Blog over (financieel) bewust leven

Label: ambtenaren

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Bouwstenen voor een nieuwe belastingruïne

Het is weer tijd voor proefballonnetjes in Den Haag. Dat is niet omdat wij ambtenaren tijd over hebben vanwege de corona-crisis (integendeel). Maar het heeft alles te maken met de kalender van ons democratische proces. En die schrijft voor dat er komend voorjaar weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Alle politieke partijen werken op dit moment dus aan hun verkiezingsprogramma’s. Daarvoor worden commissies samengesteld van prominente partijleden. Met de opdracht om een wervend verkiezingsprogramma te schrijven waarin de kiezer kan lezen wat de betreffende partij de komende vier jaar wil gaan bereiken. ‘Stem op mij, en dan zal ik….’. Nu hebben we in Nederland een meerpartijenstelsel, waardoor we (gelukkig) altijd een coalitie van partijen moeten vormen. Na verkiezingen volgt er dus een formatieproces, dat ingewikkelder wordt naarmate er meer partijen aan deelnemen. De formatie van het huidige kabinet Rutte-3 (met vier partijen) duurde ongeveer 7 maanden. En onze zuiderburen zitten inmiddels al een jaar te wachten op een federale regering. Als kiezer stem je dus voor een partij, maar moet je maar afwachten wat er na verkiezingen en formatie van al die standpunten overblijft.

Maar dat weerhoudt die commissies er niet van om enthousiast aan de slag te gaan met de programma’s. En daarbij wordt er ook druk gezocht naar input van buiten. Want je kunt niet alles zelf verzinnen. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dat gezegde geldt ook in de politiek. En dus zie je in deze periode een enorme hoeveelheid rapporten verschijnen. Van belangenclubs van werkgevers, van vakbonden, van maatschappelijke organisaties op allerlei terrein. Maar ook van ambtenaren en ambtelijke commissies. Want ook ambtenaren hebben wensen en ideeën die ze wel (of juist niet) in de verkiezingsprogramma’s terug willen zien.

Ambtelijk Den Haag heeft zelfs twee kansen. Er wordt geprobeerd om ideeën in het verkiezingsprogramma van met name de grotere en meer kansrijke partijen te krijgen. En na de verkiezingen worden er allerlei ‘formatiefiches’ gemaakt. Deels op verzoek van de partijen aan de onderhandelingstafel, en deels op eigen initiatief. Eigenlijk zijn die formatiefiches hapklare brokken tekst die (na onderhandeling) zo het regeerakkoord in moeten kunnen. Uiteraard met een financiële paragraaf, want om al die mooie ideeën te realiseren is wel geld nodig. Ook Geldnerd heeft meerdere malen meegeschreven en meegerekend aan dat soort documentjes.

Recent waren het de collega’s van Financiën die hun ideeën de wereld in slingerden. Heel politiek en ambtelijk Den Haag weet al een tijdje dat ons Nederlandse belastingstelsel hard aan hervorming toe is. De laatste hervorming is al weer van bijna 20 jaar geleden, en sindsdien is er veel veranderd in de samenleving. De rapporten die er nu liggen zijn het resultaat van een proces dat al meer dan een jaar geleden gestart is. In totaal zijn er elf onderzoeken op basis van zeven knelpunten in het huidige belastingsysteem. Dit leidt tot maar liefst 169 bouwstenen waaruit politieke partijen kunnen kiezen. Voor elk wat wils, zullen we maar zeggen…. Ze zijn nu naar de Tweede Kamer gestuurd en ook voor iedereen te lezen.

Geldnerd heeft nog niet alle elf rapporten doorgenomen. Dat vind ik in dit stadium ook niet zinvol. Het zijn geen voorstellen van een minister aan de Tweede Kamer, of wetsvoorstellen. Het zijn nog maar ideeën, proefballonnetjes. Eerst maar eens kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen terechtkomt. En in een regeerakkoord. Dan wordt het pas echt belangrijk. Persoonlijk vind ik 169 bouwstenen wel erg veel. Daar kun je alle kanten mee op. Maar ik snap het wel. Het maakt natuurlijk nogal wat uit wat de kleur van een volgend kabinet wordt. Ik heb een aantal rapporten wel globaal bekeken, en dan vallen me wel wat dingen op.

