Goed met Geld Podcast

In de zomer van 2019 was Geldnerd te gast in aflevering 28 van de Goed Met Geld podcast. En op Eerste Kerstdag hebben Bas en Arjan hun 100e aflevering online gezet. In deze aflevering komen een aantal mensen uit de Nederlandse financieel onafhankelijkheidsbeweging langs die al eens eerder te gast geweest zijn. En ik ben er één van!

De podcast is nog steeds van harte aanbevolen! Gauw gaan luisteren dus!!

Kerstmis 2020!

Geldnerd wenst iedereen mooie Kerstdagen en een goede jaarwisseling toe! Er is veel om achter te laten in dit bijzondere jaar, maar gelukkig ook veel om mee te nemen naar 2021. En ons Hondje is erg blij dat er deze jaarwisseling geen vuurwerk mag worden afgestoken. Dat zal voor hem de moeilijkste dagen van het jaar hopelijk iets makkelijker maken.

De komende week verschijnen er geen nieuwe blogjes, maar begin januari ben ik er weer.

Ga jij nog iets bijzonders doen met de feestdagen?

Hoe waardeer je jouw woning?

Onlangs kreeg ik een vraag van een lezer. Dat gebeurt wel vaker, en ik probeer altijd antwoord te geven. Want soms is de vraag ook interessant voor anderen (in elk geval naar mijn mening) en dan zit er ook een blogpost in. Twee keer per week een blog vullen valt niet altijd mee….

Voor deze lezer is, net als voor Geldnerd, de (over)waarde van de eigen woning  een belangrijk deel van het totale vermogen. De werkelijke waarde van een woning kan natuurlijk pas worden vastgesteld bij een verkoop. Dat roept een belangrijke vraag op. Want hoe waardeer je tussentijds de financiële waarde van je woning als je jouw eigen vermogen in de gaten wilt houden?

Waarderingsgrondslag

Geldnerd maakt gebruik van de WOZ waarde om Geldnerd HQ te waarderen. Daar waren twee vragen over:

  • Waarom niet de waardeschatting van Funda? Deze wordt maandelijks bijgewerkt en lijkt meer op de werkelijke verkoopwaarde op dit moment dan de WOZ.
  • Wanneer je de WOZ-waarde pakt, welke peildatum pak je dan? Bereken je de waarde op 1 november 2020 op basis van de WOZ waarde die op 1 januari 2019 is vastgesteld, of pak je de waarde van 1 januari 2020 (die je dus later bijwerkt)?

Uiteindelijk maakt het volgens mij niet zo heel veel uit welke waarderingsgrondslag je gebruikt. Per slot van rekening is het geen wedstrijd met anderen, maar alleen met jezelf. Dan is het vooral van belang dat je een consistente systematiek kiest zodat je jouw eigen vermogensontwikkeling door de tijd goed kunt volgen en vergelijken, en niet steeds een andere grondslag kiest.

Ik ben hier in de loop van de jaren wel voorzichtiger mee geworden. Dat heeft te maken met mijn eigen ervaringen. ‘Vroeger’ toen ik zelf begon met het bijhouden van mijn financiën gebruikte ik Funda als basis. Ik hield zelfs een hele spreadsheet bij met vergelijkbare appartementen in de buurt die te koop stonden, wat de vraagprijs was, hoe snel ze verkocht werden en voor welk bedrag. Maar toen kwam er een financiële crisis die ook leidde tot dalende huizenprijzen. En in die crisis besloten Ex en ik om te gaan scheiden. Uiteindelijk prijs ik mijzelf gelukkig dat ik, op het dieptepunt van de woningmarkt, mijn aandeel in de woning tegen hypotheekwaarde kon verkopen aan mijn Ex. En er dus zonder restschuld uit kon stappen, met mijn aandeel in het spaargeld en in de spaarhypotheek. De papieren winst op de waarde van de woning, waar ik mijzelf jarenlang rijk mee gerekend had, was helemaal verdampt. En dat voelde toch als een enorme extra teleurstelling, bovenop alle negatieve emoties die toch al bij de scheiding hoorden.

