Financiële ratio’s

Zoals jullie weten is Geldnerd dol op het bijhouden van statistiekjes. De een is nuttiger dan de ander. Maar omdat ik mijn financiën goed bijhoud, kost het geen enkele moeite om al die statistiekjes bij te houden. Ze worden automatisch berekend, zolang ik mijn hongerige datamonsters maar blijf voeden met actuele gegevens van mijn banktransacties en beleggingen.

Maar ‘less is more’, zegt de minimalist in mij. Dat vind ik nog wel moeilijk. Toch is het belangrijk om mijzelf te beperken. Goed in beeld te hebben wat nou de indicatoren zijn die er echt toe doen. Tegelijkertijd, welke ratio’s voor jou persoonlijk van belang zijn hangt ook af van jouw persoonlijke situatie. Iemand met vooral schulden zou naar andere dingen moeten kijken dan iemand met vooral vermogen. En een huisjesmelker particuliere verhuurder kijkt weer naar andere dingen dan een belegger. Iets om over na te denken dus.

Wat zijn financiële ratio’s?

Financiële ratio’s zijn statistiekjes die je helpen in één oogopslag laten zien hoe je er financieel voor staat. Ze helpen je om bewuste beslissingen te nemen over jouw financiële planning en financiële toekomst. Als je ze volgt door de tijd kun je ook zien hoe jouw financiële situatie zich ontwikkelt. Ze geven een beeld van jouw financiële gezondheid.

Veel mensen maken de fout om financiële ratio’s te gebruiken om zichzelf te vergelijken met anderen. Ik vind dat persoonlijk onverstandig. Ik schreef ooit al eens dat de weg naar financiële onafhankelijkheid geen wedstrijd is met anderen. Het is alleen een wedstrijd met jezelf. De grote valkuil van financiële ratio’s is namelijk dat ze eendimensionaal zijn. En achter ieder getalletje zit een wereld die je niet kent. Jezelf vergelijken met een ander is dus alleen maar vragen om teleurstelling en frustratie. En die kan ik missen als kiespijn.

Goede financiële ratio’s vertellen een waarheid over jouw eigen situatie die je niet kunt ontkennen. Dat kan confronterend zijn, maar soms is dat nodig om tot actie te komen. Dat is mij in de afgelopen 15 jaar regelmatig overkomen… Als het goed is zijn de ratio’s niet moeilijk om uit te rekenen. Ze helpen je om problemen tijdig te signaleren of (nog liever) te voorkomen.

Wat houd ik bij?

Het spaarpercentage en mijn eigen vermogen blijven de twee belangrijkste getalletjes. Het Spaarpercentage is het deel van mijn inkomen dat ik niet uitgeef, maar gebruik om te sparen, als inleg in beleggingen, of voor de aflossing van de hypotheek. Ik heb al eens een uitgebreide blog geschreven over hoe ik dit bereken. Ik volg dit per maand en per jaar. Op basis van mijn Budget weet ik ongeveer waar ik op uit zou moeten komen. Bij grote afwijkingen naar beneden en naar boven ga ik op onderzoek uit naar de oorzaken van de afwijking. Ja, ook als mijn spaarpercentage veel hoger is dan verwacht. Want misschien ben ik dan wel een rekening vergeten of zo.

Ook over het Eigen Vermogen heb ik al wel eens uitgebreid geschreven. Dit is het geld dat ik overhoud als ik al mijn bezittingen verkoop en al mijn schulden aflos, en dat ik vervolgens in mijn zak heb zitten als ik de wijde wereld intrek. Die definitie is erg belangrijk voor mijn gevoel van vrijheid.

Toch zegt eigen vermogen ook niet alles. Je kunt een duur huis hebben of een grote aandelenportefeuille, maar toch onvoldoende geld om de rekeningen te betalen. ‘Asset-rich and cash-poor’. Daarom is het ook van belang om je Liquiditeit in de gaten te houden. In financieel jargon: kun je aan je kortlopende verplichtingen voldoen? In gewone mensentaal: kun je al je rekeningen betalen? Dit is de voornaamste functie van mijn financiële administratie. En het is de reden dat ik een aantal potjes heb. Een van de dingen die ik regelmatig met dit doel bekijk zijn mijn gemiddelde en laagste saldo per maand. Daar heb ik een standaardgrafiek voor in mijn administratiespreadsheet zitten.

Mijn Budget is ook een essentieel onderdeel van de financiële administratie. Daarmee bewaak ik of het geld wel naar de dingen gaat die ik belangrijk vind. Na bijna 20 jaar budgetteren heb ik inmiddels een aardig idee hoe dat werkt. Veel dingen zijn makkelijk te budgetteren, met name de vaste lasten. Maar ook in de variabele lasten valt er heel goed te budgetteren als je jouw eigen gedrag een beetje analyseert. En dan zie je het sneller als er afwijkingen ontstaan.

