Ambtenaren die niks vragen…

…Worden overgeslagen. We lijken wel kinderen…

Er zat vorige maand een kleine verrassing bij mijn salarisbrief. En ook bij het bedrag dat op mijn bankrekening gestort werd. € 300 extra. Het gevolg van een herberekening. Die niet zou hebben plaatsgevonden als ik geen navraag had gedaan, daar ben ik van overtuigd. Een tijdje geleden keek ik namelijk naar de impact van de inflatie op mijn salaris. Want ik hoop altijd maar dat die een beetje gelijke tred houden. Hiervoor heb ik een spreadsheet bijgewerkt met de verschillende salariscomponenten per maand zoals ze op mijn maandelijkse salarisbrief staan. En daarbij viel mij iets op.

Vorig jaar ben ik namelijk gestart in een nieuwe functie. En overgestapt van de ene Haagse toren naar een andere Haagse toren. Het personeelssysteem van het Rijk werkt rijksbreed. Dus kun je eenvoudig overgeplaatst worden naar een ander ministerie.

Maar om een of andere reden liep mijn overplaatsing administratief toch niet helemaal soepel. En maakte men vervolgens een puinhoop van de maandelijkse betalingen van Individueel Keuze Budget (IKB). Dat leidde tot een serie herberekeningen en een aantal wisselende bedragen van maand tot maand. Lastig, want mijn maandelijkse overboekingen zijn wel ingesteld op dat maandelijkse bedrag. Maar ik vertrouwde erop dat het wel goed zou komen.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. Want de overheid is de overheid, ook als het eigen werknemers betreft. En dat viel me op toen ik begin juni alles in die spreadsheet onder elkaar zette. Er klopte gewoon iets niet. In de tweede helft van vorig jaar, met alle herberekeningen, ontving ik minder dan in de eerste helft. Tijd dus om er een mailtje aan te wijden. Men ‘zou er naar kijken’. En toen werd het stil, totdat ik die salarisbrief en storting ontving. Opgelost.

Ondertussen is het nog steeds oorverdovend stil rond onze nieuwe CAO. Als er al gepraat wordt, dan is dat weer in de bekende Haagse achterkamertjes. En werken we nog steeds gewoon thuis, waarvan de kosten ook steeds beter in beeld komen. En ons pensioenfonds verwacht de premie in 2022 verder te verhogen. Je zou er bijna een najaarsdepressie van krijgen.

Oh ja, en ambtenaren die wel iets vragen worden vaak ook overgeslagen hoor!

Zorgt jouw werkgever wel goed voor jou?

Salaris, Inflatie en CAO-vertraging

Begin dit jaar hebben de werkgever en de vakbonden bij de Rijksoverheid onderhandelingen gevoerd over een nieuwe CAO voor de Rijksambtenaren. De vorige (kortlopende) CAO liep namelijk van 1 juli  2020 tot en met 31 december 2020. Maar al snel besloten de bonden het overleg af te breken. De werkgever bood 1% loonsverhoging en had de wens om een aantal regelingen ter discussie te stellen.

En toen werd het stil.

Maar stil is nooit echt stil in Den Haag. In allerlei achterkamertjes wordt er dan druk verder overlegd, niks nieuwe bestuurscultuur. Want we hebben het in Nederland zo georganiseerd dat je elkaar nodig hebt. Dus MOET je wel met elkaar in gesprek blijven. En zo ook hier.

Ik was dus niet verrast toen ik begin vorige week op het intranet van mijn werkgever las dat de CAO-onderhandelingen opnieuw gestart waren. Maar dat was wel van korte duur. Tijdens een nieuw overleg op 10 juni hebben de bonden aangegeven dat het werkgeversbod voor hen ‘onvoldoende aanknopingspunten biedt om verder te onderhandelen’. Het overleg is dus alweer afgebroken en de bonden ‘bespreken de situatie met hun achterban’. Tijd om te gaan staken?

