Geldnerd ontrafelt het pensioenmysterie

Bij de analyse van mijn salarisbrief over januari 2021 ontdekte ik dat mijn pensioenpremie de afgelopen 5 jaar met ruim 50 procent gestegen is. Dat vind ik veel, erg veel. Zeker omdat ik steeds minder zeker weet of en wat ik daar ooit voor terugkrijg. En ook omdat ik geen idee heb wie daar eigenlijk over beslist. Ik ben het zelf in elk geval niet. Want dan had ik het heft al tientallen jaren geleden in eigen hand genomen. Maar die mogelijkheid heb je niet als loonslaaf. En ik ben niet de enige die met stijgende pensioenpremies te maken heeft.

Stilletjes ben ik dus op onderzoek uitgegaan. Ik ben begonnen met mijn arbeidsvoorwaarden, daar heb ik onlangs een uitgebreide blogpost over geschreven. Maar daar hield het niet mee op, ik ben ook een ontdekkingsreis gaan maken door ons huidige pensioensysteem. Meer specifiek door de pensioenen van de Rijksambtenaren. Mijn eigen beroepsgroep en het ABP. De Absoluut Bodemloze Put. Ik wil beter begrijpen hoe het zit. Wie heeft waar welke invloed? Hoe zitten de spelregels in elkaar?

In april 2016 heb ik al eens een paar blogjes geschreven over het Nederlandse Pensioenoerwoud. Die serie was nog niet af. Maar ik liep toen echt wel een beetje vast op een gebrek aan beschikbare informatie. Vrij kort na de publicatie van die blogposts werd mijn tijd opgeslokt door de verhuizing van het Verre Warme Land naar Nederland, en daarna is het blijven liggen. Maar ik ga dus een nieuwe poging doen. Wel met een iets andere aanpak. Een aanpak die ik ook vaak volg als ik in mijn werk een probleem moet ontrafelen. Follow the Money en Follow the Papertrail. Hoe lopen de financiële stromen? En welke organisaties en welke overlegorganen zijn er, met welke rol en bevoegdheden, welke formele besluiten en documenten? Eens kijken hoe ver we daarmee komen.

De werkgever scheept je af met dit soort pagina’s in ‘begrijpelijke taal’. Maar elke zin roept bij mij vragen op. Want wie bepalen er eigenlijk hoeveel premie wij betalen en hoeveel pensioen we straks ontvangen? Waar wordt dat op gebaseerd? Hoe komen ze tot hun besluiten?

Regelgeving

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Uitgesteld salaris voor later. Dus ik had verwacht een aantal ronkende alinea’s over mijn ambtenarenpensioen aan te treffen in de CAO Rijksoverheid. Maar dat valt tegen. Er wordt een aantal keren verwezen naar het ABP Pensioenreglement, die komen we  nog uitgebreid tegen. Maar verder lijkt het hele ambtenarenpensioenstelsel en de rol van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) als een gegeven beschouwd te worden.

Het ABP kent dan ook al een lange historie. In de jaren 80 heeft het toenmalige kabinet (Lubbers) gretig misbruik gemaakt van haar bevoegdheden en pensioengeld van ambtenaren ingezet om de overheidstekorten in de toenmalige crisis te verlagen. Daarna kwam er ook nog een frauderende directeur en het werd een heuse ‘ABP-affaire’ en daarna is het ABP geprivatiseerd. Ik vond een zeer lezenswaardig artikel over deze geschiedenis.

Twee decennia ambtenaar zijn heeft mij geleerd om altijd terug te gaan naar de basis. Ik ben dus maar eens gaan lezen in de Wet Privatisering ABP. Wetten zijn niet het meest vermakelijke en toegankelijke leesvoer, maar ze zijn altijd leerzaam. Zo ook hier want in artikel 21 lid 1 lees ik dat de overheidswerknemers verplicht zijn deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP. Ik moet dus meedoen. Staat in de wet.

De Wet Privatisering ABP regelt verder dat al het geld en alle medewerkers van het ‘oude’ ABP overgaan naar het nieuwe ABP. Dat is fijn. De regering heeft dus geen geld achtergehouden. In elk geval niet dat ik kan achterhalen. Of toch wel. Er is namelijk ook een Aanpassingswet Privatisering ABP met een heel gemeen Artikel LXII. Lid 1 van dat artikel zegt namelijk dat de Stichting Pensioenfonds ABP aan overheidswerkgevers een reductie van de door hen verschuldigde pensioenbijdrage toekent. Ze hebben zichzelf dus korting gegeven, die werkgevers…

Organisaties

Ook rond de pensioenen is een web van organisaties geweven. Enerzijds zijn dat de mechanismen die werkgevers en vakbonden hebben gecreëerd om het pensioencircus aan te sturen. Maar ook rond het ABP zelf zijn de nodige advies- en toezichtsorganen actief.

