De 10 geboden van Geldnerd

Nee, niet deze. Maar die van mijzelf. De 10 regels die ik hanteer voor mijn persoonlijke financiën. Ze zijn niet dogmatisch in steen gebeiteld, maar ontwikkelen zich. Over de afgelopen jaren heb ik ze stapsgewijs opgeschreven. Ze hangen niet ingelijst boven mijn bureau. Want af en toe vul ik iets aan. Wijzig ik iets. Wis ik iets. Dus het is een tussenstand. Maar wel een tussenstand die zorgt dat ik rust heb in mijn financiële situatie.

  1. Het eerste dat ik doe als het salaris binnenkomt, is meteen mijzelf uitbetalen en alle verplichte betalingen doen. Er gaat geld naar de gezamenlijke huishoudrekening, geld naar de aflossing van de hypotheek, en geld naar mijn beleggingsrekening. De verschillende reserveringen die ik elke maand maak worden overgeboekt naar de bufferrekening.
  2. Wat er achterblijft op mijn lopende rekening is mijn zakgeld voor de periode tot aan mijn volgende salaris. Overschotten gaan naar de kleine buffer.
  3. Ik heb een grote buffer in contant geld die genoeg is om zes vier twee maanden van te leven. Op de bufferrekening staan daarnaast ook de specifieke doelreserveringen uit mijn potjessysteem.
  4. Geld dat naar mijn beleggingsrekening gaat is éénrichtingsverkeer. Ik onttrek voorlopig geen geld aan die rekening, maar stort alleen maar bij. Ook alle dividendinkomsten worden meteen herbelegd.
  5. De inleg op mijn beleggingsrekening en de ontvangen dividenden steek ik in mijn standaardportefeuille volgens de gewenste verdeling die ik daarvoor vastgesteld heb. Elke maand weer. De Advisor in de beleggingsspreadsheet vertelt me wat ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Dat doe ik meteen op de dag dat de maandelijkse storting binnenkomt. Ongeacht de marktomstandigheden.
  6. Alle salarisverhogingen en meevallers worden gespaard. Jaarlijks worden de bedragen die naar de beleggingsrekening en de buffer gaan hierop ‘herijkt’. Geld wordt aan het werk gezet, niet geconsumeerd.
  7. Op de hypotheek wordt maandelijks € 1.000 extra afgelost. De maandelijkse besparing op rente en aflossing door de reguliere en extra aflossing wordt toegevoegd aan de sneeuwbal. In totaal is de extra maandelijkse aflossing dus € 1.000 plus de sneeuwbal. De hypotheekspreadsheet vertelt mij maandelijks hoe hoog de extra aflossing moet zijn. Dit bedrag wordt zo berekend dat de resterende hypotheek maandelijks op een rond bedrag uitkomt.
  8. De beleggingsadministratie wordt wekelijks in het weekend bijgewerkt. De financiële administraties ook. De creditcardtransacties worden in elk geval bijgewerkt vóór de verrekening op de 26e van de maand. De hypotheekspreadsheet wordt maandelijks bijgewerkt na de aflossingen, dan wordt ook de nieuwe extra aflossing ingepland. Net voor het einde van elk kwartaal neem ik de meterstanden op en verwerk die in de gezamenlijke administratie. Het Dashboard wordt direct na afronding van elk kwartaal bijgewerkt.
  9. Van eenmalige afboekingen (bijvoorbeeld eigen risico van de zorgverzekering) wordt een reminder in de agenda gezet. Dit om te bewaken dat er voldoende saldo aanwezig is op het moment van de incasso.
  10. Voor iedere persoonlijke uitgave groter dan € 100 geldt een afkoelperiode van minimaal 72 uur tussen het moment van hebberigheid en het eventuele moment van feitelijke aankoop.

Wat zijn jouw ‘financiële geboden’?

