Geldnerd.nl

Bloggen over persoonlijke financiën

Page 2 of 57

Flatex: New kid on the block?

Twee blogjes op één dag, dat komt niet vaak voor. Maar vandaag is er inspiratie…

Als je een beetje geïnteresseerd bent in beleggen, dan is het je vast niet ontgaan. Er is een nieuwe broker gestart in Nederland, Flatex. In Duitsland al een aantal jaren actief. En beleggen is er gratis, schreeuwen de billboards en tv-reclames mij toe. Nu bestaat ‘gratis’ meestal niet, dus dan word ik nieuwsgierig. Vanavond ben ik er eens even ingedoken om uit te zoeken wat het verdienmodel is van dit nieuwe bedrijf op de Nederlandse beleggersmarkt.

Even vooraf: Ik ben benaderd door een marketingbedrijf, dat namens Flatex zegt te werken. Ze vroegen of ik interesse had om tegen betaling iets over Flatex te schrijven, waarbij ik een bedragje zou krijgen voor elke klant die dat oplevert. Affiliate marketing heet dat, en sommige bloggers worden er rijk van. Ik krijg dat soort verzoeken vaker, en ik weiger ze allemaal. Dat staat ook op mijn Disclaimer pagina, maar die lezen die marketingjongens en -meisjes niet. Ze krijgen allemaal een keurige standaardmail dat ik niet schrijf tegen betaling en dat ik zo niet met mijn persoonlijke blog om ga. Ook de marketeers van Flatex hebben die mail gekregen. Ik schrijf hier dus fijn mijn eigen bevindingen en mening op. Ik weet vrij zeker dat ik niet de enige Nederlandse financiële blogger ben die is benaderd.

Op de website van Flatex vind ik niet zo heel veel informatie over het verdienmodel. Daarvoor moet je even wat dieper gaan graven. Enkele weken geleden heeft het Financieele Dagblad wel een uitgebreid artikel over Flatex geschreven. Daarin wordt ook ingegaan op het verdienmodel. Voor de mensen die niet achter de paywall van het FD kunnen komen, vat ik het even samen.

Flatex is een Duitse partij. In Duitsland geldt, in tegenstelling tot Nederland, geen provisieverbod, en dus ontvangt Flatex commissie van aanbieders van financiële producten. In Nederland hebben we dat jaren geleden al verboden, omdat het er toe leidde dat financieel adviseurs gemotiveerd werden om niet te verkopen wat het beste is voor de klant. Uiteraard zegt Flatex in het FD dat zij wel integer zijn. Dat moeten we dan maar geloven…

Daarnaast voert Flatex haar orders uit op Tradegate, een Duits handelsplatform. Qua volume is dat de tweede beurs van Duitsland. Voor elke order die Flatex daarheen stuurt, ontvangen zij een compensatie. De Britse toezichthouder FCA heeft erop gewezen dat het voor een broker aantrekkelijk kan zijn om orders naar een partij te sturen die veel commissie betaalt, maar waar de eindbelegger de rekening betaalt in de vorm van hogere ‘spreads’, bied- en laatprijzen die relatief ver uit elkaar liggen. Dat betekent dat jij waarschijnlijk niet de meest scherpe koop- of verkoopprijs krijgt als jij een order uitvoert via Flatex, maar dat zij er wel een bedragje aan verdienen via Tradegate. Als ze maar voldoende volume maken is het kassa voor Flatex…

Dus: Jij handelt gratis en gemakkelijk, maar betaalt de prijs indirect. Net zoals het gebruik van Facebook ook niet gratis is, daar betaal je met je data.

Hun handelsplatform en website zullen vast klantvriendelijk zijn en makkelijk in het gebruik, en hun aanbod is vast heel uitgebreid. Daar heb ik me niet eens echt in verdiept. Maar ik houd niet zo van dit soort verdienmodellen. Ik heb liever dat het transparant is wat ik betaal en waarom. Voor mij dus een reden om niet over te stappen naar Flatex, maar voorlopig gewoon even bij mijn eigen broker te blijven.

Overweeg jij over te stappen naar Flatex?

Update: 8 juli heeft ook de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) over Flatex geschreven

Update: 9 juli heeft Financieel Onafhankelijkheidsblog (mr. FOB) een uitgebreide test van FLATEX gepubliceerd.

De (on)zin van warmtepompen en zonnepanelen?

Nederland moet verduurzamen. Een energietransitie. Minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, en meer renewables. Nu is aardolie en steenkool natuurlijk strikt gesproken ook een ‘renewable’ (want ontstaan uit plantenresten van heeeeeel vroeger), alleen verbruiken we zoveel dat we geen tijd meer hebben om een paar miljoen jaar te wachten tot de nieuwe lading klaar is… En dan heb ik het nog niet over de vervuiling die het verstoken van het spul oplevert.