Een centrale rol wordt weer verzorgd vanuit de Stichting CAOP, die we ook al tegenkwamen toen ik naar de arbeidsvoorwaarden keek. Daaronder hadden we die Raad voor Overheidspersoneelsbeleid (ROP) en daaronder die Pensioenkamer. De Pensioenkamer is verantwoordelijk voor de aard en de inhoud van de pensioenvoorziening van het overheidspersoneel. Dat is een wat cryptische omschrijving. Deze club is verantwoordelijk voor de inhoud van het Pensioenreglement. Komen we op terug.

Dan de Stichting Pensioenfonds ABP. Een club met een Bestuur, een Verantwoordingsorgaan en een Raad van Toezicht. Het voelt een beetje als een ‘management-BV’. Want sinds 1 maart 2008 de uitvoering van de pensioenregelingen ondergebracht in een zelfstandige uitvoeringsorganisatie Algemene Pensioen Groep NV (APG). De splitsing was nodig omdat het ABP ook commerciële verzekeringen aanbood en zo (oneerlijk) concurreerde met verzekeringsmaatschappijen. APG werkt niet alleen voor het ABP (de sectoren onderwijs en overheid), maar pook voor de pensioenfondsen van de bouw, schoonmaak, woningcorporaties, sociale werkvoorziening, medisch specialisten en architectenbureaus.

Ik heb er maar weer een plaatje van gemaakt om het voor mezelf begrijpelijk te houden.

Dan is er ook nog de manier waarop het ABP bepaalt hoe er met ons pensioengeld belegd wordt. Daar schrijven ze iets over op hun website. Binnen het bestuur van het ABP is er een Bestuurscommissie Beleggingsbeleid. Die ziet (met een paar externe leden maar ook interne leden) toe op de uitvoering van het Strategisch Beleggingsplan op dat elke drie jaar door het bestuur wordt opgesteld en adviseert over allerlei beleggingszaken. Ik denk dat ze vooral ook een heel groot aandeel in WC-Eend hebben.

Dat Strategisch Beleggingsplan van het ABP, dat kan ik dus nergens vinden.

Hier kun je zien wie er in het bestuur van het ABP zitten.

Hier kun je zien wie er in de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid zitten.

Hier kun je zien wie er in de Raad van Toezicht zitten.

Hier kun je zien wie er in het Verantwoordingsorgaan zitten.

Hier kun je zien wie er in de Pensioenkamer zitten. Nou ja, voorletter en achternaam. Ik heb nog niet iedereen kunnen traceren.

Voor zover ik nu kan achterhalen zijn dat de belangrijkste spelers. Zij bepalen samen hoe ons ambtenarenpensioen eruit ziet.

Pensioenreglement en Pensioenovereenkomst

In de Pensioenwet wordt geregeld wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot pensioen. Bij de definities in artikel 1 staat onder andere het Pensioenreglement genoemd, waar ook in de CAO naar verwezen werd. Het Pensioenreglement is de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer.

Een ander interessant dingetje in dat artikel 1 is de Pensioenovereenkomst. Die regelt hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen.

En tenslotte lees ik nog iets over het Uitvoeringsreglement. Dat is de door een pensioenfonds opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en werkgever.

Als ik wil begrijpen wat er nou allemaal geregeld is tussen het ABP en mijn werkgever, dan lijken me dat de documenten die ik maar eens door moet lezen. En ik kan ze keurig vinden op de ABP-website. Tenminste, de actuele versies. Maar er blijken er veel meer te zijn. Met name dat pensioenreglement wijzigt best wel vaak. Maar die historie kun je dan weer niet terugvinden bij het ABP. Gelukkig is er een Stichting Kennisbank ABPpensioen. Die heeft niks met het ABP te maken, maar heeft wel een mooie online bibliotheek met alle versies die er van deze documenten geweest zijn. En dat zijn er heel veel.

Pensioenovereenkomst

De Pensioenovereenkomst is dus het pensioencontract tussen de werkgever en de werknemers. Toch interessant dat ze me dat de afgelopen twintig jaar nooit verteld hebben. Want als werknemer ben ik partij in dit contract. Maar ik kan ‘m dus maar moeilijk vinden. Niet bij de CAO Rijk, de afspraken tussen werkgever en werknemers. Niet bij het ABP. Niet op de website van de Rijksoverheid. Niet op de wetgevings-website van de Rijksoverheid. Gelukkig heeft de Stichting ABP Pensioen ‘m wel ergens opgeduikeld. En vind ik via die route ook een recentere versie op de website van de Staatscourant.

