Teleurstelling alom

Statistiek heeft het imago een saai vak te zijn. Groot was dus ook mijn verbazing toen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), ons nationale cijfer-instituut, onlangs het nodige stof op deed waaien met hun bewering dat het gemiddelde netto beschikbaar inkomen van huishoudens in Nederland de afgelopen 50 jaar meer dan verdubbeld is. Temeer omdat de Rabobank drie jaar geleden een rapport uitbracht waaruit bleek dat het besteedbaar inkomen van Nederlandse huishoudens al bijna veertig jaar vrijwel stil staat. Ook Geldnerd zelf schreef hier al eens over.

De Rabo was er snel bij om z’n rapport te verdedigen. Beiden zijn waar, stellen ze. Het CBS heeft in zijn studie vooral gekeken naar de ontwikkeling van het reële beschikbaar huishoudinkomen per hoofd van de bevolking. De Rabobank heeft gekeken naar het inkomen per werkende, en dan is het beschikbaar inkomen niet verdubbeld, maar met ‘slechts’ 60 procent toegenomen in de afgelopen vijftig jaar en voor huishoudens slechts 40 procent. Bovendien laat de Rabobank zien dat het beschikbaar inkomen vanaf 2001 is gestagneerd. Statistieken zijn leuk, maar je kunt er dus allerlei verschillende boodschappen mee afgeven.

Fantoomgroei

Volgens mij is er wel degelijk iets aan de hand in de samenleving. Dat las ik een tijdje geleden ook in het boek ‘Fantoomgroei‘ van Sander Heijne en Hendrik Noten. De winst van grote ondernemingen is sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw enorm gestegen, maar werkenden zagen de economische groei nauwelijks terug in hun portemonnee. Bovendien werden publieke taken als de zorg, het onderwijs en de politie versoberd. Dat boek was weer de basis voor het tweeluik ‘Scheefgroei in de Polder‘ op de televisie. Dat is het terugkijken waard. Collega-blogger Opnieuw Begonnen en De Budgetman schreven er ook al over. En De Budgetman en Opnieuw Begonnen schreven ook ook over het CBS-bericht.

Eén van de mooie uitspraken uit de eerste aflevering van ‘Scheefgroei’ kwam van Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Geen mens is gemiddeld’.  De verschillen tussen groepen in de samenleving zijn groot en groeien. Dat zien mensen. Dat voelen mensen. Dat leidt tot teleurstelling.

Éric Sadin

Een tijdje geleden las ik in het FD een interview met de Franse technologiefilosoof Éric Sadin. In oktober 2020 verscheen zijn boek ‘L’ère de l’individu tyran, la fin d’un monde commun’ (het tijdperk van het tirannieke individu, het einde van een gemeenschappelijke wereld) in Frankrijk. Een Nederlandse vertaling komt dit najaar.

Volgens Sadin zijn er twee ontwikkelingen geweest die ons hier gebracht hebben. Er was altijd een sociaal contract tussen partijen en burgers: wij gaan een betere samenleving maken voor iedereen. Dat contract is verbroken, waardoor mensen enorm teleurgesteld zijn in het politieke en economische systeem. Sadin verwijt het neoliberale model dat het principe van onderlinge solidariteit afgeschaft is. Wij zijn allemaal ‘ondernemertjes van ons eigen leven’ geworden. Maar de mensen die niet mee kunnen of mogen komen voelen zich verwaarloosd. Als ze al eens proberen om hun stem te laten horen, dan worden ze genegeerd. Denk bijvoorbeeld aan het referendum over de EU-Grondwet. Of verkiezingen waarbij de partijen van ‘boze stemmers’ vervolgens buitengesloten worden. Wat doen veel mensen als ze zich genegeerd voelen? Boos worden!

Ten tweede heeft er een grote technologische ontwikkeling plaatsgevonden. Het leven van de individuele mens werd hierdoor steeds comfortabeler. In de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog (de ‘Trente Glorieuses’) kregen mensen de beschikking over auto’s die hun mobiliteit bevorderden, platenspelers, videorecorders, ze gingen op vakantie. Mensen kregen meer controle over hun leven en hun eigen comfort, je kon zelf het leven zo inrichten als je wilde. De afgelopen decennia zorgt de opkomst van het internet, de smartphone en sociale media ervoor dat je toegang kreeg tot een enorme hoeveelheid kennis en informatie. Internet maakte het ook gemakkelijker om gelijkgestemden te ontmoeten en hiermee je eigen bubbel te creëren. Elke malloot mens kan nu zijn/haar eigen mening delen met de rest van de wereld met één druk op de knop. Mensen voelen zich mondig. Mensen worden bevestigd in hun mening. De wereld Hun eigen bubbel ligt aan hun voeten. Ik doe ook mee, want ik blog. Dat kan iedereen lezen.

