Blog over (financieel) bewust leven

Tag: Beleggen (Page 1 of 19)

Tweede kwartaal 2020

Het jaar 2020 is halverwege. Een jaar dat ons nog lang zal heugen, ik ben blij dat ik mijn blog heb als dagboek om een beetje zicht te houden op de (financiële) gebeurtenissen die dat met zich meebrengt. Vier jaar lang maak ik inmiddels elk kwartaal een overzicht. Geldnerd begon in september 2015, het eerste kwartaaloverzicht verscheen na het derde kwartaal van 2016. Dat was het eerste volledige kwartaal dat we terug waren in Nederland, na bijna 3 jaar verblijf in het Verre Warme Land. Het is dus inmiddels tijd voor kwartaaloverzicht nummer 16: een terugblik op het tweede kwartaal van 2020.

Aandelenmarkten

Ook dit kwartaal was de hele wereld nog in de ban van het corona-virus. China leek het onder controle te hebben, Europa zat er middenin met een aantal landen in lock-down. In Nederland was het lang de centrale vraag of er genoeg IC-bedden zouden zijn. En Amerika stevende af op een enorme crisis in de gezondheidszorg, totdat het ingehaald werd door nieuws over politiegeweld en de golf van wereldwijd protest die daarop volgde. Het regende berichten over stilstand, achteruitgang, ontslagen. Alle seinen stonden op roder dan rood en minner dan in de min.

En de beurs? Die begon te stijgen als een gek. Ik snap er nog steeds geen bal van. Behalve dat het wederom bewijst dat ‘de markt’ verre van rationeel is. Analisten buitelden over elkaar heen om verklaringen te vinden. Zelf denk ik aan een mix van mensen die tegen beter weten in hopen dat alles heel snel weer bij het oude is, en een gebrek aan andere beleggingen waar geld mee te verdienen is. Wat me ook zo verbaasde: de enorme wachtrij aan particulieren die voor het eerst een beleggingsrekening wilden openen. Wees welkom! Maar vertel me eens: waarom juist nu? Was het omdat de kranten schreven dat de beurzen ‘historisch laag’ stonden? Dan moet je even naar de lange-termijn grafieken kijken, en weet je wel beter….

S&P500 10 jaars grafiek (bron: IEX)

Donderdag 11 juni ging het weer mis, en kregen we voor de zoveelste keer dit jaar te maken met ‘een van de slechtste beursdagen ooit’. Je kunt van 2020 zeggen wat je wilt, maar volatiel is het allemaal wel. Wat nou weer de oorzaak was? Diverse media wezen naar de voorzitter van de FED, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Die was somber over de vooruitzichten van de Amerikaanse economie. Maar dat had hij al vaker laten weten. Er leek ook angst te zijn voor een tweede golf aan corona-besmettingen. Maar het kan ook zo zijn dat verschillende partijen gewoon hun winst namen na het rentebesluit van de FED. Sinds de bodem van de markt was er al zo’n 30% bij gekomen. Binnen drie maanden. Terwijl de economische crisis nog moet beginnen. Bizar.

S&P500 1 jaars grafiek (bron: IEX)

De dollar was aan het einde van het eerste kwartaal iets volatieler geworden. Dat is in het tweede kwartaal zo gebleven. Maar een echte trend kan ik er nog niet in ontdekken. Het is net zo willekeurig als het Twittergedrag van de Amerikaanse president…