Artikel 3 lid 2 regelt dat besluitvorming over wijziging van de inhoud van het pensioenreglement plaatsvindt in de Pensioenkamer van de Raad voor
het Overheidspersoneelsbeleid. Machtig clubje dus. Verder regelt Artikel 4. lid 2. sub a. dat 30% van de verschuldigde pensioenpremie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen door de overheidswerknemer betaald wordt door middel van een inhouding op het salaris. Onze werkgever betaalt dus 70%.

En Artikel 6 leert mij dat de werkgevers en de vakbonden de ambitie hebben om de pensioenen en pensioenaanspraken ‘bestendig en volledig’ te indexeren, met als maatstaf de prijsontwikkeling (Consumentenprijsindex, alle huishoudens, niet afgeleid, zoals gepubliceerd door het CBS). Maar indexatie is voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds en vindt pas plaats bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger. Daar hoeven we voorlopig dus niet op te rekenen. Per 31 januari 2021 (laatst gepubliceerde datum) was de beleidsdekkingsgraad van het ABP 87,5%.

Uitvoeringsreglement

Het Uitvoeringsreglement is de regeling tussen de werkgever en het pensioenfonds. Die opgesteld wordt door het pensioenfonds. Dat is ook meteen duidelijk als je begint te lezen. De eerste zin heeft het over regels die door ABP zijn opgesteld om de pensioenregeling beheerst en integer te kunnen uitvoeren. Overigens kun je als werkgever onder verplichte deelname uitkomen, als je gemoedsbezwaren hebt… In het document worden verder dingen geregeld als de informatie-uitwisseling tussen werkgever en pensioenuitvoerder en de premiebetaling, waarbij verwezen wordt naar een Handleiding Premie en Gegevens. Ook lees ik dat de jaarlijkse premie vastgesteld wordt volgens het premiebeleid in de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN), die ook op de website van het ABP staat

Handleiding Premie en Gegevens

De Handleiding Premie en Gegevens is een document van 167 pagina’s. Die heb ik niet helemaal doorgelezen. Het is een nadere uitwerking van het
Uitvoeringsreglement en het Pensioenreglement van ABP. De handleiding regelt in detail het verstrekken van deelnemerschapsgegevens, pensioengevend inkomen, premie- en grondslaggegevens en ook de betalings(wijze) van pensioenpremies.

Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN)

Dan de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). Daarin kun je onder andere gedetailleerd lezen hoe het ABP is ingericht. En je kunt lezen naar welke indicatoren ze allemaal kijken om te sturen. Er staat zelfs in welke zinnetjes ze gebruiken in de communicatie. Als je leest ‘Er is een kans dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging 15 – 70%. Maar lees je ‘We verwachten dat we uw pensioen moeten verlagen in de komende jaren’, dan is de kans op een verlaging groter dan 70%.

Ook las ik op pagina 23 dat de pensioenpremie berekend wordt op basis van een verwacht reëel rendement, dat sinds 2017 op 2,8%. Dit
percentage wordt gebruikt als disconteringsvoet. Maar door de verminderde economische vooruitzichten en de lage marktrente zal het ABP dit verwacht reëel rendement stapsgewijs zal gaan verlagen naar 2,0% (2,8% (2020), 2,4%
(2021), 2,2% (2022), 2,0% in 2023 en later). Verder kun je op pagina 31 lezen hoe het beschikbare geld belegd wordt, met de verdeling over aandelen, obligaties en andere beleggingscategorieën.

Statuten

Het Uitvoeringsreglement verwijst ook nog naar de Statuten van het ABP. Die heb ik dus ook maar even doorgelezen. Op grond van de statuten artikel 13.1 is het bestuur bevoegd om een of meer pensioenreglementen vast te stellen en/of te wijzigen. En het bestuur van het ABP stelt ook het Uitvoeringsreglement vast.

Pensioenreglement

Het Pensioenreglement regelt de verhouding tussen pensioenfonds en werknemers. Weer dus iets waar ik partij in ben, en waar ik mij niet van bewust was. het product van de geheimzinnige Pensioenkamer. het beschrijft voor allerlei situaties en omstandigheden wat mijn rechten en plichten zijn. Wanneer bouw je pensioen op? Wat gebeurt er als je een partner krijgt, gaat scheiden, of ziek wordt?