Inzet

Er is genoeg om over te praten. Want de CAO van het Rijk gaat uit van loonslaven die een groot deel van hun tijd in loonslaaflegbatterijen (ook bekend als ‘flexkantoren’) doorbrengen. Maar dat is vorig jaar natuurlijk veranderd. Geldnerd is sinds maart 2020 nog maar een handvol keren op kantoor geweest. Tussen september 2020 en vandaag twee keer, om precies te zijn. De meeste mensen in mijn huidige team, waar ik sinds medio 2020 mee werk, heb ik nog maar twee keer in het echt gezien. Het kantoorleven speelt zich af in dezelfde werkkamer thuis waar ik dit blogje tik, via het venster van mijn laptop, het venster van mijn tablet, en mijn telefoon. De bedoeling is dat we in één of andere vorm ‘hybride’ blijven werken (vaker thuis dan voorheen), maar hoe dat er precies uit moet gaan zien weet nog niemand.

Er wordt dus wel gesproken over een thuiswerkvergoeding en een jaarlijks budget voor de inrichting van een werkplek thuis, lees ik. Met een webshop waar je dan dingen kunt bestellen. Dat soort dingen hoeft allemaal niet van Geldnerd. Allemaal extra dingen waarvan het ook weer geld kost om ze uit te voeren. Geef mij maar contant geld, dan bepaal ik zelf wel hoe ik de zaken inricht. Maar ik begrijp dat sommige mensen daar anders over denken.

Het belangrijkste onderdeel van de CAO is wat mij betreft de ontwikkeling van het salaris. Want ik zit al een paar jaar in dezelfde (hoogste) trede van mijn schaal, dus tenzij ik er voor kies om nog een carrièrestap omhoog te maken (en dat ben ik eigenlijk niet meer van plan) komen er geen ‘salaristreden’ meer bij. Dus hoop ik vooral dat de CAO de inflatie een beetje bijhoudt.

Ik heb de brief met de inzet van de werkgever aan de bonden dan ook met interesse gelezen. De werkgever Rijk biedt een structurele loonstijging van 1% per 1 juli  2021 voor een cao met een looptijd van een jaar, lees ik daar. Met verwijzing naar de loonstijgingen uit de vorige CAO en de koopkrachtontwikkeling door fiscale maatregelen begin dit jaar. Die voor mij (en vele anderen) overigens grotendeels werd opgegeten door de stijging van de pensioenpremies. Maar dat de werkgever dat niet noemt in zo’n brief verbaast me dan ook weer niet. Ik hoop maar dat de vakbonden het wel noemen. Net als de stijgende inflatie. Overigens riep ook president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen week op om de salarissen te verhogen. Wat hem betreft vooral om de inflatie verder aan te jagen.

Gegeven de verwachte impact van hybride werken wil de werkgever het ook over de reiskostenregelingen hebben. Die snap ik. Zelf heb ik mijn zakelijke OV-kaart de afgelopen 15 maanden niet gebruikt. En ook wordt er gemorreld aan de regelingen die het voor oudere medewerkers mogelijk maken om stapsgewijs minder te gaan werken. Daar worden enkele collega’s onrustig van, merk ik.

Salaris en Inflatie – de tijd dringt…

Eerder heb ik al eens gekeken of mijn salaris wel een beetje gelijke tred hield met de inflatie. Nu de komst van een nieuwe CAO steeds meer op de lange baan schuift, komt er geen Euro bovenop mijn salaris. Maar de inflatie dendert wel voort.

Ik heb de exercitie dus opnieuw gedaan, maar iets uitgebreid.

  • Begindatum is nu mei 2016, de eerste maand waarin ik na terugkeer uit het Verre Warme Land weer een Nederlands overheidssalaris opstreek. Zowel mijn salaris als de koopkracht heb ik voor die maand op 100% gezet.
  • Vanaf mei 2016 heb ik gebruik gemaakt van de maandelijkse inflatiecijfers van het CBS, de CPI.
  • Het salaris heb ik voor de periode 2016 – 2019 maandelijks omgerekend inclusief het netto vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (EJU). Vakantiegeld loopt van juni jaar T-1 tot en met mei jaar T. EJU loopt van december jaar T-1 tot en met november jaar T (dat verklaart dat er soms ergens een dipje zit, dat komt omdat deze bijdragen dan soms tegen een hoger bijzonder tarief loonheffing worden aangeslagen).
  • Voor 2020 en 2021 heb ik mijn salaris inclusief de IKB-uitkering als uitgangspunt genomen.

