IKB of PAS?

Vakbondsmensen en werkgevers hebben soms een macabere vorm van humor. Zo kent heel Nederland de uitdrukking ‘ik pas’. Dat betekent meestal dat je uit het spel stapt of een beurt overslaat. Maar bij de Rijksoverheid betekent ‘ik pas’ iets heel anders. Ik heb binnen mijn afdeling verschillende mensen die wekelijks ‘passen’. PAS is een regeling voor Partiële Arbeidsparticipatie voor Senioren. Dat hebben werkgevers en vakbonden ooit zo verzonnen… Met de PAS-regeling verminder je het wekelijks te werken uren tegen inlevering van salaris en een deel van je verlofuren. Voor het deel dat je minder werkt, ben je met PAS-verlof. Je formele arbeidsduur blijft gelijk, en daarmee ook je pensioenopbouw.

Zoals wel vaker met nuttige en succesvolle overheidsregelingen gaat de PAS-regeling verdwijnen. Dat hebben de vakbonden en de werkgever zo verzonnen bij de meest recente CAO onderhandelingen waar we afgescheept zijn met een salarisverhoging die ver onder het inflatieniveau ligt.

Dus onlangs kreeg Geldnerd een dikke envelop met een lange en ingewikkelde papieren brief van de werkgever. Nu zijn mijn ervaringen met dat soort brieven niet onverdeeld positief. Maar deze viel me mee.

Er werd terecht geconstateerd dat Geldnerd vanwege zijn leeftijd onder het overgangsrecht voor de wijzigingen van de verlofregelingen valt. Ik mag dus kiezen. Wil ik onder de oude PAS-regeling blijven vallen? Of wil ik de IKB-optie? Want in de CAO zijn ook afspraken gemaakt over uitbreiding van de verlofmogelijkheden van het individueel keuzebudget, waarin een paar jaar geleden ons vakantiegeld en onze dertiende maand zijn opgegaan.

Uiteindelijk was het dilemma eenvoudig. Voor mensen in mijn leeftijdscategorie levert de (oude) PAS-optie in totaal méér verlofuren op dan de (nieuwe) IKB-optie. Maar pas vanaf het moment dat je deelneemt aan de PAS-regeling. En dat kan pas als je 58 jaar oud bent. En alleen als tot je pensioendatum bij de Rijksoverheid blijft werken profiteer je maximaal van de PAS-regeling.

Tsja. En de kans dat Geldnerd dat blijft doen is niet zo heel erg groot. Want iets met financiële onafhankelijkheid en zo. En misschien nog wel iets anders gaan doen buiten de Rijksoverheid. En eerder stoppen met werken. Ik heb dus belang bij geld en uren nu. Niet misschien over 7 of 8 jaar.

Voor mij is de keuze dus helder, ik ‘ga’ voor de nieuwe IKB-optie. Nog meer verlofuren om elk jaar op te maken!

Ben jij ook rijksambtenaar? En mag jij ook kiezen tussen IKB en PAS?

Nieuwe CAO en hoger pensioen

Ik kan ook niet eventjes rustig op vakantie gaan, hè. Prompt is er allerlei financieel nieuws voor rijksambtenaren….

Nieuwe CAO

Medio mei las ik stoere taal over de CAO voor rijksambtenaren. Voor de zomer moest ‘ie rond zijn, de agenda’s waren er voor schoongeveegd. ‘Ja ja’, dacht ik enigszins cynisch. Het zal allemaal wel. Maar toen ik terug kwam van vakantie bleek ‘ie er toch zo ineens maar te zijn. Een nieuwe CAO. En nogal een ingewikkelde, als ik het onderhandelingsresultaat zo doorlees.

Salarisverhogingen en eenmalige extra’s

Er zitten drie salarisverhogingen in de CAO, die een looptijd heeft tot en met 30 juni 2024. En er is bijzondere aandacht voor de laagste schalen. Dat is op mijn situatie niet van toepassing, voor mij gelden de onderstaande verhogingen.

DatumSalaris per maandBijzonderheden
1 juli 2022+2,5% + € 75Uitbetaald met terugwerkende kracht vanaf september 2022
1 april 2023+3,0%
1 januari 2024+1,5%

Daarnaast krijgen we ook nog twee eenmalige extraatjes. In december 2022 en in april 2023 ontvangen we een eenmalige uitkering van € 450,- (bruto), naar rato van de arbeidsduur (voltijds is bij de rijksoverheid 36 uur per week).

