In welke bubbel zitten we?

We hobbelen op deze planeet van bubbel naar bubbel. Evenwicht, ook in de financiële markten, is een theoretische toestand in een complexe wereld van chaos. Of het nou gaat om een tulpenbollenmanie, een cryptomanie, een tech-bubbel, of goudkoorts. je kunt bijna geen kapitaalgoed bedenken of er komt wel af en toe een bubbel langs. Naast de bubbels waar we zelf in leven.

De vraag is voor mij dus ook eigenlijk niet of er een volgende financiële bubbel komt, maar in welke bubbel(s) we zitten. En wanneer die bubbels gaan knappen.

Geldnerd heeft wel een theorie. Al een tijdje. We leven in een monetaire bubbel. Er zijn sinds de financiële crisis van 2008 enorme hoeveelheden geld gecreëerd door de centrale banken. En die zwerven tegen een record-lage rente door ons financiële systeem, om uitgegeven te worden en om te zoeken naar rendement.

Veel Geld. Heel veel geld…

Geld creëren. Centrale Banken kunnen dat, net als de algemene banken. En dat zie je terug op de balansen van de centrale banken. Tussen 2008 en 2019 is het balanstotaal van de Europese Centrale Bank meer dan vervijfvoudigd. Zelfs na de crisis liep dit proces door, terwijl we volgens mij in de periode 2015 – 2018 toch een gezonde economische groei kenden.

En net toen het een beetje leek te gaan dalen kregen we begin 2020 te maken met de coronapandemie. De meeste regeringen, die in de evaluatie van de financiële crisis het verwijt kregen dat ze te laat en te weinig financiële steun hadden gegeven aan de partijen die dat nodig hadden, gingen in een moordend tempo aan de slag met allerlei steunpakketten. De Nederlandse economie wordt al een jaar overeind gehouden door de overheid. Die het financiert met nieuwe staatsschulden. Die weer worden opgekocht door de Europese Centrale Bank.

Het effect is te zien in het balanstotaal van de Europese Centrale Bank. Die groeit alweer sinds 2015, toen de vorige crisis eigenlijk officieel voorbij was. En in 2020 wordt er een enorme sprong gemaakt, met name door het opkopen van obligaties. Op deze manier stopte de ECB in 2020 ongeveer € 2.328.941.000.000 (2,3 biljoen, oftewel 2.300 miljard, oftewel 2.300.000 miljoen) in ons financiële systeem.

Bron: Europese Centrale Bank

En de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, doet vrolijk mee. Daar is het afgelopen jaar ongeveer US$ € 3.000.000.000.000 (3 biljoen dollar) in het systeem gepompt. Dat is tegen de huidige koers ongeveer € 2,5 biljoen.

Bron: Board of Governors of the Federal Reserve System (US), Assets: Total Assets: Total Assets (Less Eliminations from Consolidation): Wednesday Level [WALCL], retrieved from FRED, Federal Reserve Bank of St. Louis

Samen hebben die twee centrale banken dus ongeveer € 5 biljoen in het systeem gepompt. En dat geld moet ergens naar toe. Deels is het gebruikt door overheden om steunmaatregelen te financieren. Denk aan alle regelingen die er in Nederland zijn voor ondernemers, het extra geld dat aangekondigd is voor het onderwijs, dat soort dingen. En deels zwerft het door het financiële systeem, op zoek naar rendement.

Nederlandse staatsschuld stijgt met 40 miljard

De Nederlandse staatsschuld, die in de financiële crisis tot en met 2014 behoorlijk was opgelopen, was juist mooi aan het dalen. Volgens de huidige schatting van de schuld per 2020 waren we ongeveer weer terug op het niveau van 2008 . En kaboem, alle steunpakketten die de regering bedacht heeft rond corona knallen er weer eventjes € 40 miljard bovenop. Veertig miljard. 40 en dan nog 9 nullen.

Bron: CBS

Wereldwijd steeg de schuldenberg met ongeveer € 23.000 miljard, bleek uit de jaarlijkse Global Debt Monitor van het Institute of International Finance, naar een recordstand van € 232.000 miljard. Het zijn duizelingwekkende getallen, eigenlijk niet te bevatten voor mij als gewone sterveling.

Symptomen van Gratis Geld

Enorme hoeveelheden geld zijn en worden er dus de economie in gepompt. Op allerlei manieren. Als steun aan ondernemers. Als geld dat banken uit kunnen moeten lenen. En daar zit een ander probleem. Wat gebeurt er met goederen als er heel veel van beschikbaar is? Dan is de prijs laag. En wat is de prijs van geld? Rente. Veel geld beschikbaar? Lage rente….