Ons huis is een belangrijk onderdeel van ons vermogen. En dat is dus ook iets om in de gaten te houden. De kern daarbij is de Loan-to-Value Ratio (LTV). Die is heel simpel te berekenen, ik hanteer de Resterende Hypotheek gedeeld door de meest recente WOZ-waarde. Maar daar zijn allerlei keuzes in te maken.

Verder vind ik de Resterende Aflostijd van onze hypotheek nog van belang. Die is dan ook altijd onderdeel van mijn hypotheekupdate.

De andere belangrijke component van mijn vermogen is mijn beleggingsportefeuille. Ook daar zijn dus enkele ratio’s aan gekoppeld. Redelijk eenvoudig allemaal, want ik heb een eenvoudige luie beleggingsstrategie.

Ik houd uiteraard de Actuele Waarde van mijn beleggingsportefeuille bij. Die wordt elke week bijgewerkt in mijn spreadsheet. En verder houd ik bij wat mijn Totale Inleg is geweest in mijn beleggingsportefeuille. Ik stort elke maand een bedrag waarmee ik bijkoop, en indexeer dat bedrag jaarlijks. De actuele waarde en de totale inleg komen samen in mijn favoriete beleggingsgrafiek.

Ik houd veel meer bij dan het lijstje hierboven. Maar dit zijn wat ik op dit moment de essentiële ratio’s vind.

Wat kun je allemaal nog meer bijhouden?

Je kunt beter vragen: wat zou je niet bij kunnen houden? Met Spaarpercentage, Eigen Vermogen, Liquiditeit, Budget, Loan-To-Value, Aflostijd, en de Waarde en Inleg in mijn beleggingen, heb ik zelf al een aardig rijtje verzameld.

Heb je veel schulden in jouw financiële plaatje, dan is het best verstandig om een paar ratio’s te gebruiken om die te volgen. Bijvoorbeeld Schulden versus Bezittingen. Je telt alle schulden bij elkaar op, hypotheek, studieschuld, creditcard, persoonlijke leningen, noem maar op. En ook alle bezittingen (waarde van je huis, spaargeld, beleggingen, et cetera). Vervolgens deel je de schulden door de bezittingen. Is de waarde groter dan 1, dan heb je meer schuld dan bezit. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang er elke maand voldoende geld binnenkomt om de schulden af te betalen. Maar het maakt je wel kwetsbaar als je bijvoorbeeld je inkomen kwijtraakt. Door deze ratio een tijdje te volgen (en geen nieuwe schulden te maken) wordt’ ie hopelijk steeds lager. Ik zit zelf rond de 0,26, met alleen een stuk resterende hypotheek.

In de financiën kennen we ook de Current Ratio. Die geeft aan of je in staat bent om aan je korte-termijn verplichtingen te voldoen. De Current Ratio wordt berekend door je contante bezittingen te delen door de korte-termijn verplichtingen. Contante bezittingen zijn die bezittingen die je eenvoudig op korte termijn in contant geld om kunt zetten. Je spaargeld, je beleggingsportefeuille (mits direct te verkopen via je broker), dat soort dingen. Niet j]de waarde van je huis dus. Je korte-termijn verplichtingen bestaan uit alle betalingen die je in het komende jaar moet voldoen voor je schulden. Een jaar aan hypotheekbetalingen bijvoorbeeld, en een jaar aan aflossing van andere schulden. De waarde van deze Current Ratio kan maar beter groter dan 1 zijn, want anders ben je niet in staat om het komende jaar aan je verplichtingen te voldoen.

Je kunt ook kijken naar het percentage van je inkomen dat je nodig hebt om je schulden te betalen, in het Engels ook wel Debt Service Ratio genoemd. Dat wil je natuurlijk het liefst zo laag mogelijk hebben. Boven de streep neem je jouw (netto) inkomen voor het hele jaar, en onder de streep de korte-termijn verplichtingen van de Current Ratio. Hoe lager de uitkomst, hoe beter jouw financiële gezondheid.

Ook afkomstig uit de financiële wereld is de Solvabiliteitsratio. Die bereken je door jouw Eigen Vermogen te delen door de totale waarde van jouw bezittingen. Dat geeft een indicatie of je met jouw bezittingen in staat bent om al jouw schulden te betalen. De Solvabiliteitsratio wil je zo hoog mogelijk hebben, of in elk geval stijgend door de tijd heen. Bij een daling ten opzichte van een jaar geleden is jouw financiële gezondheid verslechterd.

Tenslotte

Meer dan genoeg keuze dus. Maar Persoonlijke Financiën zijn geen exacte wetenschap, het wat mij betreft deels ook een kunstvorm. Bedenk ratio’s die passen bij jouw financiële situatie, en volg ze door de tijd heen. Zo krijg je een beeld van jouw eigen financiële gezondheid. Maar blijf ook nadenken en luisteren naar je gevoel! Want financiële ratio’s vertellen soms ook niet het volledige verhaal.