Deze twee ontwikkelingen creëren spanning. De machteloosheid na het verbroken sociale contract. Het gevoel van macht door de technologische ontwikkelingen. Ze gaan niet samen. Er is alleen nog je eigen waarheid, gevestigde orde en instituties zijn er alleen nog om ons te onderdrukken. De pers schrijft alleen nog nepnieuws. En dus stem ik tegen. De gedachtegang van veel mensen, ook in Nederland.

Er is wat aan de hand

Herkenbare voorbeelden genoeg dat er wel wat aan de hand is zijn er genoeg. Vroeger kon een gezin op één inkomen op veel plaatsen in Nederland gewoon nog een eengezinswoning betalen en in de zomer op vakantie. Dat lukt je op de meeste plekken niet meer. Tegelijk vlieg je voor een paar tientjes heel Europa door (in elk geval als er geen virussen rondwaren). Het beschikbare inkomen is dan misschien wel gestegen, maar de welvaart die je er mee kunt kopen is een stukje kleiner geworden. Je kunt leven zonder de vluchten door heel Europa, maar leven zonder huis is al een stuk onaangenamer. Nu is het natuurlijk ook de vraag of groei eeuwig door kan gaan. Misschien wel, maar dan hebben we een paar extra planeten nodig.

Dat zeggen ook Heijne en Noten in hun boek. We kijken al heel lang alleen maar naar economische groei. Als we meer produceren en consumeren dan gaat het blijkbaar goed. Daar is Geldnerd het al een tijdje niet meer mee eens, sinds hij het Minimalisme heeft ontdekt. Je kunt beter kijken naar een breder begrip, Welvaart. Maar dat is ook een kwalitatief begrip, en dus moeilijker meetbaar.

Voordeel is wel dat je dan ook veel andere dingen mee gaat tellen waar mensen veel waarde aan hechten. Denk aan goede zorg (we hebben afgelopen jaar weer ontdekt dat dat wel nuttig is), goed onderwijs (hallo thuisonderwijzende ouders), maar ook mooie natuur en schone lucht en betaalbaar wonen. Dat zijn hele andere maatstaven om het succes van Nederland te meten. En het besteedt aandacht aan een aantal dingen die nu onder druk staan. Die lijden onder de focus op groei. Groei die maar bij een beperkte groep mensen terechtkomt, en een grotere groep achterstelt.

Er is (geen) hoop?

In het artikel op nu.nl zegt Heijne dat hij hoopvol werd toen hij het boek schreef. Dit omdat er in de economie geen natuurwetten van kracht zijn, maar dat de economie een optelsom is van afspraken die we zelf hebben gemaakt. Afspraken die we dus gewoon kunnen veranderen. Oud en cynisch als ik ben deelt Geldnerd dat optimisme en die hoop niet. Want de economie is ook een optelsom van gevestigde belangen. Belangen om de situatie zo te houden zoals die is. En dat zijn hele sterke krachten die zich tot het uiterste zullen verzetten tegen verandering in hun nadeel.

En Geldnerd doet op z’n eigen beperkte schaal natuurlijk ook gewoon mee met dit spel. Ik bouw vermogen op. Ik wil eerder kunnen stoppen met werken en leven van mijn vermogen. Geen loonslaaf meer zijn. Ook ik heb dus gewoon belang bij de huidige situatie. Al ben ik nu ook nog wel even loonslaaf, en heb ik er dus ook wel belang bij dat ‘wij loonslaven’ een groter deel van de taart krijgen. Streef je naar financiële onafhankelijkheid, dan eet je dus eigenlijk van twee walletjes….

