Eigen Vermogen berekenen

Eigen Vermogen, ik heb het wel eens omschreven als een van de belangrijkste getalletjes aller tijden. In het boekhouden is de definitie ‘Activa (bezittingen) minus Vreemd Vermogen (de korte en langlopende schulden van de passiva)’. Dat klinkt ingewikkeld, en voor veel bedrijven is het dat ook (of dat willen ze het laten lijken voor de belastingen of om beleggers te misleiden…).

Maar als eenvoudige burger heeft Geldnerd een eenvoudiger definitie. Mijn eigen vermogen bestaat uit het geld dat ik overhoud als ik al mijn bezittingen verkoop en al mijn schulden aflos, en dat ik vervolgens in mijn zak heb zitten als ik de wijde wereld intrek.

In deze blogpost neem ik je mee in hoe ik mijn eigen vermogen bereken. En hoe jij het ook kunt doen.

Vaak lees ik, in plaats van Eigen Vermogen, ook de term Netto Waarde. Volgens mij een iets te letterlijke vertaling van de Amerikaanse term Net Worth. Die gebruik ik niet, ik heb er zelfs een hekel aan. Netto waarde wekt voor mij teveel de suggestie dat de waarde van mij als persoon afhangt van dit getal.  Eigen vermogen voelt beter. Mijn eigen vermogen. Van mij. Vermogen. Kracht. Mijn kracht.

Wat zegt het?

Het eigen vermogen is het eerste getalletje dat ik regelmatig bij ben gaan houden. Een eigen vermogen bereken je altijd op een bepaalde peildatum. Eerst deed ik dat jaarlijks per 31 december, maar nu al weer heel lang per kwartaal (31 maart, 30 juni, 30 september, 31 december). Dat is een keuze, je kunt het op elk gewenst moment doen natuurlijk.

Zoals ik eerder schreef is het eigen vermogen (voor iemand die financiële onafhankelijkheid nastreeft) het geld waarvan je moet leven nadat je gestopt bent met werken. In Nederland meestal gecombineerd met AOW en pensioen. Je kunt het langzaam opeten, of investeren in dingen die cash genereren, zoals beleggingen die dividend opleveren of vastgoed dat je huurinkomsten oplevert. Je kunt het ook in je eigen huis stoppen, maar dan levert het geen inkomen op. En kun je het dan ook niet opeten, tenzij je het huis verkoopt. Genoeg reden dus om zo af en toe te kijken hoe jouw eigen vermogen ervoor staat.

Hoe bereken je het?

Eigenlijk is het heel simpel. Eigen Vermogen is gelijk aan Bezittingen minus Schulden. Die twee dingen zul je dus op een rijtje moeten zetten. En je zult moeten bepalen wat ze waard zijn op de door jou gekozen peildatum. Soms is dat heel eenvoudig, maar soms ook niet. En je zult moeten bepalen hoe ver je hierin wilt gaan. Want je kunt heel ver gaan. Maar de vraag is hoe zinvol dat is.

Oh ja, ik bereken mijn eigen vermogen in Euro’s. Dat is ook een keuze. Een gebruikelijke hier, de Euro is immers het betaalmiddel in Nederland en het merendeel van mijn bezittingen en schulden wordt in Euro’s gewaardeerd. Het betekent dat ik bijvoorbeeld mijn beleggingen in Amerikaanse dollars omreken naar Euro’s. Dat doe ik dan uiteraard tegen de wisselkoers op de peildatum.

Bezittingen

We beginnen positief. Met de bezittingen.

Heb je Spaarrekeningen? En Beleggingen? Die horen bij je bezittingen. Maak dus maar een lijstje. Vergeet je lopende rekening ook niet. Wat was het saldo op de rekeningen op de peildatum? Wat waren jouw beleggingen waard op de peildatum? Ik hanteer altijd de slotkoers op de peildatum (want die is het makkelijkst te achterhalen), maar ook dat is een keuze.

En heb je een koopwoning? Zeer waarschijnlijk in Euro’s je grootste bezit. Maar hier wordt de waardering al lastiger. Want wat is die woning waard op de peildatum? Daar kun je verschillende keuzes in maken. Die grote invloed hebben op jouw vermogen. Vorig jaar heb ik een uitgebreide blogpost geschreven over deze keuzes.  Maak de keuze die het beste bij jouw situatie en jouw gevoel past. En wees consequent, dus gebruik steeds dezelfde manier als je jouw eigen vermogen op verschillende peildata berekent. Want alleen dan zijn de uitkomsten vergelijkbaar. Ik reken voor mijn eigen vermogen met de helft van de WOZ-waarde. De helft, omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ.

