Het rekenmodel van de FIRE Calculator

De FIRE Calculator is zeker mijn bekendste spreadsheet. Versie 4.1. is vorige week gepubliceerd. En daarbij kondigde ik al een extra blogpost aan. Waarin ik gedetailleerd inga op het Rekenmodel achter de FIRE Calculator. Welke aannames gebruik ik? Hoe voer ik de berekeningen uit? Op die manier kan iedereen zich een beeld vormen van de waarde van de berekeningen. Bij deze! Met ook een uitgebreide handleiding. Het is met ruim 4.400 woorden de langste blogpost die ik ooit geschreven heb.

Uitgangspunten

Zoals ik al diverse malen geschreven heb is het Nederlandse pensioensysteem het uitgangspunt van de FIRE Calculator. Vrijwel iedereen ontvangt op enig moment AOW. De meeste mensen, in elk geval de loonslaven, bouwen daarnaast pensioen op in een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. En vult je pensioentje aan indien nodig.

De FIRE Calculator deelt jouw leven eigenlijk op in drie fasen. De eerste fase is het normale, werkende bestaan. Je hebt een inkomen uit werk, je hebt uitgaven, en je spaart een deel. Daarmee haal je een bepaald rendement en bouw je vermogen op. De derde fase is de pensioenfase. Je krijgt AOW, je krijgt mogelijk een pensioen uit de tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Misschien ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler? En er kan natuurlijk ook nabestaandenpensioen binnenkomen.

Tussen het werkende bestaan en de pensioenfase zit het geheim van eerder stoppen met werken in Nederland. De fase waarin je jouw opgebouwde vermogen gebruikt om van te leven.

En dat alles kun je aanvullen met neveninkomsten (‘hosselen’). Ook kun je eenmalige meevallers en tegenvallers (bijvoorbeeld een verwachte erfenis of de aankoop van een toekomstige woning) meenemen in het model. En dat alles voor jezelf en een partner, waarbij je van geval tot geval kunt bekijken welke situatie je doorrekent. En het model probeert ook rekening te houden met de effecten van inflatie, salarisstijgingen en de indexering van pensioenen.

Onderstaande eenvoudige schematische weergave van deze drie financiële levensfasen, die ik voor het eerst gebruikte in deze blogpost uit september 2017, was uiteindelijk de basis voor het Rekenmodel en voor de grafiek die de FIRE Calculator oplevert.

Kristallen bol

Iedere persoon en zijn/haar financiële situatie is uniek. Er zijn dus miljoenen mogelijke persoonlijke financiële situaties, die je nooit allemaal kunt afvangen met één simpel Excel-modelletje. En we kijken naar de toekomst. Waarvan niemand zeker weet hoe die er uit gaat zien. Jouw eigen inkomen, de inflatie, het rendement op je beleggingen, de ontwikkeling van je pensioen, jouw relatie, het zijn allemaal onzekere factoren. We werken dus met aannames. Die kunnen uitkomen, maar we kunnen er ook grandioos naast zitten.

Elke aanname die je doet heeft invloed op de uitkomsten. Het is dus belangrijk om te begrijpen welke aannames er in het model zitten, en waarom we die zo doen. Door te ‘spelen’ met de aannames krijg je een idee van de effecten van verschillende ontwikkelingen. Wat gebeurt er als je een grote erfenis krijgt? Wat als we een tijdje een hele hoge inflatie hebben? Wat is het effect als je pensioen verlaagd wordt? Het zijn allemaal dingen die je kunt uitproberen in het Rekenmodel. Er is echter één ding dat je zeker niet moet doen. En dat is: de uitkomsten behandelen als exacte wetenschap. Want dat is het niet. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid.

Hoe werkt het?

De spreadsheet is heel eenvoudig. Op het werkblad Dashboard vul je jouw gegevens en aannames in. Daarna klik je op de knop ‘FIRE Calculator’, en het systeem voert de berekeningen uit. Je krijgt een melding als die berekening klaar is. Dan is er ook een grafiek verschenen op het werkblad Grafiek. Op het werkblad Data staan dan de uitkomsten van de berekeningen, per jaar. De kolomtitels spreken grotendeels voor zichzelf, hoop ik. De werkbladen Grafiek en Data worden altijd volledig gewist en opnieuw opgebouwd als je op de knop ‘Fire Calculator’ drukt.

Werkblad Dashboard

Het Dashboard begint met twee algemene variabelen: vanaf welk jaar wil je de berekeningen laten beginnen? Meestal zal dat het huidige jaar zijn. En wat verwacht je als gemiddelde inflatie voor de rekenperiode. Zelf werk ik meestal met 2,2%, dat is ongeveer de gemiddelde inflatie over de afgelopen decennia.

Daarna kun je een aantal variabelen invullen voor een ‘Persoon 1’ en ‘Persoon 2’. Door het vinkje boven de persoon aan te zetten zorg je dat die persoon wordt meegenomen in de berekeningen. Zet je het vinkje uit, dan blijft de persoon buiten beeld. Per persoon kun je dezelfde set variabelen meenemen.

Allereerst wat Persoonlijke variabelen:

  1. Je wordt gevraagd om een Gemiddeld Rendement op te geven. Dit is het percentage rendement dat je jaarlijks verwacht te maken op jouw vermogen. Het helpt als je dit voor de afgelopen jaren in beeld hebt. Het wordt voor de meeste mensen natuurlijk beïnvloed door de spaarrente, het rendement op de aandelenmarkten en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Je kunt dit per persoon opgeven. In Huize Geldnerd is het bijvoorbeeld zo dat Vriendin iets meer spaargeld aanhoudt en minder belegt dan Geldnerd zelf. Op de langere termijn heb ik dus een iets hoger verwacht gemiddeld rendement dan Vriendin. Ik reken zelf met mijn gemiddelde rendement NA vermogensrendementsheffing.
  2. Ook word je gevraagd om je Geboortedatum. Die wordt onder andere gebruikt om samen met je Levensverwachting (in jaren) te berekenen voor welke periode het Rekenmodel moet werken, en of één van de twee partners eventueel recht gaat hebben op Nabestaandenpensioen (zie ook verderop onder de pensioenfase). Zelf reken ik meestal met een levensverwachting van 90 jaar voor zowel Vriendin als mijzelf, maar het is een interessante (en confronterende) exercitie om daar eens wat hogere en lagere getalletjes in te vullen. Niet onverwacht: als je eerder doodgaat heb je minder vermogen nodig om financieel onafhankelijk te zijn, maar je kunt er korter van genieten.
  3. Tenslotte word je gevraagd om je Vermogen (in Euro) op het moment dat de berekeningen starten. Ik reken daarbij met mijn hele vermogen, dus inclusief mijn aandeel in onze eigen woning. Ik weet dat er ook mensen zijn die alleen rekenen met hun vrij beschikbare vermogen. Dat is een persoonlijke keuze. Voor beide is iets te zeggen.

Daarna komt de input voor de Opbouwfase, de fase waarin je ‘gewoon’ werkt en (hopelijk) vermogen opbouwt. Ten eerste wordt hier gevraagd om een Netto Jaarinkomen in Euro. Ook wordt er gevraagd om een verwachte Inkomensstijging in percentage per jaar. Als je na berekening op het werkblad Data kijkt, dan zal je zien dat jouw inkomen na het eerste jaar telkens verhoogd wordt met dit percentage. Als rijksambtenaar ben ik erg voorzichtig hiermee, ik reken met een percentage van de helft van de inflatie. Mijn werkgever is niet zo scheutig, en in de praktijk valt het met de optelsom van pensioenpremies en belastingmaatregelen nog wel eens tegen. Probeer zo compleet mogelijk te zijn met jouw Netto Inkomen, reken dus ook vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkeringen en bonus mee.

Hier geef je ook een gemiddeld jaarlijks Spaarpercentage op, in procenten per jaar. Het Rekenmodel gebruikt dit om te bepalen welk deel van jouw salaris je uitgeeft, en welk deel je spaart en dus toevoegt aan je vermogen.