Dat leidt tot onderstaande grafiek.

Het gaat nog goed. Vooral vanwege de wat grotere sprong aan het begin van 2020, die het gevolg was van een CAO-verhoging en belastingmaatregelen. Maar het gat wordt snel kleiner. Dus opschieten, bonden en werkgever….

Hoe gaat het met jouw salaris en de inflatie?

Nieuwe kortlopende CAO Rijk

Ruim twee jaar geleden kregen wij rijksambtenaren een nieuwe CAO. Met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering door een Individueel Keuze Budget (IKB) en een paar salarisverhogingen waarmee ik de inflatie bij kon houden. Maar formeel liep deze CAO tot 1 juli 2020, dus hij was al een paar maanden verlopen.

Aan het begin van de corona-crisis las ik op ons intranet dat de onderhandelingen tussen de werkgever en de vakbonden waren uitgesteld vanwege de toen geldende ‘intelligente lockdown’. En net voor de zomer werden ze hervat, maar liepen ze eigenlijk ook meteen weer vast. En verder bleef het stil.

Tot eind september. Toen was er ineens een ‘akkoordje’. Met een beperkte set onderwerpen en een beperkte looptijd, de CAO geldt namelijk voor de periode 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Op de website van de Rijksoverheid kun je het onderhandelingsakkoord downloaden.

Tijdens een saaie vergadering heb ik het onderhandelingsakkoord even doorgelezen. Allereerst heb ik natuurlijk even opgezocht wat het mij financieel op gaat leveren.

  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 0,7%, dit wordt vanaf november uitbetaald (in november dus terugwerkende kracht voor de periode vanaf 1 juli).
  • In november krijgen we een eenmalige uitkering van € 225 (bij volledig dienstverband van 36 uur, anders pro rata). Er staat in het akkoord niet of dit bruto of netto is. Ik neem maar aan dat het bruto is, en dat ik dus ongeveer de helft meteen weer mag afdragen aan de collega’s van de Belastingdienst.
  • In december krijgen we een eenmalige thuiswerkvergoeding van maximaal € 363 netto, gebaseerd op dit onderzoek van het NIBUD. Die moeten we zelf aanvragen ergens de komende maanden. En die wordt dan verrekend met eventuele declaraties die je dit jaar al gedaan hebt als je bijvoorbeeld een beeldscherm of een bureaustoel of andere werkplekvoorzieningen voor thuis hebt gekocht. Dat soort aankopen konden we namelijk, tot een maximaal normbedrag per voorziening, declareren. Ik heb nog niets gedeclareerd, en zou dus recht hebben op de volledige thuiswerkvergoeding.

Er komt dus nog wat extra geld binnen dit jaar. Dat gaat helpen om de kleine achterstand in mijn spaardoelstelling voor 2020 in te lopen.

Over de thuiswerkvergoeding ontstond online de nodige discussie. Zo stond er een column van een boze mevrouw die ik niet ken in het Algemeen Dagblad. Ik ben het overigens wel met haar eens dat het niet netjes is dat de politiek nog niet heeft besloten om zorgmedewerkers extra salaris te geven. Maar om dat nou af te reageren op rijksambtenaren? Dan moet je je misschien een beetje verdiepen in de scheiding der machten en de schaduwmacht in Nederland. Maar gelukkig kreeg die boze mevrouw best veel reacties op haar column. En ook Japke-d. Bouma kreeg veel reacties toen ze online over de thuiswerkvergoeding begon. Iemand schreef zelfs dat ambtenaren nooit goede arbeidsvoorwaarden mogen hebben zolang er mensen zijn die het erger hebben. We hebben als overheid al best veel moeite om talent aan te trekken, dus of dit daarbij helpt waag ik te betwijfelen…

