Blog over (financieel) bewust leven

Label: activa

Beleggen en Balanceren: een stand van zaken

Als het over mijn financiën gaat, dan laat ik het liefst zo min mogelijk aan het toeval over. Want toeval kan ook pech betekenen. En pech hebben we liever niet, toch? Dat geldt dus ook voor zoiets onzekers als beleggingen.

Mijn vermogen is op dit moment verdeeld over twee grote potten en één kleiner potje. De eerste grote pot is mijn aandeel in ons huis. Dat bestaat uit mijn aandeel eigen geld dat we er bij de aankoop ingestoken hebben, en mijn aandeel in de reguliere en extra aflossingen op de hypotheek, en mijn aandeel in de overwaarde. Overwaarde is hier gedefinieerd als het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en de aankoopwaarde (inclusief kosten koper). In ons samenlevingscontract staat dat het huis 50/50 gaat. We lossen dus allebei evenveel af, en hebben beide ook recht op de helft van de overwaarde. De tweede grote pot bestaat uit mijn beleggingsportefeuille. En het kleinere potje is mijn contant geld buffer, aangevuld met de potjes van mijn potjessysteem. Cash. Op een spaarrekening. Maar we richten ons in deze blogpost even op de beleggingsportefeuille.

Gewenste Verdeling

Mijn beleggingsportefeuille heeft een ‘gewenste verdeling’. Een select aantal fondsen die ik in portefeuille wil hebben, in verschillende categorieën. Een procentuele verdeling over die categorieën. En in elke categorie één of twee fondsen, ook weer met een gewenste procentuele verdeling. Op dit moment is die verdeling als volgt:

Instrument%Fonds%
Aandelen60Vanguard FTSE All-World ETF (VWRL)80
iShares MSCI World Small Cap (IUSN)20
Obligaties10Xtrackers II Global Gov Bond ETF (DBZB)100
Dividend30VanEck Dev Mkts Dividend Leaders ETF (TDIV)75
SPDR S&P Euro Divid Aristocrats ETF (SPYW)25

Bogleheads

Achter de gewenste verdeling zit geen exacte wetenschap. Ook geen kristallen bol die mij vertelt welke portefeuille de beste opbrengsten zal hebben (helaas…). Het is een combinatie van factoren. Ik kijk naar brede spreiding, lage kosten, en mijn perceptie van risico. Over mijn zoektocht naar dividendrendement heb ik onlangs nog uitgebreid geschreven. Ik heb al vaker geschreven dat het gedachtegoed van John C. Bogle, de oprichter van Vanguard, een belangrijke inspiratiebron is. Ik ben een ‘Boglehead‘. Een beperkt aantal fondsen, zo breed mogelijke spreiding, lage kosten, en vooral doorgaan. Maandelijks inleggen en niet verkopen.

Obligaties

Naast aandelen (ETFs) heb ik ook obligaties in mijn portefeuille (ook in ETF-vorm). Niet veel, en ik blijf er over aarzelen. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen in leningen van bedrijven of overheden. dat is dus iets heel anders dan aandelen, waarmee je een stukje mede-eigenaar wordt van een bedrijf. Ze worden gezien als minder riskant dan aandelen, en zijn dus een manier om het risico in jouw beleggingen te verkleinen.

Maar ik heb, naast mijn beleggingsportefeuille met aandelen en obligaties, ook nog een buffer met geld op een spaarrekening en een deels afgelost huis. En die beschouw ik ook als ‘minder riskant. Het is natuurlijk zo dat ik het geld in mijn huis niet snel kan verzilveren en dat de huizenprijzen zouden kunnen dalen. Maar onze overwaarde is inmiddels zo hoog dat er weinig risico meer is dat er een restschuld overblijft. Om die reden houd ik maar beperkt obligaties aan. Ik koop ze bij als ik de bewegingen op de aandelenbeurzen even echt niet vertrouw, en ik heb eerder dit jaar een pluk verkocht om aandelen (ETFs) bij te kopen na de daling van de beurzen in maart. Maar ik volg dus niet (meer) het aloude adagium (100 -/- je leeftijd) procent obligaties in je portefeuille. Wel het adagium (100 -/- je leeftijd) procent minder riskante activa in je vermogen.