Zo las ik vorig jaar een interessante analyse van De Nederlandsche Bank. Zij betogen dat de stijging van de huizenprijzen misschien wel meer te maken heeft met de monetaire omstandigheden (veel geld tegen lage rente) dan met het woningtekort. Dat zou best wel eens kunnen. De enige rem op de huizenprijzen is wat de banken bereid zijn te financieren. Daar zit de overheid dan met alle mooie bouwplannen….

En ook op de aandelenmarkten zien we het ene na het andere record sneuvelen. Terwijl we midden in een enorme economische crisis zitten die het gevolg is van de corona-pandemie. Normaal dalen de beurzen toch in een crisis? In elk geval in het begin? Dat kan zo zijn, maar de beurzen stijgen door. Er is geld beschikbaar, en mensen kunnen nergens anders rendement halen. De echte lange-termijn trends bevestigen dat beeld. Pak de 100-jaars grafiek van de Dow Jones index er maar bij. Tot op heden was de groei de enige constante, met tijdens crises hooguit tijdelijke onderbrekingen. Zelfs de financiële crises van 1929 en 2008 zijn inmiddels deukjes in een verder gestaag oplopende lijn.

S&P 500 index 2008 tot 2021 – Bron: Yahoo Finance

Ook speculatieve beleggingsobjecten als cryptovaluta beleven gouden tijden. Het blijven wat mij betreft tulpenbollen, alhoewel je met wat geluk ook met speculeren veel geld kunt verdienen. De meeste mensen zullen uiteindelijk verliezer zijn, daar ben ik wel van overtuigd.

Het aantal faillissementen staat nog steeds op een extreem laag niveau. De overheid houdt met de steunmaatregelen de economie overeind. Of al die bedrijven straks nog op eigen benen kunnen staan, dat moeten we nog maar zien.

De vraag is ook of en hoe we al dat geleende geld ooit nog gaan terugbetalen. Voor zover dat nodig is om het vertrouwen van de financiële markten te behouden. Een huishouden heeft een levensduur, de staat niet. Die is voor eeuwig, denken we. En dus is er geen noodzaak om de volledige staatsschuld af te lossen. Regeren is soms ook problemen doorschuiven…

Een beetje inflatie zou wel helpen, want dan wordt een schuld minder drukkend. Maar die inflatie, die blijft maar laag.

Bron: CBS

Welkom in Bubbel Land!

Welkom in bubbelland. We zitten er nog. Een monetaire bubbel. Waar Geldnerd zelf ook op twee manieren van mee profiteert. Mijn eigen beleggingsportefeuille doet vrolijk mee aan de recordrace op de beurs. En zolang de huizenprijzen stijgen, stijgt ook de waarde van Geldnerd HQ, en draagt bij aan de groei van ons vermogen.

Maar elke bubbel heeft een uiterste houdbaarheidsdatum. Wanneer die datum is, dat is de wereldwijde ‘one million billion trillion zillion dollar question’. Ik weet het ook niet. Maar ik weet wel dat ik erg goed op ga letten als de balansen van de centrale banken stoppen met groeien, en als de rente begint te stijgen. Dat laatste is overigens al begonnen in de Verenigde Staten, veroorzaakt door optimisme over de economie en angst voor inflatie. Afgelopen week was daarom even een iets ‘minder’ weekje op de beurzen.

US 10-jaars Treasury Bonds – Bron: Yahoo Finance

Denk jij ook wel eens na over bubbels?

Groei Eigen Vermogen 2017

In 2017 is mijn eigen vermogen op twee manieren verder gegroeid. Enerzijds door het spaarpercentage, het deel van mijn inkomen dat ik niet nodig heb om rond te komen en toevoeg aan mijn vermogen. Anderzijds door het rendement op mijn spaargeld en beleggingen. Voorlopig doe ik niets met eventuele overwaarde van ons huis. Ik weet dat de huizenprijzen hier in de buurt fors gestegen zijn, maar in mijn balans staat de waarde van het huis nog rotsvast op de aankoopwaarde. Pas als de WOZ-waarde hoger wordt dan de aankoopwaarde zal ik overwegen om dat aan te passen.

Mijn eigen vermogen is in 2017 met 15,9% gegroeid. Daar ben ik erg tevreden mee. Ik lig nog steeds voor op mijn doelstellingen.

Wijze lessen (4): Rendement maken

Wat is eigenlijk de Geldnerd-methode, vroeg iemand me laatst. Dat zette me aan het denken. Eigenlijk is die er niet. Maar er is wel een serie wijze lessen en methodes die ik toepas in mijn zoektocht naar financieel bewust leven en financiële onafhankelijkheid. Daarom vandaag de vierde blog in een serie: Wijze Lessen van Opa Geldnerd.

