Geldnerd is nog steeds fraudeur

  • Berichtcategorie:Belastingen

In het voorjaar van 2021 kreeg Geldnerd een verrassende brief van de Belastingdienst. Ook ik, brave ambtenaar bij uitstek, was opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Het systeem waarin de boefjes van de blauwe enveloppen brigade mensen opsloegen waarvan vermoed werd dat er iets mis was.

De brief waarin mij dat gemeld werd blonk uit in het niet bevatten van nuttige informatie. Ik heb dus meteen een brief geschreven met een aantal vragen. Wat was er over mij vastgelegd? Sinds wanneer en met welke aanleiding? En met wie was deze informatie gedeeld. Logische vragen, volgens mij. De brief ging diezelfde dag nog op de post. Ik kreeg al snel een ontvangstbevestiging. Daarna werd het even stil. Ondertussen vernam ik wel dat er ruim 250.000 mensen in die FSV stonden. Ik bevond me dus in goed uitgebreid gezelschap.

Op 21 juli 2021 kreeg ik een reactie van de Belastingdienst. Met een aantal persoonlijke gegevens die van mij geregistreerd stonden in de FSV. En de mededeling dat men mijn andere vragen niet kon beantwoorden. Men verwachtte dat in het najaar wel te kunnen doen. Nu ken ik dit soort ambtelijke vertragingstactieken, ik pas ze zelf ook toe. Ik zette dus een reminder in mijn agenda. Maar niet op zomaar een datum. Op 21 december. De dag dat het najaar over zou gaan in de winter.

En je raadt het al, op 21 december had ik nog niks gehoord. Maar mijn tweede brief lag al klaar. Waarin ik de Belastingdienst fijntjes herinnerde aan mijn openstaande vragen, hun brief, en het feit dat het najaar inmiddels was overgegaan in de winter.

Dit keer maakten de vrienden het wel heel erg bont. Ik hoorde namelijk helemaal niks. Geen ontvangstbevestiging. Geen antwoord. Langzamerhand namen twee emoties het over. Als rijksambtenaar raakte ik enorm teleurgesteld in mijn collega’s van de Belastingdienst en begon ik te twijfelen aan hun goede bedoelingen. Als burger was ik inmiddels gewoon boos. Boos over het onvermogen van de overheid om mijn eenvoudige vragen te beantwoorden nadat ze eerst jarenlang illegale dingen hadden gedaan.

Ik wachtte ruim twee maanden. Maar op 11 maart was ik het zat. Ik stuurde een derde brief, met de tweede (onbeantwoorde) brief als bijlage. En sprak misschien ook wel een heel klein beetje mijn boosheid en teleurstelling uit. Dit keer kreeg ik wel snel antwoord. Op vrijdag 18 maart ontving ik een brief. Die nota bene maar anderhalve pagina lang was en ook leesbaar voor gewone stervelingen. Er werd eindelijk bevestigd waarom ik in de FSV ben terechtgekomen. Maar nog niet met wie de gegevens gedeeld zijn. Dat onderzoek loopt nog. En kan nog wel een half jaar duren.

Nog steeds geen sorry

Sorry seems to be the hardest word, zong Elton John ooit. En dat lijkt ook voor mijn ambtelijke collega’s van de Belastingdienst nog steeds het geval. Want het is inmiddels wel duidelijk dat ik ten onrechte in de FSV ben opgenomen, of op z’n minst weer verwijderd had moeten worden toen mijn bezwaar tegen de afwijzing van mijn aangifte over 2014 was toegewezen.

Maar geen van de drie brieven die ik ontving bevat het woordje ‘sorry’, of een andere formulering die als zodanig kan worden opgevat. Het enige wat de Belastingdienst spijt is dat sommige gegevens onterecht zijn opgenomen of verkeerd gebruikt zijn, dat stond tenminste in de eerste (algemene) brief. Maar persoonlijke excuses heb ik nog niet ontvangen. Terwijl ik inmiddels wel vind dat ik die verdiend heb. Ik denk dat ik maar brieven blijf schrijven totdat ik die excuses wél ontvangen heb… Eens kijken of ze dat gaan snappen.

Ben jij wel eens teleurgesteld in Geldnerd de overheid?