Welke financiële ratio’s gebruik jij? En hoe financieel gezond voel jij je?

Eigen vermogen 2022

Mijn voornemen is om jaarlijks even te kijken naar de samenstelling van mijn eigen vermogen. Dat heb ik medio vorig jaar voor het eerst gedaan, ik keek toen terug op vijf jaar vermogensontwikkeling. Daarna heb ik ook uitgebreid beschreven hoe ik mijn eigen vermogen bereken. We zullen dus vooral kijken naar de ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Vermogenscomponenten

De samenstelling van mijn eigen vermogen blijft eenvoudig.

  1. Ik heb een beperkte hoeveelheid spaargeld, mijn potjes.
  2. Daarnaast heb ik een beleggingsportefeuille. Hier doe ik elke maand een extra inleg en aankoop in, en verder beweegt deze mee met de bewegingen van de wereldwijde aandelenmarkten.
  3. Wij hebben een eigen woning, hierin zitten twee soorten vermogen.
    1. Ten eerste eigen geld dat we erin gestoken hebben bij de aankoop en door de reguliere en extra aflossingen op onze hypotheek.
    2. En ten tweede overwaarde doordat de WOZ-waarde inmiddels fors hoger is dan bij de aankoop van deze woning. Ik gebruik de WOZ-waarde als waarderingsgrondslag voor onze eigen woning in mijn vermogen.

Verder heb ik geen bezittingen die ik waarde toeken en meeneem in mijn eigen vermogen. Geen tweede of derde of vierde huis (zoals sommige bewindslieden in het kabinet Rutte-4). Geen waardevolle kunst of postzegelverzameling. Geen waardevolle inboedel. Geen auto. Mijn leven is eenvoudig en dat wil ik graag zo houden.

Balanceren

Zoals ik mijn beleggingsportefeuille wil balanceren rond een gewenste verdeling probeer ik dat ook met mijn vermogen. De hoeveelheid spaargeld die ik aanhoud is minimaal, en ‘gerationaliseerd;’ door het aantal maanden inkomensbuffer en de inhoud van de potjes. Meer spaargeld dan dat hoef ik niet te hebben.

De verdeling tussen het geld in de beleggingsportefeuille en in de eigen woning is natuurlijk lastiger. Want bij beide heb ik alleen controle over de inleg. Ik heb helaas / gelukkig (doorhalen wat niet van toepassing is) geen enkele controle over de ontwikkeling van de waarde. Dat gebeurt op ‘de markt’. Bij mijn beleggingen op elke handelsdag op de beurs, bij onze eigen woning jaarlijks bij de vaststelling van de WOZ-waarde.

Daarom probeer ik de inleg in de (aflossing van de) hypotheek en de inleg in mijn beleggingsportefeuille ongeveer gelijk te houden. Een euro naar de beleggingen en een euro naar het huis. Dat lukt vrij redelijk, al loopt het wel iets uit elkaar door de groei van onze aflossingssneeuwbal. Mijn maandelijkse inleg in de beleggingsportefeuille indexeer ik jaarlijks met de inflatie, hopelijk kan ik dat volhouden als de inflatie mijn koopkracht opeet.

Ontwikkeling van het vermogen

In 2021 realiseerde ik een mooie vermogensgroei van 25,5%. In mijn jaarafsluiting liet ik al zien hoe dit tot stand kwam.

Meerjarig zie je dat terug in onderstaande grafiek. De nauwelijks veranderende gele lijn van het spaargeld. De gestaag groeiende beleggingsportefeuille. Het traag maar gestaag groeiende blauwe vlak van het eigen geld in onze woning. En de eens per jaar veranderende overwaarde in het rode vlak.

Als ik terugkijk in mijn administratie is wat ik maandelijks inleg in mijn beleggingsportefeuille en wat ik maandelijks aflos op onze hypotheek ongeveer hetzelfde bedrag. Dat vind ik nog steeds een goede verdeling. Het levert met onze hypotheekrente misschien niet het hoogste rendement op, maar het verlaagt wel de verplichte maandelijkse lasten. En dat is ook vrijheid, minder geld nodig om rond te komen. Dat geeft keuzevrijheid.

Kijk jij wel eens naar de opbouw van je vermogen?

Eigen Vermogen berekenen

Eigen Vermogen, ik heb het wel eens omschreven als een van de belangrijkste getalletjes aller tijden. In het boekhouden is de definitie ‘Activa (bezittingen) minus Vreemd Vermogen (de korte en langlopende schulden van de passiva)’. Dat klinkt ingewikkeld, en voor veel bedrijven is het dat ook (of dat willen ze het laten lijken voor de belastingen of om beleggers te misleiden…).

Maar als eenvoudige burger heeft Geldnerd een eenvoudiger definitie. Mijn eigen vermogen bestaat uit het geld dat ik overhoud als ik al mijn bezittingen verkoop en al mijn schulden aflos, en dat ik vervolgens in mijn zak heb zitten als ik de wijde wereld intrek.