Spaargeld verhuizen

Wat te doen met spaargeld, vroeg ik me onlangs af. Zoals ik al vaker schreef heb ik nog twee spaarrekeningen. De ene is onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank. Ik noem dat de ‘kleine buffer’. Daar staat meestal minder dan € 1.000 op, geld dat gedurende de maanden overblijft en/of gebruikt wordt om het saldo van de lopende rekening tussentijds aan te vullen. Want op de lopende rekening staat zelden meer dan een paar honderd Euro. Alleen op betaaldag staat er meer, maar dat vliegt vervolgens meteen alle kanten op.

Verder heb ik nog een vrij opneembare spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Dat noem ik de ‘grote buffer’. Ooit geopend omdat Nationale Nederlanden als prijsvechter één van de hogere rentes van Nederland gaf. Dat deden ze nog steeds, met 0,03% was de rente er drie keer zo hoog als bij de Rabobank… Mijn overweging voor het hebben van een aparte spaarrekening op een andere plek dan mijn betaalrekening is (was) om een ‘drempel’ te hebben voor het overboeken naar de lopende rekening, het geld staat dan ‘uit het zicht’. Tegenwoordig ben ik daar minder bang voor, mijn financiële leven staat zo stevig dat ik me niet meer voor kan stellen dat ik er ondoordachte dingen mee doe. Op de grote bufferrekening staat mijn contant-geld buffer, waar ik indien nodig 4 maanden uitgaven mee kan bekostigen. En ook staat daar de inhoud van mijn ‘potjes’.

Wat te doen met mijn buffer?

Tegelijkertijd overweeg ik ook weer om mijn financiële buffer terug te brengen naar 1 of 2 maanden salaris (en daarnaast de inhoud van mijn potjes), met dezelfde argumenten als Big Ern. Het is ‘thinking in progress’, iets wat waarschijnlijk pas ‘klaar’ is als NN mijn spaarrente verlaagt van de huidige 0,03% naar 0,01%, of ook aankondigt te stoppen met de spaarrekening. De buffer is weer onderwerp van discussie, ik zie het op diverse andere blogs. En het kriebelt bij mij ook. Ook al weet ik dat ik mijn buffer eerder verlaagd heb, en later toch weer verhoogd omdat de hele lage buffer niet veilig genoeg voelde.

Wees voorzichtig met wat je wenst….

Bovenstaande alinea’s schreef ik in het weekend van 12 juni in een conceptblogje. En op maandag 14 juni kreeg ik een mailtje van Nationale Nederlanden dat ze de spaarrente per 1 juli inderdaad zouden verlagen naar 0,01% (en vanaf € 100.000 een negatieve rente gingen invoeren). Eigenlijk viel me dat nog mee, want een paar dagen eerder had Aegon, een andere Nederlandse financiële ‘grootmacht’, aangekondigd om helemaal te stoppen met spaarproducten. Spaarders zijn geen fijne klanten meer, we kosten geld…

Op zoek naar een nieuwe bufferrekening

Maar 0,01% was voor mij wel een trigger. Zo ‘veel’ rente krijg ik ook bij mijn huisbank, de Rabobank. Maar toen ik er over nadacht woog het ‘uit het zicht’-argument toch wel zwaar. Dus ik besloot om mijn geld niet over te hevelen naar mijn Rabo spaarrekening, maar op zoek te gaan naar andere opties. Dus toog ik naar Van Spaarbank Veranderen om maar eens te kijken wat de opties zijn voor een spaarrekening zonder beperkende voorwaarden.

Daar word je niet vrolijk van…

Zoek je iets onder Nederlands toezicht, dan kom je uit bij Leaseplan Bank. Die bieden momenteel nog 0,10%. Maar als ik naar hun rentehistorie kijk dan zie ik een grafiek die me bekend voorkomt. Zo zag het lijntje bij de Rabobank en bij Nationale Nederlanden er ook uit.