Salarisbrief januari 2022

Jaarlijks kijk ik in januari extra uitgebreid naar mijn salarisbrief. Dat is altijd weer een beetje een verrassing (en niet altijd aangenaam). Meestal vindt er namelijk per januari een stapeling van wijzigingen plaats. Niet zelden wijzigen de belastingpercentages. Regelmatig wordt de pensioenpremie verhoogd. Soms verandert ons ambtenarensalaris door CAO wijzigingen. Een optelsom is dan vooraf moeilijk te maken, maar de salarisbrief van januari controleer ik dan altijd wel extra goed om te zien of ik de veranderingen kan herleiden (en of ik er uiteindelijk netto iets aan overhoud).

CAO-ontwikkelingen

Ons salaris is eind vorig jaar met 2,0% verhoogd, met terugwerkende kracht per 1 juli 2021. Dat kregen we nabetaald in december. Januari 2022 is dus de eerste reguliere salarisbetaling die gebaseerd is op het nieuwe bruto-salaris.

Pensioenpremie

In december liet het ABP al weten dat de pensioenpremie in 2022 eindelijk eens een keer niet verhoogd zou worden. Dat is goed nieuws voor mijn netto salaris, al zou ik graag zien dat de pensioenen weer eens een keer geïndexeerd worden. Dat is al heel lang niet gebeurd, en is een sluipend toekomstig koopkrachtverlies dat veel toekomstige pensionado’s niet door hebben.

Netto salaris 2022

Het salaris van januari 2022 laat zich moeilijk vergelijken met 2021. Want het salaris is bij CAO halverwege het jaar gewijzigd, maar dat is pas in december 2021 nabetaald. Mijn ‘kale’ netto-salaris salaris, dus netto na pensioenpremies en loonheffing, maar zonder vakantiegeld / dertiende maand / IKB, is in januari 2022 € 20,18 hoger dan eind 2021 op basis van de meest recente CAO. Ik betaal € 13,65 méér aan pensioenpremie. De percentages zijn ten opzichte van 2021 niet veranderd, maar mijn bruto-salaris wel en dus betaal ik meer. De rest van het verschil wordt veroorzaakt door de nieuwe loonheffingstabel.

Mijn Bijzonder Tarief Loonheffing was de afgelopen twee jaar 55,5%. In 2022 kom ik uit op 55,36%, 0,14 procentpunt lager. Belastingdruk is een ding. En ik val in de categorie waar de marginale belastingdruk zo ongeveer het hoogst is. Ben er niet blij mee, maar ik kan er niks aan doen.

Salaris versus inflatie

De inflatie zoals het CBS die meet is niet altijd de inflatie zoals ik die voel in mijn portemonnee. Maar het is wel een indicatie. Inflatie knabbelt aan de koopkracht van mijn salaris. En omdat ik geen zin meer heb om verticale loopbaanstappen te maken om een hoger salaris te krijgen, ben ik afhankelijk van de CAO-verhogingen om de koopkracht van mijn salaris op peil te houden. Begin 2020 heb ik al eens gekeken of de ontwikkeling van mijn netto-salaris de inflatie bijhoudt.

Het is tijd om dat te herhalen. Want de afgelopen maanden lazen we alarmerende berichten over inflatie en begin januari meldde het CBS dat de CAO-lonen minder gestegen waren dan de inflatie. Medio januari kwam het NIBUD met koopkrachtberekeningen voor meer dan 100 soorten huishoudens, en dat was ook al geen fijn beeld.

Ik heb (net als begin 2020) januari 2018 als basis genomen. Voor iedere maand heb ik mijn ‘kale’ netto-salaris genomen. Verder heb ik de maandelijkse consumentenprijsindex (CPI) van het CBS gebruikt. Die twee eenvoudigweg in een grafiek uitgezet levert onderstaand beeld.

En daar zien we een niet zo prettig dingetje. In november 2021 kruipt de inflatielijn door de salarislijn heen. Dat betekent dat ik, uitgaande van de CBS-cijfers, vanaf dat moment koopkracht verlies. In december heeft die stijging van de inflatie ook stevig doorgezet. Zelfs de verandering van het netto salaris per januari 2022 compenseert die inflatie in december niet meer (de inflatie over januari 2022 publiceert het CBS medio februari). Is dat erg? Lees dit uitstekende paper van Coen Teulings, voormalig directeur van het Centraal Planbureau.