In deze blogpost neem ik je mee in hoe ik mijn eigen vermogen bereken. En hoe jij het ook kunt doen.

Vaak lees ik, in plaats van Eigen Vermogen, ook de term Netto Waarde. Volgens mij een iets te letterlijke vertaling van de Amerikaanse term Net Worth. Die gebruik ik niet, ik heb er zelfs een hekel aan. Netto waarde wekt voor mij teveel de suggestie dat de waarde van mij als persoon afhangt van dit getal.  Eigen vermogen voelt beter. Mijn eigen vermogen. Van mij. Vermogen. Kracht. Mijn kracht.

Wat zegt het?

Het eigen vermogen is het eerste getalletje dat ik regelmatig bij ben gaan houden. Een eigen vermogen bereken je altijd op een bepaalde peildatum. Eerst deed ik dat jaarlijks per 31 december, maar nu al weer heel lang per kwartaal (31 maart, 30 juni, 30 september, 31 december). Dat is een keuze, je kunt het op elk gewenst moment doen natuurlijk.

Zoals ik eerder schreef is het eigen vermogen (voor iemand die financiële onafhankelijkheid nastreeft) het geld waarvan je moet leven nadat je gestopt bent met werken. In Nederland meestal gecombineerd met AOW en pensioen. Je kunt het langzaam opeten, of investeren in dingen die cash genereren, zoals beleggingen die dividend opleveren of vastgoed dat je huurinkomsten oplevert. Je kunt het ook in je eigen huis stoppen, maar dan levert het geen inkomen op. En kun je het dan ook niet opeten, tenzij je het huis verkoopt. Genoeg reden dus om zo af en toe te kijken hoe jouw eigen vermogen ervoor staat.

Hoe bereken je het?

Eigenlijk is het heel simpel. Eigen Vermogen is gelijk aan Bezittingen minus Schulden. Die twee dingen zul je dus op een rijtje moeten zetten. En je zult moeten bepalen wat ze waard zijn op de door jou gekozen peildatum. Soms is dat heel eenvoudig, maar soms ook niet. En je zult moeten bepalen hoe ver je hierin wilt gaan. Want je kunt heel ver gaan. Maar de vraag is hoe zinvol dat is.

Oh ja, ik bereken mijn eigen vermogen in Euro’s. Dat is ook een keuze. Een gebruikelijke hier, de Euro is immers het betaalmiddel in Nederland en het merendeel van mijn bezittingen en schulden wordt in Euro’s gewaardeerd. Het betekent dat ik bijvoorbeeld mijn beleggingen in Amerikaanse dollars omreken naar Euro’s. Dat doe ik dan uiteraard tegen de wisselkoers op de peildatum.

Bezittingen

We beginnen positief. Met de bezittingen.

Heb je Spaarrekeningen? En Beleggingen? Die horen bij je bezittingen. Maak dus maar een lijstje. Vergeet je lopende rekening ook niet. Wat was het saldo op de rekeningen op de peildatum? Wat waren jouw beleggingen waard op de peildatum? Ik hanteer altijd de slotkoers op de peildatum (want die is het makkelijkst te achterhalen), maar ook dat is een keuze.

En heb je een koopwoning? Zeer waarschijnlijk in Euro’s je grootste bezit. Maar hier wordt de waardering al lastiger. Want wat is die woning waard op de peildatum? Daar kun je verschillende keuzes in maken. Die grote invloed hebben op jouw vermogen. Vorig jaar heb ik een uitgebreide blogpost geschreven over deze keuzes.  Maak de keuze die het beste bij jouw situatie en jouw gevoel past. En wees consequent, dus gebruik steeds dezelfde manier als je jouw eigen vermogen op verschillende peildata berekent. Want alleen dan zijn de uitkomsten vergelijkbaar. Ik reken voor mijn eigen vermogen met de helft van de WOZ-waarde. De helft, omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ.

Hierna wordt het snel lastiger, en een kwestie van persoonlijke voorkeuren. Vroeger had Geldnerd bijvoorbeeld een auto. Die nam ik ook mee op de balans. Als basis voor de waardering gebruikte ik de ANWB Koerslijst, de waarde die deze op de peildatum aangaf voor mijn kenteken en kilometerstand bij inkoop of inruilprijs door het autobedrijf. Dat is ook zo’n waarderingskeuze die je consequent moet toepassen om vergelijkingen met eerdere berekeningen te kunnen maken.

