Een hoger budget voor 2021

De maand januari is inmiddels bijna voorbij, en ik heb nog geen woord geschreven over het budget. Terwijl er toch echt wel een aantal aanpassingen zijn gedaan in Huize Geldnerd. En: voor het eerst sinds 2017 is ons huishoudbudget (en daarmee de bijdrage aan de gezamenlijke huishouding) verhoogd. Lifestyle-inflatie? Tijd voor een overzicht!

Gezamenlijke huishouding

Geldnerd en Vriendin hebben een samenlevingsovereenkomst. Hierin is over de financiën afgesproken dat we de gezamenlijke huishouding ‘naar draagkracht’ betalen. In onze situatie betekent dat op basis van onze beider netto salarissen. Dat is ongeveer 50/50 maar net niet helemaal.

Wat we apart hebben afgesproken in de samenlevingsovereenkomst is dat we wel 50/50 betalen voor (a) reizen, aankopen voor de inboedel en andere bijzondere uitgaven en (b) de aflossing van de gezamenlijke woning. Die verrekenen we apart, buiten de reguliere maandelijkse bijdrage om. Onze woning is dus echt voor 50% eigendom van Vriendin en voor 50% van Geldnerd.

Voor het overige zijn onze salarisinkomsten en onze vermogens strikt gescheiden. Ons salaris komt binnen, we maken over naar de gezamenlijke rekening voor huishouding en aflossing, en de rest is naar eigen inzicht te sparen en/of te besteden.

In de gezamenlijke administratie heb ik een werkblad gebouwd dat jaarlijks voor ons uitrekent wat we allebei maandelijks bij moeten dragen. Uit de hypotheekspreadsheet haal ik de geplande reguliere en extra aflossingen voor het jaar. Uit de begroting komen de verwachte uitgaven voor de gezamenlijke huishouding. En van onze salarisbrieven in januari komen de nieuwe netto-salarissen. Daarmee is het een eenvoudige berekening wat we beide maandelijks bij moeten dragen. Eén keer een herhalende boeking instellen op onze eigen bankrekeningen, en klaar.

We doen dit al zo sinds we eind 2016 Geldnerd HQ kochten, dus al 4 jaar. En de totale verwachte uitgaven voor de gezamenlijke huishouding zijn in die 4 jaar steeds gelijk gebleven. Natuurlijk werden er dingen duurder, maar dat hebben we steeds opgevangen door elders te besparen. We hebben de digitale televisie van ZIGGO de deur uit gedaan. Onze verzekeringen gerationaliseerd. Een goedkoper energiecontract afgesloten. Steeds wisten we wel ergens te besparen, en daarmee de totale huishouduitgaven min of meer constant te houden. Tot 2020.

Knipperend lampje

In mei 2020 maakte ik al melding van een knipperend rood lampje in de administratie. Het geld was op en er was nog een stukje maand over. Maar ook in de latere maanden was het af en toe nodig. Meestal maakte ik dan snel even een bedrag over van mijn persoonlijke rekening naar de gezamenlijke rekening, om dat weer terug te boeken nadat we de maandelijkse reguliere bijdrage hadden gestort. Maar op die manier bouw je natuurlijk wel een structureel tekort op dat je van maand naar maand meesleept. Geen gezonde situatie.

Bij de analyse van de jaarcijfers 2020 en het opstellen van de begroting 2021 ben ik er dus diep ingedoken. Naar het voorbeeld van The Pursuit Of Hot die vorig jaar ook eens meerjarig naar de uitgaven keek. Wat waren de oorzaken van dat terugkerende tekort? Zijn die oorzaken incidenteel of structureel? En hoe lossen we het op? Want ik wil ook wel elke maand een hele bak met geld overhouden. Bij een incidentele oorzaak past een eenmalige bijstorting om ook op de gezamenlijke rekening wat ‘buffer’ te hebben. Maar bij een structurele oorzaak hoort een structurele oplossing: verder bezuinigen in vaste lasten of de begroting (en maandelijkse bijdrage) ophogen.