Zelf vind ik het wel getuigen van realiteitszin en visie, die thuiswerkvergoeding. Het akkoord zegt namelijk ook dat de rijksoverheid toe zal gaan naar (structureel) hybride werken, oftewel vaker thuiswerken en minder op kantoor dan voor de crisis. Dat leidt tot interessante vraagstukken rond ondermeer ambtelijk vakmanschap, persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid (minder vervoerbewegingen), betrokkenheid bij en het onderdeel zijn en blijven van een organisatie, en hoe werknemers in teams goed kunnen blijven functioneren. Als manager worstel ik daar ook best wel mee en ben ik echt op zoek naar manieren om in de huidige omstandigheden het werk goed te doen en mijn team gelukkig te houden. Er is in het akkoord afgesproken om daar onderzoek naar te gaan doen.

Er zijn verder afspraken gemaakt over het verduurzamen van vervoer, ook voor lange dienstreizen wordt nu vaker de trein genomen en de mogelijkheden voor het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer worden verruimd (onder andere met een pilot leasefietsen). En vanaf 1 juli 2020 hebben partners recht op doorbetaling van 100% van hun inkomen tijdens de maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof (normaliter was dat een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon).

Ook zijn er afspraken gemaakt over sociale veiligheid. Die zijn nodig, want steeds vaker komen ambtenaren binnen het Rijk in een situatie terecht waarin hun functioneren (publiekelijk) ter discussie wordt gesteld en zij met naam en toenaam in de media worden genoemd. Dat heeft er zelfs toe geleid dat collega’s hun functie opgeven. Ik ben blij dat daar ook meer aandacht voor komt.

Hoe gaat het met jouw arbeidsvoorwaarden?

Bouwstenen voor een nieuwe belastingruïne

  • Berichtcategorie:Belastingen

Het is weer tijd voor proefballonnetjes in Den Haag. Dat is niet omdat wij ambtenaren tijd over hebben vanwege de corona-crisis (integendeel). Maar het heeft alles te maken met de kalender van ons democratische proces. En die schrijft voor dat er komend voorjaar weer verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Alle politieke partijen werken op dit moment dus aan hun verkiezingsprogramma’s. Daarvoor worden commissies samengesteld van prominente partijleden. Met de opdracht om een wervend verkiezingsprogramma te schrijven waarin de kiezer kan lezen wat de betreffende partij de komende vier jaar wil gaan bereiken. ‘Stem op mij, en dan zal ik….’. Nu hebben we in Nederland een meerpartijenstelsel, waardoor we (gelukkig) altijd een coalitie van partijen moeten vormen. Na verkiezingen volgt er dus een formatieproces, dat ingewikkelder wordt naarmate er meer partijen aan deelnemen. De formatie van het huidige kabinet Rutte-3 (met vier partijen) duurde ongeveer 7 maanden. En onze zuiderburen zitten inmiddels al een jaar te wachten op een federale regering. Als kiezer stem je dus voor een partij, maar moet je maar afwachten wat er na verkiezingen en formatie van al die standpunten overblijft.

Maar dat weerhoudt die commissies er niet van om enthousiast aan de slag te gaan met de programma’s. En daarbij wordt er ook druk gezocht naar input van buiten. Want je kunt niet alles zelf verzinnen. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, dat gezegde geldt ook in de politiek. En dus zie je in deze periode een enorme hoeveelheid rapporten verschijnen. Van belangenclubs van werkgevers, van vakbonden, van maatschappelijke organisaties op allerlei terrein. Maar ook van ambtenaren en ambtelijke commissies. Want ook ambtenaren hebben wensen en ideeën die ze wel (of juist niet) in de verkiezingsprogramma’s terug willen zien.