Daarna volgt een setje variabelen voor de FIRE-fase. Allereerst wordt gevraagd om het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Dat is het jaar waarin het Rekenmodel stopt met kijken naar jouw inkomen en spaarpercentage. Het uitgangspunt wordt nu de hoeveelheid Eurootjes die je aangeeft bij Benodigd per jaar. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatie. Het Rekenmodel kijkt naar de inkomsten die hier tegenover staan (hierover zometeen meer) en het tekort wordt aangevuld vanuit je vermogen.

Een van de inkomsten tijdens en na het werkzame leven zijn de Neveninkomsten. Hosselen, kleine baantjes (als Barista?), een webshop, dat soort dingen, Je kunt hier aangeven hoeveel je hier per jaar mee verwacht te verdienen, in welk jaar dat start (Startjaar) en in welk jaar je hiermee verwacht te stoppen (Eindjaar). Maar je kunt het ook leeg laten.

De andere inkomsten na het werkzame leven zijn (uiteraard en hopelijk) de verschillende pensioenpijlers:

  • Ten eerste is daar natuurlijk de AOW. Het Rekenmodel vraagt om een verwacht bedrag aan Netto AOW per jaar in Euro, en om de huidige verwachte AOW-datum. Van beide kun je voor jouw persoonlijke situatie een idee krijgen op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
  • Daarnaast bouwen veel mensen via hun werkgever (verplicht) pensioen op bij een pensioenfonds. In mijn geval is dat de Algemene Bodemloze Put (ABP). Ook hier vraagt het Rekenmodel om een verwacht Netto pensioen per jaar in Euro zoals je dat tot op dit moment hebt opgebouwd, en een verwachte datum waarop dat voor het eerst uitbetaald gaat worden.
  • Ook vraagt het model om jouw (meest recente) A-factor. Dat bedrag vind je (net als de voorgaande twee getalletjes) in het meest recente Uniform Pensioenoverzicht (UPO), het pensioen-jaaroverzicht dat een pensioenfonds jou jaarlijks verplicht moet toesturen en dat de meeste mensen ongelezen in een mapje ‘pensioenen’ schijnen te stoppen, of zelfs weggooien. Die A-factor is de jaarlijkse groei van jouw pensioen, en wordt in het Rekenmodel gebruikt om een inschatting te maken hoeveel pensioen je nog op zult bouwen totdat je stopt met werken. En dan komt er ook weer een gevaarlijke aanname. Je wordt geacht een inschatting te maken van de Verwachte Jaarlijkse Indexering (in procenten) van jouw pensioen. Voor mij als ABP-deelnemer is het al weer heel lang geleden dat mijn pensioen geïndexeerd is. Ik zou dus eigenlijk als ik heel eerlijk ben met nul moeten rekenen. Maar ik ben een optimistisch mens en reken met 0,5% per jaar. Of het dat gaat worden? We zullen zien. Maar ook dit is een factor waarmee je jezelf gemakkelijk rijk kunt rekenen. Dus beter voorzichtig dan te optimistisch.
  • Ook een zelf opgebouwd aanvullend pensioen uit de derde pijler kun je opnemen in het model. Ook hier weer de de vraag naar een verwachte Netto uitkering per jaar in Euro. En je moet er een Startjaar van de uitkering en een Looptijd in jaren voor opgeven.
  • En tenslotte het Nabestaandenpensioen, waarbij je ook weer een Verwachte jaarlijkse uitkering in Euro’s opgeeft. Die wordt sinds versie 4.1. op twee mogelijke manieren benut, daarover verderop meer. Hier kun je (optioneel) een Startjaar opgeven, en (ook optioneel) een Verwachte Jaarlijkse Indexering van de uitkering.

Net als de Neveninkomsten zijn de Pensioeninkomsten optioneel. Vul je niks in, dan worden ze niet meegerekend. Niet iedereen heeft immers een neveninkomsten of een pensioen in de tweede of derde pijler, of recht op nabestaandenpensioen.

Sinds versie 2 kun je ook een aantal verwachte meevallers (eenmalige inkomsten) of tegenvallers (eenmalige uitgaven) meenemen in het Rekenmodel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een verwachte erfenis (die zijn niet altijd te plannen, dat weet ik…), de verwachte opbrengsten van de verkoop van een woning, of eigen geld dat je inbrengt bij de aankoop van een toekomstige woning.

Voor deze mee- en tegenvallers geef je in het tabelletje op het Dashboard in elk geval een Jaartal en een Bedrag (positief voor inkomsten, negatief voor uitgaven) op. Je kunt ook een Omschrijving opgeven, maar dat is alleen zodat je zelf nog weet wat de bedoeling was. Met die omschrijving wordt niets gedaan in het Rekenmodel.

Op dit moment kan het Rekenmodel maximaal 10 Mee- en Tegenvallers aan. Dat heb ik zo geprogrammeerd in de software. Je kunt het eenvoudig zelf aanpassen. In de macrocode staat een variabele ‘MaxWindfalls’ die momenteel de waarde 10 heeft. Maar daar kun je ook 20 of 100 of 1.000 van maken als je dat wilt.

Werkblad Data

In het werkblad Data staat iedere regel voor een jaar, de jaren zie je links. Vervolgens zie je per inkomens- en uitgavenstroom per persoon de situatie doorgerekend in de kolommen. Boven elke kolom staat een titel zodat je kunt zien wat er in de betreffende kolom te vinden is. Aan de rechterkant van het werkblad Data zijn twee kolommen voor het gezamenlijk vermogen en het bedrag dat daar gezamenlijk jaarlijks uit opgegeten wordt (of aan toegevoegd wordt). Dit zijn noodzakelijke hulpkolommen voor het maken van de grafiek.

Als je de optie ‘Automatisch Berekenen’ aan hebt staan (ga in Excel naar het Formules lint en kies daar voor Berekeningsopties), dan worden handmatige aanpassingen die je doet op het werkblad Data automatisch verwerkt en zichtbaar in de grafiek. Je kunt alleen zwartgekleurde kolommen aanpassen. De roodgekleurde kolommen bevatten formules, als je die handmatig aanpast verstoor je het Rekenmodel. Dan kun je natuurlijk gewoon weer op de knop ‘FIRE Calculator’ drukken en wordt de hele pagina opnieuw opgebouwd. Maar je eigen aanpassingen ben je dan kwijt.

De spreadsheet heeft geen ‘geheugen’, er is geen optie om een favoriet scenario te bewaren of zo. Dat zou ook een beetje ingewikkeld zijn in Excel. Wel kun je natuurlijk de naam van het werkblad Data veranderen zodat die niet gewist wordt, of de hele spreadsheet onder verschillende namen opslaan.

Het Rekenmodel

Wat gebeurt er als je op die knop ‘Fire Calculator’ op het Dashboard drukt? Er start dan een behoorlijk omvangrijke macro die als eerste een aantal controles uitvoert. Je krijgt een foutmelding als je een parameter niet hebt ingevuld die wel essentieel is voor de werking van het Rekenmodel. Het weglaten van het startjaar, de inflatie, of de geboortedatum of het verwachte rendement, of het startvermogen per aangevinkte persoon bijvoorbeeld. Ook de levensverwachting, het netto inkomen, de verwachte loonstijging, het spaarpercentage, het jaar dat je wilt stoppen met werken en het bedrag dat je daarna jaarlijks verwacht uit te geven zijn essentiële parameters.

Ook zijn er wat kruiscontroles voor de neveninkomsten. Als je neveninkomsten invult, dan moet je daar ook een startjaar en eindjaar opgeven. En bij een aanvullend pensioen (pijler 3) moet je naast een verwachte uitkering ook een startjaar en een looptijd opgeven.

Vervolgens worden, op basis van de instellingen op het werkblad Dashboard, een hele serie berekeningen uitgevoerd. Dat gebeurt per persoon, en daarna per kolom. Maar eerst worden de kolomtitels geplaatst en de reeks jaren (kolom A) opgebouwd. Per persoon wordt dan als eerste de kolom met leeftijd per jaar gevuld.

Daarna begint het Rekenmodel van links naar rechts, en per kolom van boven naar beneden, de kolommen te vullen voor de aangevinkte personen.

Ten eerste de kolom met het verwachte netto inkomen per jaar. Voor jaar 1 is dat het inkomen dat je op het Dashboard hebt aangegeven. Voor jaar 2 is dat het inkomen van jaar 1 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). Voor jaar 3 is het vervolgens het inkomen van jaar 2 vermenigvuldigd met ( 1 + Verwachte jaarlijkse loonstijging). En zo voorts. Dit duurt tot aan het jaar waarin je wilt stoppen met werken. Als je op het Dashboard opgeeft dat je in 2030 wilt stoppen, dan wordt de kolom Inkomen gevuld tot en met 2029.

