Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Tag: inflatie

FIRE Calculator versie 1.1

Met dank aan lezer/reageerder Sam een nieuwe versie van de FIRE Calculator. Hierin zijn twee bugs opgelost, die optraden als je AOW-datum eerder ligt dan je pensioendatum.

Aan het begin van de FIRE Calculator macro heb ik Pillar1 en Pillar2 verwisseld, waardoor hij de AOW-datum gebruikte voor het pensioen en andersom. En de tweede bug was dat, als je eerder AOW ontvangt dan pensioen, de AOW niet afgetrokken werd van het totale bedrag dat je nodig hebt om van te leven. Vandaar de vreemde ‘piek’ in die jaren. Download hier een versie waarin deze bugs zijn opgelost.. De links op de Downloads-pagina en in de vorige blogpost zijn ook aangepast.

Rekenmodel FIRE met pensioen voor loonslaven

De meeste modellen voor FIRE die ik op internet tegenkom, zijn gebaseerd op de Amerikaanse situatie. Een belangrijk verschil tussen de Verenigde Staten en Nederland is de pensioenvoorziening. De Amerikanen bouwen (vrijwillig) persoonlijke pensioenpotten op via bijvoorbeeld de systematiek van 401(k). Dat is een van de redenen waarom je op veel Amerikaanse blogs van die enorm hoge eigen vermogens langs ziet komen, want de waarde van die potjes tel je natuurlijk gewoon mee.

In Nederland hebben we (nog) geen persoonlijke pensioenpotten. Die zijn in de huidige discussie over de pensioenhervorming ook erg omstreden. We vinden in Nederland de collectiviteit, het samen delen van de risico’s zodat iedereen een min of meer gelijke kans heeft op een redelijk pensioen, erg belangrijk. En wij loonslaven (voor ondernemers is het meestal anders) hebben meestal niet een vaststaande pot met geld voor ons pensioen, maar wel de zekerheid van een uitkering van onze pensioendatum tot aan de dood. De hoogte van deze uitkering (en of deze al dan niet geïndexeerd wordt voor inflatie) is dan weer onzeker.

Dat maakt de financiële kant van de FIRE-discussie dan weer wat ingewikkelder voor ons, de loonslaven. Daar heb ik eerder over geschreven, en ook onderstaande grafiek gemaakt. Uitgaande van een bepaalde (onzekere) AOW en pensioenuitkering vanaf een onzekere pensioendatum, heb je vanaf dat moment je vermogen alleen nog nodig als je met AOW en pensioen tekort komt om in je levensonderhoud te voorzien. De rest van je vermogen kun je inzetten om het gat tussen de officiële pensioendatum van jouw pensioenfonds(en), en de datum waarop je stopt met werken, te overbruggen.

Ik ben al een tijdje aan het ‘klooien’ om hier een rekenmodel voor te ontwikkelen. Dat valt nog niet mee, omdat er veel aannames en onzekerheden in zitten. Onlangs had ik hier een interessante mailwisseling over met lezer Sam. En hierbij dus mijn eerste poging. Ik reken op een storm van kritiek, opmerkingen en aanvullingen, zodat ik dit model verder kan verbeteren. Voordat je verder leest even een waarschuwing: hier deel ik weer een nerdy spreadsheet (zoals The Transoceanic Teller  zo mooi omschreef in zijn blogroll).

Vooraf: het is een eenvoudig model. Het houdt bijvoorbeeld nog geen rekening met partners, het is een individueel model. Ook houdt het geen rekening met derde-pijler pensioenen. De uitdaging voor mij zat ondermeer in het programmeren van de grafiek. Die heeft meerdere series, en combineert meerdere types (lijnen en kolommen) in één grafiek. Dat gaat me goed van pas komen als ik binnenkort verder werk aan mijn Dashboard.

Het model redeneert vanuit een huidig jaar, en wil uiteraard ook weten wat je huidige vermogen is. Andere relevante factoren in het model zijn ondermeer de verwachte gemiddelde jaarlijkse inflatie. De afgelopen 25 jaar was dat ongeveer 2,2% per jaar. Verder het verwachte gemiddelde rendement op je vermogen, daar ga ik uit van 6,0% per jaar. En het AOW-bedrag dat je jaarlijks verwacht te ontvangen. Daar gaat mijn model uit van het standaardbedrag, anders wordt het wel erg ingewikkeld. Ook geef je de datum in waarop je pensioen en AOW uitbetaald gaan worden. Uiteraard kun je al die variabelen zelf naar hartenlust aanpassen.