Het gaat ook in op de situatie als je eerder met pensioen wilt dan je AOW-datum. Dat kost je heel veel geld, heb ik al eens gezien in de MijnABP-omgeving. Vandaar dat mijn strategie op dit moment is om het pensioen pas in te laten gaan op de AOW-datum. De tijd tussen stoppen met werken en uitbetaling van (AOW en) pensioen wil ik dan met mijn eigen vermogen overbruggen. Het uitgangspunt waar ook mijn FIRE Calculator op gebaseerd is.

Interessant is hoofdstuk 11. Dat gaat over gemoedsbezwaren. Als je gemoedsbezwaren hebt tegen iedere vorm van verzekering, dan kun je verzoeken om niet aan de ABP-pensioenregeling mee te hoeven doen. Nu weet ik niet of mijn levensovertuigingen uit de Church of FIRE hiervoor voldoende geacht worden. Maar het is een interessant gedachtenexperiment… Niet deelnemen en het zelf regelen. Voor mij als ‘ambtenaar van middelbare leeftijd’ is dat een beetje laat.

Opdrachtgever en Opdrachtnemer

Wat nog een beetje mist in mijn plaatjes, is duidelijkheid over het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in dit hele systeem. Ik ga er van uit dat de werkgever opdrachtgever is aan het pensioenfonds ABP. En het pensioenfonds ABP is weer opdrachtgever van de uitvoerder APG.

Wat je als belanghebbende hoopt is dat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een beetje scherpe gesprekken plaatsvinden. Dat een opdrachtnemer af en toe zegt ‘wat heb je nou weer voor onzin verzonnen, dat kan of wil ik niet uitvoeren’. Of ‘als je dit zo wilt dan kost dat een paar procent rendement per jaar’. Dat soort dingen.

En daar is dus helemaal niets over te vinden. Als dit gesprek al plaatsvindt, dan vindt het plaats in de pensioenachterkamertjes. Ver weg van ons, eenvoudige stervelingen die elke maand een substantieel deel van ons salaris in die pensioenpot stoppen.

Van premiebetaling tot pensioenuitkering

Goed. Mijn werkgever maakt dus maandelijks de premie over aan het pensioenfonds. En verhaalt 30% daarvan op mij via de pensioenpremie in het salaris. Het pensioenfonds ABP sluist dat geld door naar de pensioenuitvoerder. Die gaat daarmee beleggen volgens de kaders uit het Strategisch Beleggingsplan en de Actuariële en BedrijfsTechnische Nota (ABTN). De rendementen en de waarde van die beleggingen vormen samen de Grote Pensioen Pot.

Uit die Grote Pensioen Pot betaalt ABP de pensioenuitkeringen van de mensen die al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Maar ze rekenen ook voortdurend uit hoeveel geld er nodig is om te voldoen aan alle opgebouwde rechten van alle deelnemers.

Pensioenrechten

Wat ook ik heb al rechten. Dat recht is de som van alle A-factoren die ik heb opgebouwd, aangevuld met indexeringen (die we al heel lang niet gehad hebben). Het ABP moet er van uit gaan dat ze dat bedrag jaarlijks aan mij moeten betalen. Zo lang ik leef. Dus zijn ze erg geïnteresseerd in levensverwachting. Want ( som van de A-factoren ) maal (aantal jaren dat er naar verwachting aan mij betaald moet worden ) is ongeveer het ABP uiteindelijk aan mijn pensioen kwijt gaat zijn. En dat voor alle deelnemers. Dat zijn er miljoenen. Best een ingewikkelde rekensom dus. Zeker omdat het niet helemaal zo werkt. Ik ben er nog niet precies achter hoe het ABP het pensioen berekent waar ik volgens het pensioenoverzicht recht op zou moeten hebben…

De mate waarin het ABP kan voldoen aan de optelsom van al die pensioenen is de dekkingsgraad. Die is momenteel lager dan 100%, ergens in de toekomst komt er een tekort dus. Verwachten ze. Maar het ligt ingewikkelder dan dat. Want het ABP moet ook aannames doen over hoeveel geld er nog de pensioenpot instroomt en hoeveel rendement daarop gemaakt wordt. En er zijn allerlei regeltjes over hoe het ABP daarmee om moet gaan. Niks ‘gemiddelde rendement op de beurs over de afgelopen 100 jaar. Maar rekenrente. Die weer gebaseerd is op de rente op staatsleningen. Die al heel lang ongeveer nul is. Dus fictief gaan ze er van uit dat er bijna geen rendement meer komt. En dan kom je tekort ja, nogal wiedes. Zeker voor de mensen die nog 10, 20, 30 jaar in moeten leggen.