Hierna wordt het snel lastiger, en een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Vroeger had Geldnerd bijvoorbeeld een auto. Die nam ik ook mee op de balans. Als basis voor de waardering gebruikte ik de ANWB Koerslijst, de waarde die deze op de peildatum aangaf voor mijn kenteken en kilometerstand bij inkoop of inruilprijs door het autobedrijf. Dat is ook zo’n waarderingskeuze die je consequent moet toepassen om vergelijkingen met eerdere berekeningen te kunnen maken.

Dan de inboedel van jouw woning. Die heeft misschien best wel wat gekost? Maar heb je dat allemaal bijgehouden? Ex en ik hebben er destijds voor gekozen om de waarde van de inboedel niet mee te nemen. We gaven deze de waarde nul. Dat had overigens nog onvermoede consequenties. Toen wij jaren later gingen scheiden had de regel ‘waarde inboedel is nul’ zich genesteld in mijn hoofd, en was het voor mij veel eenvoudiger om die dingen los te laten toen ik vertrok. Ik heb alleen mijn kleding en echt persoonlijke bezittingen meegenomen. Dat gaf ruimte in mijn hoofd en ruimte in de onderhandelingen over het echtscheidingsconvenant. Ik hoor te vaak verhalen over ruzies over dat ene tafeltje of dat ene kastje… Maar in mijn hoofd was dat allemaal niets waard.

Ook tegenwoordig neem ik de inboedel niet mee in de berekening van het eigen vermogen. Misschien dat ik dat wel zou doen als ik een dure verzameling of collectie sieraden had. Maar dan is de waardering best lastig. Veel mensen zijn er al achter gekomen dat de postzegelverzameling van opa, zijn lust en zijn leven, na overlijden niets (meer) waard bleek te zijn. Ik zou er dus voorzichtig mee zijn.

Ook zo’n vraag, neem je jouw pensioen mee in de bezittingen? Ik doe het niet, ook omdat ik niet goed kan bepalen welk bedrag ik dan realistisch op zou kunnen nemen. Misschien doe ik het wel na de komende pensioenhervorming, als er een eigen potje is. Maar het is voor mij vooral symbolisch. Dat is anders  voor ondernemers die alles zelf opbouwen. In Amerika hebben mensen ook eigen pensioenpotjes. Het laat dus al zien dat jouw eigen vermogen vergelijken met een ander best lastig is. Want je moet de onderliggende aannames en waarderingsgrondslagen kennen om te zien of het wel echt vergelijkbaar is.

Zelf houd ik het dus simpel. Alleen de eigen woning, en mijn spaar- en beleggingsrekeningen. Zijn er andere bezittingen die jij mee wilt nemen? Zet ze op een rijtje, denk goed na over de waardering, en tel het allemaal bij elkaar op.

Schulden

Na de bezittingen is het tijd om de schulden op een rijtje te zetten.

Zelf heb ik er maar eentje. De hypotheek die we gebruikt hebben voor de aankoop van Geldnerd HQ. En die we in hoog tempo aflossen. Voor mijn persoonlijke eigen vermogen reken ik met de helft van de hypotheek omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ. En de waardering is simpel: hoeveel geld moet ik op de peildatum nog aflossen. De naar verwachting nog te betalen rente neem ik niet mee. Het gaat om wat ik zou moeten betalen als ik op de peildatum alles in één keer af zou moeten lossen.

Misschien heb jij meer hypotheekdelen, en/of een familiebank-lening? Misschien heb jij ook nog een openstaande studieschuld? Of een lening voor een auto of een ander consumptief krediet? Allemaal schulden die je op een rijtje zou moeten zetten. Wat ben je op de peildatum schuldig aan anderen?

Twijfelgevalletje wat mij betreft: Creditcards. Het is een schuld. Maar ik heb er maar eentje als onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank, en die wordt altijd aan het eind van elke kalendermaand volledig geïncasseerd. Ik neem ‘m dus niet mee, ook omdat er op een peildatum meestal geen schuld op staat. Maar als jij vijf creditcards hebt met daarop € 15.000 schuld, dan weet ik twee dingen heel zeker. Ten eerste, je leest hier nog niet lang mee en/of volgt mijn voorbeeld niet. En ten tweede, je kunt die schuld maar beter meenemen in de berekening van jouw eigen vermogen. Want het is een ‘materiële’ schuld, het heeft substantieel impact op jouw eigen vermogen. Maar ook dit is dus een keuze.