Ambtelijk Den Haag heeft zelfs twee kansen. Er wordt geprobeerd om ideeën in het verkiezingsprogramma van met name de grotere en meer kansrijke partijen te krijgen. En na de verkiezingen worden er allerlei ‘formatiefiches’ gemaakt. Deels op verzoek van de partijen aan de onderhandelingstafel, en deels op eigen initiatief. Eigenlijk zijn die formatiefiches hapklare brokken tekst die (na onderhandeling) zo het regeerakkoord in moeten kunnen. Uiteraard met een financiële paragraaf, want om al die mooie ideeën te realiseren is wel geld nodig. Ook Geldnerd heeft meerdere malen meegeschreven en meegerekend aan dat soort documentjes.

Recent waren het de collega’s van Financiën die hun ideeën de wereld in slingerden. Heel politiek en ambtelijk Den Haag weet al een tijdje dat ons Nederlandse belastingstelsel hard aan hervorming toe is. De laatste hervorming is al weer van bijna 20 jaar geleden, en sindsdien is er veel veranderd in de samenleving. De rapporten die er nu liggen zijn het resultaat van een proces dat al meer dan een jaar geleden gestart is. In totaal zijn er elf onderzoeken op basis van zeven knelpunten in het huidige belastingsysteem. Dit leidt tot maar liefst 169 bouwstenen waaruit politieke partijen kunnen kiezen. Voor elk wat wils, zullen we maar zeggen…. Ze zijn nu naar de Tweede Kamer gestuurd en ook voor iedereen te lezen.

Geldnerd heeft nog niet alle elf rapporten doorgenomen. Dat vind ik in dit stadium ook niet zinvol. Het zijn geen voorstellen van een minister aan de Tweede Kamer, of wetsvoorstellen. Het zijn nog maar ideeën, proefballonnetjes. Eerst maar eens kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen terechtkomt. En in een regeerakkoord. Dan wordt het pas echt belangrijk. Persoonlijk vind ik 169 bouwstenen wel erg veel. Daar kun je alle kanten mee op. Maar ik snap het wel. Het maakt natuurlijk nogal wat uit wat de kleur van een volgend kabinet wordt. Ik heb een aantal rapporten wel globaal bekeken, en dan vallen me wel wat dingen op.

In eerdere analyses heb ik al gezien dat sinds de crisis van 2008/2009 de belastingdruk voor burgers is toegenomen, en die voor bedrijven juist is afgenomen. Daar lees ik nu wat waarschuwingen over. Een meerderheid van de mensen vindt dat namelijk niet eerlijk, en dat is slecht voor het draagvlak onder ons belastingstelsel. Overigens acht het FD de kans dat dit goed komt niet heel hoog. Zij constateren terecht dat de VVD als grootste partij weliswaar zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar dat tot nu toe vooral het bedrijfsleven daar beter van geworden is.

Er zit in de stapel ook een rapport dat gaat over het belasten van vermogen. Het lijkt erop dat de ambtenaren nog steeds uitgaan van een invoering van de nieuwe Box 3 plannen waar ik onlangs nog over geschreven heb. Maar er wordt ook uitvoerig ingegaan op de zwakke punten in dat systeem. Dan gaat het ook om de uitvoerbaarheid, de Belastingdienst is vooral met zichzelf bezig en kan geen grote veranderingen aan op dit moment.

Volgens een internationale vergelijking heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Dat komt dan weer vooral omdat onze belastingvrije pensioenopbouw in pijler 2, en de opgebouwde pensioenvermogens, hierbij worden meegenomen. Sommige vormen van vermogen lijken ook minder belast te worden dan andere. Dit geldt bijvoorbeeld voor de eigen woning. Ik lees ook dat de lastendruk voor particuliere huishoudens bij ongewijzigd beleid verder stijgt. We vergrijzen, geven dus meer geld uit aan zorg, en dat wordt grotendeels gefinancierd via belastingen en zorgpremies. Doordat de zorguitgaven blijven stijgen, doet de lastendruk dat automatisch ook.

