FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Rekenen aan je pensioen met de A-factor?

  • Post category:Pensioen

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de A-factor iets te maken had met het beleggingsresultaat van het ABP… Maar dat is niet zo. Zelfs na 4,5 jaar bloggen en 17 jaar mijzelf verdiepen in mijn persoonlijke financiën, valt er nog steeds van alles te leren.

Jaren geleden heb ik al eens geschreven over de A-factor. A staat voor Aangroei, en het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. In artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001 staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’. Oftewel, hoeveel pensioen heb je in dat kalenderjaar opgebouwd?

De A-factor is nodig om de fiscale jaarruimte te berekenen voor de aftrek van betaalde lijfrentepremies. Maar is het ook een recht? Geeft het mij vanaf mijn pensioendatum ook daadwerkelijk recht op een pensioen ter waarde van dat bedrag voor de rest van mijn leven? Is mijn beschikbare bruto pensioen dat ik ‘straks’ jaarlijks ontvang gelijk aan de som van die pensioenaangroei per jaar, van de som van die A-factoren? Dat heb ik nergens expliciet kunnen vinden, terwijl ik toch de pensioenwet en het pensioenreglement van het ABP doorgeplozen heb. Het lijkt er wel op, maar onder het voorbehoud dat slechte beleggingsresultaten of lange periodes met lage rentes (zoals de afgelopen jaren) er niet voor zorgen dat het pensioen gekort moet worden. Of, stel je voor dat dat ooit weer gaat gebeuren, dat goede resultaten er voor zorgen dat je pensioen weer eens geïndexeerd wordt voor inflatie.

Ik heb het nergens expliciet kunnen vinden, maar het lijkt erop dat mijn toekomstig pensioen gelijk is aan de som van mijn A-factoren minus kortingen plus indexeringen. De opgebouwde rechten zijn onvoorwaardelijke verplichtingen van het fonds aan de deelnemers, lees ik op pagina 96 van het meest recente jaarverslag van het ABP Ik ga toch nog eens uitzoeken of dat ook echt zo is. En ik erger me steeds vaker aan het totale gebrek aan transparantie in ons pensioenstelsel, aan die mist die overal overheen ligt en die voorkomt dat duidelijk wordt waar je nou eigenlijk wel of niet recht op hebt. Alleen al uitzoeken hoe het in elkaar zit kost een hele berg tijd.

Bereken je eigen A-factor

Tijdens mijn recente onderzoekje naar het pensioengevend salaris heb ik eindelijk ontdekt hoe die A-factor tot stand komt. Die is dus helemaal niet afhankelijk van welk beleggingsresultaat dan ook. Het is gewoon afhankelijk van je salaris en wat wet- en regelgeving. De formule is zelfs redelijk simpel:

A-factor = ( Pensioengevend Salaris -/- Franchise ) * Opbouwpercentage * Deeltijdpercentage

Wat het Pensioengevend Salaris is en hoe het berekend wordt, daar heb ik onlangs uitgebreid over geschreven.

Bij pensioenverzekeringen is de Franchise het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd en daarom ook geen pensioenpremie wordt betaald. Het van oorsprong Franse woord franchise (vrijdom) is via het Engels in het Nederlands terechtgekomen, en is afgeleid van franc (vrij). Het pensioen wordt gezien als een aanvulling op de AOW-uitkering (ik zie het eerder andersom). De aanname is dan dat het pensioen niet eerder ingaat dan bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Door een Franchise van het salaris af te trekken voorkom je een dubbeling, anders zou het zo zijn dat je AIOW-premie betaalt en daarnaast over hetzelfde (deel van het) salaris ook nog eens pensioenpremie. De vakterm hiervoor is ‘AOW-inbouw’.

Het Opbouwpercentage is voor deelnemers van het ABP hier te bekijken. Het is de afgelopen jaren enkele keren gewijzigd. Het huidige fiscaal maximale opbouwpercentage van 1,875% zorgt ervoor dat je in veertig jaar een ouderdomspensioen opgebouwd van ongeveer 75% van je gemiddelde pensioengevend salaris gedurende je loopbaan. Hoe dat maximum tot stand gekomen is was even graven, maar het is onderdeel van het Witteveenkader. Ik had er nog nooit van gehoord. Dat opbouwpercentage vind je dan weer in Artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. Lid 1 zegt dat een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,657 percent van het pensioengevend loon bedraagt. En lid 2 leert mij dat een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen per dienstjaar niet meer dan 1,875 percent van het pensioengevend loon bedraagt.