Zelfs als eenvoudige particulier heb je dus best wat te kiezen bij het waarderen van je bezittingen en je schulden. Kun je nagaan hoe ingewikkeld dat voor bedrijven is. En niet overal zijn regels voor, dus  dit leidt best nog wel eens tot discussie.

Tonnair? Miljonair? Of Negatief?

Eigen Vermogen = Bezittingen -/- Schulden. Je kunt ‘m nu dus uitrekenen. Is jouw eigen vermogen groter dan € 100.000? Dan mag je jezelf ‘tonnair’ noemen. Bij een vermogen groter dan € 1.000.000 ben je zelfs ‘miljonair’. Maar het kan natuurlijk ook dat jouw eigen vermogen negatief is. Dan is de optelsom van jouw schulden dus hoger dan de optelsom van jouw bezittingen.

Een negatief eigen vermogen, is dat erg? Dat hangt er van af. Een bedrijf met een negatief eigen vermogen wordt wel ‘technisch failliet’ genoemd. Dat betekent niet automatisch dat het bedrijf ook failliet gaat. Als er maar genoeg inkomsten zijn om alle lopende uitgaven te betalen en de schulden af te lossen (en er dus uitzicht is op een verbetering van het vermogen), dan is er niet veel aan de hand. Maar het is wel een waarschuwingssignaal. Banken worden voorzichtiger met het verstrekken van krediet en leveranciers willen misschien wel vooruit betaald worden.

En iets vergelijkbaars geldt er voor particulieren. Ben jij net afgestudeerd met een stevige studieschuld en heb je vervolgens een huis gekocht met een maximale hypotheek en jouw laatste spaargeld in een verbouwing gestoken? Dan heb je best kans dat jouw eigen vermogen daarna ook negatief is afhankelijk van hoe optimistisch je bent over de waarde van jouw huis. Dat hoeft geen probleem te zijn, zo lang er voldoende inkomen binnenkomt om alle rekeningen en de hypotheek te betalen. Maar het is wel een signaal. Als dat inkomen wegvalt, kom je waarschijnlijk snel in de problemen.

Het eigen vermogen is een momentopname. Het gaat om de trend door de tijd. Bereken ‘m dus minimaal één keer per jaar. Ben je 25 jaar oud met een negatief eigen vermogen maar een zeker inkomen en loopbaanperspectief, dan is er nog niet veel aan de hand. Nog steeds een negatief eigen vermogen als je 50 bent? Dan moet je misschien eens gaan nadenken over jouw financiën.

Vermogen van Geldnerd

Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van mijn persoonlijke eigen vermogen weer. Peildatum is steeds 31 december van het betreffende jaar. De waarde voor de eerste meting (31 december 2003) is gelijkgesteld aan 100%. Voor 2021 is de waarde per einde eerste halfjaar (30 juni 2021) genomen.

Mijn vermogen nu is 1.300% van het vermogen per eind 2003. 13 keer zoveel vermogen als op 31 december 2003. Maar het is geen rechte lijn naar boven geweest. De daling in de periode 2011 – 2012 was het gevolg van mijn echtscheidingsperikelen.  De daling in 2014 is het gevolg van het sabbatical dat ik mijzelf veroorloofd heb toen we vertrokken naar het Verre Warme Land. Bewuste keuze, maar wel eentje die geld (en vermogensopbouw) kost. Daarna gaat het in snel tempo beter. De trendlijn (de rode stippellijn) begint zelfs al voorzichtige exponentiële vorm aan te nemen. Ik hoop dat die ontwikkeling zich voortzet.

Hoe bereken jij jouw eigen vermogen?

Investeringsblunders en ‘Buy and Hold’

  • Berichtcategorie:Beleggen

Onlangs schreef ik, in navolging van Cheesy Finance, een (veel gelezen) blogje over mijn ‘minder succesvolle beleggingen‘. Eén van de reacties kwam van Joost van In De Fruitboomgaard, die zich afvroeg hoe een en ander uitgepakt zou hebben als ik een ‘Buy and Hold’ strategie had gevolgd. Dus wel aankopen, maar daarna niet meer verkopen, de strategie die ik (in navolging van vele anderen) tegenwoordig volg. Dat is een goede vraag, en ook weer stof voor een blogje.