Dan de inboedel van jouw woning. Die heeft misschien best wel wat gekost? Maar heb je dat allemaal bijgehouden? Ex en ik hebben er destijds voor gekozen om de waarde van de inboedel niet mee te nemen. We gaven deze de waarde nul. Dat had overigens nog onvermoede consequenties. Toen wij jaren later gingen scheiden had de regel ‘waarde inboedel is nul’ zich genesteld in mijn hoofd, en was het voor mij veel eenvoudiger om die dingen los te laten toen ik vertrok. Ik heb alleen mijn kleding en echt persoonlijke bezittingen meegenomen. Dat gaf ruimte in mijn hoofd en ruimte in de onderhandelingen over het echtscheidingsconvenant. Ik hoor te vaak verhalen over ruzies over dat ene tafeltje of dat ene kastje… Maar in mijn hoofd was dat allemaal niets waard.

Ook tegenwoordig neem ik de inboedel niet mee in de berekening van het eigen vermogen. Misschien dat ik dat wel zou doen als ik een dure verzameling of collectie sieraden had. Maar dan is de waardering best lastig. Veel mensen zijn er al achter gekomen dat de postzegelverzameling van opa, zijn lust en zijn leven, na overlijden niets (meer) waard bleek te zijn. Ik zou er dus voorzichtig mee zijn.

Ook zo’n vraag, neem je jouw pensioen mee in de bezittingen? Ik doe het niet, ook omdat ik niet goed kan bepalen welk bedrag ik dan realistisch op zou kunnen nemen. Misschien doe ik het wel na de komende pensioenhervorming, als er een eigen potje is. Maar het is voor mij vooral symbolisch. Dat is anders  voor ondernemers die alles zelf opbouwen. In Amerika hebben mensen ook eigen pensioenpotjes. Het laat dus al zien dat jouw eigen vermogen vergelijken met een ander best lastig is. Want je moet de onderliggende aannames en waarderingsgrondslagen kennen om te zien of het wel echt vergelijkbaar is.

Zelf houd ik het dus simpel. Alleen de eigen woning, en mijn spaar- en beleggingsrekeningen. Zijn er andere bezittingen die jij mee wilt nemen? Zet ze op een rijtje, denk goed na over de waardering, en tel het allemaal bij elkaar op.

Schulden

Na de bezittingen is het tijd om de schulden op een rijtje te zetten.

Zelf heb ik er maar eentje. De hypotheek die we gebruikt hebben voor de aankoop van Geldnerd HQ. En die we in hoog tempo aflossen. Voor mijn persoonlijke eigen vermogen reken ik met de helft van de hypotheek omdat Vriendin en ik allebei voor 50% eigenaar zijn van Geldnerd HQ. En de waardering is simpel: hoeveel geld moet ik op de peildatum nog aflossen. De naar verwachting nog te betalen rente neem ik niet mee. Het gaat om wat ik zou moeten betalen als ik op de peildatum alles in één keer af zou moeten lossen.

Misschien heb jij meer hypotheekdelen, en/of een familiebank-lening? Misschien heb jij ook nog een openstaande studieschuld? Of een lening voor een auto of een ander consumptief krediet? Allemaal schulden die je op een rijtje zou moeten zetten. Wat ben je op de peildatum schuldig aan anderen?

Twijfelgevalletje wat mij betreft: Creditcards. Het is een schuld. Maar ik heb er maar eentje als onderdeel van mijn betaalpakket bij de Rabobank, en die wordt altijd aan het eind van elke kalendermaand volledig geïncasseerd. Ik neem ‘m dus niet mee, ook omdat er op een peildatum meestal geen schuld op staat. Maar als jij vijf creditcards hebt met daarop € 15.000 schuld, dan weet ik twee dingen heel zeker. Ten eerste, je leest hier nog niet lang mee en/of volgt mijn voorbeeld niet. En ten tweede, je kunt die schuld maar beter meenemen in de berekening van jouw eigen vermogen. Want het is een ‘materiële’ schuld, het heeft substantieel impact op jouw eigen vermogen. Maar ook dit is dus een keuze.

Zelfs als eenvoudige particulier heb je dus best wat te kiezen bij het waarderen van je bezittingen en je schulden. Kun je nagaan hoe ingewikkeld dat voor bedrijven is. En niet overal zijn regels voor, dus  dit leidt best nog wel eens tot discussie.

Tonnair? Miljonair? Of Negatief?

Eigen Vermogen = Bezittingen -/- Schulden. Je kunt ‘m nu dus uitrekenen. Is jouw eigen vermogen groter dan € 100.000? Dan mag je jezelf ‘tonnair’ noemen. Bij een vermogen groter dan € 1.000.000 ben je zelfs ‘miljonair’. Maar het kan natuurlijk ook dat jouw eigen vermogen negatief is. Dan is de optelsom van jouw schulden dus hoger dan de optelsom van jouw bezittingen.

Een negatief eigen vermogen, is dat erg? Dat hangt er van af. Een bedrijf met een negatief eigen vermogen wordt wel ‘technisch failliet’ genoemd. Dat betekent niet automatisch dat het bedrijf ook failliet gaat. Als er maar genoeg inkomsten zijn om alle lopende uitgaven te betalen en de schulden af te lossen (en er dus uitzicht is op een verbetering van het vermogen), dan is er niet veel aan de hand. Maar het is wel een waarschuwingssignaal. Banken worden voorzichtiger met het verstrekken van krediet en leveranciers willen misschien wel vooruit betaald worden.