Voor alle jaren waarin er een inkomen is, worden vervolgens de kolommen Uitgaven en Sparen gevuld. De kolom Sparen voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal Spaarpercentage te nemen. De kolom Uitgaven voor jaar T wordt berekend door Inkomen (jaar T) maal ( 1 -Spaarpercentage ) te nemen. Hier zit een opletpuntje in het model. Uitgaven stijgen vaak mee met de inflatie (of levensstijlinflatie). Dat wordt dus niet meegenomen in het model. Je uitgaven stijgen in het Rekenmodel mee met het inkomen, niet met de inflatie.

De volgende kolom die gevuld wordt zijn de Mee- en Tegenvallers. Die worden meegerekend bij Persoon 1 als die geselecteerd is. Als alleen Persoon 2 ‘aan’ staat dan worden ze meegerekend bij Persoon 2. Het Rekenmodel loopt door de tabel op het Dashboard heen en plaatst de bedragen in de juiste jaren.

Daarna gaan we naar de Neveninkomsten. Van het Beginjaar tot en met het Eindjaar worden de neveninkomsten opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) neveninkomsten verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

Na deze relatief eenvoudige kolommen wordt het iets ingewikkelder. Want we gaan naar de pensioeninkomsten toe.

Als eerste de AOW-uitkering, pijler 1 van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze wordt ingevuld vanaf het jaar dat je er recht op hebt. Als jij als AOW-datum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt de AOW ingevuld voor het hele jaar 2045. Ik weet dat dit een onnauwkeurigheid is in het Rekenmodel, maar het is een relatief klein effect vergeleken met de effecten van een te hoge of te lage inflatie of verwachte salarisverhoging.

De AOW wordt in het Rekenmodel jaarlijks geïndexeerd met de opgegeven verwachte inflatie. Als jij dus als AOW-datum 2045 hebt opgegeven, dan wordt er ten opzichte van 2021 nog ( 2045 – 2021 + 1 = ) 25 keer geïndexeerd. In 2045 zie je dus de Netto AOW per jaar maal ( 1 + Inflatie ) tot de macht 25. In 2046 komt daar weer een inflatie bovenop, enzovoorts. Ook hier dus een aanname, namelijk dat we in Nederland de inflatie blijven indexeren.

Voor het opgebouwde pensioen in pijler 2 is het nog iets ingewikkelder. Het vertrekpunt is het tot nu toe reeds opgebouwd Netto Pensioen per jaar dat is opgegeven. Allereerst wordt er gekeken hoeveel jaar je nog werkt vanaf de start van het Rekenmodel. Dat zijn Pensioenjaren die je nog opbouwt.

Het Rekenmodel kijkt vervolgens naar het eerste jaar waarop het pensioen uitbetaald gaat worden. Ook hier weer: als jij als pensioendatum 1 november 2045 opgeeft, dan wordt het pensioen ingevuld voor het hele jaar 2045. In de formule zit verder nog een bruto/netto berekening. Er wordt op dit moment van uitgegaan dat 70% van jouw A-factor uiteindelijk in je netto pensioenuitkering terechtkomt. Ook die is hard geprogrammeerd in de macrocode met de variabele ‘AFactorNetto’, die momenteel de waarde 70 heeft. Maar ook die kun je naar hartenlust aanpassen in de code.

De formule voor het Netto Pensioen in het eerste jaar van uitbetaling is dan:

En voor elk daaropvolgend jaar wordt het pensioen aangepast met de verwachte Jaarlijkse Indexering zoals opgegeven op het Dashboard.

Hier zitten dus belangrijke aannames en onzekerheden in. De bruto/netto berekening kan veranderen door toekomstige wetgeving. Sowieso kijk ik vol spanning uit naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, die gaat zeker impact hebben. Maar ook de verwachte indexering is een onzekere factor. Mijn ABP-pensioen is sinds 2010 niet meer geïndexeerd. En ook de A-factor kent onzekerheden. Dat is jaarlijks een resultante van jouw inkomen, een franchise, een opbouwpercentage en een deeltijdpercentage. Hoe die er de komende jaren uit gaan zien weet niemand. Daarmee worden de uitkomsten niet waardeloos, we gebruiken de meest actuele informatie. Maar er zijn wel onzekerheden die maken dat de uitkomsten van het Rekenmodel zeker geen harde garanties geven.

Het zelf opgebouwde Aanvullende Pensioen uit pijler 3 is dan wel weer eenvoudiger. Vanaf het Beginjaar tot en met het einde van de Looptijd wordt de Verwachte Jaarlijkse Uitkering opgenomen op het werkblad Data. Deze worden niet geïndexeerd voor de inflatie. Als je dus stijgende (of juist dalende) uitkeringen verwacht, dan zal je dat handmatig aan moeten passen op het werkblad Data in de juiste kolom.

En dan het Nabestaandenpensioen. Het is afhankelijk van de situatie hoe dit verwerkt wordt in het model.

Bij een situatie met Persoon 1 en Persoon 2 wordt een afhankelijkheid verondersteld. Die houdt in dat Persoon 2 voor de rest van zijn/haar leven recht krijgt op Nabestaandenpensioen als Persoon 1 overlijdt, en andersom. Als er maar één persoon is aangevinkt, dan wordt er gekeken naar het Startjaar dat is opgegeven. Is er geen Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen voor elk jaar van het rekenmodel meegenomen. Is er wel een Startjaar, dan wordt het Nabestaandenpensioen vanaf het Startjaar meegenomen. In alle gevallen wordt het Nabestaandenpensioen jaarlijks geïndexeerd met de Verwachte Indexering, op dezelfde manier als dat de AOW geïndexeerd wordt met de inflatie en het Pensioen uit pijler 2 ook geïndexeerd wordt met een Verwachte Indexering.

Nu we alle pensioen- en inkomensopties doorgerekend hebben, wordt het tijd voor de uitgaven. Op het Dashboard is bij de FIRE Fase gevraagd naar wat je verwacht jaarlijks uit te geven in Euro’s van vandaag (Benodigd per jaar). Ook dit is een belangrijke maar zeer onzekere inschatting. Dit getal is de basis voor de jaarlijkse uitgaven vanaf het moment dat je stopt met werken. Dit bedrag wordt, vanaf het startmoment van het Rekenmodel, wel jaarlijks aangepast met de inflatie (in tegenstelling tot de uitgaven terwijl je werkt). Als je over 10 jaar verwacht te stoppen met werken, dan heb je al 10 jaar inflatie voor de kiezen gehad. De formule is heel eenvoudig:

En nu wordt het echt spannend. Want nadat je stopt met werken heb je dus jouw (voor inflatie gecorrigeerde) verwachte jaarlijkse uitgaven. Die hopelijk (grotendeels) gedekt worden uit je Neveninkomsten plus één of meer pensioenuitkeringen. Als dat zo is: Hoera! Je hebt voldoende inkomen om van te leven en hoeft jouw vermogen niet aan te spreken. Maar meestal, zeker als je eerder stopt met werken, is dat niet het geval. De optelsom van je neveninkomsten en pensioenuitkeringen is ontoereikend, en dit verschil moet je aanvullen uit jouw vermogen. Dit berekenen we in de volgende kolom, genaamd Uit Vermogen. De formule is eenvoudig maar wel uitgebreid:

En daarna kunnen we per jaar het Eigen Vermogen berekenen. Dat begint vanuit het Startjaar met het Beginvermogen dat je op het Dashboard hebt opgegeven. Daarbij wordt er telkens de helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar bij opgeteld en vermenigvuldigd met ( 1 + Verwacht Rendement). De andere helft van de vermogensgroei voor dat specifieke jaar wordt er bij opgeteld  zonder rendement. Op die manier voorkom je dat je jezelf rijk rekent. Je hebt immers niet je hele gespaarde bedrag voor dat jaar in één keer beschikbaar op 1 januari en kunt er dus niet volledig rendement op maken, het Rekenmodel veronderstelt een gelijkmatig spaargedrag over het hele jaar. En voor de jaren nadat je stopt met werken is het vermogen afhankelijk van wat je aan het vermogen toe kunt voegen of moet onttrekken om jouw uitgaven te kunnen doen. Dat leidt tot de volgende formule

Die hele trits aan bewerking hierboven wordt, indien nodig, ook nog herhaald voor Persoon 2. En daarna is het tijd om de uiteindelijke balans op te maken. Daarvoor hebben we nog twee eenvoudige berekeningen nodig. Beide kolommen zijn van belang voor de samenstelling van de grafiek

Allereerst berekenen we het Totaal Eigen Vermogen. Dat is voor elk jaar gelijk aan Eigen Vermogen Persoon 1 plus Eigen Vermogen Persoon 2. Als dit kleiner is dan nul dan wordt het veld leeg gelaten. Je hebt dan geen Vermogen meer.