Analyse

Niet zelden is er meer dan één oorzaak voor een probleem. Zo ook hier. We hebben in 2020 niet altijd bijgestort voor niet-gebudgetteerde uitgaven, we betaalden ze uit de gewone maandelijkse bijdrage. In de jaren daarvoor kon dat ook, er was genoeg vrije ruimte op de rekening. Maar inflatie en prijsverhogingen deden in 2020 de balans omslaan. ‘Het leven wordt duurder’ is geen loze kreet.

Want ook onze reguliere huishouduitgaven stijgen door. Rente en aflossing houden we constant, maar andere kosten stijgen wel.

Onze gezamenlijke huishouding is vrij eenvoudig:

  • We hebben de kosten van wonen (exclusief hypotheek). VVE-bijdrage, gemeentelijke belastingen, waterschap, gas/water/elektra/internet, en onze schoonmaakster.
  • Daarnaast de kosten voor financiën. De kosten van de bankrekening en verzekeringen.
  • Niet te vergeten de kosten van ons Hondje.
  • De boodschappen.
  • Horeca: uit eten en thuisbezorgd.
  • Overige kosten

In onderstaande grafiek heb ik de kosten voor deze categorieën op een rijtje gezet voor de periode 2017 tot en met 2020.

Uit de grafiek blijkt duidelijk een stijgende lijn vanaf 2018. Het beeld over 2017 wordt nog een beetje vertekend door kosten na de aanschaf van ons huis. Ons Hondje werd duurder vanaf 2019. Niet alleen door de medische kosten (die zijn hopelijk eenmalig), maar ook omdat zijn vorige uitlaatservice ermee ophield, en we een nieuwe (en duurdere) uitlaatservice in de plaats genomen hebben. Maar vooral zie je dat de kosten voor wonen en boodschappen omhoog kruipen. Het financiële spook dat inflatie heet.

Velen van jullie zullen het herkennen. Ieder jaar een paar Euro per maand erbij voor de internetverbinding, het TV-abonnement, de gemeentelijke belastingen. Op termijn van een paar jaar tikt het aan. Volgens het CBS bedroeg de inflatie over de periode begin 2017 tot en met eind 2020 in totaal ongeveer 7,2%. Er zit een grens aan wat je kunt bezuinigen zonder dat je inlevert op kwaliteit en comfort. En er zit ook een grens aan hoeveel kwaliteit en comfort je in wilt leveren.

Bron: CBS

In 2020 was in Huize Geldnerd vooral de post Boodschappen een uitschieter. Deze uitgavenpost was in de jaren 2017 – 2019 vrij constant, tussen 2018 en 2019 was het verschil zelfs nog geen twee tientjes. Maar in 2020 hebben we ineens 25% meer uitgegeven. Dat is veel. Maar eigenlijk ook wel weer verklaarbaar. We zijn vanaf medio maart vrijwel elke dag thuis geweest. Drie maaltijden per dag. Geen lunches op kantoor, geen vier weken vakantie elders. En zeker in de lockdownperiodes ook iets meer luxe dan gebruikelijk.

Tegelijkertijd is de post Horeca weliswaar lager dan eerdere jaren, maar slechts een paar honderd Euro. Ja, we zijn beduidend minder uit eten geweest. Dat is ook lastig als alle horeca gesloten is… Maar we hebben wel ongeveer wekelijks een keer thuis laten bezorgen. Het netto effect van iets minder horeca en veel meer boodschappen is dat er in 2020 in Huize Geldnerd veel meer aan eten en drinken is uitgegeven.

De vraag is hoe zich dat in 2021 zal ontwikkelen. Wij gaan er van uit dat we in elk geval tot in het najaar volledig thuiswerken. Pas als een substantieel deel van de bevolking is ingeënt, zullen wij mogelijk deels terug gaan naar kantoor. Eigenlijk ga ik er dus van uit dat de situatie in het grootste deel van het jaar hetzelfde zal zijn als in 2020. En het uitgavenpatroon dus ook.