Apart instelbaar is de verwachte jaarlijkse indexering van de AOW en het pensioen. Op basis van de ervaringen van de afgelopen 10 jaar ga ik in mijn model maar niet uit van een indexering met hetzelfde percentage als de gemiddelde inflatie. Ik ga maar even uit van een kwart, maar uiteraard is ook dat in te stellen.

Ook gebruikt het model je huidige netto jaarinkomen, en ook moet je een verwacht gemiddeld spaarpercentage opgeven. Want zolang je nog werkt kan het vermogen harder groeien dan alleen door het rendement… Heel optimistisch kun je ook een percentage ingeven voor de verwachte jaarlijkse stijging van je salaris, voor zolang je nog werkt.

Daarna wordt het al iets ingewikkelder. Ieder Uniform Pensioen Overzicht (UPO) geeft aan hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd als je nu zou stoppen met werken. Dat is een belangrijk getal. Dat kun je ingeven, met het specifieke jaar dat dat bereikt is. En ook heeft het model jouw meest recente A-factor nodig. Ook die staan ieder jaar in jouw UPO. Daarmee kan het rekenmodel een gooi doen naar het pensioen dat je nog op gaat bouwen totdat je stopt met werken.

Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie.

Je moet ook ingeven in welk jaar je wenst te stoppen met werken. En hoeveel geld je jaarlijks nodig denkt te hebben nadat je stopt met werken. Dat doe je in Euro’s van vandaag. Met behulp van de inflatie rekent het model zelf uit hoeveel Euro je dan jaarlijks nodig hebt vanaf het jaar dat je daadwerkelijk stopt. En tenslotte werk ik met een levensverwachting.

Levensfasen

Het model kent eigenlijk drie fasen in jouw financiële leven:

  1. De opbouwfase. Dit is de fase waarin je werkt, en inkomen hebt, en een deel daarvan overhoudt en toevoegt aan je vermogen. Ook bouw je in deze periode pensioen op.
  2. De op-eet fase. Dit is de fase waarin je gestopt bent met werken, maar nog geen AOW en pensioen ontvangt. Je leeft dus volledig van je opgebouwde vermogen.
  3. De pensioenfase. Die start in het jaar dat AOW en pensioen voor het eerst uitbetaald worden. Vanaf dat moment leef je van pensioen en AOW, aangevuld met de rest van je vermogen.

Het model gaat er van uit dat je niet de behoefte hebt om vermogen over te houden. Slecht nieuws dus voor je potentiële erfgenamen. En het model gaat er ook van uit dat je blijft beleggen.

Opbouwfase

Het ligt voor de hand, in deze periode kijkt het model vooral naar je vermogensopbouw. Wat blijft er over als spaarpercentage, en hoe rendeert dat. Daarbij wordt de salarisstijging meegenomen. Het model gaat er hierbij van uit dat de inflatie al meegenomen is in het verwachte jaarlijkse rendement.

Op-eet Fase

Je hebt geen inkomen meer, want je bent gestopt met werken. Je pensioenopbouw is gestopt, die groeit dus alleen nog maar met de verwachte jaarlijkse indexering. Je leeft dus van je vermogen. Op basis van het bedrag dat je nu denkt jaarlijks nodig te hebben, aangepast met de jaarlijkse inflatie. Ieder jaar heb je dus een beetje meer nodig om van te leven.

Je vermogen blijf je wel actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.

Pensioenfase

Je inkomenssituatie verandert op het moment dat je AOW en pensioen uitbetaald gaan worden. Beide zijn in het model gegroeid met de verwachte jaarlijkse indexering. Ze kunnen overigens verschillende startdatum hebben.

Het bedrag dat je jaarlijks nodig denkt te hebben blijft hetzelfde als in de Op-eet Fase, en groeit jaarlijks met de inflatie. Waarschijnlijk worden deze deels gedekt met AOW en Pensioen. Het restant moet je ook weer aanvullen met vermogen. Je vermogen blijf je actief inzetten, op het deel dat je elk jaar overhoudt maak je dus nog steeds je jaarlijkse rendement.