Hier zit dus ook weer een belangrijke aanname in als je de berekeningen voor twee personen doet. Je gebruikt het vermogen samen. Het maakt dus niet uit als één persoon een negatief eigen vermogen heeft, het wordt pas een probleem als de optelsom van de beide vermogens negatief is. Wil je jullie vermogens strikt gescheiden houden, dan zal je twee afzonderlijke berekeningen moeten maken voor ieders persoonlijke situatie.

Daarnaast berekenen we de Totale Dekking Uit Vermogen. Dit is de optelsom van wat beide personen in jaar T uit hun vermogen nodig hebben (of aanvullen) voor de dekking van de uitgaven.

Hierna wordt de Grafiek opgebouwd. Die is eenvoudig, een samenstel van een vlakkengrafiek en een lijngrafiek op twee y-assen. Daar ga ik dus maar niet meer uitgebreid op in, deze blogpost is al te lang. Complimenten als je tot hier gekomen bent.

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linker as hoort bij de vlakken, die de inkomenscomponenten weergeven. In de legenda (die tegenwoordig aan de rechterkant van de grafiek staat) kun je zien welke dat zijn. De rechter as hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je Vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een eenvoudige voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is en betekent dat die persoon niet in 2025 kan stoppen met werken? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Historie en Download

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4 gaf meer flexibiliteit om dingen zelf aan te passen en versie 4.1 verbeterde de functionaliteit voor het nabestaandenpensioen. De meest recente versie van de FIRE Calculator is te vinden op de Downloads pagina.

Wanneer kun jij stoppen met werken? En heb je nog verbetervoorstellen voor de FIRE Calculator? Mail mij dan!

Update: Groeigeld heeft nog een foutje gevonden, zie de reacties. Dat is inmiddels hersteld in versie 4.1.2, te vinden op de Downloads-pagina.

FIRE Calculator 4.1 – Nabestaandenpensioen

Mijn FIRE Calculator blijft een populair ding. Inmiddels is deze al meer dan 10.000 keer gedownload. Regelmatig krijg ik reacties en vragen over het rekenmodel. En dat leidt dan af en toe tot een nieuwe of verbeterde versie. Ook nu weer.

Nabestaandenpensioen

Ik kreeg namelijk een vraag over de wijze waarop het rekenmodel omging met het nabestaandenpensioen. Van een lezer die zelf nabestaandenpensioen ontvangt. Echter, in de situatie van de lezer werd het bedrag dat wordt ingevuld niet meegenomen in het tabblad Data.

Deze vraag over het nabestaandenpensioen wees mij op een denkfout die ik gemaakt heb in mijn model. Ik heb (teveel) geredeneerd vanuit mijn eigen situatie, met een levende partner. Het model werkte dus alleen in een situatie dat er twee partners zijn. Na het overlijden van de een wordt diens nabestaandenpensioen opgeteld bij het inkomen van de overlevende partner. Dat werkt als je het model met z’n tweetjes invult. Maar niet als de ene partner al overleden is en er dus alleen een nabestaandenpensioen-ontvangende partner is.

Daar heb ik de FIRE Calculator dus op aangepast. Het model rekent nu met een te ontvangen nabestaandenpensioen per persoon. In een rekensituatie met twee personen begint dat als een van de twee personen overlijdt. Als je de berekening uitvoert met één persoon dan kijkt het model naar het startjaar bij het nabestaandenpensioen. Is dat veld leeg, dan ontvang je het nabestaandenpensioen gedurende de hele rekentijd van het model. Vul je daar een jaartal in, dan ontvang je dat nabestaandenpensioen vanaf dat startjaar. Het nabestaandenpensioen is nu ook zichtbaar in een aparte kolom op het werkblad data.

Praat Nederlands met me…

Verder kreeg ik de vraag hoe de Engelse termen in het tabblad Data gewijzigd kunnen worden naar Nederlandse termen. Wanneer er nieuwe gegevens zijn ingevoerd en een herberekening wordt gemaakt, dan worden de Nederlandse begrippen die gebruikers hebben ingevoerd overschreven door de oorspronkelijke Engelse termen. Veel mensen zijn niet zo thuis in die Engelse termen en houden het daarom liever op het Nederlands.

Het werkblad Data wordt inderdaad elke keer bij herberekening volledig gewist en opnieuw opgebouwd. Inclusief de kopjes. Die zitten dus ‘ingebakken’ in de programmatuur. Het is een beetje een ‘tic’ van mij om altijd Engelstalig te programmeren. Maar ik heb de programmatuur zo aangepast dat er nu alleen nog Nederlandse termen gebruikt worden op het werkblad Data en in de Grafiek. Het was natuurlijk ook een beetje onzinnig om Engelse termen te gebruiken voor een FIRE model dat helemaal op de Nederlandse pensioen- en vermogenssituatie is ingericht…

Ook nog een aanpassing op het grafiekenblad. Want de legenda van de grafiek werd wel erg vol. Dus krijg je nu alleen de componenten te zien van de perso(o)n(en) die je aanvinkt.

Het rekenmodel

Op verzoek verschijnt er volgende week een uitgebreide blogpost over het rekenmodel achter de FIRE Calculator. Hierin komt een beschrijving van alle aannames en berekeningen die ik maak in de spreadsheet. Het is geen hogere wiskunde of magie, iedereen die tot tien kan tellen kan dit maken voor zijn of haar eigen situatie.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?

Voor meer informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. In versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen. Versie 4.0 kreeg meer opties voor handmatige aanpassingen.

Snel snel internet

  • Berichtcategorie:ICTWonen

In het jaar des Heeren 2019, op den achtsten dag van den Zoomermaand Juni (of Juno, zoals sommige dinosaurussen plachten te zeggen), arriveerde er een postduif postkoets epistel brief van den Konincklijken Posterijen, Telegrafie en Telefonie Nederland NV, in den volkschmond beeter bekend onder den bedrijfschname KPN. In dit schrijven werd ons medegedeeld dat onze wijk de eer te beurt was gevallen om mee te mogen gaan in de vaart der volkeren. We konden een glasvezelaansluiting krijgen.

Deze brief wekte enige verbazing bij mij. Want enkele weken daarvoor hadden we een vergelijkbare brief gekregen van T-Mobile. Twee glasvezelnetwerken? In onze wijk in een grote stad in het westen van Nederland? Dat was een interessante ontwikkeling.

Op zich had ik wel interesse in een glasvezelaansluiting. Niet eens meteen om een glasvezelabonnement te nemen, maar infrastructuur is infrastructuur. Het geeft keuzemogelijkheden. En daar ben ik dol op. Bovendien leek glasvezel mij wel een nuttige aanvulling op de koperdraad en coaxkabel die Huize Geldnerd tot op dat moment binnenkwamen.

KPN 1 – T-Mobile 0

De brief van T-Mobile had ik na een online check terzijde gelegd, Want daar was de aansluiting alleen gratis als je er meteen een abonnement bij nam. En dat vond ik niet meteen een goed idee. Maar toen ik een check deed op de brief van KPN, bleek dat zij niet met deze ridicule en onverstandige eis werkten. En dus schreef ik Huize Geldnerd in voor een glasvezelaansluiting via het KPN-netwerk.

En toen werd het stil…

In september 2019 verschenen er posters in alle bushokjes dat ze eraan kwamen, de vrienden van KPN. En we kregen een e-mail van dezelfde strekking. De voorbereidingen waren begonnen.