Mijn portefeuille

Mijn portefeuille is goed gespreid over de wereldwijde aandelenmarkt en de markt voor staatsobligaties, met dank aan VWRL en DBZB. En mijn portefeuille beweegt dus keurig mee met de wereldwijde aandelenmarkten. Ik heb ook dit kwartaal elke maand normaal bijgekocht met mijn maandelijkse storting. Zowel VWRL, de wereldwijd gespreide aandelentracker, als DBZB, de ETF met wereldwijde staatsobligaties. Want helemaal gerust was (en ben) ik er toch nog niet op. Maar ik ben wel stout geweest. In mei ‘moest’ ik eigenlijk VWRL kopen van mijn balanceertooltje. Maar ik heb DBZB gekocht, de obligatietracker. Omdat ik het gevoel had dat er geen stevige basis lag onder de stijgende koersen. Market timing, foei Geldnerd! De eerste week baalde ik van die aankoop, want VWRL spoot nog omhoog. Maar vanaf 11 juni sloeg mijn gevoel om. En vervolgens kocht ik eind juni gewoon weer VWRL op € 76.

De ROI YTD is per einde tweede kwartaal -/-9,25% De 12-maands XIRR staat op -/-3,85%. Dat is weer heel anders dan de ROI YTD van -/-22,1% en de 12-maands XIRR van -/-15,3% aan het einde van het eerste kwartaal.

Dividend en Spaarrente

Aan het einde van het eerste kwartaal sprak ik de verwachting uit dat mijn dividendopbrengsten te lijden zouden hebben onder de effecten van corona. In het tweede kwartaal is dat nog niet echt zichtbaar. Het kwartaal begon met een stevige dividendbetaling van VWRL.

In april kwam onder meer Shell met een dividendverlaging van historische omvang, waarmee de toon gezet werd. In de eerste helft van juni kondigde VWRL als eerste van mijn portefeuillefondsen het dividend aan. Dat dividend was ruim 40% lager dan in het tweede kwartaal van vorig jaar.

In het tweede kwartaal van 2020 ontving ik netto op mijn rekening € 503,87 aan dividend. In het tweede kwartaal van 2019 was dat nog € 508,57. Een kleine daling, iets groter als je in ogenschouw neemt dat ik in dat jaar wel elke maand extra aandeeltjes gekocht heb. Aan het einde van het tweede kwartaal stond er USD 33,03 aan dividend aangekondigd voor uitbetaling in het derde kwartaal van 2020. Die mag ik dus nog niet meetellen.

Van de spaarrente hoeven we nog steeds niets te verwachten. Medio juni werd aangekondigd dat de spaarrente op mijn bufferrekening per 22 juni verlaagd zou worden van 0,10% naar 0,07%. Vriendin kreeg van één van haar spaarrekeningen elders zelfs bericht dat de rente naar 0,00% ging, en dat bij een bank die enkele jaren geleden nog één van de hoogste rentes in Nederland bood. Zolang de Europese Centrale Bank nog met negatieve rentes rekent zal dat niet beter worden. En dat zal, verwacht ik, nog jaren en jaren duren.

Spaarpercentage

Mijn spaarpercentage was 58,6% in het tweede kwartaal van 2020. In het eerste kwartaal van 2020 was het 41,1%, en voor 2020 tot nu toe bedraagt het 50,7%. Doelstelling voor het gehele jaar 2020 is 45,0%. Ik lig dus op schema. Met een beetje hulp van corona, dat wel.

Mijn administratie houdt ook voor mij bij hoeveel No Spend Days (NSDs) ik heb. Dat zijn dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Het aantal NSDs was in het tweede kwartaal een stuk hoger dan gebruikelijk, dat zal je niet verbazen. In juni is er wel een daling te zien. In die maand heb ik namelijk afscheid genomen van mijn oude baan, en met enkele mensen heb ik één-op-één een borrel gedronken in de anderhalvemeter-horeca. Op verschillende dagen, en die tellen dan uiteraard niet mee als NSD.

Eigen Vermogen

In het tweede kwartaal geen bijzonderheden zoals een verandering van de WOZ-waarde. Ik moet het echt hebben van mijn spaarpercentage, het dividendinkomen en de bewegingen van de aandelenmarkten.