Het is een nogal zwaar vereenvoudigde uitleg. Maar dit is wel ongeveer hoe het werkt.

Wat vindt Geldnerd?

Ik zit er aan vast, aan dit systeem. Als ambtenaar bij wet verplicht om deel te nemen aan het pensioenfonds Absoluut Bodemloze Put. Er gaan een aantal dingen best goed. Maar ik zou best wat meer inspraak willen hebben. En wat meer transparantie in hoe het beleggingsbeleid bepaald wordt, en hoe de regeltjes vastgesteld worden en waarom ze veranderen. Wie daarover beslissen. Wie zitten er in die Pensioenkamer, en waarom? Idem de Bestuurscommissie Beleggingsbeleid, en het Bestuur van het ABP. Of moet ik dan toch lid worden van een vakbond om hierover mee te kunnen praten?

Er komt natuurlijk een grote pensioenhervorming aan. Maar hoe die er uit gaat zien, dat ligt nog op de tekentafel. Daar ga ik me binnenkort ook maar eens in verdiepen. En ik vrees dat die niet echt transparanter wordt. Want de belangen zijn groot, heel groot.

Hoe denk jij over het pensioensysteem?

Vermogensrendementsheffing: uitstel, geen afstel?

  • Berichtcategorie:Belastingen

Afgelopen woensdag was daar ineens het bericht dat het van de baan is. De hervorming van de vermogensrendementsheffing. Poef… Foetsie. We praten er niet meer over. Prompt las ik er dan ook niks over in de grotere kranten. ‘Overheid gaat iets niet doen’, dat is geen nieuws toch?

Ik snap ‘m wel. Het is niet het juiste moment. De Belastingdienst kan niet veel veranderingen aan. Druk met de interne organisatie, de vernieuwing van verouderde ICT-systemen, en de naweeën van de kinderopvangtoeslag-affaire. Niet echt een setting voor een omvangrijke verbouwing van een van de boxen van het belastingstelsel.

Bovendien komen er verkiezingen aan. En zitten we in een economische crisis. Het is dus lastig om ‘niet onomstreden’ voorstellen door het parlement te loodsen, zeker met een regering zonder meerderheid in de Eerste Kamer. En het is, in het kader van de verkiezingscampagnes, zoals gebruikelijk ook tijd voor ‘cadeautjes’ van politici aan kiezers. Bovendien hebben de recente rapporten met de honderden bouwstenen laten zien dat er eigenlijk een hervorming van het hele belastingstelsel nodig is.

Uitstel dus in elk geval. Maar afstel? Nee, dat denk ik niet. In het nieuwe regeerakkoord, na de verkiezingen van 2021, verwacht ik echt wel afspraken over een fundamentele hervorming van het belastingstelsel. De inkomstenbelasting en de vermogensbelasting zullen op de schop gaan. Hoe precies, dat weet nog niemand. Maar het kan best zijn dat we het nu teruggetrokken plan, al dan niet gecombineerd met onderdelen van de bouwstenen-rapporten, en heel nieuwe onderdelen, over een jaar of twee terugzien in een heel nieuw belastingplan.

Wat verwacht jij na de verkiezingen?

Bouwstenen voor een nieuwe belastingruïne

  • Berichtcategorie:Belastingen

Het is weer tijd voor proefballonnetjes in Den Haag. Dat is niet omdat wij ambtenaren tijd over hebben vanwege de corona-crisis (integendeel). Maar het heeft alles te maken met de kalender van ons democratische proces. En die schrijft voor dat er komend voorjaar weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Alle politieke partijen werken op dit moment dus aan hun verkiezingsprogramma’s. Daarvoor worden commissies samengesteld van prominente partijleden. Met de opdracht om een wervend verkiezingsprogramma te schrijven waarin de kiezer kan lezen wat de betreffende partij de komende vier jaar wil gaan bereiken. ‘Stem op mij, en dan zal ik….’. Nu hebben we in Nederland een meerpartijenstelsel, waardoor we (gelukkig) altijd een coalitie van partijen moeten vormen. Na verkiezingen volgt er dus een formatieproces, dat ingewikkelder wordt naarmate er meer partijen aan deelnemen. De formatie van het huidige kabinet Rutte-3 (met vier partijen) duurde ongeveer 7 maanden. En onze zuiderburen zitten inmiddels al een jaar te wachten op een federale regering. Als kiezer stem je dus voor een partij, maar moet je maar afwachten wat er na verkiezingen en formatie van al die standpunten overblijft.