Sleutelen aan de verlofregelingen

Er wordt ook flink gesleuteld aan de verlofregelingen. We kregen bovenop ons wettelijk verlofrecht al een aantal extra uren in het kader van het Individueel Keuze Budget (IKB). Die hoeveelheid IKB-uren is nu nog leeftijdsgebonden. Vanaf 2023 krijgen we ongeacht onze leeftijd jaarlijks 64 IKB-uren.. Die kunnen we opnemen, sparen in de verlofspaarregeling, en/of deels (maximaal 32 uur per jaar) verkopen.

Geldnerd verkocht de afgelopen jaren al zijn IKB-uren voor ‘cold hard cash’, weliswaar tegen het erg hoge ‘tarief bijzondere beloningen’ van de inkomstenbelasting. De nieuwe regeling gaat voor mij dus betekenen dat ik een paar extra verlofdagen per jaar krijg.

Er staat verder nog een erg ingewikkelde passage in het onderhandelingsresultaat over de PAS-regeling (Regeling Partiële Arbeidsparticipatie Senioren). Dat is de regeling waarmee oudere werknemers minder kunnen werken en minder salaris krijgen, maar waarbij bijvoorbeeld de pensioenopbouw wel doorloopt tegen het salaris van voor de PAS-regeling. Die regeling wordt afgeschaft, en dat is niet onverwacht. Er is dus een (vrij ingewikkelde) overgangsregeling bedacht waarmee oudere werknemers (en daar valt Geldnerd ook al onder) kunnen kiezen voor de oude regeling of de nieuwe regeling met extra rechten. Die keuze moet ik voor het eind van dit jaar maken, daar ga ik me ter zijner tijd maar eens in verdiepen.

En verder…

Staan er nog heel veel andere onderwerpen in het onderhandelingsresultaat. De meeste daarvan raken mij niet. Wel vind ik het interessant dat er afspraken zijn gemaakt om medewerkers altijd juridische ondersteuning te geven als deze vanwege hun werk betrokken raken bij een juridische procedure. Dat komt helaas steeds vaker voor. En ook de afspraken die eerder gemaakt zijn om managers gemiddeld wat langer in een functie te houden zijn nu geformaliseerd. Wij managers ‘hopten’ gemiddeld eens per 3 jaar naar een nieuwe plek. Dat is vaak wel erg snel.

Daarnaast lees ik dat we het budget van € 1.500 dat we per vijf jaar krijgen voor de inrichting van onze thuiswerkplek, ook ingezet mag worden voor de verduurzaming van de eigen woning. Bijvoorbeeld voor isolatie of de aanschaf van een warmtepomp of zonnepanelen.

Verhoging van het pensioen

Ook vond ik bij thuiskomst een bericht van de Algemene Bodemloze Pensioenput (ABP) in mijn mailbox. Het opgebouwde pensioen wordt verhoogd met 2,39%. Dat was blijkbaar de gemiddelde prijsstijging (inflatie) in het de periode tussen 1 september 2020 en 1 september 2021. De verhoging gaat over het pensioen dat tot 1 januari 2022 is opgebouwd.

De vorige verhoging van het opgebouwde pensioen dateert van meer dan 10 jaar geleden, zie ik in mijn administratie. Deze verhoging is dus een beginnetje. Het doet nog niets aan de koopkracht die we in de afgelopen 10 jaar niet gecompenseerd hebben gekregen. Ik steek de vlag dus nog maar even niet uit, ook omdat er nog heel veel onzeker is rond de komende pensioenhervormingen. Maar het is in elk geval iets.

Wat vindt Geldnerd?

Gegeven de hoge inflatie op dit moment vind ik de looptijd van de CAO erg lang. Zeker omdat het de vakbonden niet gelukt is om automatische prijscompensatie en koopkrachtbehoud voor alle werknemers binnen te slepen. Ik prijs me gelukkig met deze verhoging, want ik weet dat heel veel mensen het slechter hebben. Maar ideaal is het niet.

Ook zie ik in de CAO nog veel franje eromheen. Allerlei onderwerpen waarvan ik denk ‘moet dat nou?’. Leuk hoor, dat budgetje voor de werkplek en de verduurzaming. Maar ik ontvang liever gewoon structureel extra salaris, en bepaal zelf hoe ik dat besteed. Maar al die franje zag ik ook in mijn eerdere analyse van het spel rond de arbeidsvoorwaarden. Het hoort er blijkbaar een beetje bij in Den Haag.