Hoe werkt het?

Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop FIRE Calculator, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het Dashboard.

Met de knop Clean Up wordt het werkblad Data leeggemaakt, en de grafiek weer verwijderd. Het is aan te raden dat steeds te doen na het aanpassen van één of meer parameters, voordat je opnieuw op FIRE Calculator drukt.

Op het werkblad Data staan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf. Pillar 1 is de AOW, Pillar 2 je opgebouwde pensioen. Met Pillar 3 wordt (nog) geen rekening gehouden, en Pillar 4 is de aanvulling die je uit je vermogen haalt. De kolom Withdrawal is het bedrag dat je jaarlijks nodig hebt om van te leven, aangepast voor de inflatie. Aan de rechterkant kun je zien wanneer de verschillende fasen beginnen (Opbouwen, Opeten, en Pensioen).

Grafiek

De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op.

Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is je hele inkomen in de Op-eet Fase, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de Pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Ik zei het al eerder: Veel variabelen en veel aannames. Dat betekent veel onzekerheden. Een model is altijd een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De uitkomst is dus een indicatie. Geen zekerheid, geen garantie. Maar het geeft veel stof om over na te denken. hoeveel geld heb je echt nodig in de verschillende fasen van je financiële leven? Welk rendement verwacht je? Wat doet de inflatie, en de belastingen? Worden je pensioen en je AOW geïndexeerd? Hoe ontwikkelt je salaris zich? En wat gebeurt er met je FIRE datum in die verschillende scenario’s?

Download hier de spreadsheet. Ik zal ‘m dit weekend ook op mijn downloadpagina zetten.

Het model bevestigt mijn eerdere eigen berekeningen, maar mijn FIRE datum houd ik lekker geheim. Wat is jouw FIRE datum?

Wanneer Financieel Onafhankelijk?

Soms zijn de verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten niet zo heel groot. Denk ik als ik naar foto’s van de heren Geert Wilders en Donald Trump kijk. En soms zijn de verschillen ook levensgroot.

Recent bekende Cheesy Finance dat hij zichzelf soms als loser beschouwt. Een van de redenen hiervoor was de soms enorme bedragen aan ‘net worth’ die je voorbij ziet komen op vooral Amerikaanse personal finance en FIRE blogs. Ik heb toen opgemerkt dat dit ook komt omdat de Amerikanen meestal hun pensioenvermogen meerekenen. Zij hebben IRA’s en 401k’s en andere persoonlijke pensioeninstrumenten. In Nederland hebben we ons collectieve stelsel. En geen eigen potjes.

Toch bedacht ik naar aanleiding van de discussie bij Cheesy Finance dat ik ook nu mijn verwachte pensioen wel degelijk mee kan en moet nemen in mijn berekeningen voor het bereiken van Financiële Onafhankelijkheid.

Jaarlijks krijg ik een keurig Uniform Pensioenoverzicht van mijn pensioenfonds. Dit bevat een schat aan informatie. Ik kijk meestal eerst naar het verwachte jaarlijkse bedrag dat ik kan bereiken als ik tot aan mijn officiële pensioendatum loonslaaf blijf. Maar het belangrijkste getal op dit overzicht blijft voor mij de A-factor. En daaraan gekoppeld het bedrag dat ik vanaf mijn pensioendatum zou krijgen als ik nu per direct zou stoppen met werken.

Want feitelijk gaat totale Financiële Onafhankelijkheid voor mij om het volgende: Inkomenszekerheid zonder daarvoor mijn levensuren te hoeven verkopen. Inkomen bestaat in mijn beeld voor de rest van mijn leven uit drie categorieën:

  1. Inkomen uit werk
  2. Inkomen uit vermogen
  3. Inkomen uit pensioen

Deze drie categorieën moeten samen opleveren het Gewenst Inkomen X. Hiervoor ga ik op dit moment uit van € 30.000 netto per jaar in hedendaagse koopkracht (jaarlijks te indexeren met de inflatie). Financiële Onafhankelijkheid heb ik bereikt als ik zonder inkomen uit werk (of ondernemerschap wat minstens net zoveel uren zou vergen) toch het Gewenste Inkomen kan bereiken.

