De wereld volgens de AFM

  • Berichtcategorie:Beleggen

Vorige week verscheen het jaarverslag 2020 van onze financiële waakhond, de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De club die ons beschermt tegen alle boze mensen en bedrijven die er met onze zuurverdiende centjes vandoor willen. Ik vind dit soort rapporten en jaarverslagen meestal interessant leesvoer. Het geeft je namelijk inzicht in hoe zo’n partij naar de wereld kijkt. En ik vind het belangrijk om dat te weten van partijen die mijn mogelijkheden beperken beïnvloeden. En de AFM is zo’n partij, ‘dankzij’ hen kunnen we niet meer handelen in onze favoriete Amerikaanse ETFs.

Wat is de AFM?

De taak van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is het houden van ‘gedragstoezicht’ op de financiële markten en pensioenfondsen in Nederland. Gedragstoezicht betekent dat de AFM erop toeziet dat alle marktpartijen ‘netjes’ handelen, en hun klanten en andere partners van de juiste informatie voorzien. Dit naast het ‘prudentieel toezicht’ van De Nederlandsche Bank (DNB), wat betekent dat erop toegezien wordt dat marktpartijen aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. DNB en AFM bewaken dus samen dat banken, verzekeraars, aandelenbrokers, en andere mensen die ons geld willen hebben, ons netjes behandelen. Een nobele taak, toch?

Wereldbeeld?

Op de voorpagina van het jaarverslag staat een foto van de Koopgoot in Rotterdam. Op de voorgrond zie je een grote waarschuwingssticker op de grond, die je oproept om ‘met de stroom mee te winkelen’. Deze foto is op zichzelf al veelzeggend. Ik ken de koopgoot een beetje, en beschouw het als één van de vele dertien-in-een-dozijn winkelgebieden waar wij, de argeloze consumenten, worden verleid om ons geld zo snel mogelijk te besteden. En dan ook nog met zo’n ‘winkel met de stroom mee’ oproep. Je kunt het lezen als een oproep om vooral standaard dingetjes te doen met je geld, en vooral geen dingen te willen die afwijken van die standaard. Je zou kunnen denken dat dit het wereldbeeld is van de AFM. En je zou dus ook kunnen denken dat ik al vooringenomen begin met lezen in het jaarverslag…

Risico’s risico’s risico’s

Met een clubje ambtenaren kun je natuurlijk niet alles doen, zeker niet als je duizenden en duizenden slechterikken bankiers en andere financiële tovenaars tegenover je hebt. Dat lukt de AFM dus ook niet. Ze doen aan risicomanagement. Hoe groot is de kans dat een bepaalde gebeurtenis optreedt, en hoe groot is de impact als dat gebeurt? Dat leidt tot een prioriteitenstelling, de grootste risico’s pak je als eerste aan. Dat is iets dat Geldnerd ook uit zijn eigen werkterrein kent.

En in dat licht doet de AFM een paar leuke uitspraken. ‘Pandemieën staan al jaren op het groslijstje met potentiële risico’s, maar echt voorbereid waren we als land niet’, lees ik in het voorwoord. Iets dat ik overigens herken. En waar de afgelopen weken ook iets meer aandacht voor lijkt te komen in de media. Gelukkig hebben we in Den Haag een kort geheugen en zijn we dit volgend jaar alweer vergeten. Tot de volgende pandemie.

Ook interessant is de samenvatting van de AFM over de diepe val en daarna het opmerkelijke herstel van de financiële markten in het coronajaar 2020. ‘[Wat] Resteert [is] het ongemakkelijke gevoel van een volatiele en exuberante kapitaalmarkt die wat losgezongen lijkt van de reële economie’. Het moet niet gekker worden, de AFM en Geldnerd zijn het eens een keer met elkaar eens!

Consument in kwetsbare situatie

Eén van de toezichtsdoelen van de AFM is het beschermen van consumenten in kwetsbare situaties. Dat is ook het doel dat ons, de gewone Nederlanders, het meest direct raakt. Ik ben daarom maar eens op zoek gegaan naar wat de AFM hierover schrijft. De twee belangrijkste activiteiten die de AFM daar noemt zijn een (meerjarig) onderzoek naar de ontwikkeling van het volmachtkanaal (de tussenpersonen) als distributiekanaal van particuliere schadeverzekeringen, en een onderzoek naar de ‘verzilverhypotheek’, waarmee je de overwaarde op je huis kunt gebruiken door deze te lenen bij een hypotheekverstrekker.

Maar de AFM heeft ook gekeken naar verschillende aspecten van online zelfstandig beleggen, naar het aanmeldingsproces van klanten (‘onboarding’), de passendheidstoets. en naar productontwikkeling (productgovernance) bij beleggingsondernemingen. De interesse in ‘onboarding’ kwam voort uit de enorme groei van het aantal particuliere beleggers tijdens de pandemie.