Tijd dus om mijn adagium ‘Nederlands toezicht!’ maar eens te gaan heroverwegen. Dat kan geen kwaad, ik verwacht immers dat mijn broker ook uit het zicht van de AFM en DNB gaat verdwijnen. En ik ben een Europeaan, toch? Dat voel ik mij tenminste wel. Maar wel een Europeaan met grenzen. Eentje die het Icesave debacle heeft zien gebeuren en zag dat een landje als IJsland vervolgens niet in staat was om de tegoeden te garanderen. Dus moest er bijgesprongen worden. Ik wil best onder buitenlands toezicht vallen, maar niet zomaar in elk land.

Geldnerd gaat naar Groot-Brittannië Duitsland!

De hoogste rente op een vrij opneembare spaarrekening zonder beperkende voorwaarden is momenteel Lloyds Bank. Een van oorsprong Britse bank die (dat heeft met de BREXIT te maken) in Nederland opereert als bijkantoor van een Duitse bankvergunning en dus onder Duits toezicht valt. Dat vind ik een relatief veilige gedachte. Veiliger dan bijvoorbeeld Estland. Dat land vertoont naar mijn persoonlijke mening teveel overeenkomsten met IJsland, klein en een relatief grote financiële sector in verhouding tot het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ik zie zelfs dat Lloyds de rente in oktober 2020 verhoogd heeft.

Inmiddels heb ik dus een spaarrekening geopend bij Lloyds Bank en mijn saldo volledig overgeboekt. Laat de rente nu maar binnen stromen druppelen…. En mijn vaste maandelijkse overboekingen naar de grote buffer (de maandelijkse inleg in mijn potjes) heb ik ook omgezet, dat geld gaat nu naar de nieuwe ‘grote buffer’ rekening.

De rekening bij Nationale Nederlanden heb ik opgeheven, ik houd niet van administratieve losse eindjes. Het einde van mijn spaarrekening bij Nationale Nederlanden. Die ik gehad heb sinds het vierde kwartaal van 2013. Waar ik de hele glijbaan van 1,95% rente naar 0,01% rente heb meegemaakt…

Bijkomend (nerd-) voordeel: Bij Lloyds kan ik een Excelbestand met mijn boekingen downloaden. Die ik dus geautomatiseerd kan importeren en verwerken in mijn administratie. Bij Nationale Nederlanden kreeg ik alleen een PDF en moest ik mijn boekingen dus handmatig verwerken in mijn administratie. Een financiële spreadsheetnerd zoals ik wordt daar blij van!

De buffer gaat weer naar beneden

En ook een Geldnerd verandert wel eens van gedachten. Ik ga mijn buffer weer verlagen. Dat betekent overigens niet dat ik extra geld ga inleggen in de beleggingen. Want we gaan later dit jaar nog redelijk omvangrijke werkzaamheden aan onze woning uitvoeren. Mijn aandeel in de kosten zal grotendeels uit de buffer komen. Maar daar schrijf ik ter zijner tijd nog wel meer over.

Vooralsnog ga ik de buffer verlagen van vier maanden leefgeld naar twee maanden leefgeld. En daarnaast houd ik ook de inhoud van mijn potjes aan op de spaarrekening. Eens zien hoe dat voelt.

Hoe is het met jouw spaarcentjes?

Wat te doen met spaargeld?

Onlangs schreef ik over de lage rente op spaargeld, en het feit dat de grens steeds lager wordt waarboven je zelfs rente moet betalen om je spaargeld bij een bank te stallen. Iets wat iedereen met spaargeld ziet gebeuren. Ik heb zelfs getwijfeld of ik de blog wel moest plaatsen, want het voelde toch een beetje als het intrappen van een wijd openstaande deur. Maar toch kreeg ik de nodige verhalen en anekdotes en vragen binnen naar aanleiding van deze blog. Veel gestelde vraag is of ik nog tips heb om spaargeld te beheren zodat het toch rendeert en je er bij kunt.

Het antwoord is: Nee. Die tips heb ik niet. En volgens mij kan het op dit moment ook gewoonweg niet.