De vorige keer was deze waterval-grafiek een experimentje. Inmiddels heb ik ‘m standaard ingebouwd in mijn Dashboard. Dat was een behoorlijke klus, Visual Basic en waterval-grafieken gaan niet goed samen, de standaard waterval-grafiek die tegenwoordig in Excel zit kun je nog niet eens aanroepen via Visual Basic. Maar een dagje puzzelen en programmeren bracht de oplossing, en nu is het in mijn Dashboard één druk op de knop… Binnenkort volgt daar nog een apart nerd-blogje over.

Geen rode balkjes deze keer, alle componenten leverden een positieve bijdrage aan mijn vermogensontwikkeling. Ik ontving geen rente en er veranderde niets aan de (WOZ) waarde van onze woning, dus die categorieën zijn niet zichtbaar.

Waar leidt dat toe? Onderstaand de ontwikkeling van mijn vermogen per kwartaal. Dit was het zevende kwartaal op rij dat mijn spaarpercentage boven de 40% lag.

Beste Uitgave

Voor mezelf heb ik niet zoveel bijzondere uitgaven gedaan. Ik heb het thuisnetwerk een beetje gemoderniseerd, dat was het wel. Maar één uitgave springt eruit. In juni heb ik, bij mijn afscheid van mijn oude werkplek, een aantal collega’s het prachtige (en wat mij betreft van harte aanbevolen) boek van Lonneke Lodder cadeau gedaan. Want het leven is echt te kort om op kantoor te zitten. Ik hoop dat de (inmiddels ex) collega’s er iets van leren!

Hoe was jouw tweede kwartaal?

Je kunt oude kwartaalberichten teruglezen via mijn overzichtspagina.

Extra aflossen of beleggen? Een kwestie van vrijheid!

Onlangs schreef ik over het omslagpunt van onze hypotheek, het punt waarop onze (door de sneeuwbal stijgende) extra aflossing structureel hoger werd dan onze (door het lineaire karakter dalende) reguliere rente en aflossing. Tot mijn eigen verbazing brak deze post alle bezoekersrecords, met dank aan Google vonden letterlijk tienduizenden lezers de weg naar mijn bescheiden schrijfsel. Dat leverde ook een groot aantal reacties op, bij de blogpost en in de e-mail. Een aantal van deze reacties en vragen vragen een uitgebreider antwoord, oftewel een aparte blogpost.

Een aantal reacties ging over de vraag of het niet aantrekkelijker zou zijn om dat geld maandelijks in een indexfonds te stoppen. Het gemiddelde rendement op beleggen (historisch een procent of 7 jaarlijks bij een goed gespreide portefeuille over meerdere decennia) is economisch misschien interessanter dan het versneld aflossen van een hypotheek met (in ons geval) 2,2% rente. Daarmee wordt een oude en regelmatig terugkerende discussie in de wereld van financieel bewust levende mensen aangestipt. Ga je extra aflossen of ga je beleggen?

Vorig jaar heb ik er ook al eens over geschreven, toen naar aanleiding van de plannen met Box 3. Een aantal jaren geleden heb ik namelijk een andere route gekozen. Een tweesporenbeleid. Enerzijds versneld aflossen op de hypotheek ter structurele verlaging van maandlasten en anderzijds maximaal vermogen opbouwen via ETF-beleggen. Die laatste categorie zal, als de nieuwe belastingplannen doorgaan, wel met een procentje minder verwacht gemiddeld rendement per jaar plaatsvinden door de hogere belasting op beleggingen. Maar de weg naar financiële onafhankelijkheid is een marathon, geen sprint. En ik eet van twee walletje, zowel in #teamlagelasten als in #teambeleggen.