Dus zijn we met z’n allen op zoek naar andere bronnen. Windmolens, zonnepanelen, warmtepompen. Die laatste twee vooral ook individueel. Om me heen zie ik huiseigenaren druk rekenen en argumenteren. Elk dak vol met panelen en elk huis z’n eigen warmtepomp. Energieleverancier Greenchoice is onlangs zelfs een actie gestart waarbij je mensen kunt ‘verklikken’ die wel een geschikt dak hebben, maar er nog geen panelen op hebben liggen. ‘Daken kraken’ noemen ze dat. Zelf vind ik deze vorm van ‘peer pressure’ wel vrij ver gaan…

En hier gaat het volgens mij mis. Onze huidige energie-infrastructuur is collectief en gebaseerd op schaalvoordelen. We hebben niet allemaal thuis een kleine kolencentrale of kerncentrale staan, maar we hebben in Nederland een aantal grote centrales staan. Die stroom opwekken voor grote hoeveelheden woningen en bedrijven. Dat is nou eenmaal veel efficiënter dan elk huis z’n eigen centrale.

Dus waarom moet dat ineens anders als het om (meer) duurzame energie gaat? Waarom moet elk huis z’n eigen zonnepanelen, warmtepomp, en andere dingen. Hier in de stad is dat uitermate onpraktisch. De enigen die er beter van worden zijn de leveranciers en installateurs van zonnepanelen en warmtepompen.

Wij wachten dus nog even. Eerst maar eens zien wat de gemeente hier gaat doen. Vooralsnog lopen ze niet heel erg hard, lijkt het.

Tegenlicht, één van de weinige televisie-programma’s die ik nog graag volg, had op 10 februari 2019 een interessante aflevering over de (on)mogelijkheden van waterstof. Ook interessant: de eerdere aflevering die aangeeft dat onze wereld sowieso niet meer te redden is. Voer voor mijn cynische aard…

Hoe denk jij over de energietransitie?

Nieuwe speeltjes

Geldnerd is dol op gadgets, dat is vrij algemeen bekend. Al leg ik mijzelf daarbij wel grenzen op en ‘spaar’ ik er sinds begin dit jaar zelfs voor. Vroeger kocht ik (vrijwel) elk jaar de nieuwste versie. Daar ben ik mee opgehouden. Alles is begin 2014 vervangen toen we naar het Verre Warme Land vertrokken. Eind 2017 hield mijn smartphone (van het bekende fruitmerk) ermee op, die heb ik vervangen. Want zonder gaat niet. Maar mijn tablet en laptop hielden het nog steeds uit, al vond ik de laptop wel traag worden.

Niet zo gek met een laptop van ruim 5 jaar oud. Stug bleef ik doortypen. Dat mijn spreadsheets wat trager werden in hun berekeningen nam ik voor lief. Het heeft me uitgedaagd om stukken code efficiënter te programmeren. En ik dronk er, afhankelijk van het tijdstip van de dag, een extra kopje koffie of thee of een wijntje bij. En ik keek om me heen naar nieuwe ontwikkelingen en modellen. Totdat afgelopen week ineens diverse toetsen moeilijk gingen doen. Specifiek de ‘e’ en de ‘i’. Toch wel belangrijke knopjes op het toetsenbord. Nog niet helemaal kapot, maar af en toe weigerden ze dienst. Een schoonmaakbeurt van het toetsenbord hielp niet. Tegelijkertijd lanceerde mijn favoriete laptopmerk een nieuwe versie van het model waarop ik al 5 jaar naar tevredenheid werk. Dus werd er ‘klikkerdeklik’ een nieuwe laptop besteld. Het fijne aan financiële vrijheid is dat je daar niet over hoeft na te denken. Het geld is er gewoon, en de aankoop stond al voor 2019 in de planning. Eigenlijk al voor 2018, maar toen hoefde het nog niet.

Ruim vijf jaar met een laptop doen, voor mij is het een unicum. Voorheen kwam er elke twee à drie jaar een nieuwe, zonder nadenken. Voor mij toch ook wel een bewijs dat ik echt financieel bewuster aan het leven ben.

Mijn tablet, van hetzelfde bekende fruitmerk als mijn telefoon, was ook wel aan vervanging toe. Net zo oud als de laptop, gekocht net voordat ik naar het Verre Warme Land vertrok. Inmiddels out-of-support, nieuwe updates van het besturingssysteem kan ik niet meer downloaden. Hij deed het nog wel prima. Maar ook deze heb ik toch maar vervangen door het nieuwste model. De oude heb ik ingeruild, dat sust mijn geweten qua duurzaamheid een beetje, zorgt dat ik geen la vol oude elektronica krijg thuis, en leverde een mooie korting op bij de aankoop van de nieuwe. En ik had ‘m inmiddels ook vrijwel helemaal bij elkaar gespaard door het nieuwe Voorzieningenfonds, dat ik eind vorig jaar gestart ben. Het ‘mocht’ dus. Ik gebruik mijn tablet dagelijks, ook als e-reader voor boeken. Mijn tijdschriften komen er op binnen. En de meeste blogjes die hier verschijnen zijn geheel of gedeeltelijk getypt op mijn oude apparaat. Moge er nog vele volgen!