Vroeger hadden financiële partijen ons hard nodig. Ze betaalden een riante rente, maar altijd minder dan ze zouden moeten betalen als ze het geld op de kapitaalmarkt haalden. Dat geld leenden ze tegen hogere rente uit aan bedrijven, of staken ze in hypotheken waar wij dan ook weer een hogere rente voor betaalden. Het verschil was voor hun eigen kosten winst en bonussen. Maar sinds een aantal jaren krijgen de banken het geld gratis van de Europese Centrale Bank. En hebben ze ons dus niet meer nodig. Sterker nog, geld dat ze niet uit kunnen lenen moeten ze stallen bij de centrale bank. En daar moeten ze voor betalen. Dus hebben ze ons geld liever niet.

De spaarrente is overal extreem laag, zeker op vrij opneembare rekeningen zonder beperkende voorwaarden. Sommige mensen zie ik dan nog wel ‘klooien’ met depositoladders. Daarbij deel je je spaargeld bijvoorbeeld door 5 en leg je elke 3 maanden dat eenvijfde deel in op een deposito van een jaar. Het vijfde deel laat je op een spaarrekening staan. Op die manier heb je altijd eenvijfde beschikbaar en elke 3 maanden een groter bedrag als het nodig is, en vang je iets meer rente. Maar ook op deposito’s is de rente niet om over naar huis te schrijven. Veel werk voor weinig rendement dus.

Misschien is het beter om je eens af te vragen waar je zoveel contant geld voor aanhoudt? Ik snap dat ondernemers (vooral kleine zelfstandigen) een buffer van een jaartje willen hebben voor tijden van lagere of ontbrekende omzet. Ik snap het ook als mensen verwachten binnen afzienbare tijd een grote uitgave te doen, zoals de aankoop van een auto of een huis of een grote verbouwing. Maar buiten dat? De gemiddelde loonslaaf in Nederland houdt volgens mij vooral contant geld aan uit angst en onzekerheid. En daar kun je ook andere dingen mee doen, zoals De Budgetman onlangs schreef.

Zelf heb ik jaren geleden al de keus gemaakt om minder contant geld aan te houden. Dat is ook bij mij een langdurig proces geweest. Ik moest eerst echt het gevoel hebben dat ik mijn inkomsten en uitgaven goed in beeld had. Dat er geen grote verrassingen op zouden kunnen treden. Daarna ben ik stapsgewijs geld in de andere twee pijlers van mijn vermogen gaan steken. Het huis (middels de extra aflossingen) en mijn beleggingsportefeuille. Daarbij let ik wel op de verhoudingen, ik wil niet meer dan de helft van mijn vermogen in stenen hebben zitten. Dat is geen exacte wetenschap, dat is gewoon iets waar ik me veilig bij voel.

Terugkijkend ben ik erg blij met mijn keuze om het spaargeld af te bouwen, al had ik destijds ook niet kunnen voorzien dat de rente zo langdurig zo laag zou worden. Ik heb zelf nog 4 maanden aan leefgeld, plus de inhoud van mijn potjes, op een spaarrekening staan. Bij elkaar iets van € 15.000. Ik hoop niet dat de banken de grens voor negatieve rente zo diep laten zakken.

Ja, ik accepteer noodgedwongen dat ik op dat spaargeld geen rendement maak. Het kost geld. Om de koopkracht bij te houden zou de rente in elk geval de inflatie en de vermogensrendementsheffing moeten afdekken. Dat doet het natuurlijk bij lange na niet met een rente van 0,01%.

En bij grote verrassingen? Dan verkoop ik desnoods een stukje van mijn beleggingen. Ik beleg al zo lang dat ik dat nauwelijks merk in het rendement. En dan heb ik het geld ook binnen twee werkdagen op mijn lopende rekening beschikbaar. Snel genoeg voor vrijwel elke noodsituatie.

Hoe kijk jij naar jouw spaargeld?

Hoe gaat het met mijn potjessysteem?

  • Berichtcategorie:Administratie

Eind vorig jaar besloot ik om meer potjes op te nemen in mijn begroting voor 2020. Ik wilde maandelijks gaan reserveren voor grotere uitgaven gedurende het jaar.