Volgens de schrijvers moet de belastingdruk op arbeid dus fors naar beneden (zodat de zorgpremies verder kunnen stijgen). Rutte 3 heeft wel iets voor de particulieren gedaan, maar onze lasten zijn nog altijd hoger dan in 2007 (voor de crisis). De vergrijzing heeft nog een ander effect, een steeds kleinere groep werkenden betaalt het grootste deel van de rekening. Er zijn meer gepensioneerden die minder belasting betalen. De belastingdruk op salaris is gemiddeld 25%, gepensioneerden betalen over hun pensioeninkomen gemiddeld 13% belasting. Overigens is de belastingdruk voor ZZPers gemiddeld 17%. Dat zijn dus een soort pensionado’s?

Niet onverwacht, er wordt ook geadviseerd om de hypotheekrenteaftrek verder te beperken. De Nederlandse aftrek is nog steeds erg royaal vergeleken bij andere landen, dat lees ik ook regelmatig in mijn lijfblad The Economist. En verder opvallend veel opmerkingen over Box 2, de ‘aanmerkelijk belang’ box in ons belastingstelsel.

En nu?

Wat te verwachten? Daar valt geen peil op te trekken met deze stapel bouwstenen. Iedere partij kan er zijn eigen belastinghuisje van bouwen. De adviezen tenderen wel naar minder belasting op arbeid, meer belasting op vermogen, en doe iets aan de verschillen tussen werkenden en ondernemers, en tussen particulieren en bedrijven.

Meer belasting op vermogen is in mijn situatie natuurlijk niet meteen gunstig. Want vermogen is wat ik opbouw om het gat te overbruggen tussen het moment dat ik stop met werken, en het moment dat mijn pensioen begint met uitbetalen. Een ander belastingstelsel kan daar zomaar voor een paar jaar vertraging zorgen.

Later dit jaar zal ik eens gaan kijken wat er in de verkiezingsprogramma’s terechtgekomen is. Maar, zoals gezegd, echt interessant wordt het pas bij een nieuw regeerakkoord. En dat zal nog wel een jaar of langer duren…

Wat zijn jouw wensen voor een nieuw belastingstelsel?

Houdt mijn salaris de inflatie bij?

Medio 2018 kreeg mijn beroepsgroep, de rijksambtenaren, een nieuwe CAO. 7% erbij in anderhalf jaar, jubelden de vakbonden en vooral ook de werkgever. Omdat de CAO loopt van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020, gaat het natuurlijk eigenlijk om 7% in 2,5 jaar. Maar ik snap dat het anders ‘geframet’ moest worden… Per 1 januari 2020 ging de laatste salarisverhoging uit deze CAO in, en die is zichtbaar geworden in het netto salaris dat ik eind januari op mijn bankrekening ontving. Tijd dus om de balans op te maken, wat is er terecht gekomen van het gejubel?

Eerst even wat achtergrond. Bij de Rijksoverheid kennen we een systeem van salarisschalen. Elke functie is, op basis van criteria waar vast en zeker heel lang en heel vaak over vergaderd is, ingedeeld in één van die schalen. Binnen elke salarisschaal zijn er 10 periodieken, oftewel salarisstapjes. Normaliter ga je elk jaar één stapje omhoog, totdat je aan de maximale periodiek zit. Vanaf dat moment ben je uitgegroeid in je huidige functie, in elk geval qua salaris. Ik zit in mijn functie al een paar jaar in periodiek 10, en moet het dus al de hele looptijd van deze CAO hebben van de salarisverhogingen die voortgekomen zijn uit CAO-onderhandelingen. En van de wijzigingen in het belastingstelsel en de pensioenpremies.

En dan die CAO. We begonnen met 3,0% per 1 juli 2018, per 1 juli 2019 kwam er structureel 2,0% bij, en op 1 januari 2020 nog eens 2,0%. Eigenlijk is dat natuurlijk ietsje meer dan 7%, om precies te zijn 7,1612% gerekend vanaf ons salaris in juni 2018. Maar een kniesoor die daarop let. Het zijn wijzigingen van het bruto salaris. Wat ik daar netto van overhoud is dus nog afhankelijk van twee andere factoren: wijzigingen in de pensioenpremie en veranderingen in de loonheffing. En wat het betekent voor mijn koopkracht is dan ook nog eens afhankelijk van die andere factor, de inflatie. Maar met die stapeling van dingen verlies je natuurlijk compleet uit het oog wat zo’n CAO je nu eigenlijk oplevert.