En toen werd het stil… Heel stil…

Heel lang stil. Ergens rond de zomer van 2020 las ik een berichtje dat KPN en T-Mobile geprobeerd hadden om een akkoord te sluiten zodat er maar één netwerk hoefde te worden aangelegd. Dat scheelt een hoop, dat snap ik. Alleen, het was partijen niet gelukt om tot een akkoord te komen. Dus kwam er een rechtszaak met als uitkomst dat KPN gewoon verder mocht gaan graven. En een tweede netwerk aan mocht leggen bovenop de kabels van T-Mobile. Gelukkig maar. Want de kabels van T-Mobile lagen er inmiddels al een tijdje, maar daar hadden wij niet op ingetekend.

En toen werd het weer stil…

Tot oktober 2020. Toen kregen we ineens bericht dat er jongens en meisjes van KPN langs zouden komen om een opname te doen, om te kijken waar de glasvezelkabel het huis binnen zou moeten komen. En op een ochtend stond er ook daadwerkelijk zo’n KPN-jongetje voor de deur. In januari 2021 werd het nog spannender. Op een maandag zagen we aan het eind van de straat de stoep weer opengaan. Groene mannetjes met KPN-logo’s op hun hesjes begonnen te graven. En na verloop van een paar dagen was die stoeptsunami tot bij ons voor de deur gekomen (we wonen aan een lange straat, ja). Op vrijdag staken er voor onze voordeur een paar glasvezelsprietjes langs een stoeptegel omhoog. Er lag glasvezel van KPN in de straat, ruim anderhalf jaar na de eerste aankondiging. Nu nog ons huis in.

En toen werd het stil…

Medio maart kregen we een brief met een afspraakvoorstel voor de monteur. Omdat we toch voortdurend thuiswerken hebben we die snel bevestigd. En op de bewuste vrijdag kwamen er ook gewoon twee mannetjes. Die groeven de stoep weer open, trokken de kabel naar binnen, en monteerden in onze meterkast een aansluitpunt waar een glanzende oranje glasvezelkabel naar toe loopt.

Dus was ‘ie er zomaar. Op een vrijdag. Een glasvezelaansluiting in onze meterkast. Huize Geldnerd, inmiddels ruim 100 jaar oud, doet nog helemaal mee in de 21e eeuw. Na de aankondiging op 8 juni 2019 vond de uiteindelijke realisatie van de aansluiting plaats begin april 2021. Bijna twee jaar. Het gaat op deze manier nog wel even duren voordat heel Nederland een glasvezelaansluiting heeft, denk ik…

Overstappen?

Tot op heden maken we in Huize Geldnerd gebruik van ZIGGO. De oude vertrouwde COAX-kabel. Met gratis televisie, we hebben alleen een internetabonnement bij ze. En dat laatste is een dingetje. Dat voordeel hebben we volgens mij alleen bij ZIGGO. Omdat ZIGGO de oude kabelinfrastructuur beheert. En verplicht is om bij een basisabonnement ook een basisset aan TV-zenders door te geven. Een pakket dat genoeg is voor Geldnerd en Vriendin. Zonder aanvullende stroomslurpende instabiele kastjes met allerlei extra diensten die we nooit gebruiken.

Een glasvezelabonnement zal dus van goede huize moeten komen om dat te overtreffen. Snel internet en een basispakket televisiezenders voor dezelfde prijs of goedkoper. Maar goed. De glasvezelaansluiting ligt er nu. En dat geeft extra keuzemogelijkheden. Het is altijd fijn om die te hebben in het leven. Binnenkort ga ik wel eens verkennen wat de mogelijkheden zijn.

Zit jij ook te wachten op een glasvezelaansluiting?

Welke software gebruik ik?

  • Berichtcategorie:ICT

Een tijdje geleden schreef ik over mijn papierloze werkwijze en mijn Digitaal Archief. Naar aanleiding daarvan kreeg ik verschillende vragen over de software die ik gebruik om dit allemaal te ondersteunen. Verstopt in allerlei andere blogposts heb ik daar al het nodige over geschreven, met name in de serie over privacy en informatiebeveiliging. Maar een compleet overzicht was dat nog niet.

Gratis en Open Source

Ik ben een fervent aanhanger van open-source software (OSS), software waarvoor de originele broncode vrij beschikbaar is gemaakt en kan worden herverdeeld en gewijzigd. Dat is niet alleen maar omdat Geldnerd een vrek is die het liefst zo weinig mogelijk geld uitgeeft. Maar ik geloof oprecht in de voordelen die OSS biedt. Er wordt door meer ogen naar de software gekeken, en dat leidt vaak tot betere en veiliger software. Je bent minder afhankelijk van de (commerciële) belangen van één leverancier. Dat betekent dat er vaak ook oplossingen zijn voor jouw specifieke probleem. Een grote commerciële leverancier bouwt alleen iets als er voldoende vraag naar is. Maar als er één programmeur tegen hetzelfde probleem is aangelopen als jij, dan is er best kans dat die er in een open-source omgeving een oplossing voor gebouwd heeft. Mijn voorliefde voor OSS is de reden dat je mijn spreadsheets hier gratis kunt downloaden.

Ik kan dus ook oprecht genieten van WordPress met z’n vele duizenden Themes en Plugins, waar dit blog op draait. Van het grafische programma GIMP met z’n vele functionaliteiten. Van het boekhoudpakket GnuCash dat al heel lang onderhouden en doorontwikkeld wordt. Van de producten van de Mozilla Foundation, waar ik een enthousiast gebruiker ben van ondermeer de Firefox browser en het Thunderbird mailprogramma. En van de open-source kantoorsoftware LibreOffice.

Mijn ambitie is eigenlijk een persoonlijke werkplek die volledig op OSS gebaseerd is. Een Linux-variant als besturingssysteem. En alle functionaliteiten die ik nodig heb, ingevuld met OSS. Maar zover ben ik nog niet. Een handjevol applicaties zit me daar nog in de weg. Maar dat geeft niet, het is een stapsgewijs proces.

En natuurlijk zitten er ook nadelen aan OSS. Het vraagt vaak iets meer ‘knutselen’ en prutsen met instellingen en extra tooltjes om het helemaal naar je zin te krijgen. Daar moet je van houden. Ik ben wel zo nerderig dat ik dat leuk vind. En soms valt de ontwikkeling van een OSS tool (tijdelijk) stil en moet je op zoek naar iets anders. Zo hebben Geldnerd en Ex jarenlang gebruik gemaakt van Pegasus voor hun e-mail. Maar de ontwikkeling hiervan ging duidelijk achterlopen en heeft zelfs een periode helemaal stilgelegen. Uiteindelijk hebben we onze hele e-mail historie gemigreerd naar Thunderbird. En daar ben ik sindsdien ook bij gebleven. Moeten overstappen is een risico bij OSS (overigens ook bij commerciële software).

Waar let ik op?

Ik denk vanuit functionaliteit. Er is iets dat ik wil doen met behulp van mijn ICT, en daar moet dus een oplossing voor komen. Dat is altijd het begin van de zoektocht. Ik probeer voor mezelf te omschrijven wat de oplossing moet kunnen. Bijvoorbeeld ‘ik wil een veilige plek om mijn wachtwoorden te bewaren, eentje die ik ook op mijn mobiele apparaten kan gebruiken’.

Daarna is altijd de vraag of één van de software-oplossingen die ik al gebruik dit probleem op kan lossen. Want dan hoef ik geen nieuwe software-oplossing te zoeken. Zo heeft mijn mailoplossing (Thunderbird) ook een ingebouwd agendapakket en een handig adresboek. Niet nodig dus om daar aparte oplossingen voor te selecteren.

Als ik iets nieuws zoek, dan ga ik eerst maar eens met een zoekmachine aan de slag. Vaak via een omweg. ‘Open source alternative for Outlook’ is zo’n zoekterm. Of ‘open source bookkeeping’. En dan maar eens inlezen. Welke opties kom je tegen? Zo vormt zich met een paar uurtjes lezen wel een shortlist, en krijg je een beeld van de populariteit van de diverse oplossingen.