Als ik zo snel mogelijk financieel onafhankelijk zou willen worden en alleen naar rendement zou kijken, dan is beleggen met een lange tijdshorizon inderdaad de betere optie. Maar dat is niet het enige perspectief. We zoeken immers naar financiële vrijheid en onafhankelijkheid, toch? Die in elkaars verlengde liggen volgens de Dikke Van Dale. Vrijheid (vrij·heid) (de; v; meervoud: vrijheden) wordt gedefinieerd als ‘het vrij-zijn; = onafhankelijkheid’. Maar ook als ‘daad die de gewone grenzen overschrijdt: zich vrijheden veroorloven’. Die luie Van Dale definieert Onafhankelijkheid (on·af·han·ke·lijk·heid) (de; v)) vervolgens als ‘vrijheid, zelfstandigheid’. De sociologie definieert vrijheid als de mogelijkheid om naar eigen wil te handelen. En maakt een onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid. Negatieve vrijheid is de ‘vrijheid van invloed van anderen’, en positieve vrijheid is de ‘vrijheid tot het inzetten van je eigen vermogen’. De mogelijkheid om te kiezen en het eigen leven in te richten, de vrijheid wanneer het gaat over de vrije wil. Financieel vrij zijn, of financieel onafhankelijk zijn, heeft natuurlijk iets van beiden. Het is de vrijheid van de invloed van een werkgever, de belastingregels, de hypotheekverstrekker, maar ook de vrijheid om echt zelf te kiezen hoe je jouw dagen besteedt.

En daar wringt het. Onze samenleving is ingericht rond het verschijnsel geld. Vrijwel iedereen heeft een bepaalde hoeveelheid geld nodig om staande te blijven en deel te nemen. En er is een sterke druk om te streven naar meer. Meer geld, een groter (duurder) huis, meer spullen, exotischer en duurdere vakanties. Je wordt geacht om mee te doen en te streven naar meer. Door harder en meer werken meer inkomen verdienen om een steeds duurdere levensstijl te bekostigen. Maar ‘meer’ betekent meestal ook: meer afhankelijkheid. En dus minder vrijheid.

Hier komen we dus op dat aspect van vrijheid waar Van Dale het absoluut bij het rechte eind heeft. Ik stel een daad die de gewone grenzen overschrijdt, ik veroorloof mijzelf vrijheden. Op twee manieren wijk ik af van wat we ‘gewoon’ zijn gaan vinden. Ik streef niet meer naar meer. Ik wil geen groter huis. Ik wil minder spullen, niet meer. Maar financieel zorg ik ook dat ik met minder toe kan. En dat is waar het versneld aflossen van de hypotheek aan bijdraagt. Want elke maand wordt het bedrag dat we moeten betalen aan onze hypotheek 0,6% lager. We betalen dat geld wel, het vormt bij elkaar opgeteld onze sneeuwbal. In de meeste huishoudens is ‘wonen’ namelijk de grootste uitgavenpost. Voor huurders gemiddeld 38% van het besteedbaar inkomen, voor kopers zo’n 29%. In Huize Geldnerd zitten we iets onder het gemiddelde. Maar de vaste lasten van onze hypotheek zijn wel ongeveer 40% van de uitgaven in de gezamenlijke huishouding. Met afstand de grootste post. Bijna 4 keer zoveel als wat ons Hondje maandelijks kost, en ook ongeveer 4 keer zoveel als we aan boodschappen uitgeven.

Daar zit wat mij betreft de crux. Want je kunt dus wel af en toe een latte minder kopen, maar dat zet niet zo heel veel zoden aan de dijk. Maar consequent elke maand die sneeuwbal vergroten en extra aflossen eet, stapje voor stapje, onze grootste kostenpost op. Onze sneeuwbal is op dit moment al ongeveer € 400 per maand. En we lossen maandelijks vrijwillig € 1.000 af bovenop de verplichte rente en aflossing. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Als er in Huize Geldnerd dus een keer iets gebeurt, kunnen we nu al in één klap € 1.400 per maand besparen. Gewoon door te stoppen met wat we niet hoeven te betalen. Het gaat niet alleen om de meer! meer! meer! van het verwachte beleggingsrendement, maar ook om de minder! minder! minder van minder geld nodig hebben om toch het leven te kunnen leiden dat je wenst.

