunnen voorzien dat de rente zo langdurig zo laag zou worden. Ik heb zelf nog 4 maanden aan leefgeld, plus de inhoud van mijn potjes, op een spaarrekening staan. Bij elkaar iets van € 15.000. Ik hoop niet dat de banken de grens voor negatieve rente zo diep laten zakken.

Ja, ik accepteer noodgedwongen dat ik op dat spaargeld geen rendement maak. Het kost geld. Om de koopkracht bij te houden zou de rente in elk geval de inflatie en de vermogensrendementsheffing moeten afdekken. Dat doet het natuurlijk bij lange na niet met een rente van 0,01%.

En bij grote verrassingen? Dan verkoop ik desnoods een stukje van mijn beleggingen. Ik beleg al zo lang dat ik dat nauwelijks merk in het rendement. En dan heb ik het geld ook binnen twee werkdagen op mijn lopende rekening beschikbaar. Snel genoeg voor vrijwel elke noodsituatie.

Hoe kijk jij naar jouw spaargeld?

Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

FIRE Calculator 4.1 – Nabestaandenpensioen

Mijn FIRE Calculator blijft een populair ding. Inmiddels is deze al meer dan 10.000 keer gedownload. Regelmatig krijg ik reacties en vragen over het rekenmodel. En dat leidt dan af en toe tot een nieuwe of verbeterde versie. Ook nu weer.

Nabestaandenpensioen

Ik kreeg namelijk een vraag over de wijze waarop het rekenmodel omging met het nabestaandenpensioen. Van een lezer die zelf nabestaandenpensioen ontvangt. Echter, in de situatie van de lezer werd het bedrag dat wordt ingevuld niet meegenomen in het tabblad Data.

Deze vraag over het nabestaandenpensioen wees mij op een denkfout die ik gemaakt heb in mijn model. Ik heb (teveel) geredeneerd vanuit mijn eigen situatie, met een levende partner. Het model werkte dus alleen in een situatie dat er twee partners zijn. Na het overlijden van de een wordt diens nabestaandenpensioen opgeteld bij het inkomen van de overlevende partner. Dat werkt als je het model met z’n tweetjes invult. Maar niet als de ene partner al overleden is en er dus alleen een nabestaandenpensioen-ontvangende partner is.

Daar heb ik de FIRE Calculator dus op aangepast. Het model rekent nu met een te ontvangen nabestaandenpensioen per persoon. In een rekensituatie met twee personen begint dat als een van de twee personen overlijdt. Als je de berekening uitvoert met één persoon dan kijkt het model naar het startjaar bij het nabestaandenpensioen. Is dat veld leeg, dan ontvang je het nabestaandenpensioen gedurende de hele rekentijd van het model. Vul je daar een jaartal in, dan ontvang je dat nabestaandenpensioen vanaf dat startjaar. Het nabestaandenpensioen is nu ook zichtbaar in een aparte kolom op het werkblad data.

Praat Nederlands met me…

Verder kreeg ik de vraag hoe de Engelse termen in het tabblad Data gewijzigd kunnen worden naar Nederlandse termen. Wanneer er nieuwe gegevens zijn ingevoerd en een herberekening wordt gemaakt, dan worden de Nederlandse begrippen die gebruikers hebben ingevoerd overschreven door de oorspronkelijke Engelse termen. Veel mensen zijn niet zo thuis in die Engelse termen en houden het daarom liever op het Nederlands.

Het werkblad Data wordt inderdaad elke keer bij herberekening volledig gewist en opnieuw opgebouwd. Inclusief de kopjes. Die zitten dus ‘ingebakken’ in de programmatuur. Het is een beetje een ‘tic’ van mij om altijd Engelstalig te programmeren. Maar ik heb de programmatuur zo aangepast dat er nu alleen nog Nederlandse termen gebruikt worden op het werkblad Data en in de Grafiek. Het was natuurlijk ook een beetje onzinnig om Engelse termen te gebruiken voor een FIRE model dat helemaal op de Nederlandse pensioen- en vermogenssituatie is ingericht…

Ook nog een aanpassing op het grafiekenblad. Want de legenda van de grafiek werd wel erg vol. Dus krijg je nu alleen de componenten te zien van de perso(o)n(en) die je aanvinkt.

Het rekenmodel

Op verzoek verschijnt er volgende week een uitgebreide blogpost over het rekenmodel achter de FIRE Calculator. Hierin komt een beschrijving van alle aannames en berekeningen die ik maak in de spreadsheet. Het is geen hogere wiskunde of magie, iedereen die tot tien kan tellen kan dit maken voor zijn of haar eigen situatie.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Voor meer informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. In versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4.0 kreeg meer opties voor handmatige aanpassingen.

Spaargeld kost geld

Oudere mensen (zoals Geldnerd) weten het nog goed. Vroeger, heel lang geleden, kreeg je gratis geld als je jouw geld een tijdje op een spaarrekening bij een bank zette. Best veel ook. Geldnerd heeft nog afschriften van de Rabobank in zijn administratie die teruggaan tot 2004. Destijds kreeg je zelfs daar 2,5% rente. In 2008 was dat zelfs 2,8%. En de Rabobank was ook toen al niet de grootste betaler van rente. In die periode was er ook een IJslandse bank actief in Nederland, IceSave, die 5,0% rente betaalde. Dat ging alleen niet helemaal goed…. Maar zelfs in 2011 sloot Geldnerd nog ergens een deposito met een looptijd van 12 maanden af tegen 3,25% rente.