Een nieuwe laptop betekende voor mij op dit moment wel een keuze voor Office 365. Want het migreren van mijn spreadsheets naar Java gaat traag. En ik wil ze nog niet kwijt. Wel heb ik mijn abonnement met fikse korting gekocht. Dat leverde nog wel even een spannend moment op… Want zouden mijn spreadsheets het wel helemaal blijven doen in Office 365? Dat was gelukkig het geval, ik moest alleen even de import en export directories opnieuw instellen. Verder heb ik de afmetingen van de grafieken aanpast aan mijn nieuwe scherm. Nu kan ik lekker ‘pielen’ met alle nieuwe opties voor grafieken en dergelijke, ik zat immers op een stokoude versie (Office 2013).

Dus. Zomaar ineens twee nieuwe speeltjes! En nu ben ik voorlopig wel weer even klaar met geld uitgeven.

Heb jij ook nieuwe speeltjes?

Drinks on FIRE

Het is weer bijna zover. 30 juni aanstaande kun je een aantal financiële bloggers en normale mensen in het wild komen bewonderen. Ik heb het natuurlijk over Drinks on FIRE, de bijeenkomst in Utrecht. De perfecte plek en het perfecte moment om je financiële resultaten over het eerste half jaar van 2019 te bespreken met gelijkgestemden!

Ik zal er bij zijn! Kom jij ook?

Wat ben ik saai!

Lang heb ik me verbaasd over het Bureau Krediet Registratie (BKR). De club waar je financiële handel en wandel wordt geregistreerd. Zodat banken en andere instellingen kunnen zien of je een beetje goed van betalen bent. Niet zo bizar als het Amerikaanse systeem van credit scores, maar heel lang ook een enorme black box. Als gewone burger werd het je niet makkelijk gemaakt om je gegevens in te zien.

Langzaam is dat veranderd. En sinds het BKR een tijdje geleden opnieuw op de vingers getikt is door de Autoriteit Persoonsgegevens is het makkelijker geworden om je gegevens in te zien. Gewoon gratis, snel en digitaal. Zoals het hoort anno 2019.

Dus ik ben nu ook maar eens een keertje gaan kijken. Niet dat ik veel verwachtingen had. Mijn financiële leven is erg overzichtelijk. Een hypotheek, een creditcard, en de optie tot rood staan op mijn lopende rekening. Meer smaken aan (potentiële) schulden heb ik niet. En die creditcard wordt, aan het eind van elke maand, automatisch afbetaald. Die roodstand heb ik de afgelopen jaren eigenlijk niet meer gebruikt, sinds ik mijn liquiditeitsmanagement beter op orde heb. Maar je bent toch nieuwsgierig. Ik in elk geval wel. Ik wil graag weten wat zo’n mysterieus gesloten instituut van mij weet.

Dus ging ik inloggen. Dat kon gewoon met mijn bankpas en apparaatje van de Rabobank. IDIN heet dat, en het voelt veiliger dan Digi-d van de overheid. Daarna een formuliertje invullen met mijn gegevens, In dat proces werd ik er meerdere malen op gewezen dat zij het Burger Service Nummer niet mogen gebruiken. Alsof ze ergens gefrustreerd over zijn… Een half uurtje later kreeg ik een berichtje in mijn mail, dat vertelde dat mijn gegevens klaarstonden in de MijnBKR-omgeving.

Dus opnieuw inloggen, en snel kijken. Welke verschrikkelijke financiële geheimen zou ik ontdekken? Geheimen die zo geheim zijn dat ik ze zelfs niet eens weet? Welke fouten van malafide financiële instellingen zouden zich aan mij openbaren? In mijn ergste visioenen voorzag ik al jarenlange correspondentie en zelfs rechtszaken om partijen te dwingen om mijn gegevens te corrigeren…

Helaas, niets van dat alles. Of eigenlijk: Gelukkig, niets van dat alles. Het was zéér overzichtelijk. Alleen mijn optie tot roodstaan is bekend bij het BKR, als doorlopend krediet. Verder is er niets van mij geregistreerd. Eigenlijk ook wel logisch, gegeven de maandelijkse incasso van mijn creditcard en het feit dat we geen achterstanden hebben op de hypotheek (maar juist ver voorlopen op de aflossing).

Wat ben ik saai. Heerlijk!

Heb jij wel eens naar jouw gegevens gekeken bij het BKR?

Ben ik blij met het Pensioenakkoord?