En over 9 jaar? Dan is de hypotheek klaar. Afgelost. En dan halveren dus zo ongeveer de maandlasten in Huize Geldnerd. En zo wordt onze afhankelijkheid van de invloed van anderen, van de werkgever, het belastingstelsel, de hypotheekverstrekker, al die afhankelijkheden die de meeste mensen in hun leven opbouwen, met elke maand die verstrijkt een stuk kleiner.

Dat is Vrijheid. Ook vandaag al, en niet pas over 9 jaar. Dat is wat ik zie als ik naar mijn Sneeuwbal-grafiek kijk. En daar gaat het om. Voor mij in elk geval wel.

Wat betekent vrijheid voor jou?

Vermogensrendementsheffing: uitstel, geen afstel?

Afgelopen woensdag was daar ineens het bericht dat het van de baan is. De hervorming van de vermogensrendementsheffing. Poef… Foetsie. We praten er niet meer over. Prompt las ik er dan ook niks over in de grotere kranten. ‘Overheid gaat iets niet doen’, dat is geen nieuws toch?

Ik snap ‘m wel. Het is niet het juiste moment. De Belastingdienst kan niet veel veranderingen aan. Druk met de interne organisatie, de vernieuwing van verouderde ICT-systemen, en de naweeën van de kinderopvangtoeslag-affaire. Niet echt een setting voor een omvangrijke verbouwing van een van de boxen van het belastingstelsel.

Bovendien komen er verkiezingen aan. En zitten we in een economische crisis. Het is dus lastig om ‘niet onomstreden’ voorstellen door het parlement te loodsen, zeker met een regering zonder meerderheid in de Eerste Kamer. En het is, in het kader van de verkiezingscampagnes, zoals gebruikelijk ook tijd voor ‘cadeautjes’ van politici aan kiezers. Bovendien hebben de recente rapporten met de honderden bouwstenen laten zien dat er eigenlijk een hervorming van het hele belastingstelsel nodig is.

Uitstel dus in elk geval. Maar afstel? Nee, dat denk ik niet. In het nieuwe regeerakkoord, na de verkiezingen van 2021, verwacht ik echt wel afspraken over een fundamentele hervorming van het belastingstelsel. De inkomstenbelasting en de vermogensbelasting zullen op de schop gaan. Hoe precies, dat weet nog niemand. Maar het kan best zijn dat we het nu teruggetrokken plan, al dan niet gecombineerd met onderdelen van de bouwstenen-rapporten, en heel nieuwe onderdelen, over een jaar of twee terugzien in een heel nieuw belastingplan.

Wat verwacht jij na de verkiezingen?

Afscheid van het vakantiegeld

Sinds 1 januari hebben wij rijksambtenaren een nieuwe regeling in onze CAO. Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (en nog wat kleine dingen) zijn afgeschaft en vervangen door het Individueel Keuzebudget (IKB). Ik schreef er eind vorig jaar een uitgebreide blogpost over. Het is in totaal 16,37% van je bruto-salaris.

Begin januari heb ik meteen ingelogd in ons personeelssysteem, en ingesteld dat ik dit in maandelijkse termijnen krijg uitbetaald. Op die manier kan ik het zelf meteen effectief inzetten voor mijn eigen potjes, in plaats van dat mijn werkgever dit renteloos voor mij opspaart en uitkeert in mei (vakantiegeld) en in november (eindejaarsuitkering). sindsdien gebruik ik het om mijn potjes te vullen, waaronder het potje voor vakanties.

Bij de salarisbetaling van mei 2020 zat nog een ‘nawee’ van het oude systeem. Het oude vakantiegeld en de oude eindejaarsuitkering bouwde je namelijk op in 12 maandelijkse termijnen voordat je het uitbetaald kreeg. Dat betekent dat alle rijksambtenaren over de periode juni tot en met december 2019 (7 maanden) nog vakantiegeld hebben opgebouwd, en over de maand december 2019 nog eindejaarsuitkering. Dat wordt deze maand uitbetaald met het salaris.