Spreadsheet

Er was al een potje voor Gadgets en Tech en eentje waarin ik maandelijks geld stort voor de zorgverzekeringspremie (die ik jaarlijks betaal), en er kwamen potjes bij voor de vakantie, mijn kledingbudget en sporten. Elke maand, zodra mijn salaris is binnengekomen, wordt er een vast bedrag per potje overgemaakt naar de bufferrekening. De potjes zijn ook ingebouwd in mijn administratiespreadsheet. Daar zie ik keurig hoeveel ik in de potjes gestort heb.

Maar wat hebben potjes voor zin als je het geld niet uitgeeft? Elk potje is gekoppeld aan één of meer uitgavenrekeningen. Uitgaven op die rekeningen worden automatisch afgetrokken van de reserveringen. In mijn administratie zie ik dus ook op elk moment hoeveel er nog in de verschillende potjes zit.

Onderstaand een voorbeeld van het potje Gezond Leven, waaruit ik mijn sportschool en personal trainer betaal, voor het eerste halfjaar van 2020.

OmschrijvingBedrag
In
Bedrag
Uit
+ Reservering Gezond Leven
> Storting januari 2020+ € 300
> Storting februari 2020+ € 300
> Storting maart 2020+ € 300
> Storting april 2020+ € 300
> Storting mei 2020+ € 300
> Storting juni 2020+ € 300
-/- Rekening 5540: Sporten/Gezond Leven
10-04-2020 Rekening Sportschool– € 1.200,-
29-05-2020 App Store – Hardloop-app– € 5,49
21-06-2020 Nike Store – Sportkleding– € 72,00
21-06-2020 All4Running – Sportkleding– € 144,80
= Restant in potje Gezond Leven+ € 377,71

Bufferrekening

In het Geldnerd-systeem zit maar één bufferspaarrekening. Dit naast mijn ene lopende rekening met kleine spaarbuffer ‘gedurende de maand’. Ik heb geen zin in tien verschillende bankrekeningen waartussen ik geld heen en weer moet schuiven. Geld schuift in mijn spreadsheet. Maar door het nieuwe potjessysteem werd het wel lastiger om overzicht te houden op mijn bufferrekening.

Want naast de vijf potjes staan er nog twee categorieën geld op mijn bufferrekening. Allereerst de contant geld buffer met vier maanden leefgeld. Daarnaast nog een bedrag voor de tweede fase van mijn kaakoperatie. En dan ook de stand van de potjes. Ik heb mijn eigen spreadsheet dus zodanig verbouwd dat die in de gaten houdt of er nog genoeg geld op de bufferrekening staat voor al deze voorzieningen.

Tussenstand

2020 is een bijzonder jaar. Zo heb ik tot op heden geen cent besteed van mijn vakantiepotje. Maar daartegenover duurt het nog wel een paar maanden voordat mijn kledingpotje weer zwarte cijfers schrijft, ik heb begin dit jaar groot ingeslagen nadat ik een aantal kilo’s ben kwijtgeraakt. Één van de aangeschafte kostuums heb ik nog steeds niet gedragen…

Toch kan ik zeggen dat ik tevreden ben over mijn potjessysteem. Waarom? Het geeft rust en overzicht. En dat blijft voor mij het belangrijkste doel van mijn financiële systeem. Het potjessysteem zorgt ervoor dat ik minder twijfel of bepaalde uitgaven wel of niet kunnen. Ik weet dat ik binnen mijn budget blijf zo lang er maar geld in het potje zit.

De kans is reëel dat er dit jaar geld overblijft in mijn potjes. Want door corona lopen sommige dingen toch anders dan ik verwachtte ten tijde van het opstellen van mijn begroting voor 2020. Ik ga nog eens even rustig nadenken wat ik met dat geld ga doen. Twee opties zijn in elk geval om het toe te voegen aan de spaarbuffer of aan de beleggingen. Zomaar uitgeven? Dat is niet echt mijn ding…

Werk jij met een potjessysteem?