Het kan je nauwelijks ontgaan zijn, er is een akkoord over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. En het zal je misschien verbazen, maar ik had in eerste instantie gewoonweg weinig zin om me daarin te verdiepen… Ook omdat we eerst maar even moeten afwachten of de dinosaurussen van de FNV het feestje niet alsnog gaan bederven. Maar afgelopen weekend heb ik wel even naar de hoofdlijnen gekeken. In elk geval het deel dat voor mij, als eenvoudige loonslaaf van middelbare leeftijd, interessant is.

De pensioenpot is eigenlijk hetzelfde als mijn persoonlijke beleggingspot. Elke maand stop ik er geld in, dat beleg ik, en ik laat ‘de markt’ en de tijd hun werk doen. Die pensioenpot doen we natuurlijk samen, ‘collectief’. Daarmee delen we het risico en het rendement, en vergroten we de kans dat we er allemaal redelijk uitkomen.

Doorsneesystematiek

Nu zorgt dat collectieve ook weer voor uitdagingen. Zo is er de ‘doorsneesystematiek’. Die term betekent dat wij voor iedere ingelegde euro aan premie onafhankelijk van leeftijd dezelfde pensioenopbouw ontvangen. Maar de inleg van jongere deelnemers kan nog veel langer renderen dan die van oudere deelnemers. Doordat voor iedereen dezelfde premie wordt betaald, krijgt een jonge deelnemer naar de toekomst geredeneerd (te) weinig pensioenopbouw voor zijn inleg. Een oudere deelnemer krijgt juist (te) veel. Anders gezegd: de jonge deelnemers subsidiëren de oudere deelnemers, er wordt solidariteit tussen de generaties verwacht. Want de jonge deelnemers worden ook oud en worden dan weer gesubsidieerd door de jonge deelnemers die na hen komen. Het omslagpunt ligt qua leeftijd ergens tussen 40 en 45 jaar.

Geldnerd zit inmiddels in de groep die subsidie ontvangt, nadat ik de afgelopen 20 jaar juist gesubsidieerd heb. Zolang de meeste deelnemers lang bij hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfstak bleven werken, was de doorsneesystematiek een prima oplossing. Maar dat is natuurlijk erg veranderd. Dus die doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Volgens minister Koolmees word ik (en alle veertigers met mij) daarvoor gecompenseerd. Hoe precies? Dat is nog niet duidelijk, het kabinet en de sociale partners ‘gaan maatregelen uitwerken om [deze groep] op een evenwichtige manier te compenseren‘. Ik ben voorzichtig achterdochtig…

Rekenrente

En ook de ‘rekenrente’ wordt vaak genoemd als ‘probleem’. Pensioenen zijn altijd iets van de lange termijn. Dat maakt het lastig. Mijn pensioenfonds moet nu al inschatten hoeveel geld zij nu in kas moeten hebben om mijn pensioen tot in de verre toekomst uit te keren. En dat ook voor elke andere deelnemer. Dit gebeurt aan de hand van de zogenoemde risicovrije rente, de ‘rekenrente’, die wordt bepaald door de overheid en De Nederlandsche Bank. Hoe lager die rente is, hoe meer geld pensioenfondsen nu in kas moeten hebben.
Er is echter niet één rekenrente, maar wel een zogenaamde ‘rentetermijnstructuur’. Het precieze percentage hangt af van de looptijd van de verplichting. Moet een pensioenfonds over tien jaar een bepaald bedrag betalen, dan wordt er een andere (hogere) rekenrente gebruikt dan bij een betalingsverplichting over vijf jaar. Deze nuance is uiteraard de afgelopen jaren volledig weggevallen in de discussie, want ‘te ingewikkeld’.
Hier is het Pensioenakkoord in mijn ogen wel creatief. Want er is afgesproken dat de pensioenuitkering flexibeler wordt, en sterker meebeweegt met goede en slechte beleggingsresultaten. Dat betekent dat de pensioenuitkering de ene keer omhooggaat en de andere keer daalt. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen indexeren en verhogen bij een dekkingsgraad van meer dan 100 procent en verlagen als die onder de 100 procent uitkomt. De extra financiële buffers die fondsen nu moeten aanhouden, zijn dan niet meer nodig. De pensioenfondsen hebben dus minder ‘last’ van de rekenrente. Maar daar staat voor ons, als deelnemers, een ‘beweeglijker’ en minder zeker pensioenresultaat tegenover.

Wat brengt het mij?

Met name die afschaffing van de doorsneesystematiek is nog even spannend. Hoe de compensatie eruit gaat zien moet ik maar afwachten. En de onzekerheid over de uiteindelijke omvang van mijn pensioen wordt groter, omdat de pensioenen sneller gaan meebewegen met de beleggingsresultaten. Hoe precies, ook dat is nog even afwachten.