Dit kan lastig zijn voor mensen met een toeslag, want die hebben dit jaar dus eenmalig een hoger inkomen. Namelijk het restant van vorig jaar en het IKB van dit jaar. Vanaf volgend jaar heeft iedereen weer ‘gewoon’ de twaalf maanden IKB. Voor dit effect is op ons intranet en in berichten van de HR-afdeling diverse malen gewaarschuwd, maar ik denk dat de meeste mensen dat genegeerd hebben. Dat doen we meestal met dat soort berichten, toch? Ongetwijfeld hoor ik de komende maanden weer nieuwe verontwaardigde berichten van mensen die door dit ‘onverwachte’ effect in de problemen zijn gekomen. Financiën zijn soms ook een kwestie van je ogen en oren openhouden…

Geldnerd stond natuurlijk al in de startblokken voor het moment dat dit ‘extra’ geld binnenkomt. Deels is het ingezet om mijn buffer en en mijn inleg op de beleggingsrekening aan te vullen tot mooie ronde getallen. Gewoon, omdat het kan. En de rest gaat gebruikt worden voor een paar grote uitgaven, ondermeer voor het optimaliseren van mijn thuiswerkplek.

Hoe staat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Tussenstand financiën eind april

Geldnerd doet normaliter niet aan maandberichten. Dat vind ik een te korte termijn. Ik laat jullie per kwartaal weten hoe het met mijn financiën gaat, al sinds het derde kwartaal van 2016. Maar dit zijn bijzondere tijden, die de gebruikelijke financiële patronen behoorlijk overhoop gooien. Op macro-economisch niveau, maar ook op het ‘n=1’ niveau van Geldnerd. Zeer tegen de gewoonte in krijgen jullie dus een korte maandupdate.

Wat wel normaal bleef

Het fundament van mijn financiële systeem bleef gelukkig gewoon overeind. Ik heb gewoon mijn salaris ontvangen, en alle normale automatische boekingen zijn uitgevoerd. De gezamenlijke huishoudrekening is aangevuld, en de hypotheek is betaald. Ook de extra aflossing inclusief sneeuwbal heeft gewoon plaatsgevonden. Mijn potjes zijn gewoon bijgevuld met de maandelijkse bijdrage. Dat geeft rust.

Veranderende uitgaven

Ruim 7 weken zitten wij nu thuis. We gaan alleen de deur uit voor noodzakelijke boodschappen en om Hondje uit te laten. Dat leidt tot veranderingen in ons bestedingspatroon. We geven meer uit aan boodschappen, omdat we nu 7 dagen per week 3 maal daags thuis eten. We gaan niet uit eten, want de horeca is gesloten. Maar we hebben ook het idee dat de boodschappen duurder zijn, dat de grootgrutters toch wel een beetje profiteren van de huidige crisis. Bewijzen kan ik het niet, want op dat detailniveau houd ik de boodschappen niet bij.

Daar staat tegenover dat we ook ‘anders’ uitgeven. Normaal laten we elke 6 – 8 weken de grote boodschappen een keer thuisbezorgen. We hebben geen auto, dus dan is het handig om niet met houdbare, zware en grote boodschappen te hoeven slepen. Dat patroon is verstoord, want in Geldnerd City was de afgelopen maanden geen bezorgmoment te krijgen. En we gaan er geen abonnement voor nemen… Daarnaast zijn we wat meer gaan kopen bij speciaalzaken, ook om de middenstand in onze eigen buurt te steunen.