In eerdere analyses heb ik al gezien dat sinds de crisis van 2008/2009 de belastingdruk voor burgers is toegenomen, en die voor bedrijven juist is afgenomen. Daar lees ik nu wat waarschuwingen over. Een meerderheid van de mensen vindt dat namelijk niet eerlijk, en dat is slecht voor het draagvlak onder ons belastingstelsel. Overigens acht het FD de kans dat dit goed komt niet heel hoog. Zij constateren terecht dat de VVD als grootste partij weliswaar zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar dat tot nu toe vooral het bedrijfsleven daar beter van geworden is.

Er zit in de stapel ook een rapport dat gaat over het belasten van vermogen. Het lijkt erop dat de ambtenaren nog steeds uitgaan van een invoering van de nieuwe Box 3 plannen waar ik onlangs nog over geschreven heb. Maar er wordt ook uitvoerig ingegaan op de zwakke punten in dat systeem. Dan gaat het ook om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst is vooral met zichzelf bezig en kan geen grote veranderingen aan op dit moment.

Volgens een internationale vergelijking heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Dat komt dan weer vooral omdat onze belastingvrije pensioenopbouw in pijler 2, en de opgebouwde pensioenvermogens, hierbij worden meegenomen. Sommige vormen van vermogen lijken ook minder belast te worden dan andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eigen woning. Ik lees ook dat de lastendruk voor particuliere huishoudens bij ongewijzigd beleid verder stijgt. We vergrijzen, geven dus meer geld uit aan zorg, en dat wordt grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook.

Volgens de schrijvers moet de belastingdruk op arbeid dus fors naar beneden (zodat de zorgpremies verder kunnen stijgen). Rutte 3 heeft wel iets voor de particulieren gedaan, maar onze lasten zijn nog altijd hoger dan in 2007 (voor de crisis). De vergrijzing heeft nog een ander effect, een steeds kleinere groep werkenden betaalt het grootste deel van de rekening. Er zijn meer gepensioneerden die minder belasting betalen. De belastingdruk op salaris is gemiddeld 25%, gepensioneerden betalen over hun pensioeninkomen gemiddeld 13% belasting. Overigens is de belastingdruk voor ZZPers gemiddeld 17%. Dat zijn dus een soort pensionado’s?

Niet onverwacht, er wordt ook geadviseerd om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De Nederlandse aftrek is nog steeds erg royaal vergeleken bij andere landen, dat lees ik ook regelmatig in mijn lijfblad The Economist. En verder opvallend veel opmerkingen over Box 2, de ‘aanmerkelijk belang’ box in ons belastingstelsel.

En nu?

Wat te verwachten? Daar valt geen peil op te trekken met deze stapel bouwstenen. Iedere partij kan er zijn eigen belastinghuisje van bouwen. De adviezen tenderen wel naar minder belasting op arbeid, meer belasting op vermogen, en doe iets aan de verschillen tussen werkenden en ondernemers, en tussen particulieren en bedrijven.

Meer belasting op vermogen is in mijn situatie natuurlijk niet meteen gunstig. Want vermogen is wat ik opbouw om het gat te overbruggen tussen het moment dat ik stop met werken, en het moment dat mijn pensioen begint met uitbetalen. Een ander belastingstelsel kan daar zomaar voor een paar jaar vertraging zorgen.

Later dit jaar zal ik eens gaan kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s terechtgekomen is. Maar, zoals gezegd, echt interessant wordt het pas bij een nieuw regeerakkoord. En dat zal nog wel een jaar of langer duren…

Wat zijn jouw wensen voor een nieuw belastingstelsel?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Oude wijn in nieuwe zakken bij de arbeidsvoorwaarden

Toen ‘wij rijksambtenaren’ 2 jaar geleden een nieuwe CAO kregen, is er aan de onderhandelingstafel iets nieuws verzonnen. Waarschijnlijk was het laat, waren de aanwezigen niet meer helemaal helder, waren ze dronken, of een combinatie van de voornoemde factoren. Vervolgens heeft het twee jaar geduurd om alles uit te werken. Maar de afgelopen maand ben ik dan eindelijk platgespamd in mijn zakelijke mailbox door onze eigen HR-mensen. We krijgen een Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB bedraagt voor iedere medewerker 16,37% van het jaarsalaris. Hierin zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering opgenomen. Iedere maand wordt 1/12e deel van het IKB opgebouwd. We krijgen de mogelijkheid om het IKB deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor een aantal doelen zoals een fiets (jottem), fitnessabonnement (waar mijn trainer niet onder valt), vakbondscontributie (ik ben geen dinosaurus), en dat soort overbodige dingen.