Kan het dan niet goedkoper in Huize Geldnerd? Zeker. Snijden in de vaste lasten. De uitlaatservice (gedeeltelijk) de deur uit. De schoonmaakster opzeggen. Nog beter op de aanbiedingen letten bij het boodschappen doen. Minder uit eten of thuisbezorgen. Een internetabonnement met minder bandbreedte en lagere abonnementskosten (en net zo vaak ‘hangen’ als sommige andere collega’s tijdens de videovergadering). Snijden in kwaliteit. Snijden in comfort.

Er was 7,2% inflatie in 4 jaar tijd. En ons budget heb ik na 4 jaar moeten verhogen met 2,9% om een beetje bij te blijven. Sinds begin 2017 is mijn salaris gestegen met 9,4% zie ik in mijn administratie. Dat is geen slechte verhouding toch? Voorlopig  houden we kwaliteit en comfort op het huidige niveau. Dan maar een maandje later financieel onafhankelijk.

Vreet de inflatie ook aan jouw huishoudbudget?

Riskanter rijker

Hij is er weer, de jaarlijkse rapportage van het CBS over het vermogen van de Nederlandse huishoudens. Vorig jaar kwam ‘ie pas in november en constateerde ik dat de ‘rijkdom’ van de ‘doorsnee Nederlander’ vooral gegroeid was door de stijging van de waarde van de woningen. En dit jaar gedurende 2018? Want het bericht van het CBS gaat over het doorsnee vermogen per 1 januari 2019.

Definities

Voor degenen die de blogpost van vorig jaar niet kennen: Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is. Dinsdagochtend op Radio 1 werd het begrip mediaan uitgebreid omschreven, maar het woord zelf werd zorgvuldig vermeden. Blijkbaar is dat anno 2020 zelfs te moeilijk voor Radio 1 luisteraars….

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, daar hebben ze geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon.

Tromgeroffel….

We zijn met z’n allen in 2018 weer rijker geworden. Niet zo heel vreemd als je naar de ontwikkeling van de huizenprijzen gedurende de afgelopen jaren kijkt. Ik durf nu al te voorspellen dat ook het rapport volgend jaar, met de stand van 1 januari 2020, een stijgend doorsnee vermogen laat zien. En zeer waarschijnlijk ook het rapport van 2022, met de stand per 1 januari 2021. Want ook in 2020 stijgen de huizenprijzen nog door. Misschien hebben we in 2022 wel een extra ‘knikje’ omhoog, omdat we in 2020 met z’n allen zo hard gespaard hebben vanwege corona en de dreigende economische crisis.

Het doorsnee vermogen per 1 januari 2019 bedroeg € 49.800 (2018: € 38.400). Daarvan zat € 34.700 in ‘de bakstenen’ (2018: € 23.800), en € 15.100 in ‘bank- en spaartegoeden en aanmerkelijk belang’ (2018: € 14.600). Voor het merendeel is dat geld op spaarrekeningen, aandelen en vermogen van ondernemers. Het gaat hierbij om ons netto vermogen. Volgens het bericht van het CBS hebben de 7,8 miljoen huishoudens samen € 2.400 miljard aan bezittingen en € 870 miljard aan schulden, waardoor het totale vermogen in Nederland uitkwam op € 1.540 miljard. Ik mis dan nog ergens € 10 miljard in dat rekensommetje, en ik zou zelf best tevreden zijn met 0,1% van dat ontbrekende bedrag, maar ik snap dat dit voor het CBS een afrondingsverschil is.

Bron: CBS

Dit jaar heeft het CBS er ook een mooi grafiekje bijgedaan met de vermogensverdeling per leeftijdsgroep. Het is een 100% staatje, want het moge duidelijk zijn dat er meer huishoudens in de 45 – 65 categorie vallen dan in de categorie tot 25 jaar.

Bron: CBS

Goed Nieuws?

Toch vind ik deze stijging niet alleen maar goed nieuws. En dat komt vooral door de samenstelling en de verhoudingen in dit doorsnee vermogen.