Eerder verschenen:
Inkomsten en uitgaven bijhouden
Budgetteren en bijsturen
Spaarpercentage vergroten

Rendement maken

Goed, je hebt nu gedetailleerd inzicht in je inkomsten en uitgaven, je hebt een budget waar je achter staat, en je stuurt op je spaarpercentage. En nu?

Als je de voorgaande stappen doorlopen hebt houd je (als het goed is) geld over. Je banksaldo groeit. Dat opent nieuwe perspectieven. Je kunt een buffer opbouwen. Hoeveel, dat is een keuze, maar een aantal maanden uitgaven achter de hand hebben is wel een comfortabel gevoel. En je kunt eventuele schulden aflossen. Want geld lenen kost geld. Dat is niet goed, geld zou geld op moeten leveren.

Als je buffer op orde is en je schulden zijn opgelost (waarbij er allerlei verschillende meningen zijn over schulden, vooral over de hypotheek), kun je echt aan je vermogen gaan werken. Je vermogen groeit op verschillende manieren. Door het geld dat je overhoudt. En door het rendement dat je maakt door je geld aan het werk te zetten.

Ik zoek naar twee soorten rendement. Rendement voor vermogensgroei en rendement voor passief inkomen. Passief inkomen is inkomen dat gewoon binnenkomt zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Een voorbeeld is dividend. of de huurinkomsten uit beleggingen in vastgoed. Die laatste categorie, daar doe ik niet aan. Ik kan dan te weinig spreiding in mijn vermogen bereiken, dat vind ik een te groot risico.

Ik zoek het dus in Beleggingen. De aandelenmarkten. De afgelopen twee jaar heb ik daar veel over geschreven. En ook hier heb ik mijn basis op orde. Ik volg een strategie die vergelijkbaar is met de beleggingsstrategie van Mr. FOB. Iedere maand zet ik automatisch geld opzij om bij te kunnen kopen. En ik heb mijn beleggingsspreadsheet waarmee ik met enkele minuten tijdsbesteding per week mijn portefeuille in de gaten houd.

Maar garanties zijn er niet. De spaarrente is al tijden extreem laag en door de bewegingen van de dollarkoers is dit tot nu toe een matig beleggingsjaar. Iemand nog andere interessante manieren om het vermogen te laten groeien?

Hoe werk jij aan jouw rendement?

Oh, oh, die statistieken

Deze week had ik er weer eentje. Een persbericht met cijfers waarvan ik dacht: oppassen! Eerder heb ik ook al eens geschreven over hoe eenvoudig het is om te liegen met statistieken. Of in elk geval een situatie ‘anders’ voor te stellen.

Het gaat om dit bericht: Economie Eindhoven groeit sneller dan die van de Randstad. Het bruto binnenlands product (bbp) van de gemeente Eindhoven groeide in 2016 met 3,6 procent tegenover 2,2 procent gemiddeld in Nederland, zegt het bericht. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag (samen de G4) moesten het doen met 2,2 tot 3 procent groei. Op zich een eerlijke weergave van de gegevens van het CBS. Maar…. Het zijn percentages. Percentages waarmee verschillende grootheden vergeleken worden.

Het BBP van Eindhoven was volgens het bericht ruim € 13 miljard. Op het totale Nederlandse BBP van volgens mij ongeveer € 620 miljard is dat nog steeds maar een procent of 2.

Stel je voor dat het BBP van de G4 een omvang heeft van 100 eenheden en het BBP van Eindhoven is 50 eenheden (ik gun Eindhoven ook wat). Die groei van 3,6% van Eindhoven voegt dus 1,8 eenheden toe aan de gezamenlijke economie. Zelfs als je voor de G4 met een groei van 2,2% rekent voegt dat 2,2 eenheden toe. De gezamenlijke economie groeit dan van 150 naar 154 eenheden, waarbij de G4 in absolute zin het meeste bijdragen. Dus ja, wat zegt het dan?

Dat roept ook weer direct de vraag op waarom zo’n statistiek gepubliceerd wordt. Dus ben ik bij het CBS even op zoek gegaan naar het originele persbericht. Wat is het belang? Sinds september 2016 werken de gemeente Eindhoven en het CBS samen in het CBS Urban Data Center Eindhoven. En dat moet natuurlijk af en toe gepromoot worden.

Ik neem het allemaal dus maar voor kennisgeving aan. Maar het is wel een goede reminder dat Nederland groter is dan de Randstad.

Heb jij recent nog twijfelachtige statistieken gezien?

Liegen met statistieken?

Het is altijd goed opletten als er persberichten uitkomen met juichende cijfers. Want er zijn weinig manieren om te liegen en bedriegen die zo gemakkelijk zijn als met cijfers. Die klinken namelijk heel precies, maar als je niet goed weet wat er precies achter zit kun je behoorlijk misleid worden. Of dat nu ook weer gebeurt, weet ik niet. Maar ik heb er wel vragen bij. Want juichende cijfers in verkiezingstijd komen meestal niet zomaar.

