Blog over (financieel) bewust leven

Tag: arar

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Oude wijn in nieuwe zakken bij de arbeidsvoorwaarden

Toen ‘wij rijksambtenaren’ 2 jaar geleden een nieuwe CAO kregen, is er aan de onderhandelingstafel iets nieuws verzonnen. Waarschijnlijk was het laat, waren de aanwezigen niet meer helemaal helder, waren ze dronken, of een combinatie van de voornoemde factoren. Vervolgens heeft het twee jaar geduurd om alles uit te werken. Maar de afgelopen maand ben ik dan eindelijk platgespamd in mijn zakelijke mailbox door onze eigen HR-mensen. We krijgen een Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB bedraagt voor iedere medewerker 16,37% van het jaarsalaris. Hierin zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering opgenomen. Iedere maand wordt 1/12e deel van het IKB opgebouwd. We krijgen de mogelijkheid om het IKB deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor een aantal doelen zoals een fiets (jottem), fitnessabonnement (waar mijn trainer niet onder valt), vakbondscontributie (ik ben geen dinosaurus), en dat soort overbodige dingen.

De teksten van de HR-club zijn ronkend en wervend. Maar in eerste instantie voelt het voor mij als oude wijn in nieuwe zakken. Want tot op heden hebben we in de rijks-CAO een eindejaarsuitkering van 8,3% van het salaris (die wordt in november met het salaris uitbetaald), en het vakantiegeld bedraagt 8,0% van het salaris (en wordt in mei uitbetaald). En we hébben al de mogelijkheid om het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor diezelfde doelen.

Wat verandert er dan echt? Niet veel, lijkt me. Op één ding na. Het IKB vervangt de vakantie- en eindejaarsuitkering. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden in de oude situatie maandelijks gereserveerd en in mei en november uitbetaald. Het IKB wordt maandelijks opgebouwd, maar kan zodra het is opgebouwd ook worden uitbetaald. Kijk, nou wordt het interessant. Niet meer wachten op mei en november, maar het gewoon elke maand uit laten betalen met het salaris. Ik weet dat dit bij veel bedrijven al mogelijk was, maar bij de Rijksoverheid kon het tot op heden niet.

Wat gaat Geldnerd doen?

Mijn eerste gedachte was om alles bij het oude te laten. Gewoon in mei een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘vakantiegeld’ noemen), en ook in november een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘eindejaarsuitkering’ noemen). Maar dat ga ik toch maar niet doen. Al was het maar omdat we eigenlijk nooit in de ‘traditionele maanden’ op vakantie gaan… Nee, ik ga het elke maand uit laten betalen. Want dan kan ik het meteen inzetten voor mijn eigen doelen.

In de praktijk gebruik ik het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering al jaren op twee manieren. Deels is het een eenmalige extra impuls voor mijn spaar- en beleggingsdoelen. En deels gaat het naar de kleine buffer om de grote uitgaven van andere maanden (vakanties, kleding, gadgets) ‘glad te strijken’. Dat kan ik blijven doen, maar nu gewoon elke maand. Daarmee krijgt het geld meer ‘time in the market‘. En dat is goed voor het rendement. Geld zelf aan het werk zetten, in plaats van dat mijn werkgever het twaalf maanden zonder rente voor mij ‘opspaart’ en dan uitbetaalt.

Neveneffecten

Inmiddels is er ook al zicht op enkele neveneffecten. Dat versterkt bij mij het gevoel dat er aan de onderhandelingstafel misschien niet helemaal goed is nagedacht over deze maatregelen.

Zo krijgen wij ambtenaren in 2020 eenmalig ‘extra geld’. De opbouw van IKB begint namelijk per 1 januari 2020. Maar het ‘oude’ vakantiegeld voor 2020 is natuurlijk ook nog 7 maanden in 2019 opgebouwd (juni t/m december). Daarnaast wordt in december 2019 ook nog 1 maand ‘oude’ eindejaarsuitkering opgebouwd. In totaal nog 8 maanden oude uitkering uit 2019, die we met de salarisbetaling van mei 2020 uitbetaald gaan krijgen. We hebben dus eenmalig een beetje extra inkomen om de restanten van de oude regeling op te ruimen.