Ten eerste, de woningmarkt is één van de vreemdste markten van Nederland. Er zijn grote verschillen tussen regio’s, en de rijks-, provinciale, en gemeentelijke overheden spelen allemaal een rol. Dat heeft impact op de beschikbaarheid en de prijzen van woningen. Tel daarbij op de Europese Centrale Bank die enorm veel geld in de economie pompt, en de (mede daardoor) extreem lage hypotheekrentes. Bij mij rinkelen er allerlei bubbel-alarmbellen in het hoofd. Een bubbel die pas ophoudt als de rente stijgt, er minder geld in de markt is, en/of wij allemaal het vertrouwen verliezen en geen ander huis meer durven kopen. Veel deskundigen hadden verwacht dat dit de afgelopen maanden zou gebeuren, maar daar komen onder andere ABN AMRO en de Rabobank nu al weer op terug. De vermogensontwikkeling van de doorsnee Nederlander, inclusief mijzelf, is dus vooral afhankelijk van een ‘niet geheel optimaal functionerende markt‘?

Ten tweede, liquiditeit vind ik erg belangrijk. De (toegenomen) waarde van de woningen zit immers in stenen, en met stenen kun je geen nieuwe auto of boodschappen betalen. Het is ‘papieren’ rijkdom die pas ‘echt’ wordt op het moment dat je jouw woning verkoopt. En dan kan de wereld weer heel anders zijn. Begin 2018 had het doorsnee Nederlandse huishouden € 14.600 liquide vermogen. In 2018 bedroeg de inflatie 1,7%. Om hiermee gelijke tred te houden moest het doorsnee liquide vermogen dus groeien naar € 14.848,20. Met de € 15.100 van 1 januari 2019 hebben we dus wel iets meer gespaard dan de inflatie.

Maar het CBS-bericht laat ook zien dat, gecorrigeerd voor inflatie, het doorsnee vermogen nog niet op het niveau van 2008 is. Ten opzichte van de situatie vóór de voorgaande crisis zijn we (de doorsnee Nederlander) dus niet vermogender geworden. En een groei van dat liquide vermogen van € 14.600 naar € 15.100 is natuurlijk ook niet zo heel veel. De doorsnee Nederlander spaart dus net iets meer dan € 40 per maand?

Het vermogen van Geldnerd

Het voordeel van mijn eigen spreadsheets is dat ik mijzelf op allerlei gebieden kan vergelijken met de doorsnee Nederlander. Mijn vermogen is iets hoger dan de doorsnee, maar dat mag ook wel na bijna 20 jaar financieel bewust leven. Maar hoe heeft mijn eigen vermogen zich ontwikkeld tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019?

Mijn voorraad contanten kromp licht in 2018, onder andere door de aanschaf van een nieuwe bril en de aanleg van onze tuin. En ook de aandelenmarkt was niet heel positief. Maar de WOZ-waarde steeg. En mijn inleg in de beleggingen en de (extra) aflossingen op onze hypotheek waren ook netto toevoegingen aan ons vermogen. In totaal waren de toenames van ‘waarde in stenen’ (de aflossing en WOZ-stijging) en ‘waarde in contanten’ ongeveer even groot. Hier doe ik het dus beter dan de doorsnee Nederlander. En ook in absolute termen was de totale vermogensgroei in Huize Geldnerd wel iets hoger dan de doorsnee. Gelukkig maar, want anders zou ik van mijzelf mijn Geldnerd-titel in moeten leveren…

Hoe ‘doorsnee’ is jouw vermogen?

NB: Ook collega De Budgetman schreef over het bericht van het CBS.

Indexeren

Inmiddels drie jaar geleden, in maart 2017, ben ik begonnen met echt maandelijks een vast bedrag inleggen op mijn beleggingsrekening. Het is onderdeel van mijn ‘betaal jezelf eerst’ strategie. Op de dag dat mijn salaris binnenkomt schieten de betalingen alle kanten op. Naar de gezamenlijke huishoudrekening, voor de (extra) aflossing op onze hypotheek, naar de potjes en naar mijn beleggingsrekening. Daar gaat elke maand € 1.000 naartoe waarmee ik bijkoop. Elke maand weer. Daarvoor legde ik ook wel geld in op mijn beleggingsrekening, maar dat was meer ad-hoc.