Hier moest ik aan denken toen ik gisteren dit nieuwsbericht las: de sterkste stijging van de omzet van de detailhandel in 8 jaar. Gebaseerd op dit persbericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het klinkt natuurlijk prima vanuit het perspectief van economisch welvaren. Over heel 2016 was de omzetgroei van de detailhandel 1,9 procent. Dat is de hoogste omzetgroei in 8 jaar. Maar als je goed leest zie je ook wat anders. In december 2016 heeft de detailhandel 2,7 procent meer omgezet dan een jaar eerder. Het volume van de verkopen was 1,1 procent hoger. Dat is al een stuk minder. Het verschil heet natuurlijk voor een groot deel inflatie, waarvan datzelfde CBS afgelopen week meldde dat die over 2016 1,0% bedroeg en in januari 2017 stevig gestegen is.

Eén procent méér consumeren in volume is natuurlijk nog steeds consumeren en niet consuminderen. De bevolking van Nederland groeide in 2016 met ongeveer 111.000 personen naar bijna 17,1 miljoen mensen, lees ik hier. Dat is een groei van 0,65%, dus per persoon hebben we dan nog steeds iets meer geconsumeerd dan in 2015.

Volgens het Centraal Plan Bureau (CPB) bedroeg het netto modaal maandinkomen in 2016 ongeveer € 2.021. In 2015 was dat ongeveer € 2.024. En toch consumeerden we meer. Dan snap je weer wat beter waarom de bedragen die we gemiddeld gespaard hebben wat tegenvielen.

Ben ik nou gek of…?

Armer dan mijn ouders

Mijn recente blog ‘De onmacht van de middenklasse‘ riep meer reacties op dan ik verwacht had. Een lezer attendeerde mij op een artikel in de De Groene Amsterdammer. Dat is geschreven naar aanleiding van een rapport van McKinsey.

Het lijkt er steeds meer op dat er een trendbreuk optreedt. Heel lang is het ‘normaal’ geweest dat elke volgende generatie het economisch beter heeft dan de vorige. Maar in de periode 2005 – 2014 ging 65 – 70 procent van de huishoudens er in reëel inkomen op achteruit. De term reëel inkomen betekent dat het gecorrigeerd wordt voor inflatie, en het zegt dus iets over de koopkracht van dat huishouden. En de rekenmeesters van McKinsey achten de kans groot dat dit ook de komende 10 jaar het geval blijft.

Ze wijten dit aan de trager wordende economische groei, iets wat inderdaad sinds de ‘crisis van 2008′ erg hardnekkig lijkt te zijn. Daarnaast gaat het rapport in op inkomensoverdrachten: het bedrag aan uitkeringen en subsidies dat iemand bovenop z’n reguliere salaris ontvangt. In Nederland hebben we natuurlijk een uitgebreid stelsel aan toeslagen, waarmee we belastinggeld rondpompen. Let wel: ik zeg niet dat we daarmee moeten stoppen, maar het is wel iets om goed in de gaten te houden. Verder concludeert het rapport dat de omstandigheden op de arbeidsmarkt veel minder zeker zijn geworden. Tijdelijke banen en ZZP’ers zorgen ervoor dat de jongere generaties minder zekerheid hebben over hun inkomen dan hun ouders hadden.

Conclusie: we worden gemiddeld genomen allemaal minder rijk, maar die last wordt wel oneerlijk verdeeld. Hoe lager je op de economische ladder staat, hoe sterker je de pijn gaat voelen.

Door het lezen van het rapport werd ik wel nieuwsgierig naar mijn eigen situatie. Gelukkig houd ik mijn administratie al sinds 2003 gedetailleerd bij, dus ik ben in mijn elektronisch archief gedoken. En vooralsnog heb ik geluk!

In 2004 verdiende ik netto € 2.950 per maand (exclusief vakantiegeld en 13e maand). Inmiddels is dat € 4.000 per maand. Op de website van het CBS vond ik de inflatiecijfers sinds 2004. Cumulatief is er sinds 2004 21,7% inflatie geweest. Betrek ik dat op mijn inkomen, dan zou ik nu € 3.590 netto per maand moeten verdienen om met mijn inkomen uit 2004 de inflatie bij te houden. Vooralsnog zit ik daar € 400 boven, doordat ik sinds 2004 best een aardige carrière heb gemaakt. Maar ik vraag me wel af hoe lang ik nog door kan groeien, en of (wanneer) de daling van het reëel inkomen ook mij zal treffen…

Hoe is het met jouw koopkracht?