Balanceren

Die gewenste verdeling, dat is natuurlijk een utopie. Want aandelenkoersen bewegen. Elke dag, elk uur, elke minuut. En dus beweegt ook de waarde van mijn fondsen, en van mijn portefeuille. Die gewenste verdeling zul je dus nooit helemaal bereiken. Dus ‘balanceren’ veel beleggers hun portefeuille regelmatig, als de afwijkingen ten opzichte van de gewenste verdeling te groot worden. Dat kun je op verschillende manier doen, ondermeer door het verkopen van fondsen waar je ‘teveel’ van hebt en het kopen van fondsen waar je ‘te weinig’ van hebt. Nu leidt kopen en verkopen dan vaak wel weer tot kosten, en die heb ik liefst zo min mogelijk.

Ik balanceer dus alleen maar door aankopen. Mijn beleggingsspreadsheet vertelt me elke maand welk fonds ik bij moet kopen om dichter bij de gewenste verdeling te komen. Ik hoef dus niet na te denken waar ik mijn maandelijkse inleg in steek. Ik koop ook elke maand maar één fonds bij, één transactie. Naast de maandelijkse inleg gebruik ik daarvoor ook de dividendopbrengsten, die voor het overgrote deel in maart, juni, september en december binnenkomen. Balanceren duurt met deze methode iets langer, maar de laatste maanden zit ik heel dicht bij mijn gewenste verdeling.

Hoe gaat het met jouw beleggingsportefeuille?

Investeren, afschrijven en reserveren

Onlangs schreef ik over mijn volle buffer. Per e-mail kreeg ik hier een vraag over, omdat ik schreef dat mijn buffer alleen bestaat uit een aantal maanden leefgeld, en twee potjes voor verwachte bijzondere uitgaven. Of ik niet reserveer voor grote (vervangings)uitgaven en investeringen, en hoe ik omga met afschrijvingen?

Het antwoord is heel simpel: dat doe ik niet. In een aantal reacties zag ik dat mensen reserveren voor de vervanging van een auto. Maar wij hebben geen auto, en zijn ook echt niet van plan om er eentje te kopen (of leasen).

Al mijn andere bezittingen vind ik niet waardevol genoeg om een investering te noemen, laat staan om ervoor te reserveren. Onze hele inboedel en mijn persoonlijke bezittingen hebben voor mij dus als waarde nul Euro. Feitelijk schrijf ik ze dus al helemaal af op het moment dat ik ze koop. Op mijn jaarlijkse balans staat er ook geen enkele bezitting van mij, behalve mijn aandeel in ons huis, mijn spaargeld en mijn beleggingen.

In het verleden was dat niet zo. Vroeger was ik enorm gehecht aan mijn huis vol spullen. Terugkijkend heeft dat me zelfs best wel lang vastgehouden in mijn ‘oude leven’. Het heeft me echt wel tijd gekost om dat los te laten. Tegenwoordig denk ik soms zelfs dat ik te weinig gehecht ben. Er zijn zelfs niet veel zaken waar ik emotionele waarde aan toedicht.

Aan de ene kant is mijn werkwijze makkelijker. Ik hoef geen aparte potjes bij te houden en te ‘vullen’ om geld klaar te hebben staan voor de vervanging. En ik heb dus ook geen extra geld dat ‘niets staat te doen’ totdat ik het nodig heb voor een grote uitgave. Al besef ik terdege dat deze werkwijze vooral mogelijk gemaakt wordt door (1) mijn salaris, dat mij in staat stelt om ook iets grotere uitgaven gewoon te kunnen doen en (2) een aantal levenskeuzes: de baan bij een werkgever waar OV de norm is, en wonen in de stad waar je ook werkt.