Maar er is natuurlijk een gemeen vraatzuchtig monster dat sluipenderwijs zand in mijn geldmachine strooit. Dat monster heet inflatie. Het zorgt dat ik steeds minder kan doen met mijn geld. In het grootste deel van mijn geldmachine wordt dat vanzelf gecompenseerd. De bijdrage aan de huishouding wordt jaarlijks herijkt op basis van onze werkelijke uitgaven en onze salarissen in januari. De bijdrage aan de aflossing wordt gebaseerd op de actuele stand van onze hypotheek.

Wat niet aangepast wordt, is mijn inleg op de beleggingsrekening. Je kunt je natuurlijk afvragen hoe inflatie-gevoelig het is. Ik kan er steeds minder aandeeltjes van kopen, maar dat komt vooral ook omdat de beurs een stuk hoger staat dan drie jaar geleden. Ondanks COVID-19. Maar ik vind eigenlijk wel dat ik het bedrag moet indexeren, zeker sinds ik weet dat mijn salaris de inflatie wel ongeveer bijgehouden heeft.

Ik heb dus bij mijn vrienden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gekeken naar de inflatie over de afgelopen jaren. Als uitgangspunt heb ik genomen de prijsverandering in december van elk jaar ten opzichte van een jaar geleden. Dat leidt tot onderstaand resultaat.

JaarInflatie december 12-maandsBedrag
Start€ 1.000,00
20171,3%€ 1.013,00
20182,0%€ 1.033,26
20192,7%€ 1.061,158

Vanaf deze maand maak ik dus elke keer € 1.065 over naar mijn beleggingsrekening, de eerste keer was afgelopen week. En daar ga ik gewoon mee door, Corona-virus of niet. Geen € 1.061,16. Want ik houd nu eenmaal van afgeronde bedragen. Op jaarbasis is het toch weer € 780 dat ik extra voor mijzelf aan het werk zet. En ik heb de indexering van dit bedrag nu ook opgenomen in mijn eindejaarschecklist.

Indexeer jij de bedragen die je voor jezelf aan het werk zet?

Boven onze stand leven

Het is een bericht waar ik toch wel elk jaar naar uitkijk, de jaarlijkse rapportage van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het vermogen van de doorsnee Nederlander. Eerder deze week was het weer zover. En omdat ik toch op de bank lag bij te komen van mijn operatie, ben ik maar eens op mijn gemak gaan lezen. Dat moest ook wel kalm aan, want door de naweeën van de narcose heb ik momenteel het concentratievermogen van een goudvis…

Gluren bij de buren…

Altijd eerst even kijken wat de media er van maken. Het vermogen van de doorsnee Nederlandse huishoudens bedroeg vorig jaar € 38.400, een stijging van maar liefst € 10.000 ten opzichte van een jaar eerder, meldde nu.nl met als kop dat ‘we’ opnieuw rijker zijn geworden door de prijsstijging van de eigen woning. Dan begin ik al te gniffelen. Verder vermeldt het artikel wat statistiekjes uit het persbericht, zoals hoeveel de rijkste en de armste 10 procent van de Nederlanders bezitten of schuldig zijn. RTL Nieuws ging op de PvdA toer en benadrukt dat de ‘ongelijkheid’ iets minder zou zijn geworden. Ik zoek nog naar een goede definitie van ongelijkheid. Het Algemeen Dagblad (AD) maakte het nog wat bonter. Onder het motto ‘gluren is leuker’ hebben ze een interactieve kaart waar je jezelf / je gemeente kunt vergelijken met ‘de anderen’. Dat is blijkbaar het enige nieuwswaardige element.