Is mijn financiële strategie wel OK?

Niet dat ik ‘m ooit bewust zo bedacht heb of zo, maar als ik nu kijk naar mijn persoonlijke financiële strategie dan zie ik vier ‘pijlers’ waar die op rust: Een gezonde financiële buffer met contant geld, potjes waarin ik elke maand spaar voor de grotere uitgaven gedurende het jaar, versneld aflossen van onze hypotheek, en zo lui en eenvoudig mogelijk beleggen om vermogen op te bouwen en passief inkomen te genereren. Dat rust op een fundament van mijn reguliere inkomen waarvan ik een substantieel deel spaar, mijn doelstelling spaarpercentage is niet voor niets 45,0% dit jaar. Als ik managementconsultant was dan zou ik er een wervend plaatje van maken om te gebruiken in een presentatie voor de directie… Nu moeten jullie het hiermee doen:

Gezonde Buffer

Ik weet door het bijhouden van mijn administratie behoorlijk goed hoeveel geld ik per maand uitgeef. Mijn buffer meet ik in maanden, het doel van de buffer is dat ik een X aantal maanden gewoon door kan leven als ik om een of andere reden zonder inkomen kom te zitten. Een gezonde financiële buffer heb ik al zolang als ik mij kan heugen. Heel lang is die veel te groot geweest, genoeg geld om jaren en jaren vooruit te kunnen. Daarna ben ik overgestapt naar een buffer van 6 maanden. ik heb even geëxperimenteerd met een buffer van 2 à 3 maanden, maar dat was iets te strak. Daar werd ik onrustig van. En het is nou juist niet de bedoeling dat je onrustig wordt van je financiële situatie. Op dit moment bestaat mijn buffer uit voldoende geld om 4 maanden probleemloos van te leven. Dat is voor mijn gemoedsrust ruim voldoende.

De buffer staat op een vrij opneembare spaarrekening. Niet bij de bank waar ik mijn lopende rekening aanhoud. Er moet een drempel in zitten om te voorkomen dat ik het ‘even snel’ gebruik, maar het moet wel binnen één werkdag op mijn lopende rekening kunnen staan. Het geld is bedoeld voor ongeplande onvermijdelijke uitgaven en voor het opvangen van inkomensverlies.

Potjes

Het potjes-systeem heb ik pas sinds 1 januari 2020 echt in gebruik, maar het bevalt me nu al uitstekend. Ik schreef er toen een uitgebreide blogpost over. Elke maand als mijn salaris binnenkomt stort ik een aantal bedragen in de verschillende potjes. Het geld gaat gewoon naar de spaarrekening waar ook mijn buffer staat. Mijn administratiespreadsheet houdt voor mij bij hoeveel geld er in welk potje zit, en verwerkt het ook automatisch als ik een uitgave doe die uit een potje gedekt moet worden. Want administratie bijhouden moet natuurlijk niet teveel tijd gaan kosten.

Ik heb momenteel verschillende potjes. Voor mijn Zorgverzekering, waar ik aan het eind van elk jaar in één keer de premie voor het daaropvolgende jaar betaal. Voor mijn Gadgets. Ook reserveer ik maandelijks voor mijn Vakantiebudget, nu ik niet meer eens per jaar vakantiegeld krijg maar maandelijks een deel van mijn Individueel Keuze Budget krijg uitbetaald. Ook reserveer ik geld voor mijn Kledingbudget (waar ik twee keer per jaar grotere uitgaven voor doe), en voor mijn abonnement bij de personal trainer.

Tenslotte heb ik nog een potje dat er al een aantal jaren staat. Het is voor het tweede deel van de operatie aan mijn gebit, die naar verwachting na de zomer plaats gaat vinden. Als dat klaar is wordt dit potje opgeheven, het wordt ook niet meer bijgevuld.