Maar ik mag wel eerder met pensioen. Toen ik, bijna 4 jaar geleden, begon met dit blog was mijn verwachte pensioenleeftijd 69 jaar en 6 maanden. Dat werd eerder, nadat de levensverwachting minder bleek te stijgen dan verwacht, 69 jaar en 3 maanden. Maar als het pensioenakkoord doorgaat wordt het naar verwachting 67 jaar en 8 maanden. In totaal ben ik er dus bijna 2 jaar op vooruit gegaan. Eerst zien, dan geloven, dat dan weer wel.

Zelf blijf ik stug doorsparen. Want ik ben niet van plan door te werken tot 67 jaar en 8 maanden. Voor mij is veel belangrijker hoeveel ik heb opgebouwd op het moment dat ik stop met werken. En de indexering die daarna wel of niet plaats gaat vinden. Het zal nog wel even duren voordat we de echte effecten van het pensioenakkoord zullen zien, de invoering is voorzien voor 2022.

Wat verwacht jij van het pensioenakkoord?

Update: ook Financieel Vrijer schreef vanochtend over het Pensioenakkoord. 

En nog een (forse) belastingmeevaller…

Onlangs schreef ik over de onverwachte financiële meevaller, die ik had toen de Belastingdienst eindelijk een beslissing nam over mijn aangifte 2015. Maar daarmee was het verhaal nog niet klaar…

De definitieve aanslag 2015 ontving ik digitaal via MijnOverheid. En een weekje later, enkele dagen voordat ik het geld op mijn rekening verwachtte, lag er een welbekende blauwe envelop in de brievenbus. Ik dacht meteen dat het de papieren versie zou zijn van het document dat ik digitaal al ontvangen had. Om een of andere reden stuurt de Belastingdienst alles wat ze mij digitaal sturen ook nog eens een keertje op papier. Waarom? Dat is mij een raadsel, maar het zal vast ergens in de regeltjes staan. Of ze vinden het zielig dat hun collega’s van de verzendafdeling geen werk meer hebben…

Gedachteloos maakte ik de envelop open, en keek meteen naar het totaalbedrag onder de streep. Huh? Daar stond een veel hoger bedrag dan in de digitale aanslag. Een heel veel hoger bedrag. Zo hoog dat ik het hier niet ga vertellen.

In eerste instantie vond ik het bericht verwarrend. Ik had immers net een ander bericht gehad over 2015, met een toezegging van een leuk bedrag. En op deze brief ging het zowel over 2012 als over 2015. Daar snapte ik niet veel van. Tegelijkertijd prikkelde dat mij ook. Want Geldnerd en cijfers niet begrijpen? Geldnerd en iets van de overheid niet begrijpen? Dat is gewoon onmogelijk!

Nou kwam deze brief binnen daags voordat we op vakantie vertrokken. Ik heb ‘m dus keurig in mijn kast gelegd. Ook onder het motto ‘eerst zien, dan geloven’. Tijdens mijn vakantie maalden de ambtelijke molens wel gestaag door. Ik hield mijn bankieren-app nauwlettend in de gaten (ik doe niet aan pauzes en challenges…). Eerst werd het ene, kleinere bedrag van de definitieve aanslag 2015 op mijn bankrekening gestort. En drie dagen later het grote bedrag van de mysterieuze tweede brief. Beide bedragen werden uiteraard meteen vakkundig weggesluisd naar mijn buffer en de beleggingen. Aan het werk met dat geld! Prompt daalde de beurs, dat dan weer wel…

Na thuiskomst ben ik er toch eens even ingedoken… Ik heb beide brieven naast elkaar gelegd, en ben begonnen met die tweede brief.

Het eerste wat me opviel, was dat er ‘Beschikking’ boven stond, en niet ‘Aanslag’. Een beschikking is juridisch iets heel anders, het is een specifieke, individuele of concrete vorm van een besluit van een bestuursorgaan, een schriftelijk besluit dat niet algemeen is. Een beschikking kan worden genomen op aanvraag (van een burger), maar kan ook op eigen initiatief door een bestuursorgaan worden genomen. En dat is het hier. Een specifiek besluit op eigen initiatief van de Belastingdienst, betreffende mijn specifieke situatie.

Daarna ben ik eens goed gaan kijken naar de toelichting. Hierin wordt verwezen naar artikel 3.152 van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. Het betreffende artikel 3.152 gaat over formalisering van achterwaartse verliesverrekening. Artikel 3.152 lid 1 zegt dat verrekening van verlies uit werk en woning met het inkomen uit werk en woning van een voorafgaand kalenderjaar plaatsvindt door vermindering van de aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. Lid 2 zegt vervolgens dat de inspecteur de beschikking gelijktijdig geeft met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan.