De teksten van de HR-club zijn ronkend en wervend. Maar in eerste instantie voelt het voor mij als oude wijn in nieuwe zakken. Want tot op heden hebben we in de rijks-CAO een eindejaarsuitkering van 8,3% van het salaris (die wordt in november met het salaris uitbetaald), en het vakantiegeld bedraagt 8,0% van het salaris (en wordt in mei uitbetaald). En we hébben al de mogelijkheid om het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor diezelfde doelen.

Wat verandert er dan echt? Niet veel, lijkt me. Op één ding na. Het IKB vervangt de vakantie- en eindejaarsuitkering. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden in de oude situatie maandelijks gereserveerd en in mei en november uitbetaald. Het IKB wordt maandelijks opgebouwd, maar kan zodra het is opgebouwd ook worden uitbetaald. Kijk, nou wordt het interessant. Niet meer wachten op mei en november, maar het gewoon elke maand uit laten betalen met het salaris. Ik weet dat dit bij veel bedrijven al mogelijk was, maar bij de Rijksoverheid kon het tot op heden niet.

Wat gaat Geldnerd doen?

Mijn eerste gedachte was om alles bij het oude te laten. Gewoon in mei een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘vakantiegeld’ noemen), en ook in november een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘eindejaarsuitkering’ noemen). Maar dat ga ik toch maar niet doen. Al was het maar omdat we eigenlijk nooit in de ‘traditionele maanden’ op vakantie gaan… Nee, ik ga het elke maand uit laten betalen. Want dan kan ik het meteen inzetten voor mijn eigen doelen.

In de praktijk gebruik ik het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering al jaren op twee manieren. Deels is het een eenmalige extra impuls voor mijn spaar- en beleggingsdoelen. En deels gaat het naar de kleine buffer om de grote uitgaven van andere maanden (vakanties, kleding, gadgets) ‘glad te strijken’. Dat kan ik blijven doen, maar nu gewoon elke maand. Daarmee krijgt het geld meer ‘time in the market‘. En dat is goed voor het rendement. Geld zelf aan het werk zetten, in plaats van dat mijn werkgever het twaalf maanden zonder rente voor mij ‘opspaart’ en dan uitbetaalt.

Neveneffecten

Inmiddels is er ook al zicht op enkele neveneffecten. Dat versterkt bij mij het gevoel dat er aan de onderhandelingstafel misschien niet helemaal goed is nagedacht over deze maatregelen.

Zo krijgen wij ambtenaren in 2020 eenmalig ‘extra geld’. De opbouw van IKB begint namelijk per 1 januari 2020. Maar het ‘oude’ vakantiegeld voor 2020 is natuurlijk ook nog 7 maanden in 2019 opgebouwd (juni t/m december). Daarnaast wordt in december 2019 ook nog 1 maand ‘oude’ eindejaarsuitkering opgebouwd. In totaal nog 8 maanden oude uitkering uit 2019, die we met de salarisbetaling van mei 2020 uitbetaald gaan krijgen. We hebben dus eenmalig een beetje extra inkomen om de restanten van de oude regeling op te ruimen.

Netjes toch? Ja, maar wel met een addertje onder het gras voor mensen die toeslagen ontvangen (en dat schijnt de meerderheid van de Nederlanders te doen). Want het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering tellen voor de toeslagen mee bij je inkomen. Hoger inkomen? Minder toeslagen… Er wordt mensen die toeslagen ontvangen al dringend geadviseerd om, bij het aanvragen van de toeslagen voor 2020, rekening te houden met dat hogere inkomen. Dit om te voorkomen dat je als fraudeur wordt aangemerkt en verketterd wordt je eventueel te hoog vastgestelde voorschotten (gedeeltelijk) moet terugbetalen.