En iets vergelijkbaars geldt er voor particulieren. Ben jij net afgestudeerd met een stevige studieschuld en heb je vervolgens een huis gekocht met een maximale hypotheek en jouw laatste spaargeld in een verbouwing gestoken? Dan heb je best kans dat jouw eigen vermogen daarna ook negatief is afhankelijk van hoe optimistisch je bent over de waarde van jouw huis. Dat hoeft geen probleem te zijn, zo lang er voldoende inkomen binnenkomt om alle rekeningen en de hypotheek te betalen. Maar het is wel een signaal. Als dat inkomen wegvalt, kom je waarschijnlijk snel in de problemen.

Het eigen vermogen is een momentopname. Het gaat om de trend door de tijd. Bereken ‘m dus minimaal één keer per jaar. Ben je 25 jaar oud met een negatief eigen vermogen maar een zeker inkomen en loopbaanperspectief, dan is er nog niet veel aan de hand. Nog steeds een negatief eigen vermogen als je 50 bent? Dan moet je misschien eens gaan nadenken over jouw financiën.

Vermogen van Geldnerd

Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van mijn persoonlijke eigen vermogen weer. Peildatum is steeds 31 december van het betreffende jaar. De waarde voor de eerste meting (31 december 2003) is gelijkgesteld aan 100%. Voor 2021 is de waarde per einde eerste halfjaar (30 juni 2021) genomen.

Mijn vermogen nu is 1.300% van het vermogen per eind 2003. 13 keer zoveel vermogen als op 31 december 2003. Maar het is geen rechte lijn naar boven geweest. De daling in de periode 2011 – 2012 was het gevolg van mijn echtscheidingsperikelen.  De daling in 2014 is het gevolg van het sabbatical dat ik mijzelf veroorloofd heb toen we vertrokken naar het Verre Warme Land. Bewuste keuze, maar wel eentje die geld (en vermogensopbouw) kost. Daarna gaat het in snel tempo beter. De trendlijn (de rode stippellijn) begint zelfs al voorzichtige exponentiële vorm aan te nemen. Ik hoop dat die ontwikkeling zich voortzet.

Hoe bereken jij jouw eigen vermogen?

Het financiële dashboard

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik voor het laatst schreef over mijn wens om een integraal vermogensdashboard te ontwikkelen. Een rapportage die mij laat zien hoe ik er in totaal financieel voor sta. Het huis, de beleggingen, en al die andere financiële factoren. Informatie die in delen verstopt zit in mijn financiële spreadsheets waar ik eerder over schreef. Met een tekening die inmiddels alweer achterhaald is. Tegenwoordig heeft de hypotheek z’n eigen spreadsheet, inclusief allerlei grafieken en rapportages.

Mijn beleggingsspreadsheet heeft alle historie sinds de startdatum van mijn leven na de scheiding, dus sinds 1 januari 2013. Mijn administratiespreadsheet is per jaar. De hypotheekspreadsheet heeft de hele historie van onze hypotheek. Ik bouw formules in al mijn spreadsheets zo dat “datum” altijd een variabele is. Hiermee kan ik dus de stand van de betreffende waarde (bijvoorbeeld % aandelen en obligaties) op iedere gewenste datum reconstrueren.

Een aantal weken geleden werd mij in de reacties bij een blogpost gevraagd naar de stand van zaken rond mijn financiële dashboard. Daarom bij deze een uitgebreider bericht daarover.

Wat ik in mijn dashboard doe, is aan het eind van elk kwartaal de standen opnemen van alle variabelen die ik nodig heb om al mijn grafieken en rapportages samen te stellen. Dat kost elk kwartaal een minuut of 5. Ik heb dus voor elk jaar uiteindelijk 4 waarden in het dashboard staan: 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december. Die kwartaalstanden haal ik nu nog handmatig op, maar dat wil ik uiteindelijk wel automatiseren. Dus automatisch uit de beleggings- en administratiesheets laten halen. Maar dat ombouwen is iets voor een koud en stormachtig winterweekend, denk ik. Want behoorlijke klus.

Ik houd in het dashboard geen maandstanden bij, dat vind ik teveel focus op de korte termijn. Vroeger heb ik wel gewerkt met halfjaarlijkse of jaarlijkse standen, maar dat vind ik weer een te lange termijn. Uiteindelijk ben ik uitgekomen op kwartaalstanden, dat werkt voor mij het beste.