En er zit geen salarisverhoging meer in de pijplijn, want ook de CAO van afgelopen jaar was kortlopend. Ik ga maar weer eens kijken naar de rituele dans tussen de werkgever en de vakbonden… Want daar zal ik het toch van moeten hebben.

Hoe is het met jouw salaris deze maand?

Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Bouwstenen voor een nieuwe belastingruïne

  • Berichtcategorie:Belastingen

Het is weer tijd voor proefballonnetjes in Den Haag. Dat is niet omdat wij ambtenaren tijd over hebben vanwege de corona-crisis (integendeel). Maar het heeft alles te maken met de kalender van ons democratische proces. En die schrijft voor dat er komend voorjaar weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Alle politieke partijen werken op dit moment dus aan hun verkiezingsprogramma’s. Daarvoor worden commissies samengesteld van prominente partijleden. Met de opdracht om een wervend verkiezingsprogramma te schrijven waarin de kiezer kan lezen wat de betreffende partij de komende vier jaar wil gaan bereiken. ‘Stem op mij, en dan zal ik….’. Nu hebben we in Nederland een meerpartijenstelsel, waardoor we (gelukkig) altijd een coalitie van partijen moeten vormen. Na verkiezingen volgt er dus een formatieproces, dat ingewikkelder wordt naarmate er meer partijen aan deelnemen. De formatie van het huidige kabinet Rutte-3 (met vier partijen) duurde ongeveer 7 maanden. En onze zuiderburen zitten inmiddels al een jaar te wachten op een federale regering. Als kiezer stem je dus voor een partij, maar moet je maar afwachten wat er na verkiezingen en formatie van al die standpunten overblijft.

Maar dat weerhoudt die commissies er niet van om enthousiast aan de slag te gaan met de programma’s. En daarbij wordt er ook druk gezocht naar input van buiten. Want je kunt niet alles zelf verzinnen. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dat gezegde geldt ook in de politiek. En dus zie je in deze periode een enorme hoeveelheid rapporten verschijnen. Van belangenclubs van werkgevers, van vakbonden, van maatschappelijke organisaties op allerlei terrein. Maar ook van ambtenaren en ambtelijke commissies. Want ook ambtenaren hebben wensen en ideeën die ze wel (of juist niet) in de verkiezingsprogramma’s terug willen zien.

Ambtelijk Den Haag heeft zelfs twee kansen. Er wordt geprobeerd om ideeën in het verkiezingsprogramma van met name de grotere en meer kansrijke partijen te krijgen. En na de verkiezingen worden er allerlei ‘formatiefiches’ gemaakt. Deels op verzoek van de partijen aan de onderhandelingstafel, en deels op eigen initiatief. Eigenlijk zijn die formatiefiches hapklare brokken tekst die (na onderhandeling) zo het regeerakkoord in moeten kunnen. Uiteraard met een financiële paragraaf, want om al die mooie ideeën te realiseren is wel geld nodig. Ook Geldnerd heeft meerdere malen meegeschreven en meegerekend aan dat soort documentjes.

Recent waren het de collega’s van Financiën die hun ideeën de wereld in slingerden. Heel politiek en ambtelijk Den Haag weet al een tijdje dat ons Nederlandse belastingstelsel hard aan hervorming toe is. De laatste hervorming is al weer van bijna 20 jaar geleden, en sindsdien is er veel veranderd in de samenleving. De rapporten die er nu liggen zijn het resultaat van een proces dat al meer dan een jaar geleden gestart is. In totaal zijn er elf onderzoeken op basis van zeven knelpunten in het huidige belastingsysteem. Dit leidt tot maar liefst 169 bouwstenen waaruit politieke partijen kunnen kiezen. Voor elk wat wils, zullen we maar zeggen…. Ze zijn nu naar de Tweede Kamer gestuurd en ook voor iedereen te lezen.