Maar dat weerhoudt die commissies er niet van om enthousiast aan de slag te gaan met de programma’s. En daarbij wordt er ook druk gezocht naar input van buiten. Want je kunt niet alles zelf verzinnen. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dat gezegde geldt ook in de politiek. En dus zie je in deze periode een enorme hoeveelheid rapporten verschijnen. Van belangenclubs van werkgevers, van vakbonden, van maatschappelijke organisaties op allerlei terrein. Maar ook van ambtenaren en ambtelijke commissies. Want ook ambtenaren hebben wensen en ideeën die ze wel (of juist niet) in de verkiezingsprogramma’s terug willen zien.

Ambtelijk Den Haag heeft zelfs twee kansen. Er wordt geprobeerd om ideeën in het verkiezingsprogramma van met name de grotere en meer kansrijke partijen te krijgen. En na de verkiezingen worden er allerlei ‘formatiefiches’ gemaakt. Deels op verzoek van de partijen aan de onderhandelingstafel, en deels op eigen initiatief. Eigenlijk zijn die formatiefiches hapklare brokken tekst die (na onderhandeling) zo het regeerakkoord in moeten kunnen. Uiteraard met een financiële paragraaf, want om al die mooie ideeën te realiseren is wel geld nodig. Ook Geldnerd heeft meerdere malen meegeschreven en meegerekend aan dat soort documentjes.

Recent waren het de collega’s van Financiën die hun ideeën de wereld in slingerden. Heel politiek en ambtelijk Den Haag weet al een tijdje dat ons Nederlandse belastingstelsel hard aan hervorming toe is. De laatste hervorming is al weer van bijna 20 jaar geleden, en sindsdien is er veel veranderd in de samenleving. De rapporten die er nu liggen zijn het resultaat van een proces dat al meer dan een jaar geleden gestart is. In totaal zijn er elf onderzoeken op basis van zeven knelpunten in het huidige belastingsysteem. Dit leidt tot maar liefst 169 bouwstenen waaruit politieke partijen kunnen kiezen. Voor elk wat wils, zullen we maar zeggen…. Ze zijn nu naar de Tweede Kamer gestuurd en ook voor iedereen te lezen.

Geldnerd heeft nog niet alle elf rapporten doorgenomen. Dat vind ik in dit stadium ook niet zinvol. Het zijn geen voorstellen van een minister aan de Tweede Kamer, of wetsvoorstellen. Het zijn nog maar ideeën, proefballonnetjes. Eerst maar eens kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen terechtkomt. En in een regeerakkoord. Dan wordt het pas echt belangrijk. Persoonlijk vind ik 169 bouwstenen wel erg veel. Daar kun je alle kanten mee op. Maar ik snap het wel. Het maakt natuurlijk nogal wat uit wat de kleur van een volgend kabinet wordt. Ik heb een aantal rapporten wel globaal bekeken, en dan vallen me wel wat dingen op.

In eerdere analyses heb ik al gezien dat sinds de crisis van 2008/2009 de belastingdruk voor burgers is toegenomen, en die voor bedrijven juist is afgenomen. Daar lees ik nu wat waarschuwingen over. Een meerderheid van de mensen vindt dat namelijk niet eerlijk, en dat is slecht voor het draagvlak onder ons belastingstelsel. Overigens acht het FD de kans dat dit goed komt niet heel hoog. Zij constateren terecht dat de VVD als grootste partij weliswaar zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar dat tot nu toe vooral het bedrijfsleven daar beter van geworden is.

Er zit in de stapel ook een rapport dat gaat over het belasten van vermogen. Het lijkt erop dat de ambtenaren nog steeds uitgaan van een invoering van de nieuwe Box 3 plannen waar ik onlangs nog over geschreven heb. Maar er wordt ook uitvoerig ingegaan op de zwakke punten in dat systeem. Dan gaat het ook om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst is vooral met zichzelf bezig en kan geen grote veranderingen aan op dit moment.

Volgens een internationale vergelijking heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Dat komt dan weer vooral omdat onze belastingvrije pensioenopbouw in pijler 2, en de opgebouwde pensioenvermogens, hierbij worden meegenomen. Sommige vormen van vermogen lijken ook minder belast te worden dan andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eigen woning. Ik lees ook dat de lastendruk voor particuliere huishoudens bij ongewijzigd beleid verder stijgt. We vergrijzen, geven dus meer geld uit aan zorg, en dat wordt grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook.