Netjes toch? Ja, maar wel met een addertje onder het gras voor mensen die toeslagen ontvangen (en dat schijnt de meerderheid van de Nederlanders te doen). Want het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering tellen voor de toeslagen mee bij je inkomen. Hoger inkomen? Minder toeslagen… Er wordt mensen die toeslagen ontvangen al dringend geadviseerd om, bij het aanvragen van de toeslagen voor 2020, rekening te houden met dat hogere inkomen. Dit om te voorkomen dat je als fraudeur wordt aangemerkt en verketterd wordt je eventueel te hoog vastgestelde voorschotten (gedeeltelijk) moet terugbetalen.

En voor ons boekhouders levert het soms ook een issue op. De dienst waar ik op de centjes let gebruikt het baten-lasten stelsel, zeg maar dezelfde boekhoudsystematiek als het bedrijfsleven. Daar is geen probleem. We reserveren maandelijks 1/12e deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, dat blijven we gewoon doen. En wanneer onze medewerkers dat uitbetaald willen krijgen, dat zien we wel. het geld staat er. Maar veel overheidsorganisaties gebruiken het kasstelsel. En die mogen niet reserveren. En krijgen dus te maken met een grilliger kasritme, afhankelijk van de keuzes die onze vele tienduizenden ambtenaren gaan maken over de betaalmomenten.

En er zijn ook al collega’s die zich zorgen maken. Zorgen dat veel mensen het maandelijks laten uitbetalen en consumeren. Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden door de meeste mensen al gezien als ‘normaal’ inkomen. Het gevoel is dat de ene is bedoeld om je ‘welverdiende’ vakantie te betalen, en de andere om je door de extreem dure ‘feestmaand’ december heen te helpen. En soms komen ze handig uit om een roodstand op te lossen of een schuld te betalen. Maar als het maandelijks uitbetaald wordt en meeloopt in de ‘gewone’ consumptie, dan vervalt die optie. Dat zou het risico kunnen vergroten dat deze mensen bij een volgende tegenslag in de problemen komen. We zullen zien.

Heb jij wel eens te maken met veranderingen in secundaire arbeidsvoorwaarden?

7% erbij in anderhalf jaar

Het bericht was er al iets langer. Maar nu is het echt officieel. ‘Wij’, de rijksambtenaren, hebben een nieuwe CAO. 7,0% krijgen we er in een paar stappen bij tot 1 januari 2020, te beginnen met 3,0% per 1 juli 2018 jongstleden. Dat is heel wat. Voordat je begint te roepen dat wij weer erg verwend worden, moet je overigens niet vergeten dat wij in ‘de crisis’ ook jarenlang zonder CAO hebben gezeten en effectief op een ‘nullijn’ zaten. Om het goede voorbeeld te geven.

Volgens het akkoord krijgen we per 1 januari 2019 eenmalig € 450 bruto, per 1 juli 2019 komt er structureel 2,0% bij en per 1 januari 2020 weer 2,0%. De CAO gaat in met terugwerkende kracht per 1 januari 2018 en loopt tot 1 juli 2020. Dus eigenlijk komt die 7% niet in 1 1/2 jaar, maar in 2 1/2 jaar…

Verder noemt de CAO een paar moderniseringen. Genoemd wordt roosterinnovatie met meer invloed van werknemers op hun roosters. Als manager is Geldnerd benieuwd wat dat gaat betekenen. Er werkt al bijna niemand meer voltijds en op een ‘standaardrooster’ van maandag tot en met vrijdag, 09.00 tot 17.00 uur. Ook gaat dat over individuele keuzemogelijkheden wanneer vakantiegeld en eindejaarsuitkering worden uitbetaald. Dat is interessant om eens naar te kijken. Mijn eerste gedachte is dat ik dit gewoon wil laten zoals het is (vakantiegeld in mei en eindejaarsuitkering in november). Als je dit elke maand laat uitbetalen verdwijnt het op de grote hoop. Al kan ik het dan natuurlijk wel meteen inzetten voor het spaarpercentage. Hebben jullie hier ervaring mee?

Klein addertje onder het ambtenarengras: zoals bekend krijgen wij ook nog te maken met een stijging van de pensioenpremies. Begin dit jaar steeg de premie van 21,1% naar 22,9%. En ook per 1 januari 2019 kunnen we nog een premiestijging verwachten. Ik heb nog nergens kunnen achterhalen wat die stijging zal zijn, maar het zal de salarisstijging wel relativeren.

In elk geval ben ik van plan om met de netto salarisstijgingen hetzelfde te doen als met de verhoging per 1 januari 2018. Ik ga het meteen toevoegen aan mijn maandelijkse spaarbedrag. Op die manier voorkom ik dat het geld verdwijnt in de maandelijkse uitgaven.

Hoe is het met jouw salaris?

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