En het CBS? De auteur van de CBS-studie is Peter Hein van Mulligen. Een paar jaar geleden winnaar van de Slimste Mens. Hoofdeconoom van het CBS. Schrijver van het boek ‘Met ons gaat het (nog altijd) goed‘. Hij is het niet eens met de Rabobank, met Heijne en Noten, en met Sadin. Dat mag natuurlijk, want niet alleen gelden er geen natuurkundige wetten in de economie, het is ook geen exacte wetenschap. Maar het staat wel een beetje op gespannen voet met de taak en missie van het CBS (‘voor wat er feitelijk gebeurt’), las ik in De Volkskrant. De NRC heeft het zelfs over propaganda. Waarvan akte. Van Mulligen levert in elk geval een bijdrage aan het debat, want er kwamen veel reacties op de CBS-studie. En dat is wat mij betreft lovenswaardig.

Hoe teleurgesteld ben jij?

Je hebt nooit genoeg spreadsheets

Mariimma heeft me onlangs gekwetst tot in het diepst van mijn ziel. Cel XFD1048576 van mijn innerlijke spreadsheet, zullen we maar zeggen. Hoe? Door te stellen dat er zoiets kan zijn als teveel spreadsheets in je leven! Teveel spreadsheets, dat is gewoon onmogelijk.

Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam begint voor mij met het meten van mijn huidige gedrag. En niet zelden (zeg maar altijd) komen de resultaten van die metingen bij elkaar in spreadsheets. Want dat biedt een prima basis voor het analyseren. En elk boek over personal finance benadrukt dat het verstandig is om te weten wat er in en uit gaat. Financiële administraties zijn daarvoor bedoeld. Voor organisaties is het zelfs verplicht om er eentje bij te houden. Zelfs voor particulieren is er een zekere verplichting, je moet immers in staat zijn om belastingaangifte te doen. Daar worden we vervolgens tot op enige hoogte in gefaciliteerd door onze werkgever (jaaropgave) en de financiële dienstverleners (jaarlijks fiscaal overzicht), en voor de meeste mensen verdwijnt de motivatie om een verdergaande administratie te voeren dan als sneeuw voor de zon.

Spreadsheets geven gemak. Het bespaart enorm veel tijd in het bijhouden van je administratie, zeker ten opzichte van een papieren kasboek. In totaal kosten de twee administraties en de beleggingen mij elk weekend minder dan 5 minuten. Uiteraard meer als ik ga spelen met mijn grafiekjes en overzichten, maar dat doe ik niet elk weekend.

Ik ben dol op puzzelen. Maar ik ben minder dol op zinloze activiteiten. En puzzels invullen op een stukje papier voelt zinloos. Als de puzzel klaar is, gaat het stukje papier weg, en houd je hooguit het gevoel van ‘het is gelukt’ over. Ik puzzel liever aan dingen waar ik langduriger iets aan heb. Dus programmeer ik macro’s. Dat is puzzelen. De volgorde van de gebeurtenissen bedenken. De noodzakelijke variabelen en gegevens vinden. De bewerkingen uitvoeren. De uitzonderingen afvangen. De fouten vinden. Puzzelen, maar dan met een doel en praktisch nut.

Ik heb dus een hele stapel spreadsheets om mijn financiële leven te sturen. Alhoewel ik weet dat ik inmiddels 95% van mijn doelen ook zou bereiken zonder de spreadsheets. Het eerst uitbetalen van mijzelf is geautomatiseerd. Idem het beleggen. Vereenvoudigd tot een steeds simpeler portefeuille. Eigenlijk heb ik die spreadsheets dus niet keer nodig. Maar toch blijf ik ze gebruiken. En uitbreiden. Om mezelf nieuwe inzichten te geven, en die inzichten te delen met anderen, zoals in mijn FIRE Calculator die je een idee geeft wanneer je kunt stoppen met werken.

Eerder deze week werd ik in deze gedachten overigens gesteund door mijn lijfblad The Economist. Ik weet het, dat is allemaal bevestiging in mijn eigen witte intellectuele internationaal georiënteerde liberale bubbel (comfortabel hier, kom je ook?). Maar één uitspraak in dit artikel sprak me specifiek aan: What you measure affects what you do. Oftewel: wat je meet, beïnvloedt wat je doet.

Het gaat dus, naast het puzzelen, om het meten en veranderen van gedrag. Ik vind nog steeds nieuwe gebieden om te verdiepen. Afgelopen week heb ik zelfs besloten om nog een extra spreadsheet toe te voegen. Onze hypotheek krijgt een eigen spreadsheet, het is zo’n relevant onderdeel van onze financiën dat ‘ie meer aandacht verdient dan één werkbladje in de administratie. Maar daarover binnenkort meer!