Het potjessysteem zorgt dat ik voldoende geld apart zet voor grote geplande uitgaven gedurende het jaar. En het zorgt voor minder stress. Vroeger wilde ik helemaal niet aan mijn bufferspaarrekening komen. Nu mag het als het geld uit de potjes is.

Versneld Aflossen

Hypotheek is schuld. En het is voor de meeste mensen een substantieel onderdeel van hun maandelijkse uitgaven. ook hier in Huize Geldnerd. We hebben een lineaire hypotheek, dus de maandlast wordt iedere maand een stukje kleiner. Maar ook hier was de rente en aflossing oorspronkelijk de helft van de maandelijkse huishouduitgaven.

Versneld aflossen begon in het eerste jaar na aankoop van Geldnerd HQ met twee grote bedragen. Het doel daarvan was om zo snel mogelijk onder een loan-to-value ratio van 65% te komen. Daar ging de risico-opslag van onze hypotheek af. Nadat mijn buffer vol was gebruikte ik het bedrag dat ik maandelijks spaarde voor een extra aflossing, en begon ik een ‘sneeuwbal‘. We zijn hier actief lid van Team Lage Lasten. Als er iets zou gebeuren met onze inkomens, dan kunnen we door te stoppen met de extra aflossing onze hypotheeklasten in één klap halveren en tóch voldoen aan onze verplichtingen richting de hypotheekverstrekker. Die gedachte geeft heel veel rust.

De extra aflossing zorgt ook voor spreiding. Niet al mijn vermogen staat op de beurs, een deel zit ook in het huis. Nadeel is natuurlijk dat het geld in de stenen zit, het is niet liquide, niet snel te gebruiken. Maar dat vinden we niet erg.

Lui en Eenvoudig Beleggen

Maandelijks wordt er ingelegd in mijn beleggingen, en maandelijks wordt er bijgekocht wat er volgens mijn beleggingsspreadsheet nodig is om dichter bij de gewenste portefeuilleverhoudingen te komen. Wereldwijde gespreide aandelen via de Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (VWRL), en wereldwijd gespreide staatsobligaties via de Xtrackers II Global Government Bond UCITS ETF (DBZB). Twee ETFs, wereldwijde spreiding, lage kosten. En daarnaast nog een paar dividend-ETFs die elk kwartaal of elk half jaar dividend uitkeren. Het dividend wordt ook meteen opnieuw belegd.

Elke maand inleggen. Kopen en vasthouden. Niet verkopen, ook niet als de beurzen naar beneden duikelen. Gewoon vasthouden, we zitten er in voor de langere termijn.. Inmiddels heb ik mijn maandelijkse inleg, waarmee ik in 2017 gestart ben, ook aangepast aan de inflatie. Het is een kwestie van gewoon doorgaan en er niet te vaak naar kijken. Lui en eenvoudig, maar het werkt als je beleggingshorizon maar lang genoeg is. Ik hoef me niet druk te maken over aandelen-analyses, alternatieve ‘beleggingen’ als cryptomunten en P2P-leningen. Onvolwassen markten waarvan de risico’s nog lang niet in beeld zijn. Zelfs certificaten van gerenommeerde bedrijven keren soms niet meer uit en blijken niet liquide.

Hoe voelt dat?

Als ik het zo opschrijf, ziet het er ineens heel compleet en doordacht uit. Dat is schone schijn, het is ook maar zo gegroeid en nu door mij in een modelletje gerationaliseerd. Maar dat is een goede weergave van mijn situatie terwijl er een wereldwijde pandemie woedt en een recessie voor de deur staat.

De afgelopen jaren heb ik echt wel last gehad van voortdurende twijfel. Is mijn buffer hoog genoeg? Moet ik niet (nog) meer beleggen, en minder aflossen? Want ‘iedereen’ zegt immers dat extra aflossen niets oplevert. Moet ik nou meer of minder obligaties in mijn portefeuille nemen, of is een afgelost huis vergelijkbaar met obligaties? Moet ik nou niet meer focus op dividend leggen en extra passief inkomen genereren? Kijk die Bitcoin eens gaan en dat rendement op P2P-leningen, ik snap niet helemaal wat er gebeurt en overzie de risico’s niet maar misschien moet ik toch instappen? Allemaal vragen die ik mijzelf gesteld heb. Heel menselijk ook.