Volgens de schrijvers moet de belastingdruk op arbeid dus fors naar beneden (zodat de zorgpremies verder kunnen stijgen). Rutte 3 heeft wel iets voor de particulieren gedaan, maar onze lasten zijn nog altijd hoger dan in 2007 (voor de crisis). De vergrijzing heeft nog een ander effect, een steeds kleinere groep werkenden betaalt het grootste deel van de rekening. Er zijn meer gepensioneerden die minder belasting betalen. De belastingdruk op salaris is gemiddeld 25%, gepensioneerden betalen over hun pensioeninkomen gemiddeld 13% belasting. Overigens is de belastingdruk voor ZZPers gemiddeld 17%. Dat zijn dus een soort pensionado’s?

Niet onverwacht, er wordt ook geadviseerd om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De Nederlandse aftrek is nog steeds erg royaal vergeleken bij andere landen, dat lees ik ook regelmatig in mijn lijfblad The Economist. En verder opvallend veel opmerkingen over Box 2, de ‘aanmerkelijk belang’ box in ons belastingstelsel.

En nu?

Wat te verwachten? Daar valt geen peil op te trekken met deze stapel bouwstenen. Iedere partij kan er zijn eigen belastinghuisje van bouwen. De adviezen tenderen wel naar minder belasting op arbeid, meer belasting op vermogen, en doe iets aan de verschillen tussen werkenden en ondernemers, en tussen particulieren en bedrijven.

Meer belasting op vermogen is in mijn situatie natuurlijk niet meteen gunstig. Want vermogen is wat ik opbouw om het gat te overbruggen tussen het moment dat ik stop met werken, en het moment dat mijn pensioen begint met uitbetalen. Een ander belastingstelsel kan daar zomaar voor een paar jaar vertraging zorgen.

Later dit jaar zal ik eens gaan kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s terechtgekomen is. Maar, zoals gezegd, echt interessant wordt het pas bij een nieuw regeerakkoord. En dat zal nog wel een jaar of langer duren…

Wat zijn jouw wensen voor een nieuw belastingstelsel?

Pensionado-opstand

  • Berichtcategorie:Pensioen

Opstand! Revolutie! De vorige generatie, die de jaren zestig nog bewust heeft meegemaakt (die van de vorige eeuw), de laatste generatie die nog weet wat protesteren is (was), die generatie pikt het niet langer.

In een open brief aan de voorzitter van de FNV maken de gepensioneerden hun ongenoegen kenbaar. Ze vragen de vakbond om niet akkoord te gaan met voorgestelde (en van het nieuwe kabinet verwachte) wijzigingen van het pensioenstelsel. De Telegraaf bericht erover, en ook het FD.

Tsja, wat moet je hier nou mee? Het lijkt me lastig om een manier van hervormen te vinden waar niemand nadeel van gaat ondervinden. Ik zie het ook bij collega’s: er altijd vanuit kunnen gaan dat ze met 60 konden stoppen, en dan ‘ineens’ nog 7 of 8 jaar door moeten. Dat geldt ook voor mij, maar ik heb nog twee decennia extra om aan het idee te wennen. En oh ja, volgens deze analyse mag mijn leeftijdsgroep er ook nog het meeste voor gaan betalen. Wel de lasten, nooit meer de lusten.

Gelukkig deed Plus Magazine een tijdje geleden een poging om haar achterban (ook pensionado’s) voor te lichten en een aantal misverstanden over het pensioenstelsel weg te nemen. Dus mijn ouders weten nu hopelijk dat ik er niet op uit ben om hun pensioen te roven. Maar blijkbaar ben ik juist de klos, en moet ik bang zijn voor de jongere generatie? En voordat je denkt dat ik de Plus lees: nee, dat doe ik niet. Daar heb ik de leeftijd nog niet voor. En zelfs al had ik de leeftijd, dan nog is de kans heel erg klein.

Wat verwacht jij van je pensioen?

Individueel pensioen best lastig

  • Berichtcategorie:Pensioen

Een paar weken geleden was er ineens weer nieuws over het pensioenadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER wil een individuele pensioenspaarpot en minder beloftes over uitkeringen. Van die individuelere pensioenopbouw ben ik ook wel voorstander, al besef ik dat dit lastig zal zijn. De SER werkt al een tijdje aan een advies voor de regering, maar dat lijkt nog steeds niet af te zijn. Begrijpelijk, want het is complexe materie, en de belangen van de werkgevers en de werknemers (die beiden in de SER zitten) zijn natuurlijk ook niet altijd hetzelfde. Afgelopen week heb ik er wat uitgebreider over bijgelezen.

In de berichtgeving lees ik wel wat bijzondere dingen. Zo wil men een oplossing voor het moeten korten van de pensioenen. En die oplossing is: niet meer beloven wat je krijgt tot een jaar of 10 vóór de pensioendatum. Ja, het probleem van korten is dan weg. Maar je introduceert wel een nieuwe onzekerheid. Die je pas wegneemt op een moment dat mensen zelf al niet zo heel veel meer kunnen repareren, namelijk 10 jaar voordat je stopt. Of ik daar nou zo heel blij van word?