Hoe anders is de situatie nu. In de naweeën van de financiële crisis is de rente alleen maar naar beneden geduikeld. Naar nul. Of, om precies te zijn, 0,01% sinds november 2019 op mijn kleine bufferspaarrekening bij de Rabobank, en inmiddels nog maar 0,03% sinds februari 2021 op mijn grote bufferspaarrekening bij Nationale Nederlanden. Een gestage vrije val. Op het moment dat ik dit schrijf is de hoogste rente die je op een vrij opneembare spaarrekening bij een Nederlandse bank kunt krijgen nog 0,1%. Dat betekent dat je € 1 rente krijgt op elke € 1.000 die je een jaar op die spaarrekening zet.

Het afgelopen jaar is daar een andere trend bijgekomen. Negatieve rente voor grote bedragen op een spaarrekening. Alleen worden die grote bedragen steeds kleiner. Onlangs sloot ook de Rabobank zich aan bij de groeiende groep banken waar je moet betalen om te kunnen sparen zodra je meer dan een ton (€ 100.000) op je spaarrekening hebt staan. En eerder deze week meldde Nationale Nederlanden mij dat de rente tot een saldo van € 100.000 weliswaar voorlopig op 0,03% blijft staan, maar dat er boven een saldo van € 100.000 geen rente meer wordt betaald en dat zij vanaf een saldo van € 250.000 ook een negatieve rente van -0,5% gaan rekenen.

De banken mompelen iets over dat we (in elk geval de ‘we’ met een bovengemiddeld inkomen) veel meer sparen dan ‘normaal’ vanwege corona, en dat ze het allemaal niet weggezet krijgen in hypotheken en leningen aan anderen, en het dus moeten stallen bij de Europese Centrale Bank die er 0,5% rente voor rekent. Maar lastig vinden ze het wel, want iedereen vindt eigenlijk dat sparen moet lonen. ING verwijst spaarders zelfs door naar andere banken. Sparen is goed, maar liever niet bij ons. En niet alleen geld lenen kost tegenwoordig geld, ook geld sparen. Want door de inflatie wordt de koopkracht van je spaargeld vanzelf minder. Overigens heeft het Centraal Planbureau (CPB) eerder deze week de politiek opgeroepen om te zorgen voor meer keuzeruimte bij vermogensopbouw en versoepeling van eisen en regels rond hypotheken en pensioenen.

Wat verwacht Geldnerd?

Zelf verwacht ik nog steeds dat de lage rente nog wel eventjes aan zal houden. Landen en bedrijven lenen zich een weg door de huidige crisis heen, en hebben er dus belang bij dat de rente laag is. Centrale Banken faciliteren dat graag vanuit hun ‘onafhankelijke rol en positie’. En wij, particulieren, zijn geen factor van betekenis in dat spel. In geen enkel spel trouwens. Voor je kijken, doorwerken, doorlopen en doorconsumeren. En niet vergeten onderweg belasting te betalen… Ik ben wel benieuwd of de banken de grens van negatieve rente nog verder durven laten zakken. Allemaal benadrukken ze dat momenteel minder dan 10% van hun klanten geraakt wordt door de negatieve rente. Hoe gaat het met het sentiment als de helft van de Nederlanders met negatieve rente te maken krijgt?

Voor de meeste mensen is € 100.000 nog heel veel geld. De gemiddelde Nederlander heeft het niet op zijn of haar bankrekening staan. Geldnerd zeker ook niet. Ik houd een minimale reserve aan spaargeld aan, vier maanden leefgeld en mijn reserveringen. De rest van mijn vermogen zit in het huis (in de vorm van aflossingen op de hypotheek en het eigen geld dat we ingebracht hebben bij aankoop) en in mijn beleggingsportefeuille. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 bestond slechts 5,6% van mijn vermogen uit contant geld op mijn spaarrekeningen.

Wat doet Geldnerd?

Minder contant geld vind ik in mijn situatie niet echt een optie. En ik ben ook niet van plan om het van mijn rekeningen te halen en thuis in een oude sok of onder een matras te verbergen. Toch vind ik die nul-grens psychologisch wel belangrijk. Ik ben niet van plan om (nog meer) te gaan betalen voor mijn geld.

Idealiter houd ik wel de huidige scheiding tussen mijn betaalrekening/kleine buffer en grote buffer. Door het bij een andere bank in Nederland te stallen kan het wel altijd binnen één werkdag beschikbaar zijn op mijn betaalrekening. Maar het staat ver genoeg weg om niet te makkelijk uitgegeven te worden. Een rente van nul (0,0%) vind ik inmiddels acceptabel onvermijdelijk. Bij een negatieve rente zal ik wel op zoek gaan naar een andere plek om mijn geld te parkeren. Al lijkt het er wel op dat dat steeds moeilijker gaat worden.

Hoeveel kost jouw geld?