Dat was nog best een uitzoekklusje…

NewConomy werd omgedoopt in Real Time Company, maar kwam in 2004 in een surseance van betaling terecht, en kwam daar in 2005 weer uit. Strafbankje van de beurs, dat soort dingen. Daarna wordt het speuren. In 2007 wordt de naam veranderd in Vivenda Media Groep, met daarbij een grote aandelenuitgifte en plaatsing bij BV’s met illustere namen als De Groote Zandschulp 1 B.V. Verliezen bleven ze maken, en in 2013 namen ze een afvalverwerker over en gingen ze verder onder de naam Inverko NV. Die naam werd in 2017 veranderd in Phelix NV. Eind 2017 nam Phelix dan weer Alumexx over, en werd de naam dus weer veranderd. En dat bedrijf bestaat nog, en staat op dit moment rond de € 1,50. Ik kan niet achterhalen of het aandeel in de tussentijd nog gesplitst is, dus ik ga maar even uit van mijn 100 aandeeltjes. Daar zou ik dus geen winst op gemaakt hebben, want ik heb op € 1,77 verkocht. Geen succesverhaal dus.

Dan Robeco Medical Biotech. Dat werd in 2003 met Robeco Health Care samengevoegd tot Robeco Health Care Equities, dat heb ik ook nog meegemaakt. Eind 2009 veranderde de naam in Robeco Health & Wellness Equities. Je moet de trends natuurlijk goed blijven volgen als veel te dure en onderpresterende fondsbeheerder… Dat fonds is dan in 2011 opgegaan in het SAM Sustainable Health Living Fund. En dat wordt nu verhandeld voor rond de € 190. Dat is fors hoger dan de prijs waar ik destijds voor verkocht, maar ik kan nergens achterhalen of mijn aandelen destijds in al die veranderingen en samenvoegingen wel een-op-een zouden zijn overgegaan. Geen enkele garantie dus dat buy-and-hold hier succesvol geweest zou zijn.

Merril Lynch Japan Opportunities Fund veranderde in 2008 in het BlackRock Japan Opportunities Fund. Dat bestaat nog, en het heeft sinds 2008 een geannualiseerd rendement van 11,84% gemaakt. Hier zou Buy and Hold dus wel geloond hebben!

Tot slot SNS Reaal. Dat verhaal moge bekend zijn, het werd op 1 februari 2013 genationaliseerd. Procedures over schadeloosstelling lopen nog, maar zien er niet goed uit voor de voormalige aandeelhouders. Hier zou ik dus waarschijnlijk mijn hele inleg zijn kwijtgeraakt.

Laten we het er maar op houden dat ik in die tijd een hele slechte neus voor fondsen had. Maar ik denk dat in deze specifieke gevallen ‘buy and hold’ me niet veel verder had gebracht.

Heb jij nog wel eens teruggekeken naar jouw beleggingsblunders?

Mijn investeringsblunders

  • Berichtcategorie:Beleggen

Prachtig blogje afgelopen week bij Cheesy Finance over beleggingsblunders. Het deed me denken aan de serie blogs die een tijdje geleden verschenen is over de lessen die we geleerd hebben als huiseigenaar. Leren van elkaars fouten, en ze delen zodat anderen ze niet hoeven te maken. Alhoewel ik ook besef dat mensen van nature eigenwijs zijn, en vooral denken ‘dat overkomt mij niet’….

Zelf heb ik in mijn leven ook het nodige leergeld betaald. Niet alleen met mijn hypotheken, maar ook met een woekerpolis. En met investeringen, ook al heb ik me nog nooit beziggehouden met sprinters, turbo’s en opties… In navolging van Cheesy Finance in deze blogpost dus mijn belangrijkste / duurste blunders op een rijtje.

Ik was er al vroeg bij met beleggen. Vanaf ongeveer mijn 12e werd er al af en toe spaargeld in een aandeel gestoken. Van ETFs en index trackers had toen nog niemand gehoord. Geen Binck, geen De Giro. Beleggen deed je bij je bank, en de orders gaf je telefonisch op, of mondeling in het bankkantoor tijdens openingstijden. Voordat jullie denken dat Opa Geldnerd sentimenteel wordt, dat mis ik allemaal niet. Ik ben erg gelukkig met de mogelijkheden die we anno nu hebben.

