Er is geen naam voor. De ‘nieuwe armoede’, heb ik gelezen. ‘Financiële impotentie’ noemde een Amerikaanse journalist het. Ik vind ‘onmacht’ een passende term.

Waar gaat het om? Armoede is eigenlijk niet het goede woord. Het gaat om mensen die volgens alle definities een ‘redelijk inkomen’ hebben. Maar toch hebben ze financiële problemen. In een noodgeval zijn ze niet in staat om € 1.000 of zelfs maar € 500 op tafel te leggen. Ze hebben het gewoonweg niet.

Materieel hebben deze mensen genoeg. Ze hebben ‘dingen’. Ze hebben meestal een huis, een auto, een opleiding. Maar daarmee heb je nog geen gezonde financiën. Mensen hebben schulden, en na de maandelijkse betaling van de schulden en de kosten van het huishouden blijft er niks over. Ja, een tekort. En dan zit je vast in een heel vervelend financieel cirkeltje.

Het schijnt heel vaak voor te komen bij gezinnen met jonge kinderen. ZZP’ers, ook bovengemiddeld kwetsbaar. Die laatste groep ook op langere termijn, omdat er weinig of geen pensioen opgebouwd wordt.

Op Amerikaanse nieuwswebsites zie ik er de laatste tijd geregeld nieuwsberichten over. In Nederland lees ik er minder over, vooral sinds de crisis voorbij is en we met z’n allen juichend op weg zijn naar de volgende crisis (want die komt er, maak je maar geen illusies…).

Het baart me wel een beetje zorgen. Op allerlei terreinen heb ik het idee dat de verdeeldheid in de samenleving toeneemt. En dat is niet goed voor rust en stabiliteit. En dat zijn weer twee belangrijke randvoorwaarden voor goede economische groei.

Herken jij dit beeld?

error