Tijd dus voor een ouderwetsche Geldnerd spreadsheet-en-grafieken actie. Ik heb mijn netto salaris per maand op een rijtje gezet, van januari 2018 tot en met januari 2020. Januari 2018 is daarbij op 100 gesteld. Daar heb ik tegenover gezet de maandelijkse inflatie (CPI) volgens het CBS. Voor beide heb ik januari 2018 = 100 genomen. Dat levert onderstaande grafiek op.

De grote sprong zit in januari 2020, dat is wel duidelijk. Die wordt net zoveel veroorzaakt door de aanpassingen van het belastingstelsel als door de CAO-verhoging, heb ik onlangs becijferd. Maar voor het grootste deel van de periode is mijn salaris juist een beetje achtergebleven bij de inflatie. Van werken in loondienst word je niet rijk, dat blijkt maar weer eens. Ik ben natuurlijk hetzelfde werk blijven doen in die periode. Dat is makkelijk voor de vergelijking, maar betekent ook dat ik er geen ‘schaaltje heb bijgekregen’, zoals we dat noemen.

Hoe heeft jouw netto inkomen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Oude wijn in nieuwe zakken bij de arbeidsvoorwaarden

Toen ‘wij rijksambtenaren’ 2 jaar geleden een nieuwe CAO kregen, is er aan de onderhandelingstafel iets nieuws verzonnen. Waarschijnlijk was het laat, waren de aanwezigen niet meer helemaal helder, waren ze dronken, of een combinatie van de voornoemde factoren. Vervolgens heeft het twee jaar geduurd om alles uit te werken. Maar de afgelopen maand ben ik dan eindelijk platgespamd in mijn zakelijke mailbox door onze eigen HR-mensen. We krijgen een Individueel Keuze Budget (IKB). Het IKB bedraagt voor iedere medewerker 16,37% van het jaarsalaris. Hierin zijn de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering opgenomen. Iedere maand wordt 1/12e deel van het IKB opgebouwd. We krijgen de mogelijkheid om het IKB deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor een aantal doelen zoals een fiets (jottem), fitnessabonnement (waar mijn trainer niet onder valt), vakbondscontributie (ik ben geen dinosaurus), en dat soort overbodige dingen.

De teksten van de HR-club zijn ronkend en wervend. Maar in eerste instantie voelt het voor mij als oude wijn in nieuwe zakken. Want tot op heden hebben we in de rijks-CAO een eindejaarsuitkering van 8,3% van het salaris (die wordt in november met het salaris uitbetaald), en het vakantiegeld bedraagt 8,0% van het salaris (en wordt in mei uitbetaald). En we hébben al de mogelijkheid om het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering deels om te zetten in verlofuren en andersom, of op een fiscaal voordelige manier te gebruiken voor diezelfde doelen.

Wat verandert er dan echt? Niet veel, lijkt me. Op één ding na. Het IKB vervangt de vakantie- en eindejaarsuitkering. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden in de oude situatie maandelijks gereserveerd en in mei en november uitbetaald. Het IKB wordt maandelijks opgebouwd, maar kan zodra het is opgebouwd ook worden uitbetaald. Kijk, nou wordt het interessant. Niet meer wachten op mei en november, maar het gewoon elke maand uit laten betalen met het salaris. Ik weet dat dit bij veel bedrijven al mogelijk was, maar bij de Rijksoverheid kon het tot op heden niet.

Wat gaat Geldnerd doen?