Op die leeftijd was duizend gulden (€ 450) veel geld, maar dat was ongeveer wat ik in zo’n aandeeltje stak. Soms ging dat goed, bijvoorbeeld met DocData, een bedrijf dat machines maakte om CD’s te persen. En soms ging het gruwelijk mis. Zoals met TextLite, een bedrijf dat zaktelexen en lichtkranten zou produceren. Ze gingen in 1984 naar de beurs. En in 1990 spectaculair failliet. In de onderzoeken daarna kwam van alles aan het licht. Sjoemelende directeuren, onoplettende accountants, slapende commissarissen. Maar ik was mijn inleg kwijt. Hoeveel het was, weet ik niet meer precies. Ongeveer € 450, denk ik. Terugkijkend ook niet bepaald een breed gespreide portefeuille en zo. Dat was geen beleggen, maar speculeren.

Na mijn studie heb ik een tijdje te maken gehad met ‘insider trading’ bepalingen, in verband met het werk dat ik toen deed. Dat beperkte mijn mogelijkheden om te beleggen nogal, dus mijn activiteiten hebben toen even op een laag pitje gestaan. Ik werd pas weer meer actief aan het einde van de jaren negentig. Mooi op tijd om leergeld te betalen in de dotcom-crisis… Vanaf dat moment hield ik alles ook keurig bij in spreadsheets. Nog niet zo geavanceerd als de huidige, maar ik kan alles mooi terugvinden.

Zoals ik al schreef, ik heb me nog nooit beziggehouden met sprinters, turbo’s en opties. Gewoon aandelen en later beleggingsfondsen. Maar ook daar kun je mooie blunders mee maken.

Zo ben ik in 2000 bij de beursgang enthousiast ingestapt in NewConomy, de bijdrage van Maurice de Hond aan de internetbubbel in Nederland. Het internet was in opkomst en alles zou anders worden. Dus gekocht op € 10,50, en later nog bijgekocht op € 15,00. Een jaartje later uitgestapt op € 1,77. Gelukkig maar 100 aandelen, maar dat leverde toch een verlies van € 1.100 op.

Medio 2000 ben ik ook ingestapt in het Robeco Medical Biotech fonds. Want biotechnologie zou het helemaal gaan maken, en Robeco was natuurlijk een goede manier om daarvan mee te profiteren. Van kostenratio’s had ik nog nooit gehoord, ik weet ook niet of ze in de documentatie stonden. Ik weet eigenlijk niet eens of ik die documentatie gelezen heb. Tussendoor ook nog een paar keer bijgekocht, totale investering zo’n € 3.250. En uiteindelijk in 2004 de positie afgesloten met een verlies van zo’n € 1.150. Later heb ik overigens alsnog goed meegeprofiteerd van de biotech, met het Franklin Templeton Biotechnology Discovery Fund. Die meer dan verdubbelde in een paar jaar tijd.

Verder dacht ik in 2006 dat de crisis in Japan wel tot het verleden zou behoren. Dus heb ik voor € 1.750 Merril Lynch Japan Opportunities Fund gekocht. En dat begin 2008 weer verkocht, met een verlies van € 1.000.

Laten we verder ook mijn avonturen met SNS Reaal niet vergeten. Zat in de problemen, zou helemaal goed komen. In 2008 heb ik 200 stuks gekocht voor iets meer dan € 8 per stuk, en daar kreeg ik op 3 januari 2011 nog € 3,20 per stuk voor terug. Ook een verlies van € 1.000 op deze positie.

Uiteindelijk heb ik hiermee langzaam geleerd dat de aandelenmarkt niet rationeel is, en dat ik zeker niet slimmer ben dan de markt. Integendeel… Dus de markt volgen is voor mij de beste strategie. Af en toe kijk ik nog terug naar mijn oude spreadsheet met deze blunders. Om mij eraan te herinneren dat ik beter niet aan individuele aandelen en specifieke fondsen kan beginnen. Om over ingewikkelder en meer riskante mogelijkheden nog maar te zwijgen. Gewoon mijn eigen, saaie indextrackers. Dat geeft op de langere termijn de beste kans op succes.

Welke dure lessen heb jij geleerd in beleggingen?