Hoe is het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Salarisbrief januari 2022

Jaarlijks kijk ik in januari extra uitgebreid naar mijn salarisbrief. Dat is altijd weer een beetje een verrassing (en niet altijd aangenaam). Meestal vindt er namelijk per januari een stapeling van wijzigingen plaats. Niet zelden wijzigen de belastingpercentages. Regelmatig wordt de pensioenpremie verhoogd. Soms verandert ons ambtenarensalaris door CAO wijzigingen. Een optelsom is dan vooraf moeilijk te maken, maar de salarisbrief van januari controleer ik dan altijd wel extra goed om te zien of ik de veranderingen kan herleiden (en of ik er uiteindelijk netto iets aan overhoud).

CAO-ontwikkelingen

Ons salaris is eind vorig jaar met 2,0% verhoogd, met terugwerkende kracht per 1 juli 2021. Dat kregen we nabetaald in december. Januari 2022 is dus de eerste reguliere salarisbetaling die gebaseerd is op het nieuwe bruto-salaris.

Pensioenpremie

In december liet het ABP al weten dat de pensioenpremie in 2022 eindelijk eens een keer niet verhoogd zou worden. Dat is goed nieuws voor mijn netto salaris, al zou ik graag zien dat de pensioenen weer eens een keer geïndexeerd worden. Dat is al heel lang niet gebeurd, en is een sluipend toekomstig koopkrachtverlies dat veel toekomstige pensionado’s niet door hebben.

Netto salaris 2022

Het salaris van januari 2022 laat zich moeilijk vergelijken met 2021. Want het salaris is bij CAO halverwege het jaar gewijzigd, maar dat is pas in december 2021 nabetaald. Mijn ‘kale’ netto-salaris salaris, dus netto na pensioenpremies en loonheffing, maar zonder vakantiegeld / dertiende maand / IKB, is in januari 2022 € 20,18 hoger dan eind 2021 op basis van de meest recente CAO. Ik betaal € 13,65 méér aan pensioenpremie. De percentages zijn ten opzichte van 2021 niet veranderd, maar mijn bruto-salaris wel en dus betaal ik meer. De rest van het verschil wordt veroorzaakt door de nieuwe loonheffingstabel.

Mijn Bijzonder Tarief Loonheffing was de afgelopen twee jaar 55,5%. In 2022 kom ik uit op 55,36%, 0,14 procentpunt lager. Belastingdruk is een ding. En ik val in de categorie waar de marginale belastingdruk zo ongeveer het hoogst is. Ben er niet blij mee, maar ik kan er niks aan doen.

Salaris versus inflatie

De inflatie zoals het CBS die meet is niet altijd de inflatie zoals ik die voel in mijn portemonnee. Maar het is wel een indicatie. Inflatie knabbelt aan de koopkracht van mijn salaris. En omdat ik geen zin meer heb om verticale loopbaanstappen te maken om een hoger salaris te krijgen, ben ik afhankelijk van de CAO-verhogingen om de koopkracht van mijn salaris op peil te houden. Begin 2020 heb ik al eens gekeken of de ontwikkeling van mijn netto-salaris de inflatie bijhoudt.

Het is tijd om dat te herhalen. Want de afgelopen maanden lazen we alarmerende berichten over inflatie en begin januari meldde het CBS dat de CAO-lonen minder gestegen waren dan de inflatie. Medio januari kwam het NIBUD met koopkrachtberekeningen voor meer dan 100 soorten huishoudens, en dat was ook al geen fijn beeld.

Ik heb (net als begin 2020) januari 2018 als basis genomen. Voor iedere maand heb ik mijn ‘kale’ netto-salaris genomen. Verder heb ik de maandelijkse consumentenprijsindex (CPI) van het CBS gebruikt. Die twee eenvoudigweg in een grafiek uitgezet levert onderstaand beeld.

En daar zien we een niet zo prettig dingetje. In november 2021 kruipt de inflatielijn door de salarislijn heen. Dat betekent dat ik, uitgaande van de CBS-cijfers, vanaf dat moment koopkracht verlies. In december heeft die stijging van de inflatie ook stevig doorgezet. Zelfs de verandering van het netto salaris per januari 2022 compenseert die inflatie in december niet meer (de inflatie over januari 2022 publiceert het CBS medio februari). Is dat erg? Lees dit uitstekende paper van Coen Teulings, voormalig directeur van het Centraal Planbureau.