En voor ons boekhouders levert het soms ook een issue op. De dienst waar ik op de centjes let gebruikt het baten-lasten stelsel, zeg maar dezelfde boekhoudsystematiek als het bedrijfsleven. Daar is geen probleem. We reserveren maandelijks 1/12e deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, dat blijven we gewoon doen. En wanneer onze medewerkers dat uitbetaald willen krijgen, dat zien we wel. het geld staat er. Maar veel overheidsorganisaties gebruiken het kasstelsel. En die mogen niet reserveren. En krijgen dus te maken met een grilliger kasritme, afhankelijk van de keuzes die onze vele tienduizenden ambtenaren gaan maken over de betaalmomenten.

En er zijn ook al collega’s die zich zorgen maken. Zorgen dat veel mensen het maandelijks laten uitbetalen en consumeren. Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden door de meeste mensen al gezien als ‘normaal’ inkomen. Het gevoel is dat de ene is bedoeld om je ‘welverdiende’ vakantie te betalen, en de andere om je door de extreem dure ‘feestmaand’ december heen te helpen. En soms komen ze handig uit om een roodstand op te lossen of een schuld te betalen. Maar als het maandelijks uitbetaald wordt en meeloopt in de ‘gewone’ consumptie, dan vervalt die optie. Dat zou het risico kunnen vergroten dat deze mensen bij een volgende tegenslag in de problemen komen. We zullen zien.

Heb jij wel eens te maken met veranderingen in secundaire arbeidsvoorwaarden?

7% erbij in anderhalf jaar

Het bericht was er al iets langer. Maar nu is het echt officieel. ‘Wij’, de rijksambtenaren, hebben een nieuwe CAO. 7,0% krijgen we er in een paar stappen bij tot 1 januari 2020, te beginnen met 3,0% per 1 juli 2018 jongstleden. Dat is heel wat. Voordat je begint te roepen dat wij weer erg verwend worden, moet je overigens niet vergeten dat wij in ‘de crisis’ ook jarenlang zonder CAO hebben gezeten en effectief op een ‘nullijn’ zaten. Om het goede voorbeeld te geven.

Volgens het akkoord krijgen we per 1 januari 2019 eenmalig € 450 bruto, per 1 juli 2019 komt er structureel 2,0% bij en per 1 januari 2020 weer 2,0%. De CAO gaat in met terugwerkende kracht per 1 januari 2018 en loopt tot 1 juli 2020. Dus eigenlijk komt die 7% niet in 1 1/2 jaar, maar in 2 1/2 jaar…

Verder noemt de CAO een paar moderniseringen. Genoemd wordt roosterinnovatie met meer invloed van werknemers op hun roosters. Als manager is Geldnerd benieuwd wat dat gaat betekenen. Er werkt al bijna niemand meer voltijds en op een ‘standaardrooster’ van maandag tot en met vrijdag, 09.00 tot 17.00 uur. Ook gaat dat over individuele keuzemogelijkheden wanneer vakantiegeld en eindejaarsuitkering worden uitbetaald. Dat is interessant om eens naar te kijken. Mijn eerste gedachte is dat ik dit gewoon wil laten zoals het is (vakantiegeld in mei en eindejaarsuitkering in november). Als je dit elke maand laat uitbetalen verdwijnt het op de grote hoop. Al kan ik het dan natuurlijk wel meteen inzetten voor het spaarpercentage. Hebben jullie hier ervaring mee?

Klein addertje onder het ambtenarengras: zoals bekend krijgen wij ook nog te maken met een stijging van de pensioenpremies. Begin dit jaar steeg de premie van 21,1% naar 22,9%. En ook per 1 januari 2019 kunnen we nog een premiestijging verwachten. Ik heb nog nergens kunnen achterhalen wat die stijging zal zijn, maar het zal de salarisstijging wel relativeren.

In elk geval ben ik van plan om met de netto salarisstijgingen hetzelfde te doen als met de verhoging per 1 januari 2018. Ik ga het meteen toevoegen aan mijn maandelijkse spaarbedrag. Op die manier voorkom ik dat het geld verdwijnt in de maandelijkse uitgaven.

Hoe is het met jouw salaris?

© 2020 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