De verrassing van het januari-salaris?

Misschien kunnen we beter spreken over teleurstelling dan over verrassing? Begin januari verwachtte ik het al. Bij de gebruikelijke voorspellingen over de ontwikkeling van de koopkracht werd aangegeven dat de salarissen van de loonslaven er enkele tientjes op vooruit zouden gaan in 2021. Bij het ‘rekenen achter de komma’ voor 2021 had het kabinet namelijk besloten om het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting te verlagen van 37,35% naar 37,10%, en om de heffingskortingen te verhogen.

Voor een aantal sectoren zat er bovendien nog een salarisstijging in het vat, meestal uit CAO-onderhandelingen van begin vorig jaar. Sinds het begin van de corona-crisis is te zien dat er kleinere loonsverhogingen uit de CAO-onderhandelingen komen. Tegelijkertijd verwacht het Centraal Planbureau (CPB) voor 2021 een inflatie van 1,4%.

Voor de rijksambtenaren geen loonsverhoging per 1 januari. Medio vorig jaar is een kortlopende CAO afgesloten met een loonsverhoging van 0,7% en een eenmalige thuiswerkvergoeding. Die CAO liep tot 1 januari 2021, en op de website van de FNV las ik dat er vanaf medio januari over een nieuwe CAO gepraat wordt. We wachten af. Ik ben vooral benieuwd naar de gesprekken die binnen het rijk lopen over ‘hybride werken’, wat er op neer komt dat we geacht worden ook na de coronacrisis vaker thuis te werken. Persoonlijk vind ik dat prima, ik kan goed leven met één of twee dagen per week ‘kantoor’. Maar hier leven zeer diverse gevoelens over. In mijn eigen team zitten ook mensen die ernaar snakken om weer dagelijks naar kantoor te gaan. Blijkbaar zit er één of ander verslavend stofje in de koffie bruinzwarte vloeistof die daar uit de koffie-automaten komt?

Wat wel veranderde per 1 januari: de pensioenpremie van het ABP steeg weer eens, van 24,9% naar 25,9%. En dan mogen we nog van geluk spreken dat het ABP (op het nippertje) de pensioenen niet hoefde te verlagen. De ambtenaren gaan er dus relatief minder op vooruit door de stijgende pensioenpremie.

Met al die over elkaar heen buitelende wijzigingen doe ik maar geen poging om te voorspellen wat mijn uiteindelijke netto salaris wordt in 2021. Hetzelfde bruto-salaris, lagere heffingskorting, een lagere loonheffing, en een hogere pensioenpremie. Ik wacht in januari altijd gewoon gespannen af wat er uiteindelijk op mijn bankrekening gestort wordt. En op de salarisbrief zie ik dan de uitsplitsing. Wat wel fijn is bij de overheid: het is een betrouwbare betaler. Het rijk stort de salarissen altijd op de 24e van de maand. Valt dat in een weekend of op een feestdag, dan wordt er eerder betaald. Ook in december (‘dure maand’ voor veel mensen) wordt er een paar dagen eerder betaald.

Begin januari heb ik wel weer ingesteld dat ik mijn vakantiegeld en eindejaarsuitkering (‘het Individueel Keuze Budget‘) gespreid per maand wordt uitbetaald. Dat heb ik in 2020 ook gedaan en is mij goed bevallen. Op deze manier kan ik het zelf meteen effectief inzetten, in plaats van dat mijn werkgever dit renteloos voor mij opspaart en uitkeert in mei (vakantiegeld) en in november (eindejaarsuitkering).

Uiteindelijk steeg mijn netto salaris in januari 2021 met € 20,98. De pensioenpremie steeg met ruim € 30, en de loonheffing daalde met ruim € 50. De netto uitbetaling IKB steeg met € 9,50. In totaal heb ik in januari dus € 30,48 meer ontvangen dan vorig jaar, een stijging van 0,6%.

Het is toch elk jaar ook weer een beetje een verrassing hoe het kwartje valt met dat salaris. In januari 2020 steeg mijn netto salaris met 3,7% door een CAO-loonstijging. In 2019 ging ik er netto € 0,88 per maand op achteruit. In 2018 kwam er een procentje salaris bij, en in 2017 waren het net geen twee tientjes.

ABP = Absoluut Bodemloze Put?

Vaste lezers weten dat ik vrijwel elk getalletje al heel lang bijhoud. In onderstaande grafiek zie je de ontwikkeling van de diverse posten op mijn salarisbrief sinds mei 2016, de eerste maand na terugkeer uit het Verre Warme Land. Vanaf januari 2020 zie ook het Individueel Keuze Budget.

Ik vind het eigenlijk beste wel schokkend om te zien hoe sterk de pensioenpremie (de optelsom van de diverse bedragen die ik afdraag aan het ABP) de afgelopen jaren gestegen is. Een derde van de stijging van mijn brutosalaris in de periode 2016 – 2021 is uiteindelijk naar mijn pensioenpremie gegaan.

En als ik de inflatie sinds begin 2016, de stijging van mijn bruto salaris, en de stijging van de pensioenpremie naast elkaar zet, dan wordt het helemaal bijzonder. Het netto salaris, gecorrigeerd voor de invoering van het Individueel Keuze Budget, is in deze periode overigens nauwelijks gestegen.

En ja, ik zit in een managementschaal. Maar de pensioenpremie is een percentage van het bruto salaris, dus deze cijfers gelden ook voor andere schalen.

Heb jij jouw salaris al ontvangen? En viel het mee of tegen?