Mijn eerste gedachte was om alles bij het oude te laten. Gewoon in mei een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘vakantiegeld’ noemen), en ook in november een deel uitbetalen (en dat in mijn hoofd ‘eindejaarsuitkering’ noemen). Maar dat ga ik toch maar niet doen. Al was het maar omdat we eigenlijk nooit in de ‘traditionele maanden’ op vakantie gaan… Nee, ik ga het elke maand uit laten betalen. Want dan kan ik het meteen inzetten voor mijn eigen doelen.

In de praktijk gebruik ik het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering al jaren op twee manieren. Deels is het een eenmalige extra impuls voor mijn spaar- en beleggingsdoelen. En deels gaat het naar de kleine buffer om de grote uitgaven van andere maanden (vakanties, kleding, gadgets) ‘glad te strijken’. Dat kan ik blijven doen, maar nu gewoon elke maand. Daarmee krijgt het geld meer ‘time in the market‘. En dat is goed voor het rendement. Geld zelf aan het werk zetten, in plaats van dat mijn werkgever het twaalf maanden zonder rente voor mij ‘opspaart’ en dan uitbetaalt.

Neveneffecten

Inmiddels is er ook al zicht op enkele neveneffecten. Dat versterkt bij mij het gevoel dat er aan de onderhandelingstafel misschien niet helemaal goed is nagedacht over deze maatregelen.

Zo krijgen wij ambtenaren in 2020 eenmalig ‘extra geld’. De opbouw van IKB begint namelijk per 1 januari 2020. Maar het ‘oude’ vakantiegeld voor 2020 is natuurlijk ook nog 7 maanden in 2019 opgebouwd (juni t/m december). Daarnaast wordt in december 2019 ook nog 1 maand ‘oude’ eindejaarsuitkering opgebouwd. In totaal nog 8 maanden oude uitkering uit 2019, die we met de salarisbetaling van mei 2020 uitbetaald gaan krijgen. We hebben dus eenmalig een beetje extra inkomen om de restanten van de oude regeling op te ruimen.

Netjes toch? Ja, maar wel met een addertje onder het gras voor mensen die toeslagen ontvangen (en dat schijnt de meerderheid van de Nederlanders te doen). Want het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering tellen voor de toeslagen mee bij je inkomen. Hoger inkomen? Minder toeslagen… Er wordt mensen die toeslagen ontvangen al dringend geadviseerd om, bij het aanvragen van de toeslagen voor 2020, rekening te houden met dat hogere inkomen. Dit om te voorkomen dat je als fraudeur wordt aangemerkt en verketterd wordt je eventueel te hoog vastgestelde voorschotten (gedeeltelijk) moet terugbetalen.

En voor ons boekhouders levert het soms ook een issue op. De dienst waar ik op de centjes let gebruikt het baten-lasten stelsel, zeg maar dezelfde boekhoudsystematiek als het bedrijfsleven. Daar is geen probleem. We reserveren maandelijks 1/12e deel van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, dat blijven we gewoon doen. En wanneer onze medewerkers dat uitbetaald willen krijgen, dat zien we wel. het geld staat er. Maar veel overheidsorganisaties gebruiken het kasstelsel. En die mogen niet reserveren. En krijgen dus te maken met een grilliger kasritme, afhankelijk van de keuzes die onze vele tienduizenden ambtenaren gaan maken over de betaalmomenten.

En er zijn ook al collega’s die zich zorgen maken. Zorgen dat veel mensen het maandelijks laten uitbetalen en consumeren. Het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden door de meeste mensen al gezien als ‘normaal’ inkomen. Het gevoel is dat de ene is bedoeld om je ‘welverdiende’ vakantie te betalen, en de andere om je door de extreem dure ‘feestmaand’ december heen te helpen. En soms komen ze handig uit om een roodstand op te lossen of een schuld te betalen. Maar als het maandelijks uitbetaald wordt en meeloopt in de ‘gewone’ consumptie, dan vervalt die optie. Dat zou het risico kunnen vergroten dat deze mensen bij een volgende tegenslag in de problemen komen. We zullen zien.

Heb jij wel eens te maken met veranderingen in secundaire arbeidsvoorwaarden?