Het AD besteedde dan wel weer meer aandacht aan de Middellangetermijnverkenning 2022 – 2025 van het Centraal Planbureau (CPB). Dat instituut zegt vaak verstandige dingen. Zij voorspellen dat de economische groei in de volgende kabinetsperiode terugvalt naar 1,1% per jaar. En ze gaan zelfs zo ver dat ze verwachten dat de koopkracht (je weet wel, dat cijfer dat rond Prinsjesdag altijd voor paniek zorgt) tussen 2022 en 2025 helemaal niet groeit. De reden: de vergrijzing. Het is blijkbaar voor het eerst dat de bevolking in de leeftijdscategorie van 15 tot 75 jaar afneemt en dat gegeven zal het economisch beeld voor de jaren 2022-2025 nadrukkelijk gaan bepalen. Dit gaat groei en koopkracht kosten, verwacht het planbureau. Ik moet me toch weer eens wat beter inlezen op de bredere economische gevolgen, bijvoorbeeld als al die babyboomers hun huizen en aandelen gaan verkopen. Gelukkig bouwen we in Nederland geen geschikte andere woningen…

Maar goed, deze blog ging over het vermogen. Over die verkenning van het CPB heb ik het misschien nog wel eens een andere keer. Meestal als ik de mediapraatjes heb gelezen ga ik zelf maar eens grasduinen in het onderliggende persbericht en rapport.

Definities

Met ‘doorsnee’ bedoelt het CBS het mediane vermogen. Dat is het midden van de gegevensverzameling, de helft van de huishoudens heeft meer vermogen en de andere helft heeft minder vermogen. Dat is iets anders dan het gemiddelde. Vermogen definiëren ze als het saldo van bezittingen en schulden, vergelijkbaar met wat in mijn spreadsheets mijn Eigen Vermogen is.

Twee dingen zijn er verder nog om in de gaten te houden. Bij het vaststellen van de fiscale hypotheekschuld kan het CBS de opgebouwde tegoeden bij spaar- en beleggingshypotheken niet meenemen, blijkbaar hebben ze daar geen toegang toe. Ook worden pensioenaanspraken en andere aanspraken van sociale zekerheid niet tot het vermogen gerekend, omdat deze collectief worden geregeld en niet op persoonsniveau toerekenbaar zijn, of overdraagbaar van persoon op persoon. Zie daar de reden waarom die Amerikaanse bloggers allemaal zo’n hoog vermogen hebben, en wij niet (maar wel een pensioen krijgen).

De doorsnee Nederlander wordt juist armer…

Wat ik interessant vind, is de invloed van een eigen woning op het vermogen. De toename van het doorsnee vermogen komt vooral doordat woningen in waarde bleven stijgen. Wanneer de eigen woning buiten beschouwing blijft, was het vermogen met € 14.600 iets hoger dan in 2017 en iets lager dan de piek in 2010. Ze hebben daar ook een mooie grafiek van gemaakt.

Bron: CBS

Wat me daarbij opvalt, is dat het vermogen zonder de eigen woning sinds 2006 nauwelijks van z’n plek is gekomen. In 2006 was het € 13.800, in 2018 was het € 14.600. Een stijging van € 800 oftewel 5,8%. De inflatie in deze periode bedroeg in totaal ruim 20%. Dat betekent dat we in termen van koopkracht minder vermogen hebben dan in 2006. We worden armer. We leven boven onze stand. Geen verrassing, maar altijd wel confronterend om dat in de cijfers terug te zien.

In welke vermogenscategorie val jij?

Aanvulling: kersverse blogger Uitklokken heeft ook wat rekenwerk gedaan, bij hem kun je nu zelf zien in welke vermogenscategorie jij valt. En ook De Budgetman heeft hier zaterdag 23 november over geschreven.

Statistiekenverwarring

Afgelopen jaar buitelden de politici over elkaar heen om ons verbeterde koopkracht te beloven. Dit bleek later nog wel ietwat tegen te vallen, in elk geval in mijn persoonlijke situatie. Maar sinds die tijd lijkt het wel alsof ik steeds meer publicaties zie over wat en hoe ‘de Nederlanders’ hun geld moeten besteden. Dat zal vast komen omdat ik er beter op let, maar toch… Het valt wel op.