Een poging tot gewone mensentaal. In 2015 heb ik voor de Nederlandse Belastingdienst een negatief inkomen gehad. Dat klopt, de aanslag 2015 laat een negatief verzamelinkomen zien. Het verzamelinkomen wordt gedefinieerd in artikel 2.18 van de Wet, het is het gezamenlijke bedrag van (a) het inkomen uit werk en woning, (b) het inkomen uit aanmerkelijk belang en (c) het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met daarin begrepen te conserveren inkomen. Zeg maar je totale inkomen voor de Belastingdienst. En mijn inkomen uit werk en woning was in 2015 negatief.

Als dat verzamelinkomen negatief is, dan gaat de Belastingdienst dat verrekenen met het verzamelinkomen van eerdere jaren. Zij gaan tot 7 jaar terug, vandaar dat het logisch is dat ze in 2012 uitkomen (want 2019 – 7). Nu was dat fiscaal al een interessant jaar, vanwege de afrekening van mijn echtscheiding en de verkoop van ons gezamenlijke huis aan Ex. Ongeveer 70% van het negatieve verzamelinkomen van 2015 krijg ik dus, op basis van dat artikel 3.152, alsnog terug over het fiscale jaar 2012. Mooi meegenomen, want ik had hier geen rekening mee gehouden. Het is een eenmalig iets, dat wel. In 2014 en 2016, de andere jaren in het Verre Warme Land, had ik gedeeltelijk inkomen daar en gedeeltelijk in Nederland. Ik heb de voorlopige aanslagen er even bij gepakt, en in beide jaren heb ik een positief verzamelinkomen.

Op deze manier wordt het tweede kwartaal wel heel leuk qua inkomsten, want bij het salaris van mei zat ook mijn vakantiegeld. Ik houd mezelf goed voor dat de belastingteruggaves eenmalige meevallers zijn. Tot nu toe lukt het me goed om niet enorm te gaan uitgeven, in elk geval geen ongeplande uitgaven. Goed voor het spaarpercentage dus.

Heb jij ook wel eens onverwachte meevallers?

Geldnerd in mijn eigen bubbel (of niet)

Mijn wereld is een bubbel. Op allerlei manieren. Ik ben wit, van middelbare leeftijd, en hoog opgeleid. Geen kinderen. Geen auto. Allemaal factoren die een sterke invloed hebben op hoe je naar de wereld kijkt en zelf bekeken wordt. Ik lees The Economist, dat schijnt ook alleen in bepaalde kringen te gebeuren. We wonen in een grote stad waar we ook werken. We hebben een hondje. Allemaal factoren die mij in een hokje plaatsen, van waaruit ik naar de wereld kijk. De randen van dat hokje vormen het ‘kozijn’ van mijn raam op de wereld. Mijn ‘bubbel’.

Ook financieel leef ik in een bubbel. Een heel bevoorrechte bubbel. Echte schulden heb ik nooit gehad, behalve mijn hypotheek en een keertje een persoonlijke lening voor een auto. Mijn eerste baan na mijn studie betaalde al behoorlijk goed, en mijn inkomen is blijven groeien. Die studie ben ik uitgekomen zonder een cent aan studieschuld. Ik ben al lang genoeg bezig met financieel bewust leven om zelfs zonder problemen een echtscheiding door te komen, voor veel mensen toch een bron van financiële ellende. Zelfs een woekerhypotheek kon mij niet deren.

Dus ook mijn financiële schrijfsels hier op deze website komen vanuit een zeer bevoorrechte positie. Ik heb nooit grote schulden weg hoeven werken, nooit ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te kunnen komen, nooit aan kinderen dingen moeten ontzeggen omdat ik er het geld niet voor heb. Dat zijn dus ook allemaal dingen waar ik wel over kan schrijven, maar dat zouden dan afstandelijke schrijfsels worden. Ik heb het zelf nooit gevoeld, nooit doorleefd, en ik weet dus ook niet echt (of beter: echt niet) hoe het is. Dus op dat terrein kan ik je niet helpen, sorry. En dan schrijf ik er liever niet over. Want mijn blog is toch vooral een verslag van mijn persoonlijke reis. Alhoewel je bij mij natuurlijk wel veel kunt lezen (leren?) over bewust met je geld omgaan, over hoe je dat bijhoudt en inricht, en het meten van jouw voortgang. Of je nu begint op nul of op minus 1 miljoen, het gaat erom om de weg omhoog te vinden. Op de manier die het beste bij jou en jouw situatie past.

Afgelopen weekend werd ik erg geraakt door een blog die ik las bij The 76K Project. Dat is een Amerikaanse familie, die bezig is om US$ 76.000 aan studieleningen en creditcardschuld af te betalen. Hij wordt erg geraakt door alle commentaren die hij leest, en de competitie die er van gemaakt wordt. Dat zette mij ook weer aan het denken. De reis naar financiële onafhankelijkheid is geen wedstrijdje om het hoogste spaarpercentage, het meeste vermogen, of de snelste pensionering met behoud van levensstijl. Maar het gaat er wel om mensen te inspireren, en te laten zien wat je kunt doen om je eigen situatie te verbeteren, met respect voor andermans keuzes en situatie. Ik vermijd Twitter (waar 76K veel naar verwijst) overigens zoveel mogelijk, al worden mijn blogjes er wel geplaatst (maar dat gebeurt helemaal geautomatiseerd). Het voelt daar steeds meer als een bubbel die het slechtste in mensen losmaakt. Daar word ik niet vrolijk van, dus dan besteed ik mijn tijd liever aan dingen waar ik wel vrolijk van word. Ook één van de redenen waarom Geldnerd niet meer op Facebook te vinden is.