En dan heb ik ook nog een extra lijstje van dingen waar ik op let voordat ik mijn uiteindelijke keuze maak:

  1. Ten eerste: Hoe kom je er weer uit? het klinkt misschien gek, maar ik stap niet meer in een softwarepakket zonder te ontdekken of en hoe ik er ooit weer uitkom. Wat zijn de opties om je eigen gegevens weer te exporteren en toch in een andere oplossing te gaan gebruiken? Het was ooit best ingewikkeld om met bijna tien jaar mailhistorie over te stappen van Pegasus naar Thunderbird (ja, ik heb al mijn mail nog sinds 2001 en heb ook nog hetzelfde mailadres). En ik ben nog steeds niet overgestapt van Evernote naar Standard Notes omdat die laatste geen goede export-opties biedt.
  2. Ook kijk ik naar de datum van de laatste update van de software en de updatefrequentie. Hoe lang bestaat het pakket al, en is er afhankelijkheid van één ontwikkelaar? Want ik zoek naar oplossingen die ik langere tijd kan blijven gebruiken.
  3. Daarnaast vind ik het fijn als het softwarepakket ook een Nederlandstalige versie heeft. Dat is geen must (ik heb jarenlang internationaal gewerkt en ben gewend aan Engels als zakelijke taal), maar omdat Windows mij opzadelt met een Nederlandstalige versie heb ik liefst ook Nederlandstalige software, ik houd van consistentie. Alhoewel ik zelf niet helemaal consistent ben, ik heb de Engelstalige GnuCash geïnstalleerd omdat ik dan makkelijker gebruik kan maken van de informatie die ik op internet vind over dit pakket.
  4. Verder ben ik dol op de Dark Mode. Een zwarte achtergrond met lichte letters en een gebruikersinterface die daar op afgestemd is. Ik merk dat dat veel rustiger is voor mijn ogen dan de woeste kleurpaletten waar veel softwareleveranciers ons standaard mee afschepen. En ik kijk dus altijd even of de OSS oplossing een dark mode ondersteunt. Dat is gelukkig steeds vaker het geval.

Mijn oplossingen

En wat heb ik dan zoal op mijn laptop staan aan software? Een overzicht.

E-mail – Mozilla Thunderbird

In de praktijk gebruik ik drie e-mail adressen. Mijn persoonlijk mailadres, het mailadres van mijn administratie, en een mailadres voor Geldnerd. Die drie verschillende mailboxen komen keurig bij elkaar in Thunderbird.

Agenda en Adresboek – Mozilla Thunderbird

Ook mijn agenda en adresboek zitten in Thunderbird. En synchroniseren soepel met de ommuurde tuin van Apple via de gratis beschikbare TBSYNC add-on. het maakt dus niet uit waar ik mijn agenda of adresboek bijwerk, op mijn laptop, telefoon of tablet, ze blijven overal synchroon zonder dat ik er iets voor hoef te doen.

Webbrowser – Mozilla Firefox

Ruim anderhalf jaar geleden ben ik overgestapt van Google Chrome naar Mozilla Firefox. En daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Ook Firefox heeft prima apps voor de mobiele telefoon en de tablet, en synchroniseert mijn favorieten en geschiedenis. En biedt betere privacybescherming.

Kantoorsoftware – LibreOffice / Microsoft 365

Eén van de categorieën waar ik nog niet helemaal OSS ben, is de kantoorsoftware. Voor documenten en presentaties / eenvoudige figuren gebruik ik LibreOffice. Maar mijn spreadsheets zitten nog in Excel. En zullen daar ook wel blijven als ik dit soort functionaliteiten ga gebruiken. Puntje van aandacht in Huize Geldnerd.

Grafische software – GIMP

Soms moet er even een foto aangepast worden. Dat doe ik met GIMP, sinds jaar en dag een meer dan volwaardig open-source alternatief voor de (voor een particulier onbetaalbare) Adobe software.

Financiële Administratie – GnuCash

Mijn administraties zitten deels nog in Excel. Maar deels heb ik ze ook al ondergebracht in GnuCash. Daar heb ik een uitgebreide blogpost aan gewijd. Wat mij betreft is dit pakket een juweeltje, en het bestaat al meer dan 20 jaar.

Wachtwoordmanagement – KeePass

Als ik nu terugdenk aan hoe ik mijn wachtwoorden vroeger beheerde, dan vind ik mijzelf enorm naïef. Ik ben jarenlang vrij eenvoudig te hacken geweest met wachtwoordjes van 8 tot 10 karakters die ik bewaarde in een Word-document. Medio 2019 ben ik overgestapt op KeePass. Dat beheert al mijn wachtwoorden en genereert ook nieuwe indien nodig. Waar mogelijk hanteer ik nu een wachtwoordlengte van minimaal 48 karakters.

KeePass integreert mooi met Firefox met behulp van een add-on, ik hoef dus nooit een wachtwoord handmatig in te typen. En ik gebruik diverse plugins in KeePass, onder andere voor de Dark Mode en om automatisch te controleren of mijn gegevens opduiken op lijsten van gehackte accounts.

Op mijn telefoon gebruik ik de app Strongbox die gewoon gebruik maakt van de KeePass database op mijn persoonlijke server, en de app Twilio Authy voor het genereren van codes voor twee-factor authenticatie.

Veel mensen die ik ken gebruik(t)en ook LastPass, een andere goede oplossing. Maar dat is onlangs minder aantrekkelijk geworden en lijkt ook niet helemaal jofel voor je privacy.

Notities en Documentbeheer – Evernote

Geen OSS, helaas, maar wel een van de meest gebruikte toepassingen op mijn laptop. Evernote. Waar ik vrijwel alle blogjes voorbereid die verschijnen op Geldnerd. Maar ik doe er nog veel meer dingen mee. Zo heb ik er allerlei checklists staan, variërend van inpaklijstjes voor vakanties tot en met lijsten met aanpassingen die ik door wil voeren in mijn spreadsheets. Informatie die ik nodig heb voor de opleiding die ik volg. Een apart onderdeel met mijn favoriete recepten. Allerlei informatie over het onderhoud van onze woning. Financiële checklists met informatie over mijn begroting. Actielijstjes. Vrijwel elk document op mijn laptop is ooit begonnen als Evernote-documentje.

Waarom? Omdat ik er dan overal bij kan. Evernote staat op mijn laptop, mijn tablet, mijn telefoon. Als ik op straat loop en ineens een blogideetje krijg, dan kost het maar een paar seconden om een paar sleutelwoorden in Evernote te zetten. En dat idee op een later moment weer op te pakken en verder uit te werken.

En omdat het structuur biedt. Mijn checklists netjes bij elkaar in één hoofdstuk. Mijn recepten idem dito. En de documentjes over mijn persoonlijke financiën. In één omgeving met één gebruikersinterface. Ik heb het pakket vaak vervloekt maar gebruik het nog steeds. En heb nog geen beter of zelfs vergelijkbaar alternatief gevonden.

Backup en Synchronisatie – DirSyncPro (of Syncthing?)

Mijn backup-obsessie heb ik recent nog uitgebreid beschreven. Een persoonlijke werkplek is niet compleet zonder beveiliging tegen dataverlies. En daar zorgt DirSyncPro voor.

Maar de meest recente versie van DirSyncPro is inmiddels 3 jaar oud, en de website en social media laten weinig activiteit meer zien. Het lijkt erop dat de ontwikkeling is stilgevallen en dat vind ik een risico. Inmiddels draai ik sinds een week parallel ook op proef met Syncthing. Dat ziet er veelbelovend uit. En ik kijk ook nog naar FreeFileSync. Ik zal er binnenkort een aparte blogpost aan wijden

En dan zijn er nog een aantal kleinere tooltjes die ik gebruik, en die meestal ook OSS zijn. Alleen Evernote, Microsoft 365 en Apple iTunes zijn de drie softwaretoepassingen die geen OSS zijn. Zij staan nog tussen mij en de volledige OSS werkplek….

Ben jij ook een aanhanger van de Dark Side Mode?

Hoe denk ik nu over… Mijn back-up obsessie?

  • Berichtcategorie:ICT

Een blog die ik al schreef in januari 2016, mijn back-up obsessie. En ik verwijs er nog regelmatig naar, merk ik. Tijd om dus eens een update te geven hoe deze obsessie er tegenwoordig uitziet, en wat meer technische details over hoe ik een en ander heb ingericht. Niet alle technische details, want beveiliging is ook belangrijk en daar hoort een zekere mate van geheimhouding bij.