Het Deeltijdpercentage is van belang als je parttime werkt. Ik heb een 36-uurs contract, dat noemen we bij de overheid voltijds. Mijn deeltijdpercentage is dus 100%.

Narekenen

Kijk, met dit soort gegevens kun je aan de slag. Uiteraard is Geldnerd begonnen met het narekenen van de jaarlijkse A-factor die hij van het ABP krijgt. Ik heb die gegevens sinds 2006. Voor de meeste jaren komt er keurig hetzelfde bedrag uit, waarbij ik er de laatste jaren wel rekening mee moet houden dat mijn pensioengevend salaris boven het maximum ligt waarover pensioen opgebouwd mag worden. Maar er waren twee jaren waar ik zelf, met de formule, uitkwam op een hoger bedrag dan wat ik volgens het Uniform Pensioen Overzicht recht op had: 2013 en 2014. In mijn archief vond ik geen correspondentie van het ABP of van mijn werkgever op basis waarvan ik dat verschil kon verklaren.

Dus heb ik maar eens een keurige brief geschreven aan het ABP. Liever had ik ze gemaild, maar dat kan niet. Je mag bellen of een brief sturen. In de brief de gegevens waarover ik beschikte en de verschillende uitkomsten, met de vraag of zij mij kunnen verklaren wat de reden is van het verschil tussen mijn berekeningen en de gerapporteerde A-factor voor deze twee jaren. Ik kreeg netjes binnen twee weken antwoord. Dat kwam dan wel weer per e-mail.

Vanaf 1 januari 2014 bleken de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek gewijzigd. Daar stond een zinnetje over in mijn Uniform Pensioenoverzicht uit 2014, diep weggestopt in de bijlage. Om te voorkomen dat de factor A de fiscale ruimte voor lijfrentes in 2014 beperkt, is de berekening iets gewijzigd: de pensioenaangroei over 2013 is vermenigvuldigd met de factor 35/37. Vanaf 1 januari 2015 zijn de fiscale regels voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek nogmaals gewijzigd, ook dat was diep weggestopt in de bijlage. De pensioenaangroei over 2014 is vermenigvuldigd met de factor 37/40. Als ik die correcties toepas, dan kloppen de A-factoren voor die twee jaren. Hoe deze factoren berekend zijn? Daar zal ik wel nooit achter komen… De betreffende bekendmakingen vind je hier en hier. Wie in Nederland heeft er nou geen abonnement op de Staatscourant? Hier in Huize Geldnerd lezen we ‘m elke dag van voor naar achter en weer terug (Not!).

Voorspellen

Ja, en dit biedt toch wel mogelijkheden. Want Geldnerd is natuurlijk stilletjes van plan om eerder te stoppen met werken dan op z’n officiële pensioendatum. En bij het ABP kun je geen indicatie krijgen hoe hoog je pensioen is als je bijvoorbeeld op je 50e of 55e stopt met inleggen. En als je niet weet hoe hoog je pensioenuitkering is , dan weet je ook niet hoe hoog je vermogen moet zijn om dat onbekende pensioen aan te vullen. Het is een van de dingen waar ik tegenaan liep tijdens het ontwikkelen van mijn FIRE Calculator.

Toch heb ik het daar niet zo slecht gedaan, ik laat de A-factor in mijn rekenmodel meestijgen met hetzelfde percentage als je gemiddelde verwachte salarisstijging. En in mijn model geef je aan in welk jaar je wilt stoppen met werken. Dan stopt de pensioenopbouw. Dat geeft dus een benadering van je te verwachten bruto pensioen, behoudens indexatie, kortingen, en de ontwikkeling van de franchise.

Kijk jij ook wel eens naar jouw pensioen?

Pensioenstand 2017

  • Post category:Pensioen

Verbaasd was ik toen ik deze week mijn mailbox opende. Het Uniform Pensioen Overzicht was er al. Vorig jaar kwam dat pas in augustus.