Dit verklaart ook waarom er nog geen Geldnerd Index is (zoals er wel een Amber Index en een Cheesy Index zijn, die ik beide fanatiek volg). Mijn model laat zich nog niet echt vertalen in één bedrag dat ik moet bereiken. Daarvoor zitten er teveel variabelen in: de inflatie, het reeds opgebouwde pensioen, belastingmaatregelen, en uiteraard mijn spaarpercentage en het verwachte rendement op mijn eigen vermogen. Ik weet dat ik een aantal jaren eerder kan stoppen met werken, maar hoeveel…?

Hoe meet jij jouw financiële onafhankelijkheid?

Liegen met statistieken?

Het is altijd goed opletten als er persberichten uitkomen met juichende cijfers. Want er zijn weinig manieren om te liegen en bedriegen die zo gemakkelijk zijn als met cijfers. Die klinken namelijk heel precies, maar als je niet goed weet wat er precies achter zit kun je behoorlijk misleid worden. Of dat nu ook weer gebeurt, weet ik niet. Maar ik heb er wel vragen bij. Want juichende cijfers in verkiezingstijd komen meestal niet zomaar.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren dit nieuwsbericht las: de sterkste stijging van de omzet van de detailhandel in 8 jaar. Gebaseerd op dit persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het klinkt natuurlijk prima vanuit het perspectief van economisch welvaren. Over heel 2016 was de omzetgroei van de detailhandel 1,9 procent. Dat is de hoogste omzetgroei in 8 jaar. Maar als je goed leest zie je ook wat anders. In december 2016 heeft de detailhandel 2,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder. Het volume van de verkopen was 1,1 procent hoger. Dat is al een stuk minder. Het verschil heet natuurlijk voor een groot deel inflatie, waarvan datzelfde CBS afgelopen week meldde dat die over 2016 1,0% bedroeg en in januari 2017 stevig gestegen is.

Eén procent méér consumeren in volume is natuurlijk nog steeds consumeren en niet consuminderen. De bevolking van Nederland groeide in 2016 met ongeveer 111.000 personen naar bijna 17,1 miljoen mensen, lees ik hier. Dat is een groei van 0,65%, dus per persoon hebben we dan nog steeds iets meer geconsumeerd dan in 2015.

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) bedroeg het netto modaal maandinkomen in 2016 ongeveer € 2.021. In 2015 was dat ongeveer € 2.024. En toch consumeerden we meer. Dan snap je weer wat beter waarom de bedragen die we gemiddeld gespaard hebben wat tegenvielen.

Ben ik nou gek of…?

Vermogensrendementsheffing

201607 Blauwe EnvelopGisteren schreef Geld Is Tijd (GIT) over de vermogensrendementsheffing. Is die eerlijk, vroeg GIT zich af? Een goede blogpost, zondermeer, maar ik ben het toch niet met de stelling eens. Maar waarom, daar moest ik even goed over nadenken.

Geld Is Tijd schrijft “Economisch gezien is het slimmer om belasting te heffen op vermogen dan op arbeid: belasting op vermogen stimuleert om het geld niet op te potten maar om in de economie te stoppen; belasting op arbeid stimuleert om juist minder te gaan werken”.

Wat ik in die redenering mis is het onderscheid tussen particulieren en bedrijven. De redenering gaat wat mij betreft op voor bedrijven. Die wil je stimuleren om het geld te investeren. Maar geldt dat ook voor particulieren?

Bij particulieren geldt volgens mij een andere redenering. Want de overheid wil tegenwoordig juist dat we beter voor onze eigen financiële toekomst zorgen. Dan moet je ook de gelegenheid geven om fiscaal vriendelijk (pensioen)vermogen op te bouwen. De afgelopen jaren zien we juist dat de mogelijkheden daarvoor stuk voor stuk weggenomen worden (ik heb daar eerder over geschreven).

Geld Is Tijd noemt het sociaal gezien ook eerlijker om belasting op vermogen te heffen, omdat vermogens in Nederland veel slechter verdeeld zijn dan inkomens. Op basis van de statistieken vind ik dat wel meevallen, de vraag is of de ongelijkheid zo groot is dat het rechtvaardigt dat je gewenst gedrag (vermogen opbouwen) gaat ontmoedigen om een mogelijk ongewenst effect (kleine groep zeer vermogenden) te ‘bestrijden’. Dan zou een iets meer gedifferentieerd model van vermogensbelasting beter werken. Nu is het ‘iedereen boven de minimumgrens 1,2%’, en dat is wel erg plat.