Ook maakt de AFM zich een beetje zorgen over het nieuwe pensioenstelsel. In dat nieuwe stelsel neemt onze keuzevrijheid toe, en dat kan een behoorlijke impact op de hoogte van het pensioen hebben. ‘Meer keuzevrijheid legt ook een grotere verantwoordelijkheid bij de deelnemers waar het gaat om hun financiële welzijn’, schrijft de AFM. Om er in de categorie ‘open deuren intrappen’ aan toe te voegen dat wij, de kwetsbare consumenten, goed begeleid moeten worden bij het maken van keuzes. We zullen zien.

De AFM schrijft ook vol trots over haar activiteiten rond het terugdringen van de risico’s van aflossingsvrije hypotheken. Jammer alleen dat, door de extreem lage rente en de extreem hoge huizenprijzen, er weer groei zit in dit segment.

Wat ik wel opvallend vind is dat het aantal formele maatregelen dat de AFM genomen heeft is gedaald, van 68 in 2019 naar 44 in 2020. De AFM bijt dus minder vaak. Onder formele maatregelen vallen boetes, lasten-onder-dwangsom, intrekkingen van een vergunning, en dat soort dingen. In dat licht is het wel weer bijzonder dat de AFM in 2020 weer ‘winst’ gemaakt heeft, € 3,7 miljoen, waar er in 2019 een tekort van € 5,5 miljoen was. Inclusief heffingen werd er namelijk wel € 109 miljoen geïncasseerd, bijna € 10 miljoen meer dan in 2019. Ze bijten dus minder vaak maar wel harder?

Ben jij ook zo blij dat er iemand voor en over ons waakt op de grote boze financiële markten?

Consumptie en inkomen (uitgeven maar weer…)

De omzet van de detailhandel was in juni 3 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. Het verkoopvolume groeide met 2,8 procent.

Het netto reëel besteedbaar inkomen groeide in 2017 met 1,5 procent. Recentere cijfers heb ik niet kunnen vinden, maar De Nederlandsche Bank verwacht dat in 2018 en de komende twee jaar het reëel beschikbaar inkomen kan stijgen met jaarlijks gemiddeld bijna 3%. Kortom, de consumptie groeit weer eens net zo hard of zelfs harder dan het inkomen. Daar hoef je geen wiskundig wonder voor te zijn, dat is geen model dat eeuwig vol te houden is.

Uiteraard heb ik ook nog even gekeken naar mijn eigen persoonlijke cijfers. Mijn netto besteedbaar inkomen (exclusief dividend-ontvangsten) in de periode januari tot en met juli 2018 was 6,9% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. En mijn uitgaven (dus exclusief aflossing / beleggen / sparen) in de periode januari tot en met juli 2018 waren 29,9% lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Een beetje vertekend beeld, omdat we in die periode in 2017 nog wat extra uitgaven deden voor de inrichting van ons huis. Als ik dat effect eruit haal, dan is de daling van mijn consumptie 15,7%. Dat stelt me dan toch weer gerust, ik doe niet mee met de consumptie-rally…

Hoe is het met jouw inkomen en jouw consumptie?

Het domein van de Rijken

  • Berichtcategorie:Wonen

De grote stad wordt het domein van de rijken, schreef de NRC gisteren. Alleen wij (want tsja, ook ik heb samen met Vriendin een koophuis in een grote stad, deels gefinancierd met eigen geld) kunnen een koophuis in de stad nog betalen, en dan eigenlijk alleen maar als we eigen geld meebrengen. Aanleiding voor het artikel is een rapport van De Nederlandsche Bank (DNB) van eerder deze week. DNB noemt het nog geen bubbel en signaleert dat de banken terughoudender zijn met financiering dan voor de crisis (daarbij deels geholpen door strengere regelgeving), maar een tweedeling is het wel.

Geldnerd ziet het ook om zich heen. Huizen hier zijn duur, een vraagprijs van € 4.000 per vierkante meter is de norm op dit moment. Ze worden ontzettend snel verkocht. Als ze op Funda verschijnen en er staat niet binnen een week dat ze ‘onder voorbehoud verkocht’ zijn, dan is er wel wat aan de hand. Het is ook weer normaal dat er ‘kijkuurtjes’ zijn waarbij je tevens je envelopje mag inleveren. Mensen zonder eigen vermogen en/of met kinderen ‘ontvluchten’ de grote stad. Ze gaan naar de ‘slaapsteden’ om onze grote stad heen, naar de jaren 70/80/90 of nog recentere nieuwbouwwijken. Je woont niet in ‘de stad’, maar een huisje met een tuintje is er nog betaalbaar (of in elk geval: minder onbetaalbaar).

Het is geen nieuw fenomeen. Geldnerd herinnert zich ook eerdere grote verschuivingen op de woningmarkt waarbij dit gesignaleerd werd. De stad wordt er nou ook niet meteen eenzijdiger van. Je krijgt wel een groter contrast tussen de ‘rijke wijken’ met koopwoningen en de ‘arme wijken’ met huurwoningen, en dat is nou niet meteen bevorderlijk voor een stad. Het wordt er allemaal een beetje onevenwichtig van. In die zin kijk ik wel met interesse naar de WoonVisie die een tijdje geleden gelanceerd is in Rotterdam. Daar was (is) een hoop gedoe over, en in de berichtgeving gaat het vooral over de voorgenomen sloop van (goedkope en verouderde) huurwoningen. Maar het achterliggende doel is volgens mij wel heel goed, namelijk zorgen voor een meer gevarieerd woningaanbod in Rotterdam. Daarmee getuigt Rotterdam wel van lef, en daar kunnen veel gemeentes volgens mij nog wel een voorbeeld aan nemen.