Een tijdje geleden schreef Early Retirement Extreme (ERE) een blog over zijn grootste fout als blogger, het niet (tijdig) veranderen van zijn blognaam. Naar iets wat beter past bij datgene waar hij over schrijft, zonder mensen af te schrikken. Blijkbaar schrikken mensen nog erger van het woordje ‘retirement’ dan van het woordje ‘extreme’. We houden ook erg van ‘extreem’ tegenwoordig. Extreme Sports, extreem weer, extreem dekkende verf (ja, die bestaat), extremisme…. Ook ik heb wel eens getwijfeld over mijn naam. Toen ik hier begon met schrijven dacht ik het (nog) meer over mijn spreadsheets en tools te hebben. Daar schrijf ik veel over, al zijn dat tegenwoordig mijn slechtst gelezen berichten. Mijn spreadsheets zijn al wel bijna tienduizend keer gedownload. Ik hoop dat mensen er iets aan hebben. Mij helpen ze nog elke week in het bijhouden van mijn financiën. Maar tegenwoordig is mijn blog steeds meer een persoonlijk verslag van mijn reis naar financiële onafhankelijkheid. Niet eens met het doel om meteen met pensioen te gaan, maar vooral met als doel om keuzevrijheid te hebben. Niet te ‘moeten’ vanwege die auto (hebben we niet), dat huis, of al die andere dingen die gekocht en (af)betaald moeten worden. Past een andere naam daar beter bij? Misschien wel. Maar ik bén Geldnerd. Al bijna 4 jaar. Dus dat laten we maar zo. En ik leef in mijn eigen bubbels. Maar kijk er ook graag af en toe buiten…

Zo hebben we allemaal onze eigen bubbel(s). Dat geeft ook niet, zolang je jezelf er maar bewust van bent. Het is ook niet iets nieuws, al doen de media soms alsof dat wel zo is. ‘Vroeger’ waren er ook bubbels, alleen werden dat toen ‘zuilen‘ genoemd.

Heb jij wel eens een identiteitscrisis?

Statistiekenverwarring

Afgelopen jaar buitelden de politici over elkaar heen om ons verbeterde koopkracht te beloven. Dit bleek later nog wel ietwat tegen te vallen, in elk geval in mijn persoonlijke situatie. Maar sinds die tijd lijkt het wel alsof ik steeds meer publicaties zie over wat en hoe ‘de Nederlanders’ hun geld moeten besteden. Dat zal vast komen omdat ik er beter op let, maar toch… Het valt wel op.

Medio maart kwam het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) met het nieuws dat huishoudens gemiddeld meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan vaste lasten. De afgelopen tien jaar was dat niet eerder zo’n groot deel, zegt het NIBUD. Het bericht werd breed overgenomen in ‘de media‘.

Begin april meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de woonlasten ten opzichte van het inkomen niet verder gestegen waren. Zij kijken dan naar de woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen. Voor huiseigenaren (de groep waar Geldnerd bij hoort) is de woonquote 29%. In een spreadsheet van het CBS vond ik terug dat zij de woonquote berekenen met de netto woonuitgaven: bij huurders betreft dit het huurbedrag verminderd met de eventuele huurtoeslag. Bij eigenaren betreft dit de hypotheeklasten, maar ook de onroerende zaak belasting (OZB) , opstalverzekering, onderhoudskosten en indien van toepassing de erfpacht.

Medio april schreef het Financieele Dagblad dat Nederlandse consumenten tegenwoordig meer geld uitgeven in vergelijking met 2008. Toch zijn we er niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun uitgegeven euro’s, concludeert het economisch bureau van ING op basis van onderzoek. Nederlandse consumenten geven tegenwoordig meer geld uit in vergelijking met 2008 (tsja, inflatie…), maar zijn er toch niet op vooruit gegaan. Door prijsstijgingen krijgen huishoudens minder spullen en diensten voor hun euro’s. Dat was dan weer een conclusie van het economisch bureau van de ING. Je weet wel, die integere bank. Ik krijg altijd een beetje jeuk van dit soort berichten. Maar dat ligt aan mij. Ik krijg die jeuk ook als het in de Tweede Kamer over ‘de hardwerkende Nederlander’ gaat. Een term die politici alleen maar gebruiken om ons het gevoel te geven dat ze ons serieus nemen, maar die ze meteen weer vergeten als er onderhandeld moet worden over een nieuw regeerakkoord of iets dergelijks.