Ik heb mijn grafiek uit deze booodschappenblog bijgewerkt met de gegevens van 2019 en de eerste 4 maanden van 2020. Dan zie je dat de afgelopen maanden allemaal aan de hoge kant zijn, en ruimschoots hoger dan de NIBUD-norm voor boodschappen. Het maandelijks gemiddelde in de eerste 4 maanden van 2020 is € 457,94, en over heel 2019 was dat € 372,72. Tegelijkertijd valt dat ook nog wel mee, als je in ogenschouw neemt dat we in 2019 gemiddeld € 160 per maand uitgaven in de horeca. Dat ligt met € 90 per maand op dit moment een stuk lager (eens per week laten we iets thuisbezorgen in deze periode). Dat scheelt dus eigenlijk niets. En dan reken ik niet de Eurootjes mee die we normaliter uit ons eigen zakgeld uitgeven aan koffie en het bedrijfsrestaurant op kantoor.

Mijn spaarpercentage vaart er wel bij. Ook in april zit dat boven de 60%. Ik verwacht dat dit in mei anders wordt, want ik heb een paar grote uitgaven in de planning zitten.

Het meest zichtbaar is mijn veranderende uitgavenpatroon in de No Spend Days (NSDs). Dat zijn de dagen waarop ik niks betaal met mijn creditcard, pinpas, of contant geld. Normaliter zijn dat er 9 – 12 per maand. In maart 2020 kwam het aantal NSDs een stuk hoger uit, op 20. En in april zelfs op 28. Ik heb mijn administratie er op nageslagen, en inderdaad heb ik in april maar 2 keer iets uitgegeven van mijn eigen rekening.

Aandelenmarkten

Tussen medio februari en eind maart daalde mijn portefeuille met ongeveer 25%. Ik rekende op een verdere daling, omdat we (naar mijn bescheiden mening) de economische gevolgen van deze crisis nog lang niet scherp in beeld hebben. We zitten in een situatie waar de klap kunstmatig verzacht wordt met enorme steunpakketten van regeringen en centrale banken, met sterk stijgende schulden tot gevolg. Dat kan niet eindeloos doorgaan. Ik ging er dus rustig van uit dat mijn beleggingsportefeuille nog eens 25% van z’n waarde kwijt zou raken en dat ik voor het eerst in de historie rode vlakken zou zien in mijn beleggingsgrafiek.

Tot mijn verbazing gebeurde dat niet. Nog niet, in elk geval. De beurs toonde herstel. Het voelt een beetje als een ‘gebakken lucht rally’, in stand gehouden door de steunpakketten en de hoop op een vaccin. Momenteel staat mijn portefeuille nog ruim 15% onder de piek van februari, rekening houdend met de gebruikelijke inleg die ik ook in februari, maart en april gedaan heb. Of het stand houdt? Ik weet het niet. Ik ga er eigenlijk van uit dat we nog wel een paar stevige correcties van 10% of meer te verwerken krijgen. Maar ik klaag niet over de huidige stijging. Iedere Euro die er nu weer bij komt kan straks weer een daling verzachten. We gaan gewoon door, we zitten in de markt voor de lange termijn.

Bijzondere tijden zijn het. We zullen zien hoe dit zich de komende maanden en jaren ontwikkelt.

Hoe ging het in april met jouw financiën?

Hoe staat het met de plannen voor Box 3?

Een tijd geleden presenteerde het kabinet plannen voor een grondige hervorming van Box 3, de vermogensrendementsheffing. Ik schreef destijds een van mijn best gelezen blogposts ooit, met rekenvoorbeelden die aangaven wat de plannen voor box 3 zouden betekenen. Voor mij als belegger zag het er niet best uit. Waar spaarders in de meeste gevallen helemaal geen vermogensrendementsheffing meer zouden betalen, gingen wij beleggers juist fors meer betalen. En ook voor mensen met vastgoed zagen de plannen er niet fijn uit. Er was een aantal dagen veel over te doen. in de media, en ook binnen de gemeenschap van financiële bloggers. En toen werd het stil…