De SER werkt al een jaar of drie aan het voorstel, en er zijn wel wat uitdagingen. Zo is het afschaffen van de huidige ‘doorsneepremie‘ ingewikkeld. Ik ben ook wel benieuwd hoe ze dat willen doen, en hoeveel ruimte er komt om straks met individuele pensioenpremies te gaan werken. En vooral of de keuzevrijheid dan bij het pensioenfonds komt te liggen of bij onszelf, of we zelf mogen bepalen of we wel of niet extra inleg mogen doen en hoeveel. Ook lastig: hoe de huidige pensioenpot te verdelen over individuele potjes? En ik hoop dat er ook iets bedacht wordt voor de grote groep mensen die nu geen pensioen opbouwt.

Voorlopig blijft het allemaal nog een beetje vaag. Dus we kunnen weinig anders doen dan afwachten tot de SER haar definitieve plan presenteert. En dan eens kijken wat de politiek ermee gaat doen.

Wat verwacht jij van een nieuw pensioenstelsel?

Belastinghervorming ver weg?

Het is een bekende cyclus. Je begint met iets simpels. Door de tijd komen er allerlei nieuwe dingen en uitzonderingen bij. En langzaam maar zeker wordt iets simpels erg ingewikkeld en lastiger uitvoerbaar.

We kennen hier allemaal voorbeelden van. Het ‘mooiste’ voorbeeld vind ik wel het belastingstelsel. De laatste grote hervorming van het Nederlandse belastingstelsel was in 2001, en toen was Geldnerd ook al belastingbetaler. Ik weet nog wat voor verademing ik dat nieuwe stelsel vond. Vooral ook omdat mijn aangifte er een stuk eenvoudiger van werd.

De laatste grote hervorming daarvoor was in 1990 geweest. Het wordt dus wel weer eens tijd voor een hervorming. In 2015 heeft het kabinet het nog wel een beetje geprobeerd, maar dat initiatief is als een nachtkaars uitgegaan. Het Centraal Plan Bureau heeft hier vorig jaar een interessante analyse over geschreven. Sowieso is belastinghervorming geen populair politiek thema. Te ingewikkeld, niet sexy voor de kiezer, en de meeste politici delen liever cadeautjes uit dan dat ze praten over belastingen. Niet voor niets wordt ieder jaar aan het einde van het jaar het belastingplan voor het daaropvolgende jaar meestal een beetje stilletjes goedgekeurd.

En er zijn de nodige dingen in ons stelsel aan hervorming toe, wat mij betreft. Leuk, die hypotheekrente-aftrek (HRA), maar het blijft een beetje subsidie voor de rijken. Over de vermogensrendementsheffing (VRH) heb ik me ook al vaak uitgesproken op dit blog. Voelt toch een beetje als belasting betalen over iets waar ik al een keer belasting over betaald heb, namelijk mijn inkomen. Al weet ik ook wel dat dat bij ‘oud geld’ misschien weer anders ligt. Maar het zijn allemaal ingewikkelde mechaniekjes voor het herverdelen van geld. Idem voor het Nederlandse stelsel van toeslagen (waar ik bij de relatief kleine groep mensen hoor die recht heeft op geen enkele toeslag). Maar het kan (en mag) van mij allemaal wel een beetje simpeler. Die HRA en VRH wil ik best inruilen tegen een lager belastingpercentage op mijn inkomen.

Geldnerd heeft dus eens gekeken wat de diverse politieke partijen over dit onderwerp in hun programma hebben staan. En dat is eigenlijk bedroevend weinig. De enige partij die echt grootse plannen heeft is GroenLinks. Die partij wil een ingrijpende belastinghervorming als onderdeel van een nieuw regeerakkoord. Door hogere milieuheffingen en lagere werkgeverspremies moet ongeveer € 27 miljard aan lasten verschoven worden. Dat is een enorm bedrag, in 2017 bedragen de totale verwachte uitgaven van de Nederlandse rijksoverheid € 264,4 miljard.

Puntje is nog wel de uitvoerbaarheid van een eventuele hervorming door de Belastingdienst. Die heeft het zwaar, hebben we de afgelopen periode regelmatig kunnen lezen. En de ICT is ook niet helemaal op orde. Dus als zo’n club een dergelijke hervorming uit moet gaan voeren kan dat nog een leuke uitdaging worden.

Heb jij ook zin in een belastinghervorming?