Eind april meldde het CBS vervolgens dat een steeds groter deel van de uitgaven van Nederlanders gaat naar primaire levensbehoeften. Dit is inmiddels ruim 32 procent. Bij eerste levensbehoeften verwijst het CBS naar zaken als huisvesting en voeding. Hoe ik dat dan weer moet rijmen met die woonquote van 29% weet ik nog niet helemaal.

De Raad van State waarschuwde onlangs dat huishoudens het deel van hun inkomen dat ze, in de vorm van diverse belastingen, afdragen aan de overheid de afgelopen jaren al behoorlijk hebben zien stijgen. Van elke euro die we verdienen, dragen we momenteel 39,6 cent af. Elk jaar wordt dat iets hoger. Volgens de Raad van State betalen we relatief veel belasting, en daardoor krijgen we minder te besteden.

Allemaal appels en peren die vergeleken worden. Verschillende posten die vergeleken worden, verschillende definities. Moeilijk dus om een vergelijking te maken en algemene conclusies te trekken. Maar wel leuk om mijn eigen situatie (n=1) weer eens te vergelijken met de statistiekjes.

Ik heb in elk geval even gekeken naar die woonquote van 29%, om precies te zijn naar twee varianten. Eentje met alleen onze reguliere aflossing, en eentje inclusief de extra aflossing die wij momenteel maandelijks doen. Mijn verwachting was dat onze woonquote lager zou zijn dan het gemiddelde. We hebben immers niet ‘maximaal’ gekocht, veel minder geleend dan op basis van onze inkomens zou kunnen. In 2018 was onze woonquote, exclusief de vrijwillige extra aflossingen op de hypotheek, volgens de definitie van het CBS 18,1%. Inclusief de extra aflossingen kwamen we uit op 25,8%, nog steeds ruim onder het gemiddelde van 29%. Ik heb ook nog even gekeken naar de situatie in 2008, heel lang geleden, mijn vorige leven. Destijds was mijn woonquote 20,1%. Iets hoger dan nu, maar nog steeds ruim beneden het gemiddelde.

Wordt jij nog wijs uit die wirwar van statistiekjes?

Duizendjes per week…

Als je al jaren bezig bent met financieel bewust leven en de weg naar financiële onafhankelijkheid, dan wordt het soms een beetje ‘gewoon’. Als je systeem staat, dan is het gewoon een kwestie van herhalen. Elke maand, zodra het salaris binnenkomt, eerst overboeken naar beleggingen en hypotheek. Op je uitgaven letten. Af en toe een beetje sleutelen aan de portefeuille. En vooral doorgaan.

Van nature is Geldnerd wel een beetje een piekeraar. Ik blijf erover nadenken. Ik blijf analyseren. Nieuwe grafieken en manieren verzinnen om naar mijn eigen situatie en ontwikkeling te kijken. De aard van het beestje. En af en toe word je dan toch verrast. Soms door een gedachte. Maar vaker door een gevoel.

En zo’n gevoel bekroop me laatst. De beurs had een slechte week. Iets met Trump en Twitter en zo. Niks belangrijks voor de langere termijn en het grotere geheel, maar op dat moment was het een ‘dingetje’, zullen we maar zeggen. De beurs ging met procenten naar beneden.

Nu zijn procenten vaak niet zo interessant, absolute getallen zeggen mij meer. En ook in absolute getallen kun je groei zien.

Toen ik net begon met beleggen, had ik op een gegeven moment een portefeuille van een paar duizend gulden. Je weet wel, die munteenheid die we hadden voordat de euro ingevoerd werd. Als de beurs dan eens een procent verloor op een dag, dan was je een paar tientjes kwijt. Vond ik best wat, op die paar duizend gulden. Echt kwijt was je het natuurlijk niet, dat ben je het pas als je de fondsen verkoopt. Maar op een of andere manier voelt het toch als ‘kwijt’. Gisteren was het op papier 2.000 gulden waard, vandaag 1.975 gulden. 25 gulden ‘kwijt’.

Als je portefeuille groeit, dan groeien ook de bedragen. Op een gegeven moment wordt 1 procent gelijk aan € 100, misschien wel € 1.000. En op een gegeven moment duizenden. Dat voelt toch gek. Halve maandsalarissen. Maandsalarissen. Per dag of per week. Die je beleggingen naar boven en naar beneden gaan. Veel mensen kijken om die reden niet, of niet vaak, naar hun portefeuille. Ik kijk juist wel regelmatig. Om alvast te wennen. Zowel naar boven als naar beneden. Gelukkig heb ik er nog nooit wakker van gelegen.

Word jij wel eens nerveus van de fluctuaties van je beleggingen?

« Older posts Newer posts »

© 2019 Geldnerd.nl

Theme by Anders NorenUp ↑