Waarom bouwen mensen vermogen op? Een kleine groep doet dat om snel financieel onafhankelijk te worden. Maar meestal sparen mensen voor heel andere dingen: aanvulling op een (steeds soberder en onzekerder) pensioen, of voor straks studerende kinderen, of voor andere uitgaven op lange termijn, zoals verwachte hoge zorgkosten of wellicht andere dingen zoals een wereldreis, of het helpen van kinderen met financiële problemen. Als je ondernemer bent, is je vermogen vaak zelfs de enige vorm van pensioen. Dan heb je als overheid ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat mensen hun vermogen op zijn minst in stand kunnen houden, en kunnen laten groeien met minimaal de inflatie.

De overheid geeft met de huidige vermogensrendementsheffing, en met de beperkte mogelijkheden voor fiscaal vriendelijk vermogen opbouwen, dus een dubbele boodschap. Dat vind ik niet verstandig. Principiëler is voor mij toch het punt van dubbele belasting. Over mijn vermogen heb ik al inkomstenbelasting betaald. En dan ieder jaar nog weer die vermogensrendementsheffing. Dat vind ik echt onjuist. Van mij mogen we weer naar een systeem waarbij ik belasting betaal over de inkomsten die ik haal uit mijn vermogen. Op basis van echt rendement dus.

In 2011 bedroeg de opbrengst van de vermogensrendementsheffing slechts € 3,67 miljard (zie hier). Wat het nu precies is weet ik niet, maar volgens dit artikel omstreeks € 4 miljard. De verwachte uitgaven van de Rijksoverheid in 2017 bedragen € 264,4 miljard, lees ik in de Miljoenennota. De opbrengst is dus 1,5% van de Rijksoverheidsuitgaven. Ik ga de komende periode maar eens in de verkiezingsprogramma’s kijken of de diverse partijen hier nog creatieve ideeën voor hebben.

Wat is jouw mening over de vermogensrendementsheffing?

Armer dan mijn ouders

Mijn recente blog ‘De onmacht van de middenklasse‘ riep meer reacties op dan ik verwacht had. Een lezer attendeerde mij op een artikel in de De Groene Amsterdammer. Dat is geschreven naar aanleiding van een rapport van McKinsey.

Het lijkt er steeds meer op dat er een trendbreuk optreedt. Heel lang is het ‘normaal’ geweest dat elke volgende generatie het economisch beter heeft dan de vorige. Maar in de periode 2005 – 2014 ging 65 – 70 procent van de huishoudens er in reëel inkomen op achteruit. De term reëel inkomen betekent dat het gecorrigeerd wordt voor inflatie, en het zegt dus iets over de koopkracht van dat huishouden. En de rekenmeesters van McKinsey achten de kans groot dat dit ook de komende 10 jaar het geval blijft.

Ze wijten dit aan de trager wordende economische groei, iets wat inderdaad sinds de ‘crisis van 2008′ erg hardnekkig lijkt te zijn. Daarnaast gaat het rapport in op inkomensoverdrachten: het bedrag aan uitkeringen en subsidies dat iemand bovenop z’n reguliere salaris ontvangt. In Nederland hebben we natuurlijk een uitgebreid stelsel aan toeslagen, waarmee we belastinggeld rondpompen. Let wel: ik zeg niet dat we daarmee moeten stoppen, maar het is wel iets om goed in de gaten te houden. Verder concludeert het rapport dat de omstandigheden op de arbeidsmarkt veel minder zeker zijn geworden. Tijdelijke banen en ZZP’ers zorgen ervoor dat de jongere generaties minder zekerheid hebben over hun inkomen dan hun ouders hadden.

Conclusie: we worden gemiddeld genomen allemaal minder rijk, maar die last wordt wel oneerlijk verdeeld. Hoe lager je op de economische ladder staat, hoe sterker je de pijn gaat voelen.

Door het lezen van het rapport werd ik wel nieuwsgierig naar mijn eigen situatie. Gelukkig houd ik mijn administratie al sinds 2003 gedetailleerd bij, dus ik ben in mijn elektronisch archief gedoken. En vooralsnog heb ik geluk!