Medio maart kwam het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) met het nieuws dat huishoudens gemiddeld meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan vaste lasten. De afgelopen tien jaar was dat niet eerder zo’n groot deel, zegt het NIBUD. Het bericht werd breed overgenomen in ‘de media‘.

Begin april meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de woonlasten ten opzichte van het inkomen niet verder gestegen waren. Zij kijken dan naar de woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen. Voor huiseigenaren (de groep waar Geldnerd bij hoort) is de woonquote 29%. In een spreadsheet van het CBS vond ik terug dat zij de woonquote berekenen met de netto woonuitgaven: bij huurders betreft dit het huurbedrag verminderd met de eventuele huurtoeslag. Bij eigenaren betreft dit de hypotheeklasten, maar ook de onroerende zaak belasting (OZB) , opstalverzekering, onderhoudskosten en indien van toepassing de erfpacht.

Medio april schreef het Financieele Dagblad dat Nederlandse consumenten tegenwoordig meer geld uitgeven in vergelijking met 2008. Toch zijn we er niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun uitgegeven euro’s, concludeert het economisch bureau van ING op basis van onderzoek. Nederlandse consumenten geven tegenwoordig meer geld uit in vergelijking met 2008 (tsja, inflatie…), maar zijn er toch niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun euro’s. Dat was dan weer een conclusie van het economisch bureau van de ING. Je weet wel, die integere bank. Ik krijg altijd een beetje jeuk van dit soort berichten. Maar dat ligt aan mij. Ik krijg die jeuk ook als het in de Tweede Kamer over ‘de hardwerkende Nederlander’ gaat. Een term die politici alleen maar gebruiken om ons het gevoel te geven dat ze ons serieus nemen, maar die ze meteen weer vergeten als er onderhandeld moet worden over een nieuw regeerakkoord of iets dergelijks.

Eind april meldde het CBS vervolgens dat een steeds groter deel van de uitgaven van Nederlanders gaat naar primaire levensbehoeften. Dit is inmiddels ruim 32 procent. Bij eerste levensbehoeften verwijst het CBS naar zaken als huisvesting en voeding. Hoe ik dat dan weer moet rijmen met die woonquote van 29% weet ik nog niet helemaal.

De Raad van State waarschuwde onlangs dat huishoudens het deel van hun inkomen dat ze, in de vorm van diverse belastingen, afdragen aan de overheid de afgelopen jaren al behoorlijk hebben zien stijgen. Van elke euro die we verdienen, dragen we momenteel 39,6 cent af. Elk jaar wordt dat iets hoger. Volgens de Raad van State betalen we relatief veel belasting, en daardoor krijgen we minder te besteden.

Allemaal appels en peren die vergeleken worden. Verschillende posten die vergeleken worden, verschillende definities. Moeilijk dus om een vergelijking te maken en algemene conclusies te trekken. Maar wel leuk om mijn eigen situatie (n=1) weer eens te vergelijken met de statistiekjes.

Ik heb in elk geval even gekeken naar die woonquote van 29%, om precies te zijn naar twee varianten. Eentje met alleen onze reguliere aflossing, en eentje inclusief de extra aflossing die wij momenteel maandelijks doen. Mijn verwachting was dat onze woonquote lager zou zijn dan het gemiddelde. We hebben immers niet ‘maximaal’ gekocht, veel minder geleend dan op basis van onze inkomens zou kunnen. In 2018 was onze woonquote, exclusief de vrijwillige extra aflossingen op de hypotheek, volgens de definitie van het CBS 18,1%. Inclusief de extra aflossingen kwamen we uit op 25,8%, nog steeds ruim onder het gemiddelde van 29%. Ik heb ook nog even gekeken naar de situatie in 2008, heel lang geleden, mijn vorige leven. Destijds was mijn woonquote 20,1%. Iets hoger dan nu, maar nog steeds ruim beneden het gemiddelde.