Aan de andere kant maakt mijn werkwijze het soms wel iets moeilijker. Want ik heb wel een aantal ‘duurdere’ bezittingen: mijn smartphone, tablet, laptop, en server. Maar die zijn ook weer niet zo duur dat ik er een apart potje voor hoef aan te leggen. Ik probeer er elk jaar eentje te vervangen. In 2016 was dat de server, in 2017 mijn smartphone na bijna 4 jaar trouwe dienst. Dit jaar is mijn laptop aan de beurt (die inmiddels ook al weer 4,5 jaar meegaat). Dat is nu best wel even puzzelen, want alle vier deze apparaten heb ik in één keer vervangen toen we naar het Verre Warme Land vertrokken. Maar het lijkt te gaan lukken om de vervanging nu keurig te spreiden.

Doe jij aan afschrijvingen en reserveringen?

Huis op de balans

Ieder jaar maak ik een balans, vooral om de meerjarige ontwikkeling van mijn vermogen in de gaten te houden. Ons huis is een belangrijke component van deze balans. Ik neem het huis dan ook mee in mijn vermogen. Want het heeft waarde, die ik (zij het met enige inspanning en tijd) kan verzilveren. Tegen welke waarde is een vraag. Per 31 december 2016 was dat eenvoudig, want dat was iets meer dan een maand na de overdrachtsdatum. Daar heb ik dus gewoon de koopprijs gebruikt.

Maar ik neem het huis niet mee in de berekeningen voor mijn financiële onafhankelijkheid. Daarin neem ik alleen geld mee dat inkomen kan genereren en/of dat ik kan gebruiken als inkomen. En dat doet het huis niet. In die berekeningen telt het huis inderdaad mee als last.

Vraag is natuurlijk hoe dit huis te waarderen op mijn balans. Dat bedrag moet feitelijk zeggen: hoeveel zou het huis opleveren als ik het op de balansdatum zou verkopen? Aan de ene kant wil ik mezelf niet rijk rekenen met een enorm hoge verwachte verkoopprijs. Aan de andere kant wil ik mijzelf natuurlijk ook niet tekort doen. Ik wil een reëel beeld van mijn vermogen op de balansdatum, en dus ook een reëel beeld van de waarde van het huis.

Hoe ik dat precies ga doen weet ik nog niet. In het verleden hield ik de verkoopprijzen van vergelijkbare appartementen in de gaten maar dat is me te arbeidsintensief. En dat werkte misschien toen ik in een groot complex met 80 redelijk vergelijkbare appartementen woonde, maar dat is nu niet het geval.

Met een WOZ-waarde loop ik voor mijn gevoel weer te ver achter de feiten aan, want dat is dan weer een peildatum van een jaar geleden. Dus ik zoek nog een tussenvorm. Maar daarmee wil ik, zolang we in het huis wonen, wel jaarlijks een gevoel krijgen bij de totale baten en lasten van het wonen in dat huis.

Hoe nemen jullie de waarde van je huis mee in de berekening van je vermogen?

 

Impact op de balans

Geldnerd maakt ieder jaar een balans op. Hiermee houd ik een paar dingen in de gaten:

  • Hoe ontwikkelt mijn Eigen Vermogen zich?
  • Hoe is mijn verhouding tussen schulden en bezittingen?

De afgelopen jaren was mijn balans heel erg eenvoudig. Schulden heb ik niet. Mijn huidige balans bestaat aan de ene kant helemaal uit bezittingen, die bestaan uit beleggingen en spaargeld. Aan de andere kant is alles dus Eigen Vermogen.

Maar dat gaat nu veranderen. Want de aankoop van het huis zorgt zowel aan de kant van de Activa als aan de kant van de Passiva voor verandering.