Vaak trek ik de vergelijking met de streek waar ik opgegroeid ben. Die is helemaal aan de andere kant van Nederland, en de woningmarkt ziet er daar heel anders uit. Het gebied is een van de krimp-regio’s van Nederland. De bevolking krimpt er. Dat blijf ik een bizar fenomeen vinden (want Nederland als geheel groeit nog wel), maar het is tegelijkertijd wel verklaarbaar. Wat de arbeidsmarkt is ‘daar in de provincie’ heel anders dan ‘hier in de grote stad’. Vriendin en ik hebben het er wel eens over, om terug te verhuizen naar die kant van het land, maar het vinden van een goede baan (laat staan twee banen) op ons niveau is daar gewoon heel erg lastig. Tegelijkertijd zie ik dat in het dorp waar ik ben opgegroeid heel veel woningen te koop staan, en tegen veel lagere prijzen dan hier in ‘de grote stad’. Voor het bedrag waarvoor wij hier ons appartement van 165 vierkante meter gekocht hebben, koop je daar een vrij gelegen boerderij met een woonoppervlak van 325 vierkante meter, met 3.000 vierkante meter grond. Tsja, wat laat je dan het zwaarste wegen?

Hoe kijk jij naar de woningmarkt?

Stelletje goudvissen dat we zijn!

Mooi woord, hè? Spaaroverschot. Dat is het bedrag dat huishoudens overhouden ná hun bestedingen, en wat dus beschikbaar is om te sparen (of beleggen). Drie miljard euro was het in 2016 volgens de rekenmeesters van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het is gedaald. Dat is overigens nog geen € 400 per huishouden, dat spaaroverschot.

Het spaaroverschot is vooral een rekenkundig en statistisch iets. En het is dus niet het bedrag dat we echt gespaard hebben, daarover schreef ik in februari Maar het is dus gedaald. En dat zegt wel iets. We geven dus weer meer uit. Volgens de berichten vooral door de herstellende woningmarkt. Maar ook door meer consumptie.

Nou is Geldnerd natuurlijk een bovengemiddeld rijke stinkerd, maar toch. Ook ik heb een huis gekocht in 2016, ben verhuisd en heb heel veel spulletjes aangeschaft. Maar toch spaar ik meer dan voorheen. Blijkbaar gaan de meeste mensen weer gewoon door met consumeren op het uiterste randje van hun mogelijkheden.

De consumptieve bestedingen namen in drie jaar tijd met € 16 miljard euro toe, de investeringen in vaste activa (met name nieuwbouwwoningen) met € 13,5 miljard, lees ik bij het CBS. De consumptie stijgt dus gewoon weer het hardst. En dat terwijl onze inkomsten met name in de periode 2013 – 2015 nauwelijks gestegen zijn. Fijn vooruitzicht is dat als er weer een crisis aankomt. En die komt. Want geschiedenis is een golfbeweging. We leren ook niks van eerdere crises, vrees ik. Stelletje goudvissen dat we zijn… Geen geheugen.

Ben jij ook een goudvis?

Handje-steeds-minder-contantje

We rekenen met z’n alleen steeds minder vaak contant af, meldt nu.nl op basis van een onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB).

Met z’n allen betalen we wel nog altijd vaker contant dan met een pinpas. Maar in de detailhandel (o.a. supermarkten en kledingwinkels) werd voor het eerst vaker met pin betaald dan contant. In de horeca is blijkbaar cash nog steeds de favoriete methode. In totaal deden we 2,9 miljard pinbetalingen en 3,4 miljard contante betalingen.

Het gemiddelde pinbedrag is flink gedaald, we pinnen steeds vaker ook onze kleine aankopen. Dat herken ik ook bij mezelf, ik probeer zoveel mogelijk elektronisch te betalen. Alleen al omdat dat makkelijker te verwerken is in mijn financiële administratie en ik daarmee dus beter zicht houd op mijn uitgaven. Ik heb ook hoge verwachtingen van betalen met m’n smartphone en andere vernieuwingen. Meer elektronisch en minder contant, ja graag! Vooral voor kleinere bedragen kan ik daar ook nog beter op letten.

Het bericht van DNB linkt ook door naar een interessante factsheet over betalen aan de kassa. Maar het zal nog wel even duren voordat we contant geld helemaal af kunnen schaffen.

Ik heb het even nagekeken in mijn administratie. In 2013, het laatste jaar dat ik in Nederland verbleef, was 5% van mijn uitgaven contant. In 2015 tot nu toe is dat 14%, dat komt vooral omdat hier in het Verre Warme Land nog meer met cash gewerkt wordt. De komende periode ga ik proberen om het percentage contant verder terug te dringen.

Hoeveel contant geld gebruik jij nog?