In 2004 verdiende ik netto € 2.950 per maand (exclusief vakantiegeld en 13e maand). Inmiddels is dat € 4.000 per maand. Op de website van het CBS vond ik de inflatiecijfers sinds 2004. Cumulatief is er sinds 2004 21,7% inflatie geweest. Betrek ik dat op mijn inkomen, dan zou ik nu € 3.590 netto per maand moeten verdienen om met mijn inkomen uit 2004 de inflatie bij te houden. Vooralsnog zit ik daar € 400 boven, doordat ik sinds 2004 best een aardige carrière heb gemaakt. Maar ik vraag me wel af hoe lang ik nog door kan groeien, en of (wanneer) de daling van het reëel inkomen ook mij zal treffen…

Hoe is het met jouw koopkracht?

Langzaam arm worden

Sparen is langzaam arm worden, las ik een tijdje geleden. En dat klopt wel. De inflatie was gemiddeld 2,2 procent over de afgelopen 25 jaar. Zodra je je hoofd boven de grens van het heffingsvrije vermogen uitsteekt, scheert de Belastingdienst er 1,2% vanaf. Kortom: om de effectieve koopkracht van je vermogen in stand te houden, moet je per jaar een rendement van ongeveer 3,5% behalen.

En met de huidige rentepercentages gaat het al eerder mis. Ik heb nog een kleine buffer-spaarrekening bij de Rabobank. Sinds deze week krijg ik daar nog 0,6% rente. Terwijl de inflatie in 2015 weliswaar laag was, maar met 0,7% toch nog hoger dan deze rente. Gelukkig staat daar bijna niks.

Ik zal blij zijn als de centrale banken ophouden met het ‘stimuleren’ van de economie. Want daar worden vermogensopbouwers als ik niet beter van.

Iemand nog ideeën voor meer rendement?

Meetbare financiële doelen

‘Life is what happens to you while you are busy making other plans’ – John Lennon

Financiële doelen, hoe maak je ze meetbaar? Ik vind het een worsteling en ik heb er een aantal jaren over gedaan. Terugkijkend was het vooral vanwege de aannames die ik moest doen. Financiële dromen en de werkelijkheid verhouden zich niet altijd goed tot elkaar. Hoe oud word ik? Wat wil ik allemaal doen. Onderstaand mijn ‘exercitie’.

Mijn belangrijkste financiële doel is mijn pensioen. Zoals ik al vaker heb geschreven ben ik niet erg optimistisch over wat ik ga krijgen. Ik bouw op papier een goed pensioen op, maar wat daar straks van over blijft is een goede vraag. En over de AOW wil ik het dan niet eens hebben.
Daarom heb ik als doel om na mijn pensioen jaarlijks € 20.000 uit mijn vermogen te gebruiken om mijn inkomen aan te vullen. Maar dat moet wel € 20.000 zijn naar de koopkracht van vandaag. De gemiddelde inflatie over de afgelopen 25 jaar was 2,2%. Verwerk ik dat in mijn berekeningen, dan moet die € 20.000 van vandaag straks ongeveer € 35.000 per jaar zijn om dezelfde koopkracht te behouden. Ik ga ervan uit dat ik ergens tussen mijn 67e en 69e met pensioen ga. En ik ga er van uit dat ik 90 jaar oud word. Word ik ouder, dan is het potje leeg.

OK, dus ik wil € 35.000 per jaar uit mijn vermogen kunnen gebruiken na mijn pensionering. Gelukkig heb ik al het nodige opgebouwd, en ik heb nog 20 – 25 jaar om dat aan te vullen tot wat er nodig is. Mijn vermogen groeit op twee manieren:

  1. Door een deel van mijn inkomen niet te consumeren, maar toe te voegen aan mijn vermogen.
  2. Door het rendement op mijn spaargeld en mijn beleggingen.

Ik heb uitgerekend dat ik dit kan halen. Daarvoor moet ik ieder jaar (1) minimaal € 10,000 van mijn inkomen aan mijn vermogen toevoegen. En ik moet ieder jaar (2) een netto rendement (na belastingen) halen van 4,0% op mijn spaargeld en mijn beleggingen. En omdat ik gemiddeld 4,0% moet halen, is mijn doelstelling om 5,0% te halen. Voor de veiligheid. De afgelopen 10 jaar is dat gelukt. Dus wordt het een kwestie van stug doorploegen.