Wordt jij nog wijs uit die wirwar van statistiekjes?

Onze inkomens staan al 10 jaar stil!

Toch bijzonder. Ik zou minder gaan bloggen, en toch staan er deze week weer twee blogjes klaar. Het verschil is dat het nu niet meer ‘moet’, zullen we maar zeggen… En soms komen er nieuwsberichten langs die om een reactie vragen.

Zo meldden diverse media afgelopen week dat het inkomen van de meeste werkende mensen tussen 2007 en 2017 nagenoeg gelijk gebleven is. De aanleiding was een mooi persbericht van het CBS, waarin je ook nog kon lezen dat het mediane persoonlijke inkomen van werkenden het hoogst is in Rozendaal (Gelderland), gevolgd door Bloemendaal, en het laagst was in de waddengemeenten Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland.

Bij dit soort berichten vraag ik me altijd meteen af hoe het met mijn eigen situatie zit. En dan ben ik blij dat ik al meer dan 15 jaar alles nauwkeurig bijhoud. Want na slechts een half uurtje klooien met Excel heb ik weer een stukje inzicht om met jullie te delen.

De basis is een spreadsheet die ik ooit eens gemaakt heb met mijn verhouding bruto / netto salaris sinds 2008. Daar zit een gat in van 2014 tot 2016, en dat heeft uiteraard te maken met ons verblijf in het Verre Warme Land. Het groene vlak is mijn netto-salaris, het bedrag dat maandelijks op mijn bankrekening wordt gestort. Het oranje vlak is de loonheffing, en licht-oranje mijn pensioenpremie. Die drie componenten samen vormen mijn bruto salaris. Voordat jullie trouwens gaan speculeren, om verwarring te zaaien hebben de horizontale aslijnen niet € 1.000 als eenheid.

Maar we focussen even op mijn netto-salaris, het groene vlak. Wat ik ook heb gedaan is het salaris van 2008 op 100% gesteld, en jaarlijks gecorrigeerd voor de inflatie. Dat is de rode lijn.

Niks aan de hand, zou je zeggen. Mijn groene vlak ligt begin 2019 behoorlijk hoger dan de rode lijn, ongeveer 14%. Maar… In die periode heb ik twee keer promotie gemaakt, er ‘een schaaltje bijgekregen’ zoals dat in overheidsland zo mooi heet. Als ik terugdenk aan mijn werk destijds, en ik denk aan mijn werk nu, dan is dat qua verantwoordelijkheid wel een wereld van verschil. Van inhoudelijke financial naar manager van een grote afdeling.

Ik heb dus ook nog even gekeken hoe het geweest zou zijn als ik zou zijn blijven ‘hangen’ op de salarisschaal die ik had op 1 januari 2008. En dat geeft een ander beeld. Dan zou ik nu, na inflatiecorrectie, netto 0,4% meer verdiend hebben dan in 2008, iets meer dan een tientje erbij. Dat lijkt dus inderdaad het beeld te bevestigen dat het CBS schetst. We gaan er als werkenden nauwelijks op vooruit.

En tsja, uit het onderzoek van het CBS blijkt ook dat je het rond je veertigste wel ‘gemaakt’ moet hebben als werkende, want daarna ben je over je top qua inkomen. Dat vind ik dan ook nog wel weer schokkend. Want de huidige veertigers moeten nog bijna 30 jaar werken. Tenzij ze werken aan hun financiële onafhankelijkheid, uiteraard.

Tegelijkertijd was er afgelopen dinsdag het bericht dat de inkomens van huishoudens de sterkste groei sinds 2001 laten zien. Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens is (volgens datzelfde CBS) vorig jaar gegroeid met 2,6 procent. Dat heb ik uiteraard ook nog even gecheckt, en dat haal ik niet. Mijn netto inkomen was in 2018 ‘slechts’ 2,2% hoger dan in 2017.

Hoe heeft jouw inkomen zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?