Om maar bij het begin te beginnen: ik heb nog steeds een back-up obsessie. En daar ben ik nog steeds erg tevreden over.

Noodzaak?

Anno 2021 is het volgens mij in elk huishouden noodzakelijk om na te denken over informatiebeveiliging. Het maken van reservekopieën van jouw informatie hoort daar ook gewoon bij. Goed, misschien leeft niet iedereen zo extreem papierloos als Geldnerd.  Maar waarschijnlijk heb je best veel informatie op je computer(s) staan die je niet graag kwijtraakt. Een archief van officiële documenten, e-mails, foto’s, noem maar op. Dat kun je natuurlijk gewoon op een Google Drive of Microsoft OneDrive of Dropbox kopiëren en denken ‘opgelost’. Maar persoonlijk vind ik dat niet handig. ‘De cloud’ is namelijk gewoon de computer van iemand anders, niet zelden een groot bedrijf uit een ver buitenland met andere wetgeving en privacynormen. Ik heb mijn informatie graag op een plek waar ik zelf de controle over heb.

Hardware

De basis van mijn back-up wordt nog steeds gevormd door twee NAS-apparaten. NAS staat voor Network Attached Storage. Feitelijk zijn het netwerkservers voor thuisgebruik. Ik gebruik apparaten van QNAP (Synology is overigens ook een goed alternatief met vergelijkbare functionaliteit). Beide netwerkservers zijn uitgevoerd met twee harde schijven, daar kom ik later nog op terug. Ze draaien op een besturingssysteem gebaseerd op LINUX, met een keurige gebruikersinterface. Ik kan er gewoon via de webbrowser op inloggen. Beide apparaten zijn beveiligd met een gebruikersnaam en wachtwoord en met tweefactor-authenticatie (2FA). Om in te loggen heb je dus zowel toegang nodig tot mijn wachtwoordenbestand als tot de 2FA-app op mijn smartphone. De ene NAS staat in Geldnerd HQ. De andere NAS staat bij familie.

Beveiliging

Naast de beveiligde toegang tot de NAS-apparaten is ook de communicatie tussen deze twee netwerkservers beveiligd. De informatiestroom tussen de twee servers wordt versleuteld. Dat doe ik zelfs op twee niveaus. Er is versleutelde communicatie tussen de netwerkservers en tussen de routers in Geldnerd HQ en op de back-up locatie. Je kunt het je voorstellen als een tunnel van versleutelde informatie tussen de servers, die ik door een tweede tunnel van versleutelde informatie van de ene router naar de andere router stuur via het Grote Boze Internet.

De tunnel van NAS naar NAS wordt verzorgd door Hybrid Backup Sync versie 3 (HBS3), de standaard back-up app van QNAP op basis van Transport Layer Security (TLS), een standaard versleutelingsprotocol. De tunnel van Router naar Router (of eigenlijk: van firewall naar firewall) wordt verzorgd door WireGuard, een open-source virtual private network toepassing.

Ik weet dat 100% beveiliging niet bestaat. Er zullen best partijen zijn die hier doorheen kunnen fietsen. Maar ik denk dat ik beter beveiligd ben dan gemiddeld, en ik hoop dan maar een beetje dat op het internet hetzelfde geldt als bij de beveiliging van je huis: als het maar beter is dan bij de buren…

In Hybrid Backup Sync heb ik een aantal standaardtaken aangemaakt. Elke nacht wordt mijn archief gesynchroniseerd. Mijn wachtwoordendatabase zelfs meerdere keren per dag. Dat betekent dat ik, zelfs als Geldnerd HQ compleet vernietigd wordt met alles wat er in zit (behalve Geldnerd, Vriendin en Hondje, hoop ik dan) nog steeds de beschikking heb over al mijn data tot en met de voorgaande nacht. Als naast Geldnerd HQ ook de backup-locatie volledig vernietigd wordt, dan hebben we op deze wereld een groter probleem dan het verlies van data. Want de backup-locatie ligt in een ander deel van ons land…

Dubbele Uitvoering

Harde schijven kunnen kapot gaan. Daar heb ik ervaring mee. Een computercrash eind jaren ’90 was voor mij ooit de aanleiding om back-ups serieus te gaan nemen en er een obsessie in te ontwikkelen. Ook daar heb ik dus over nagedacht en maatregelen voor genomen.

De beide servers zijn RAID-1 geconfigureerd. Redundant Array of Independent Disks (RAID) is een opslagtechnologie waarbij meerdere fysieke harde schijven gecombineerd worden tot één of meer logische opslageenheid. RAID-1 is het spiegelen van twee schijven, de RAID-software zorgt er dus voor dat de twee schijven op elk moment identiek zijn. En gaat een van de twee schijven kapot, dan vervang je die gewoon door een nieuwe. De RAID-software zorgt er dan voor dat ze zo snel mogelijk weer identiek zijn. Ingewikkeld? Nee hoor. Dit is gewoon een vinkje dat je aanzet bij de installatie van de server. Als extra voorzorgsmaatregel heb ik altijd voor beide netwerkservers een reservedisk klaarliggen.

De harde schijven in beide netwerkservers zijn ook versleuteld. QNAP gebruikt hiervoor 256-bit AES encryption. Advanced Encryption Standard (AES) is een encryptiestandaard die onderdeel is van de ISO/IEC 18033 standaarden. Ingewikkeld? Nee hoor. Ook dit is gewoon een vinkje dat je aanzet bij de installatie van de server.

De meeste data heb ik dus 5 keer. Op mijn laptop. Versleuteld op disk 1 en disk 2 van de server op Geldnerd HQ. En versleuteld op disk 1 en disk 2 van de server op de backup-locatie. Verdeeld over 3 apparaten op 2 locaties.

Van laptop naar server

Data die ik regelmatig gebruik staat op mijn laptop. Het meest recente deel van mijn archief, mijn e-mail, veel basismateriaal van Geldnerd en mijn spreadsheets bijvoorbeeld. Die wil ik uiteraard ook meenemen in mijn back-ups.

Hiervoor heb ik synchronisatiesoftware op mijn laptop geïnstalleerd. Heel lang heb ik naar volle tevredenheid gebruik gemaakt van SyncBack. Er is een gratis versie, SyncBackFree, met alle functionaliteit die je voor thuisgebruik nodig hebt. Maar sinds een tijdje gebruik ik ook hier opensource software, namelijk DirSyncPro. Ook hierin heb ik taken aangemaakt die op voorgeprogrammeerde tijden automatisch op de achtergrond draaien. Mijn documenten, mijn e-mail directory, alle belangrijke gegevens op de laptop worden dagelijks gesynchroniseerd met de thuisserver. En dan ’s nachts gesynchroniseerd met de backup-locatie.

Update 20 maart 2021: De meest recente versie van DirSyncPro is inmiddels 3 jaar oud, en de website en social media laten weinig activiteit meer zien. Het lijkt erop dat de ontwikkeling is stilgevallen en dat vind ik een risico. Inmiddels draai ik op proef met Syncthing. Dat ziet er veelbelovend uit. En ik kijk ook nog naar FreeFileSync. Ik zal er binnenkort een blogpost aan wijden.

Ingewikkeld? Nee hoor. Een beetje ICT-kennis is voldoende. Het zijn allemaal standaard softwarepakketten met standaard instellingen. Een obsessie? Ja, wel een beetje denk ik.

Zorg jij voor een goede kopie van al jouw belangrijke gegevens?

FIRE Calculator 4.0

Toen ik medio 2018 mijn eerste FIRE Calculator bouwde, had ik niet gedacht dat er nog eens een versie 4 zou komen. Maar hier is ‘ie. Ik kreeg zoveel vragen en nieuwe ideeën dat ik gedurende mijn Kerstvakantie maar eens even een paar dagen achter de laptop ben gekropen.

Het is best een uitdaging om een bruikbare FIRE Calculator te bouwen. Want er zijn duizenden manieren om naar je eigen financiële onafhankelijkheid toe te werken, en ook nog eens duizenden manieren om die onafhankelijkheid in te vullen. Die allemaal vatten in één systeempje is lastig, zo niet onmogelijk. Maar ik denk wel dat deze nieuwe versie het weer iets makkelijker maakt.