Aan de Passiva kant komt de hypotheek op mijn balans te staan. Of liever gezegd: de helft van de hypotheek. Vriendin en ik worden allebei voor de helft eigenaar van het huis, dus neem ik de helft van de hypotheek op (ook al zijn we beide aansprakelijk voor het geheel). Aan de Activa kant komt het huis erbij te staan (ook hier dus: de helft). Eind van 2016 zal ik hiervoor de aankoopwaarde van het huis gebruiken, voor eind 2017 en verder zal ik kijken naar WOZ waarde, gegevens over de prijsontwikkeling in de woningmarkt, en de vraagprijs van vergelijkbare woningen in de buurt. Voor de balans neem ik als uitgangspunt ‘wat zou het naar verwachting opbrengen als ik het op de balansdatum zou verkopen’.

201611-balans

Mijn balanstotaal wordt dus een stuk hoger. Maar echt rijker wordt ik er in eerste instantie niet van, want mijn Eigen Vermogen neemt er niet door toe. En mijn Liquiditeit wordt zelfs slechter. Waar nu al mijn geld in vrij toegankelijke en/of vrij eenvoudig te verkopen beleggingen zit (en dus snel toegankelijk is), zit straks ruim 1/3 van mijn geld ‘in de stenen’, waar ik ze niet zomaar uit kan halen. 1/3 zit daarnaast in beleggingen, en 1/3 staat op mijn spaarrekeningen.

Afgelopen weekend heb ik een tussentijdse balans opgemaakt. Die lag qua bedragen mooi op schema. Ik heb ook flink geschoven. Er is geld van de spaarrekeningen klaargezet om dadelijk de bijdrage in eigen geld te betalen. En ik heb, op basis van mijn verwachte inkomsten en uitgaven voor het restant van november en december, ook alvast een prognose gemaakt voor de standen per 31 december. Mijn ‘obsessive compulsive disorder’ voor ordening is weer helemaal tevreden.

Hoe ziet jouw balans er uit?

De balans opmaken

Aan het eind van ieder jaar maak ik een Balans. Die term komt uit de wereld van het boekhouden: een balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment. Je kunt dit maken voor een bedrijf, maar ook voor een persoon of familie. De balans bestaat uit twee gedeelten die met elkaar in evenwicht zijn, vandaar de naam. Die twee delen zijn de activa en de passiva.

De activa worden gevormd door de bezittingen, zoals spaargeld, een huis, een auto en een inboedel, en de passiva bestaan uit het eigen vermogen en de schulden, dus de middelen waarmee de activa gefinancierd zijn.

Ook voor jezelf kun je dus gemakkelijk een balans maken. Als je dat een aantal jaren doet, kun je goed zien hoe je Eigen Vermogen zich ontwikkelt. Het Eigen Vermogen van een onderneming wordt berekend door de schulden van de activa af te trekken. Ik definieer Eigen Vermogen ook wel als ‘het geld dat ik in mijn zak heb als ik de wijde wereld intrek nadat ik alles wat ik heb verkoop en al mijn schulden afbetaal’.

Wikipedia heeft een hele heldere uitleg over de Balans, inclusief voorbeelden van hoe dit er bijvoorbeeld voor een kleuter of een gezin uit zou kunnen zien. Zeker aan te bevelen als je nog nooit met een balans te maken hebt gehad.

Mijn balans is op dit moment erg simpel:

  • Aan bezittingen heb ik mijn spaartegoeden en de waarde van mijn beleggingen.
  • Ik heb momenteel geen eigen huis.
  • Mijn inboedel, auto en andere materiële bezittingen waardeer ik op 0.
  • Schulden heb ik niet. Dus is mijn eigen vermogen gelijk aan de som van mijn spaargeld en beleggingen.

Maar ik ken ook mensen met een negatief eigen vermogen. Bijvoorbeeld door hoge schulden of een huis dat ‘onder water’ staat.

Hoe ziet jouw balans eruit? En hoe heeft jouw eigen vermogen zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

© 2021 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