Eigen vermogen 2022

Mijn voornemen is om jaarlijks even te kijken naar de samenstelling van mijn eigen vermogen. Dat heb ik medio vorig jaar voor het eerst gedaan, ik keek toen terug op vijf jaar vermogensontwikkeling. Daarna heb ik ook uitgebreid beschreven hoe ik mijn eigen vermogen bereken. We zullen dus vooral kijken naar de ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Vermogenscomponenten

De samenstelling van mijn eigen vermogen blijft eenvoudig.

  1. Ik heb een beperkte hoeveelheid spaargeld, mijn potjes.
  2. Daarnaast heb ik een beleggingsportefeuille. Hier doe ik elke maand een extra inleg en aankoop in, en verder beweegt deze mee met de bewegingen van de wereldwijde aandelenmarkten.
  3. Wij hebben een eigen woning, hierin zitten twee soorten vermogen.
    1. Ten eerste eigen geld dat we erin gestoken hebben bij de aankoop en door de reguliere en extra aflossingen op onze hypotheek.
    2. En ten tweede overwaarde doordat de WOZ-waarde inmiddels fors hoger is dan bij de aankoop van deze woning. Ik gebruik de WOZ-waarde als waarderingsgrondslag voor onze eigen woning in mijn vermogen.

Verder heb ik geen bezittingen die ik waarde toeken en meeneem in mijn eigen vermogen. Geen tweede of derde of vierde huis (zoals sommige bewindslieden in het kabinet Rutte-4). Geen waardevolle kunst of postzegelverzameling. Geen waardevolle inboedel. Geen auto. Mijn leven is eenvoudig en dat wil ik graag zo houden.

Balanceren

Zoals ik mijn beleggingsportefeuille wil balanceren rond een gewenste verdeling probeer ik dat ook met mijn vermogen. De hoeveelheid spaargeld die ik aanhoud is minimaal, en ‘gerationaliseerd;’ door het aantal maanden inkomensbuffer en de inhoud van de potjes. Meer spaargeld dan dat hoef ik niet te hebben.

De verdeling tussen het geld in de beleggingsportefeuille en in de eigen woning is natuurlijk lastiger. Want bij beide heb ik alleen controle over de inleg. Ik heb helaas / gelukkig (doorhalen wat niet van toepassing is) geen enkele controle over de ontwikkeling van de waarde. Dat gebeurt op ‘de markt’. Bij mijn beleggingen op elke handelsdag op de beurs, bij onze eigen woning jaarlijks bij de vaststelling van de WOZ-waarde.

Daarom probeer ik de inleg in de (aflossing van de) hypotheek en de inleg in mijn beleggingsportefeuille ongeveer gelijk te houden. Een euro naar de beleggingen en een euro naar het huis. Dat lukt vrij redelijk, al loopt het wel iets uit elkaar door de groei van onze aflossingssneeuwbal. Mijn maandelijkse inleg in de beleggingsportefeuille indexeer ik jaarlijks met de inflatie, hopelijk kan ik dat volhouden als de inflatie mijn koopkracht opeet.

Ontwikkeling van het vermogen

In 2021 realiseerde ik een mooie vermogensgroei van 25,5%. In mijn jaarafsluiting liet ik al zien hoe dit tot stand kwam.

Meerjarig zie je dat terug in onderstaande grafiek. De nauwelijks veranderende gele lijn van het spaargeld. De gestaag groeiende beleggingsportefeuille. Het traag maar gestaag groeiende blauwe vlak van het eigen geld in onze woning. En de eens per jaar veranderende overwaarde in het rode vlak.

Als ik terugkijk in mijn administratie is wat ik maandelijks inleg in mijn beleggingsportefeuille en wat ik maandelijks aflos op onze hypotheek ongeveer hetzelfde bedrag. Dat vind ik nog steeds een goede verdeling. Het levert met onze hypotheekrente misschien niet het hoogste rendement op, maar het verlaagt wel de verplichte maandelijkse lasten. En dat is ook vrijheid, minder geld nodig om rond te komen. Dat geeft keuzevrijheid.

Kijk jij wel eens naar de opbouw van je vermogen?