En nu? Ik vind het allemaal heel OK. Ik sta er financieel goed voor. Mijn strategie loopt gewoon door terwijl de crisis woedt. Het is afgestemd op mijn situatie. Op mijn gemoedsrust. Ik heb geen seconde wakker gelegen terwijl mijn aandelenportefeuille een kwart van z’n waarde verloor. Nog geen moment overwogen om van richting te veranderen. Ik hoef me geen zorgen te maken of we al op de bodem zitten. Ik hoef de markt niet te timen. Me druk te maken over het geld dat ik kwijt ben, want dat is niet aan de orde als ik niet verkoop. Ik hoef alleen maar mijn blik op de horizon te houden. Even was ik ongerust over mijn eigen financiële situatie. Maar ik besefte al snel dat mijn, in mijn eigen ogen minimalistische, contant geld buffer nog altijd een stuk groter is dan de spaarrekening van de gemiddelde Nederlander. Dus waar maak ik me druk om?

Twijfel jij ook voortdurend over jouw strategie?

Spaarrente buffer op 0,1%

Begin vorige week kreeg ik een mailtje van Nationale Nederlanden, de financiële dienstverlener waar ik mijn contant geld buffer gestald heb. De rente werd weer eens verlaagd, nu van 0,15% naar 0,10%. Dat was altijd nog ruim 3 keer zoveel dan de 0,03% bij de Rabobank, waar ik mijn lopende rekening heb staan. Maar het is natuurlijk helemaal niks. Over mijn buffer heb ik dit jaar tot nu toe een paar tientjes aan rente opgebouwd.

Prompt kwam medio vorige week het bericht dat ook de Rabobank de spaarrente verlaagde, van 0,03% naar 0,01%. Daarmee volgen ze de andere grote banken.

Ruim twee jaar geleden schreef ik ook al eens over de rentes die ik ontving. De grafiek van toen heb ik bijgewerkt, de blauwe lijn is de Rabobank en de oranje lijn NN. Het goede nieuws is dat de daling is afgevlakt, zullen we maar zeggen. Al denk ik dat dat vooral is omdat vooralsnog niemand onder de nul durft te duiken. En gegeven het beleid van de Europese Centrale Bank verwacht ik het komende jaar (2020) echt nog geen stijging van de spaarrentes. Alhoewel je nooit weet wat er gaat gebeuren als de economie inderdaad verder afkoelt.

Mijn contant geld buffer hoeft niet te renderen. Dat geld hoeft er alleen maar te zijn zodat ik het kan gebruiken wanneer ik het nodig heb. Voor onvoorziene of grote geplande uitgaven. Ook maak ik maandelijks een bedrag over naar de buffer voor het jaarlijks betalen van mijn zorgpremie en voor het vervangen van mijn gadgets. Ik wil het wel apart houden, bij een andere bank dan waar mijn lopende rekening staat. Dit om te voorkomen dat ik te makkelijk even ‘mijn saldo aanvul’. Maar ik zou natuurlijk geen nee zeggen als de spaarrente weer eens 5,0% zou zijn…

Ik heb nog even gekeken naar de rentes op vrij opneembare spaarrekeningen. Maar dat is niet om over naar huis te schrijven. Ik wil eigenlijk mijn geld alleen stallen bij een bank die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel valt en afkomstig is uit de Euro-zone. Dan vallen allerlei partijen in de lijst al af. Alleen NIBC Direct vind ik dan eigenlijk nog een optie. De rente op een vrij opneembare spaarrekening zonder beperkende voorwaarden is daar momenteel 0,20%. Het dubbele van wat ik bij Nationale Nederlanden ontvang. Voor zolang het duurt.

Denk jij überhaupt nog na over je spaargeld?