Wat zegt dit over mij? Ik ga tussen 67 en 69 met pensioen. Dus niet al op mijn 55e. En ik word 90 jaar oud. Als ik tussendoor nog iets anders wil (een boot kopen, een tweede huis, et cetera) dan moet ik mijn plannen aanpassen. En dat zal ook nog wel gebeuren. Want plannen overleven zelden de confrontatie met de werkelijkheid.

We must let go of the life we have planned, so that we can accept the life that is waiting for us’ – J. Campbell

Heb jij je doelen meetbaar gemaakt?

Sparen

“Hé Geldnerd, je schrijft alleen maar over beleggen? Doe je niet aan sparen dan?”

“Jawel hoor! Maar dat is niet zo spannend, daar valt minder over te vertellen.”

Vroeger was het leven simpel. Je had bij je bank een lopende rekening en een spaarrekening. Geld wat je over hield op de lopende rekening boekte je over naar de spaarrekening. En dankbaar als ze zijn, gaf jouw bank je daar rente over. Klaar.

Tegenwoordig is het anders. De meeste grote banken geven erg weinig rente. Dus kwamen er andere partijen op de markt, die ons spaargeld goed kunnen gebruiken. En die dus een hogere rente geven. Zolang dat allemaal gedekt is door het garantiestelsel is dat fijn, en ons spaargeld groeit gestaag en veilig door. IJsland, iemand?

Maar ja, als je spaargeld groeit krijg je al snel te maken met de Belastingdienst. 30% belasting over een fictief rendement van 4%, oftewel 1,2%, dat was het tarief de afgelopen jaren. In de plannen voor 2016 zie ik dat het gaat veranderen. Netto blijft het effect hetzelfde: een groot deel van je rendement op spaargeld wordt opgegeten door de fiscus.

En laten we ook de inflatie niet vergeten. Ook dat is een sluipmoordenaar. Volgens het CBS kwam de inflatie over de laatste 25 jaar gemiddeld uit op 2,2 procent, zie ook onderstaande grafiek. Dat klinkt niet als veel. Maar op de langere termijn heeft het wel veel effect.

Inflatie19882014CBS

Een rekenvoorbeeld. Stel je koopt nu iets voor EUR 1.000,00. Een inflatie van 2,2% zorgt ervoor dat je over 25 jaar EUR 1.722,95 nodig hebt om datzelfde te kopen. Dus sparen voor je pensioen op basis van je salaris van nu, zonder inflatie mee te nemen, zorgt voor zware teleurstelling straks!

En bovendien: Belasting + Inflatie betekent dat je al zeker 3,5% rente op je spaargeld moet krijgen om nu niet armer te worden. Een aantal jaren geleden kreeg je dat ook voor je spaargeld, maar nu al een tijdje niet meer. Misschien komt dat nog weer terug. Maar ondertussen zijn het vooral mijn beleggingen die ervoor moeten zorgen dat ik mijn lange-termijn doelstellingen haal.

In mijn spaargeld maak ik onderscheid tussen twee potjes:

  1. Mijn buffer: Ik wil op elk moment de beschikking hebben over een buffer ter hoogte van zes netto maandsalarissen. Dat geld staat op een rekening waar ik er zo bij kan, zonder beperkingen. Het zorgt mede voor een goede nachtrust.
  2. De rest van mijn spaargeld. Dit is spaargeld wat ik niet direct nodig heb, maar wat ik ook niet wil beleggen. Dit geld mag ik bijvoorbeeld wel voor langere tijd vastzetten in een deposito (alhoewel dat op dit moment ook weinig oplevert).

Ik heb wat rondgeshopt, en mijn spaargeld staat momenteel bij een van de aanbieders met relatief hoge rente. Het is nog steeds niet veel, maar beter dan niks. Momenteel is de verdeling van mijn vermogen ongeveer 50% sparen / 50% beleggen.

Ik ben (nog) niet toe aan het kopen van huizen of ander vastgoed. Sommige mensen vinden dat ook een goede vorm van vermogensbeheer. Maar zo groot is mijn vermogen nog niet, en ik ben bang dat ik minder flexibel kan zijn als mijn geld in ‘stenen’ zit.

Hoe zit het met jouw spaargeld?

© 2018 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