Dat andere dossier…

Nieuws was er de afgelopen periode wel over dat andere dossier rond de vermogensrendementsheffing. De Bond voor Belastingbetalers heeft een aantal rechtszaken lopen tegen de vermogensrendementsheffing. Kern van de zaak is steeds dat de Belastingdienst rekende met een veel te hoog forfaitair rendement. 30% belasting op een fictief rendement van 4,0%, oftewel 1,2% effectieve vermogensrendementsheffing op je vermogen boven de drempel. En dat in jaren dat gewone spaarders die rendementen nevernooitniet konden halen. De rechtvaardigheid van de vermogensrendementsheffing staat al heel lang ter discussie, en de Bond voor Belastingbetalers heeft van die zaken een beetje z’n levenswerk gemaakt.

Op maandag 27 april 2020 (jawel, Koningsdag) stond er een artikel over het FD. Een commissie van juristen heeft het kabinet geadviseerd dat er voor de jaren 2013 – 2016 inderdaad compensatie zou moeten komen. Staatssecretaris Vijlbrief is zich aan het beraden over wat er moet gebeuren en zal in het najaar met een reactie komen.

Dit alles staat in een brief die Vijlbrief op vrijdag 24 april aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Op de eerste dag van het mei-reces dat duurt tot en met 11 mei. Daar heb ik al vaker over geschreven, die Haagse tactiek om interessante brieven aan de Kamer te sturen net voordat ze gaan of net nadat ze weg zijn. Dit in de hoop dat die, tegen de tijd dat de Kamerleden terugkomen, onderaan de stapel liggen. En in de hoop dat ze niet (of in elk geval minder) opgepikt worden door de media, want de parlementaire journalisten volgen hetzelfde vakantieritme als de Tweede Kamer. In december was het Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar het ministerie van Financiën kent de truc ook.

Verder wordt het dus nog een rondje tijdrekken. In elk geval tot het najaar. Maar er stond nog iets interessants in die brief van vrijdag 24 april. En dat gaat wel over de hervormingen van Box 3.

Hervormingen Box 3

De afgelopen periode zijn er echt wel berichten in de media geweest over de voorgenomen hervormingen van Box 3. In maart werd duidelijk dat de Autoriteit Financiële Markten (je weet wel, die club die onze ETFs heeft afgepakt…) kritisch was over de kabinetsplannen om de vermogensrendementsheffing in Box 3 te wijzigen. Er werd over geschreven door ondermeer de NOS en het FD. De AFM is bang dat wij daardoor meer risico gaan nemen, en dat op deze manier beleggen onaantrekkelijker gemaakt wordt.

Ook de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, Chris Buijink, liet begin maart van zich horen. In een interview in Elsevier Weekblad noemde hij de voorgenomen hervorming een slecht plan. Hij vindt het onverstandig dat de beleggers volledig op gaan draaien voor maatregel, zij gaan meer betalen terwijl het merendeel van de spaarders helemaal niets meer betaalt. Hij wijst op dezelfde risico’s als de AFM ziet.

Ik heb de oorspronkelijke plannen er nog even bijgezocht. Begin maart heeft Vijlbrief in een overleg over de Belastingdienst aan de Tweede Kamer toegezegd om voor het meireces een brief te sturen over de stand van zaken van de aanpassing van Box 3. Dat heeft hij niet gehaald. Boefje! Daarom schrijft hij in de brief van 24 april dat hij ernaar streeft om deze brief voor het zomerreces aan de Kamer te sturen. Ook hier dus een rondje tijdrekken. Oorspronkelijk was het plan om het wetsvoorstel ter aanpassing van Box 3 voor het zomerreces van 2020 in te dienen. Dat gaat hij dus ook niet halen, zegt hij. En hiervoor wordt geen nieuwe datum genoemd. Voorlopig dus even geen verdere duidelijkheid over de aanpassing van Box 3.

Wat vind jij van de voorgenomen hervormingen van Box 3?

« Older posts

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