De 4%-regel is irrelevant

In veel blogs over financiële onafhankelijkheid wordt gesproken over de ‘4%-regel’ en het ‘safe withdrawal rate’. Gebaseerd op de ‘Trinity Study’, een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de kans erg klein is dat je vermogen ooit opraakt als je maximaal 4% per jaar onttrekt aan je vermogen. En dat je dus financieel onafhankelijk bent als je 25 keer je jaarlijkse uitgaven aan vermogen opgebouwd hebt. Het wordt de ‘4%-regel’ genoemd, en 4% is de Safe Withdrawal Rate, het percentage dat je veilig jaarlijks uit je vermogen kunt halen.

Maar deze regel is nutteloos. Het geldt in de Verenigde Staten. Maar de meeste Nederlanders krijgen vooralsnog AOW, en heel veel Nederlanders bouwen aanvullend pensioen op bij een pensioenfonds via hun werkgever. Dan heb je dus, in elk geval in de pensioenfase, niet alleen je vermogen om van te leven. Je hoeft in Nederland niet 25 keer je jaaruitgaven bij elkaar te scharrelen om financieel onafhankelijk te zijn. In elk geval niet als je loonslaaf bent en pensioen opbouwt in de tweede pijler. Je vermogen vult het gat tussen stoppen met werken en het moment dat de pensioenen komen. Dit gegeven was ooit de basis voor de eerste FIRE Calculator voor Loonslaven.

Flexibiliteit

Tijd om eens naar de wijzigingen in versie 4.0 van de FIRE Calculator te kijken. Het toverwoord in deze versie is ‘flexibiliteit’. Flexibiliteit zodat je het model beter aan kunt passen naar jouw persoonlijke situatie.

De inkomensstromen worden in deze versie per jaar opgebouwd, in plaats van per fase. Dat betekent ondermeer dat je ook in de opbouwfase al een hosselinkomen op kunt voeren, of door kunt blijven werken terwijl je AOW al loopt. Dat kon niet in de oude versie.

Ook kun je nu handmatig aanpassingen doen in het Data-werkblad, waar de uitkomsten van het rekenmodel staan. Die worden dan ook zichtbaar in de grafiek. Als je bijvoorbeeld verwacht dat je vanaf je 80e minder inkomen nodig hebt omdat je bijvoorbeeld minder gaat reizen, dan kun je dat nu handmatig aanpassen in het Data-werkblad. De grafiek wordt dienovereenkomstig aangepast. Om die reden worden een aantal velden op het Data-werkblad nu gevuld met formules in plaats van met ‘harde’ getallen. Formulevelden mag je niet handmatig aanpassen, dan werkt het model niet meer. Formulevelden hebben om die reden rode tekst.

Schokanalyse

Onlangs had ik een interessante mailwisseling met een van de lezers van dit blog over de FIRE Calculator. Hij is actuaris en dus ook dol op modellen om de toekomst te ‘voorspellen’. In de hedendaagse modellen wordt vaak gerekend met 1.000+ scenario’s vanwege de onzekerheid. Daarmee vergeleken is de FIRE Calculator maar een heel eenvoudig model. Het gaat uit van het gegeven dat de afgelopen decennia er met pieken en dalen een bepaald gemiddeld rendement behaald is op beleggen. Daarmee ga ik voorbij aan het risico dat beleggen met zich meebrengt.

Maar je kunt natuurlijk in de FIRE Calculator wel heel eenvoudig ook de impact van (bijvoorbeeld) grote aandelenschokken doorrekenen. Stel dat de beurs in 2027 met 35% daalt. Dan kun je in de FIRE Calculator op de plek van de erfenis bijvoorbeeld -150.000 invullen, of een ander groot bedrag (bijvoorbeeld de helft van je vermogen of nog hoger). Dan zie je in de uitkomsten de effecten van zo’n klap. Het kan zijn dat je gaat interen op je vermogen in plaats van dat je vermogen groeit. Dan wordt het dus cruciaal dat je meer rendement maakt op je vermogen dan dat je eruit haalt.

Optimisme en de lange termijn

Het valt mij op dat de berekening in versie 4 iets gunstiger uitvalt dan in versie 3. Het effect is dat je met dezelfde parameters een paar jaar langer met het vermogen kan doen. Dat komt deels omdat er een paar foutjes zaten in formules in versie 3.

Maar de FIRE Calculator is zeker geen exacte wetenschap. Het is een enkelvoudig model, Dat betekent ook dat het risico op afwijkingen groter wordt naarmate er meer tijd verstrijkt. Voorspellingen voor de situatie over 20 of 30 jaar zijn moeilijk te doen, zelfs als je duizend scenario’s uitrekent. Je bent gewaarschuwd!

Onttrekkingsplan

Regelmatig krijg ik vragen over hoe dat nou gaat als je stopt met werken. Je stopt dan met het opbouwen van vermogen, in de meeste gevallen ga je geld uit je vermogen halen om van te leven. Voor mijzelf heb ik hiervoor een soort van ‘vermogensonttrekkingsplan’ gemaakt. Het basisidee is de oude ‘wijsheid’ dat je niet moet beleggen met geld dat je de komende X jaar nodig hebt. Waarbij X 5 of 10 jaar is, afhankelijk van hoe risicomijdend je bent.
 
Je weet hoeveel geld je per jaar nodig hebt om van te leven. Daar trek je neveninkomsten en dividendinkomen vanaf. Het restbedrag moet uit je vermogen komen. Wat je uit je vermogen nodig hebt voor die X jaar stop je in ‘veilige’ dingen (spaarrekening/deposito’s/obligaties). De rest laat je gewoon in de aandelen staan. En elk volgend jaar hevel je weer een jaarbedrag over van de ‘riskante’ (beleggings)pot naar de ‘veilige’ pot. Op die manier laat je een deel van je vermogen wel zo lang mogelijk op de beurs staan en renderen.

Maar ik ben eigenlijk ook wel benieuwd hoe jij van plan bent om dit te gaan doen?

Hoe lees je de grafiek?

De opbouw van de grafiek is niet wezenlijk veranderd sinds versie 1. De grafiek heeft twee y-assen. De linkeras hoort bij de vlakken. De rechteras hoort bij de rode lijn, die je vermogensopbrengst weergeeft. Als de rode lijn ophoudt, dan is je vermogen op. Het geel/oranje vlak is het deel van je inkomen dat je uit je vermogen moet halen. Dat is in onderstaand voorbeeld je hele inkomen nadat je stopt met werken, en de aanvulling op je AOW en pensioen in de pensioenfase. Nadat de rode lijn opgehouden is, kom je het geel/oranje deel dus tekort.

Onderstaand een voorbeeldgrafiek voor één persoon. Deze persoon stopt in (eind) 2025 met werken, en leeft dan van vermogen. Vanaf 2041 ontvangt deze persoon AOW en Pensioen. Maar het vermogen is naar verwachting op in 2057. Of dat erg is? Goede vraag. Onderstaande grafiek gaat uit van een inflatie van 2,2%, een indexering van 0,5% en een jaarlijkse salarisstijging van 1,1%. Jaarlijks netto inkomen is € 35.000, spaarpercentage 40%. Verwacht benodigd om van te leven is € 20.000. Beginvermogen is 100.000 per eind 2017, de persoon is geboren in 1970.

Download

Je kunt de meest recente versie van de FIRE Calculator vinden op de Downloads pagina. Lees wel ook even mijn disclaimer, want ik geef uiteraard geen garantie. De FIRE Calculator is een tool om je te helpen met nadenken over jouw eigen financiële situatie en mogelijkheden. Het is geen advies of exacte wetenschap. En beleggingsresultaten uit het verleden geven geen enkele garantie voor de toekomst.

En vanaf deze plek een hartelijk woord van dank aan vriend E. voor het onvermoeibare beta-testen!

Voor nadere informatie kun je ook nog eens terugklikken naar de introductie van de originele FIRE Calculator 1.0. In versie 2.0 werd de mogelijkheid geïntroduceerd om gegevens van partners en eenmalige meevallers zoals erfenissen mee te nemen. En in versie 3 kon je voor het eerst neveninkomsten meenemen.

Wat is jouw plan voor financiële onafhankelijkheid?