En als het dan helemaal verinnerlijkt is, dat nieuwe gedrag? Ja, dan kun je het meten loslaten. Dus eigenlijk ben ik gewoon nog niet zo ver op de weg naar Nirwana als Mariimma al wel is…

Is er zoiets als teveel spreadsheets?

De Geldnerd-methode?

Hoe krijg je je persoonlijke financiën op orde? De afgelopen 15 jaar heb ik er veel over gelezen. Bruikbare en minder bruikbare boeken, artikelen en weblogs. Uiteindelijk zijn er een aantal dingen blijven ‘hangen’ en onderdeel geworden van mijn eigen methodiek. Ik ben niet iemand die heel strak volgt wat een boekje voorkauwt, ik probeer dingen uit en als het voor mij werkt dan blijf ik het gebruiken. Het is ook niet een methode of zo, dit is wat er werkt voor mij. Ik probeer het vooral simpel te houden.

Weten wat er in komt en uit gaat
De basis voor mij is dat ik weet wat er inkomt en wat er uitgaat. Dat lees ik ook in vrijwel elk boek, elk artikel en elke blog. Of je het nou doet op basis van een schriftje, een spreadsheet of met een geavanceerd boekhoudpakket, dat maakt eigenlijk niet uit. Maar als je niet weet wat er inkomt en wat er uitgaat, zal je je financiën nooit echt onder controle hebben.

Korte termijn en lange termijn in beeld
Korte en lange termijn. Dat is en blijft lastig. Het hier en nu inzichtelijk hebben, de korte termijn, is en blijft voor mij de basis. Toen ik dat eenmaal op orde had merkte ik dat ik makkelijker na kon denken over de lange termijn. En ik heb ook moeten wennen aan het idee dat lange-termijn doelen ook niet vast staan, maar best kunnen en mogen veranderen. Zo is het leven. Je wensen en ideeën veranderen, en soms gebeuren er dingen (in mijn geval: een echtscheiding) die alle tot dan toe gemaakte plannen goed overhoop kunnen gooien. Dat is niet erg.

Budgetteren en Doelen Stellen
Nog zo’n lastige. Budgetteren lukt me uiteindelijk wel. En me eraan houden lukt ook nog verbazend goed. Behalve op die momenten dat mijn leven even drastisch verandert. Zoals toen ik ging scheiden, of toen ik voor een aantal jaren naar het buitenland vertrok. Maar dat is ook logisch. Grote veranderingen in je leven leiden tot grote veranderingen in je financiële situatie en je administratie. Op die momenten is het juist belangrijk dat ik mijn dagelijkse uitgaven goed in de gaten houd.
Doelen stellen heb ik echt moeten leren, zoals ik al aangaf onder het vorige kopje. Of eigenlijk vooral: ik heb moeten leren accepteren dat doelen kunnen en mogen veranderen.

Geld moet Groeien
Dooddoener, zou je denken. Maar het volgde voor mij automatisch uit de vorige stappen. Als je geen doelen hebt, doe je maar wat. Maar als je doelen hebt wil je die ook bereiken. Ik tenminste wel. En financiële doelen bereik je sneller als je meer geld aan je vermogen toevoegt. Dat kan door meer te verdienen, minder uit te geven, of door meer rendement te halen.

De spaarrente is al een aantal jaren laag. Zo laag dat deze de inflatie nauwelijks bijhoudt, om nog maar te zwijgen over die fantastische uitvinding van de overheid: de vermogensrendementheffing. Dus beleggen. Maar wel steeds de balans proberen te houden. 100% van mijn vermogen beleggen vindt zelfs ik een beetje riskant.

Eenvoud (Keep It Simple…)
Deze stelregel werd belangrijker toen ik meer ging beleggen. Want beleggen kun je met allerlei constructies en producten. De een nog ingewikkelder en riskanter dan de andere. Ik wil het nog wel zelf kunnen begrijpen. Echt snappen wat ik doe en welke risico’s ik loop. Dat is een les die ik ook met schade en schande heb moeten leren. Want <schaam>ik heb me ooit wel eens een woekerpolis laten verkopen</schaam>. Maar daarover vast meer in een toekomstige blogpost.

Wat is jouw financiële filosofie?