Rond Prinsjesdag gaat het meestal over niets anders. Wat betekenen de plannen van het kabinet voor ‘de Nederlanders’, ‘de gezinnen’, ‘de tweeverdieners’, ‘de ouderen’. De koopkrachtplaatjes. Meestal neem ik ze met een enorme korrel zout. Want in de praktijk is vrijwel niemand ‘de gemiddelde Nederlander’. Mijn koopkrachtverandering in het nieuwe jaar kan ik eigenlijk altijd pas berekenen als mijn salaris in januari gestort is. Dan weet ik precies het effect van alle veranderingen in het belastingstelsel en het pensioenstelsel voor mijn situatie.

‘Koopkracht’ is een bijzonder begrip. De bedoeling is dat het aangeeft hoeveel een huishouden gemiddeld kan kopen. Collega-blogger De Budgetman heeft er een tijdje geleden een heel aardig blogje over geschreven. ‘Den Haag’ heeft het meestal over de statische koopkracht, de grote bewegingen als verwachte inflatie, loonontwikkeling (CAOs) en wijzigingen in het belastingstelsel, en die dan toegerekend naar specifieke groepen Nederlanders. Ik kijk liever naar de dynamische koopkracht, naar mijn eigen situatie.

Uiteindelijk zie ik het voor het grootste deel dus over ruim een maand, als mijn salaris voor januari 2019 gestort wordt. Maar voor mezelf heb ik de belangrijkste wijzigingen die mij gaan raken al wel even op een rijtje gezet.

Salaris

Eerder dit jaar is onze CAO aangepast, en dat werkt ook door in 2019. In januari krijgen we eenmalig € 450 bruto, en dan per 1 juli 2019 nog eens 2,0%. Verder verandert mijn salaris niet, tenzij ik van baan verander. Bij de Rijksoverheid werken we met salarisschalen gekoppeld aan je functie, en binnen de schaal heb je een aantal ‘tredes’. Ik zit al een paar jaar in de hoogste trede van mijn schaal. Dus alleen als ik naar een nieuwe functie zou gaan, met een hogere schaal, dan zou mijn salaris verder stijgen. Maar ik weet nog niet of dat in 2019 gaat gebeuren, ik heb in elk geval geen concrete plannen.

Belastingen

Op het terrein van belastingen verandert er veel. Onze energieleverancier heeft ons laten weten dat het maandbedrag per 1 januari aanstaande preventief met € 11 verhoogd wordt, door de energiebelastingen en de opslag duurzame energie. Dat is € 132 in 2019, en tikt dus best aan. Ook het lage BTW-tarief verandert, dat gaat van 6% naar 9%. Dat gaan we merken aan ons boodschappenbudget en nog een paar andere posten. Ik denk dat dit ons een paar honderd euro gaat kosten, ervan uitgaande dat alles doorberekend wordt.

De grote klapper hier is de aanpassing van de belastingschijven. Dat zou de redder van mijn koopkracht moeten worden.

Pensioenpremie

Maar wacht… Op 23 november meldde het ABP dat zij de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen verhoogt, van 22,9% dit jaar naar 24,9% in 2019. In mijn situatie scheelt dat ongeveer € 22,50 per maand. Wat het precies wordt, zal ik in januari zien op mijn salarisbrief.

Zorgpremie

Op 9 november meldde mijn zorgverzekeraar dat de premie met 7,4% omhoog gaat. Dat komt voor mij neer op € 65 per jaar. Ik betaal mijn premie altijd in één keer aan het einde van het voorgaande jaar. Dat levert een paar tientjes korting op en scheelt ook een paar euro in de vermogensrendementsheffing, die immers het vermogen op 1 januari als uitgangspunt neemt.

Rekensommetje

Wat het precies gaat worden, is voor mij nog even afwachten. Ik denk dat de premieverhoging van het ABP en de aanpassing van de belastingschijven elkaar ongeveer op gaan heffen. Misschien ga ik er netto in januari iets op vooruit, en dan natuurlijk nog die 2% in juli. Maar of dat voldoende gaat zijn voor de hogere zorgpremie, de gestegen energiekosten, en de BTW-verhoging? Ik denk het niet. Om over ‘de inflatie’ nog maar te zwijgen.

Hoe zal jouw koopkracht zich ontwikkelen in 2019?