Al mijn grafieken en rapportages zijn geautomatiseerd. In mijn Dashboard spreadsheet zit bijvoorbeeld een pagina Grafieken. Daar kies ik de naam van de grafiek uit een lijst, ik kies een startkwartaal en een eindkwartaal, en de grafiek wordt ververst uit de dataset met kwartaalstanden. Ik heb zelfs een speciale ‘Anonimiseer’ knop ingebouwd. Die haalt de y-as weg zodat ik de grafiek meteen kan gebruiken op mijn blog. Ik publiceer geen grafieken waaruit de actuele hoogte van mijn vermogen af te leiden is, dat is niet relevant voor het verhaal dat ik wil vertellen. Ik heb ook een pagina Rapportages, die werkt vergelijkbaar. Ik kies bijvoorbeeld het rapport ‘Balans’, begin- en eindkwartaal, en de spreadsheet bouwt ‘m dynamisch op uit de dataset met kwartaalstanden.

Ik heb heel veel grafieken en dashboards van anderen bestudeerd. Iedereen doet het anders. Het is erg persoonlijk wat je belangrijk vindt en welke indicatoren je wilt volgen in de tijd. Het is ook persoonlijk of je dit maandelijks wilt doen, per kwartaal (zoals Geldnerd), per halfjaar, per jaar of nog anders. Dus ik weet nog niet of ik de spreadsheet met mijn dashboard ooit ga publiceren. Zoiets persoonlijks moet iedereen echt zelf bouwen, vind ik. Mijn grafiekencollectie wordt nog steeds uitgebreid, geïnspireerd door dingen die ik bij andere bloggers zie. Zo heb ik onlangs mijn eigen versie gebouwd van de hypotheekgrafiek van Geld-Is-Tijd. De mijne is gelukkig een stuk eenvoudiger, wij hebben maar één lineair hypotheekdeel en verder niets.

Onderstaand enkele voorbeelden van grafieken en rapportages in mijn Dashboard.

De bovenstaande grafiek komt sinds dit jaar terug in elke kwartaalrapportage. Je zite in één oogopslag per kwartaal de stand van mijn Eigen Vermogen, de kwartaalgroei en mijn spaarpercentage. Eigen vermogen en spaarpercentage zijn voor mij nog steeds de belangrijkste indicatoren.

Ik heb ‘m wel gebouwd maar kijk er zelden naar, omdat ik nog niet van plan ben om te stoppen met werken zodra dat kan. Per kwartaal zegt het niet alteveel, maar kijken naar stijgende lijntjes in grafieken is altijd leuk. Mijn percentage financiële onafhankelijkheid. Dat percentage bereken ik door te kijken naar mijn totale uitgaven in dat betreffende kwartaal (dus inkomen minus spaarpercentage). Daar zet ik tegenover mijn passieve inkomsten (met name dividendinkomen) plus mijn eigen vermogen maal de Safe Withdrawal Rate (SWR). Op dit moment reken ik met een SWR van 3,5%, maar ik kan het makkelijk veranderen op het Instellingen-werkblad van mijn Dashboard. Zodra het percentage de 100% passeert ben ik officieel Financieel Onafhankelijk. In de praktijk zal dat veel eerder zijn, ik hanteer het model van mijn FIRE Calculator en moet vooral de tijd tussen stoppen met werken en start van de pensioenbetalingen overbruggen.

In formulevorm ziet dat Percentage Financieel Onafhankelijk er als volgt uit:

Ook deze grafiek komt tegenwoordig regelmatig terug in mijn kwartaalrapportages. Dividend is een van de passieve inkomsten, dividendbelasting is een van de speerpunten van mijn beleggingsstrategie.

Een balans maak ik jaarlijks al sinds 2003. Eerst als ‘grapje’, toen Ex een keer zei dat we een erg bedrijfsmatige boekhouding voerden. Maar al snel realiseerde ik mij dat ook voor een huishouden een balans heel veel nuttige informatie geeft. Het eigen vermogen is niet voor niets een van de belangrijkste getalletjes aller tijden. Maar ook de ontwikkeling van je schuldenratio is een belangrijk gegeven om door de tijd heen te volgen, net als de verhouding tussen je verschillende vermogenscomponenten. Daar wil ik mijn dashboard de komende periode ook nog verder op uitbreiden. Dat is ook het leuke van een hobby als dit: het is nooit af!

Heb jij een financieel dashboard?

Huis op de balans

Ieder jaar maak ik een balans, vooral om de meerjarige ontwikkeling van mijn vermogen in de gaten te houden. Ons huis is een belangrijke component van deze balans. Ik neem het huis dan ook mee in mijn vermogen. Want het heeft waarde, die ik (zij het met enige inspanning en tijd) kan verzilveren. Tegen welke waarde is een vraag. Per 31 december 2016 was dat eenvoudig, want dat was iets meer dan een maand na de overdrachtsdatum. Daar heb ik dus gewoon de koopprijs gebruikt.

Maar ik neem het huis niet mee in de berekeningen voor mijn financiële onafhankelijkheid. Daarin neem ik alleen geld mee dat inkomen kan genereren en/of dat ik kan gebruiken als inkomen. En dat doet het huis niet. In die berekeningen telt het huis inderdaad mee als last.