En er zit geen salarisverhoging meer in de pijplijn, want ook de CAO van afgelopen jaar was kortlopend. Ik ga maar weer eens kijken naar de rituele dans tussen de werkgever en de vakbonden… Want daar zal ik het toch van moeten hebben.

Hoe is het met jouw salaris deze maand?

Nieuwe ambtenaren-CAO 2021

Zoals wel vaker in de Haagse achterkamertjes kwam het uiteindelijk als een verrassing. Er is blijkbaar afgelopen vrijdag een nieuwe kortlopende CAO voor rijksambtenaren afgesproken. De leden van de vakbonden mogen er nog even over stemmen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vond ik op de website van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen) een nieuwsbericht met een link naar het onderhandelingsakkoord.

De CAO heeft ‘maar’ een looptijd tot eind maart 2022. Langer wilden de bonden zich niet vastleggen, ze vinden dat een nieuw kabinet eerst maar eens financiële ruimte moet creëren voor een fatsoenlijke CAO-verhoging. Met terugwerkende kracht per 1 juli 2021 krijgen we een loonsverhoging van 2,0%. De bedoeling is dat die vanaf december uitbetaald wordt.

Ook krijgen alle rijksambtenaren een eenmalige uitkering van € 300 bruto in december 2021. Met mijn bijzonder tarief loonheffing van 55,5% houd ik daar € 133,50 van over. verder krijgen we over 2021 een thuiswerkvergoeding van € 430 euro en vanaf 1 januari 2022 € 2 per thuiswerkdag netto. Ik ben benieuwd hoe we dat gaan registreren en of ik als manager iedere maand geacht word de declaraties te controleren en goed te keuren… Dat lees ik nog niet in het akkoord. De thuiswerkvergoeding over 2021 moeten we ook apart aanvragen.

De nieuwsberichten hebben het verder over een vergoeding voor inrichting van de thuiswerkplek van € 750 per 5 jaar. In het akkoord lees ik dat die bedoeld is voor ‘stoffering en meubilering’ van de thuiswerkplek. Niet voor apparatuur. Die kunnen we, net als nu, tot een bepaald maximum declareren. Er worden wel allerlei aparte regelingen van verschillende ministeries afgeschaft. De rijksoverheid is nog zoekend in het hybride werken, maar er wordt in elk geval geprobeerd om het rijksbreed eenduidig te maken. Dat vind ik al winst.

Recht op onbereikbaarheid

Bijzonder vind ik dat er voor heet eerst een soort van afspraken gemaakt zijn over het recht op onbereikbaarheid. In Frankrijk is dat er al, met het oog op een gezonde werk-privé balans. Uitgangspunt is dat de werknemer recht op onbereikbaarheid krijgt buiten het individueel overeengekomen werkrooster en de daarbij horende bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten. Dat is iets wat ik van harte toe juich. En ergens ook wel erg dat het nodig is.

Verruiming maximaal te sparen verlof

Ook handig met het oog op eerder stoppen met werken. De fiscale mogelijkheden om verlof te sparen zijn verruimd van 50 weken verlof naar maximaal 100 weken verlof. In de CAO-afspraken was tot nu toe geregeld dat werknemers maximaal 1.800 uur kunnen sparen in hun IKB-spaarverlof. Vanwege de verruimde fiscale mogelijkheden wordt dit per 1 januari 2022 gewijzigd in maximaal 3.600 uur. Dat zijn 100 voltijds ambtelijke werkweken, oftewel bijna twee jaar.

Wat vindt Geldnerd?

Ik ben blij dat er in elk geval iets van een loonsverhoging komt. Allerlei mensen zullen nu wel weer vinden dat wij het al goed genoeg hebben en toch niks bijdragen aan deze wereld, maar ook ambtenaren zijn mensen met gezinnen en huur en hypotheken en boodschappen die betaald moeten worden. Al besef ik ook terdege dat er heel veel mensen zijn die het moeilijker hebben dan wij.

Maar al die verschillende potjes maken het in mijn ogen wel nodeloos ingewikkeld. Ik hoop dat we in toekomstige CAO-afspraken iets meer samenhang kunnen brengen in de potjes voor opleidingen en verlof en thuiswerkplekken en reiskosten. Dat zou ook echt iets meer te kiezen geven bij de inrichting van je eigen werk.

Hoe is het met jouw CAO?

Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?