Geldnerd heeft nog niet alle elf rapporten doorgenomen. Dat vind ik in dit stadium ook niet zinvol. Het zijn geen voorstellen van een minister aan de Tweede Kamer, of wetsvoorstellen. Het zijn nog maar ideeën, proefballonnetjes. Eerst maar eens kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen terechtkomt. En in een regeerakkoord. Dan wordt het pas echt belangrijk. Persoonlijk vind ik 169 bouwstenen wel erg veel. Daar kun je alle kanten mee op. Maar ik snap het wel. Het maakt natuurlijk nogal wat uit wat de kleur van een volgend kabinet wordt. Ik heb een aantal rapporten wel globaal bekeken, en dan vallen me wel wat dingen op.

In eerdere analyses heb ik al gezien dat sinds de crisis van 2008/2009 de belastingdruk voor burgers is toegenomen, en die voor bedrijven juist is afgenomen. Daar lees ik nu wat waarschuwingen over. Een meerderheid van de mensen vindt dat namelijk niet eerlijk, en dat is slecht voor het draagvlak onder ons belastingstelsel. Overigens acht het FD de kans dat dit goed komt niet heel hoog. Zij constateren terecht dat de VVD als grootste partij weliswaar zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar dat tot nu toe vooral het bedrijfsleven daar beter van geworden is.

Er zit in de stapel ook een rapport dat gaat over het belasten van vermogen. Het lijkt erop dat de ambtenaren nog steeds uitgaan van een invoering van de nieuwe Box 3 plannen waar ik onlangs nog over geschreven heb. Maar er wordt ook uitvoerig ingegaan op de zwakke punten in dat systeem. Dan gaat het ook om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst is vooral met zichzelf bezig en kan geen grote veranderingen aan op dit moment.

Volgens een internationale vergelijking heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Dat komt dan weer vooral omdat onze belastingvrije pensioenopbouw in pijler 2, en de opgebouwde pensioenvermogens, hierbij worden meegenomen. Sommige vormen van vermogen lijken ook minder belast te worden dan andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eigen woning. Ik lees ook dat de lastendruk voor particuliere huishoudens bij ongewijzigd beleid verder stijgt. We vergrijzen, geven dus meer geld uit aan zorg, en dat wordt grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook.

Volgens de schrijvers moet de belastingdruk op arbeid dus fors naar beneden (zodat de zorgpremies verder kunnen stijgen). Rutte 3 heeft wel iets voor de particulieren gedaan, maar onze lasten zijn nog altijd hoger dan in 2007 (voor de crisis). De vergrijzing heeft nog een ander effect, een steeds kleinere groep werkenden betaalt het grootste deel van de rekening. Er zijn meer gepensioneerden die minder belasting betalen. De belastingdruk op salaris is gemiddeld 25%, gepensioneerden betalen over hun pensioeninkomen gemiddeld 13% belasting. Overigens is de belastingdruk voor ZZPers gemiddeld 17%. Dat zijn dus een soort pensionado’s?

Niet onverwacht, er wordt ook geadviseerd om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De Nederlandse aftrek is nog steeds erg royaal vergeleken bij andere landen, dat lees ik ook regelmatig in mijn lijfblad The Economist. En verder opvallend veel opmerkingen over Box 2, de ‘aanmerkelijk belang’ box in ons belastingstelsel.

En nu?

Wat te verwachten? Daar valt geen peil op te trekken met deze stapel bouwstenen. Iedere partij kan er zijn eigen belastinghuisje van bouwen. De adviezen tenderen wel naar minder belasting op arbeid, meer belasting op vermogen, en doe iets aan de verschillen tussen werkenden en ondernemers, en tussen particulieren en bedrijven.

Meer belasting op vermogen is in mijn situatie natuurlijk niet meteen gunstig. Want vermogen is wat ik opbouw om het gat te overbruggen tussen het moment dat ik stop met werken, en het moment dat mijn pensioen begint met uitbetalen. Een ander belastingstelsel kan daar zomaar voor een paar jaar vertraging zorgen.

Later dit jaar zal ik eens gaan kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s terechtgekomen is. Maar, zoals gezegd, echt interessant wordt het pas bij een nieuw regeerakkoord. En dat zal nog wel een jaar of langer duren…

Wat zijn jouw wensen voor een nieuw belastingstelsel?