Vraag is natuurlijk hoe dit huis te waarderen op mijn balans. Dat bedrag moet feitelijk zeggen: hoeveel zou het huis opleveren als ik het op de balansdatum zou verkopen? Aan de ene kant wil ik mezelf niet rijk rekenen met een enorm hoge verwachte verkoopprijs. Aan de andere kant wil ik mijzelf natuurlijk ook niet tekort doen. Ik wil een reëel beeld van mijn vermogen op de balansdatum, en dus ook een reëel beeld van de waarde van het huis.

Hoe ik dat precies ga doen weet ik nog niet. In het verleden hield ik de verkoopprijzen van vergelijkbare appartementen in de gaten maar dat is me te arbeidsintensief. En dat werkte misschien toen ik in een groot complex met 80 redelijk vergelijkbare appartementen woonde, maar dat is nu niet het geval.

Met een WOZ-waarde loop ik voor mijn gevoel weer te ver achter de feiten aan, want dat is dan weer een peildatum van een jaar geleden. Dus ik zoek nog een tussenvorm. Maar daarmee wil ik, zolang we in het huis wonen, wel jaarlijks een gevoel krijgen bij de totale baten en lasten van het wonen in dat huis.

Hoe nemen jullie de waarde van je huis mee in de berekening van je vermogen?

Nota bene: inmiddels waardeer ik mijn woning op basis van de WOZ. Ik heb er nog een uitgebreid artikel aan gewijd.

Je huis, je identiteit?

Onlangs schreef Lekker Leven Met Minder (LLMM) een blogje over de relatie tussen je huis en bezittingen aan de ene kant, en je identiteit aan de andere kant. Ik raakte er ook over in gesprek met een collega. Het zette me weer eens aan het denken over mijn eigen woonsituatie.

Sinds 2009 ben ik 9 keer verhuisd, waarvan 5 keer naar een volledig gemeubileerde woning of appartement. Dat vele verhuizen was het gevolg van een echtscheiding en (een paar jaar later) vertrek naar en terugkeer uit het Verre Warme Land. Ook op dit moment woont Geldnerd met Vriendin nog ‘gemeubileerd’.

Zo vaak verhuizen, en zeker ook zo vaak verhuizen naar een volledig gemeubileerd iets wat niet van jezelf is, heeft voor- en nadelen.

Voordeel is dat ik mijn hechting aan ‘spullen’ voor een heel groot deel kwijt ben. Ontspullen en minimalisme zijn natuurlijk geworden. Het geeft me rust. Verder heb ik mijn leven vrijwel helemaal gedigitaliseerd. Dus belangrijk zijn server, laptop, tablet en mobiele telefoon. En de back-up. Maar aan andere spullen hecht ik nauwelijks meer. Soms zie ik ze niet eens staan, zoals de niet-helemaal-mijn-smaak frutsels en kunstwerkjes in ons tijdelijke huisje. Of ze staan me in de weg en ergeren me, zoals sommige in mijn ogen overbodige meubels.

Nadeel is dat je ook weinig meer hebt om aan te hechten. Ik heb er eerder over geschreven kort na mijn terugkeer uit het Verre Warme Land. En dat merk ik soms ook wel. Er zijn momenten dat ik ook verlang naar meer hechting, en me afvraag wat ‘thuis voelen’ eigenlijk betekent. Thuis is waar Vriendin en Hondje zijn. En waar de WIFI automatisch verbinding maakt. En waar ik me fijn voel. Maar dat hangt erg weinig aan spullen. En dat vind ik ook wel fijn. Want spullen beperken, hebben aandacht en onderhoud nodig. Maar wat het nou precies is dat me een ‘thuis-gevoel’ geeft, dat kan ik nog niet helemaal duiden.

Geldnerd heeft ook bijna niks meer van vroeger. Geen oude schoolspullen of studieboeken meer. Ja, de diploma’s, die heb ik nog wel. En de herinneringen. Die soms vervagen. En soms is dat vervelend, maar vaak ook niet. Want er komen ook altijd nieuwe mooie herinneringen voor in de plaats!

Zeggen je huis en je spullen iets? Ja, ik denk het wel. Tegelijkertijd zie ik om me heen veel eenduidigheid en eenvormigheid. Loop eens op een avond door een gemiddelde Nederlandse woonwijk, en gluur ongegeneerd naar binnen. Ik zie overal de uitwassen van dezelfde trends, gestimuleerd door woonprogramma’s op TV en de woon- en interieurbladen. Dat is nou ook niet iets waar ik een warm gevoel van krijg. Iedereen probeert z’n eigen uniekheid op dezelfde manier uit te drukken. Maar het niet hebben van spullen zegt ook iets. Dus je bezittingen zeggen wel iets, maar het is niet onderscheidend. Het bepaalt niet wie je bent, zoals LLMM ook zegt.

Heb ik nou nog een identiteit?

201608 Huis