Over 2016 meldt het ABP dat mijn A-factor uitkomt op € 1.621. In 2015 was dat € 1.523, en in 2014 € 1.428.

Het ABP meldt nu dat ik naar verwachting uit ga komen op een jaarlijks pensioen van € 61.562 bruto per jaar. Dit ervan uitgaande dat ik tot mijn pensioendatum in dienst blijf bij mijn werkgever. Vorig jaar was dat € 56.575 en in 2014 € 55.019. Ik vind dat een forse stijging. Maar mijn pogingen om mijn pensioen volledig te begrijpen zijn tot nu toe op niets uitgelopen. Dus ik weet nog steeds niet wat ik hier nu van moet denken.

Volgens de website van het ABP heb ik tot nu toe al genoeg opgebouwd om straks een pensioen van € 1.570 netto per maand te krijgen.

Hoe gaat het met jouw pensioenopbouw?

Pensioenstand

  • Post category:Pensioen

Deze week ontving ik mijn Uniform Pensioen Overzicht weer. Fijn digitaal, dus even inloggen bij het ABP en ik kon ‘m downloaden. Na alle berichten in de media eindelijk gelegenheid om te zien hoe het er voor mij een beetje voor staat.

Eerder schreef ik al over mijn pensioen. Het pensioenoverzicht beloofde toen dat ik (bij een gelijkblijvend dienstverband) uit zou komen op een jaarlijks pensioen van € 55.019 vanaf mijn 67e.

Over 2015 meldt het ABP dat mijn A-factor uitkomt op € 1.523. In 2014 was dat € 1.428.

Het ABP meldt nu dat ik naar verwachting uit ga komen op een jaarlijks pensioen van € 56.575. Dit ervan uitgaande dat ik tot mijn pensioendatum in dienst blijf bij mijn werkgever.

Wat vind ik hiervan? Dat weet ik eigenlijk nog niet. Ik heb nog steeds niet helemaal doorgrond hoe mijn pensioen nu precies in elkaar zit. Dat blijft een punt op mijn actielijstje.

Hoe gaat het met jouw pensioenopbouw?

De A-factor

  • Post category:Pensioen

Ieder jaar krijg ik keurig een Uniform Pensioen Overzicht van mijn pensioenfonds. De eerste jaren keek ik er niet eens naar, en stopte ik ze gewoon in mijn administratie-map achter het tabblad ‘Pensioen’. Maar een aantal jaren geleden is dat veranderd.

Sindsdien kijk ik vooral naar één getalletje in die set van pagina’s. De A-factor. A staat hier voor Aangroei. Het geeft aan hoeveel pensioen je in een bepaald jaar hebt opgebouwd. Het vindt z’n oorsprong in artikel 15 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Inkomstenbelasting 2001. Daar staat dat je ieder jaar door je pensioenverzekeraar geïnformeerd moet worden over de ‘aan het kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar’.

Oef. Hele mond vol. Maar wat staat daar in gewone mensentaal? Dat is het makkelijkste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld, denk ik.

Stel, je hebt over 2013 een A-factor van € 1.000. Dan betekent dat jouw jaarlijkse uitkering vanaf je pensioendatum € 1.000 zal zijn. Heb je vervolgens over 2014 een A-factor van € 1.100, dan wordt jouw jaarlijkse uitkering vanaf je pensioendatum € 2.100 (namelijk € 1.000 + € 1.100). Dit is nog exclusief de toename door indexering van eerder opgebouwde pensioenaanspraken, de aanpassing voor inflatie. Helaas weten we sinds de financiële crisis weer dat die indexering geen automatisme is.

Veel mensen kennen de A-factor alleen voor de berekening van de jaarruimte, het bedrag dat je ‘fiscaal aantrekkelijk’ mag bijsparen voor je pensioen. Maar het vertelt je dus ook vooral iets over de rechten die je al hebt opgebouwd. De som van al jouw A-factoren en al jouw indexeringen is dus het pensioen wat al ‘veiliggesteld’ is.

Ik heb ze weer eens opgezocht, die A-factoren, als onderdeel van mijn onderzoekje naar de veiligheid van mijn pensioenpot. Waarover later meer…

Hoe ‘veilig’ is jouw pensioen al?