Toen Vriendin en ik in 2016 onze huidige woning kochten, besloot ik het daarom anders te gaan doen. Voorzichtiger. En sindsdien gebruik ik de WOZ-waarde als basis. Die wordt maar één keer per jaar bijgewerkt en loopt dan al een jaar achter op de echte ontwikkeling van de markt. En dat achterlopen levert mij voordeel op, zowel in een stijgende als in een dalende markt. In een stijgende markt heb ik een ‘stille reserve’ ten opzichte van de echte woningwaarde. Als ik mijn woning verkoop krijg ik waarschijnlijk meer geld dan waarvoor het huis in mijn administratie staat. Maar in een dalende markt (en dat kan ook zomaar weer eens gaan gebeuren) heb ik wat ‘buffer’ voordat ik mijzelf te rijk reken. Dat is belangrijk voor mij: liever de waarde van de woning iets te laag inschatten dan mezelf rijk rekenen.

Deze aanpak werkt overigens maar een tijdje. Als de woningprijzen langere tijd blijven dalen dan wordt het wel een probleem. In de praktijk zijn de WOZ-waardes (die een jaar achterlopen) dan hoger dan de (inmiddels verder gedaalde) huizenprijzen als je nu verkoopt. In die situatie kan ik me voorstellen dat ik mijn waarderingsgrondslag wel verander, en alsnog de in dat geval meer pessimistische maar reëlere Funda-schatting ga volgen.

Werkwijze

Ik neem per einde van elk kwartaal de stand van mijn vermogen op, en gebruik daarbij steeds de op dat moment laatst bekende WOZ-waarde van onze woning. Die ontvangen wij altijd in het eerste kwartaal van onze gemeente. Bij mijn balans van kwartaal 1, 2 en 3 van 2020 heb ik dus de WOZ-waarde uit het eerste kwartaal van 2020 gebruikt, die als waardepeildatum 1 januari 2019 heeft. Deze gebruik ik ook als basis voor mijn balans per 31 december 2020, einde Q4. Dan loopt de waardering dus eigenlijk al 2 jaar achter, maar dat vind ik niet erg. Dat is buffer voor als de markt weer eens gaat dalen, of extra feestvreugde als we het huis verkopen voor meer dan waar we al die jaren mee gerekend hebben.

In de loop van het eerste kwartaal van 2021 ontvang ik dan een nieuwe WOZ-beschikking, met waardepeildatum 1 januari 2020. Dat is dus de basis voor mijn balans per 31 maart 2021, eind Q1, en zo verder tot en met de balans van 31 december 2021.

Alternatieven

Naast de WOZ-waarde en de verwachte verkoopprijs volgens Funda zijn er nog meer manieren om de waarde van jouw woning mee te nemen in jouw financiële berekeningen. Zo zijn er ook mensen die blijven rekenen met de aankoopwaarde. In de huidige markt is dat heel voorzichtig, want als je jouw huis 7 jaar geleden gekocht hebt dan zit er waarschijnlijk wel wat overwaarde in. Maar het is wel heel zuiver als je jouw huis eerst als gebruiksgoed ziet, en niet als onderdeel van jouw vermogensopbouw.

In de onderstaande grafieken probeer ik te laten zien wat het effect van de waarderingsgrondslagen is voor jouw financiële berekeningen, aan de hand van de situatie van onze eigen woning. Allereerst een situatie waarbij je rekent met de aankoopwaarde. Er komt dan geen overwaarde (of ‘onder water’) voor. Je ziet alleen wat je afgelost hebt en wat er nog aan hypotheek resteert. In deze grafiek is de aankoopprijs gelijkgesteld aan 100%.

Dan ons huis op basis van de WOZ-waarde. Die hebben we begin 2020 ontvangen en heeft als waardepeildatum 1 januari 2019. Sinds onze aankoop eind 2016 zijn de huizenprijzen lekker door gestegen, en we hebben dus behoorlijk wat overwaarde opgebouwd. In deze grafiek is de WOZ-waarde gelijkgesteld aan 100%.

En tenslotte de meest actuele waardering, op basis van Funda. Ook in 2020 zijn de huizenprijzen blijven stijgen. Ik las dat ze in Geldnerd City inmiddels een procent of 9 hoger zijn dan een jaar geleden. Dat zie ik terug in de Funda-prijsschatting. Meer overwaarde! In deze grafiek is de Funda-schatting gelijkgesteld aan 100%.

Helemaal eerlijk is deze vergelijking natuurlijk niet. Want 100% is behoorlijk verschillend in deze drie scenario’s. Daarom heb ik ze in absolute waarde ook nog even naast elkaar gezet. De aflossingen en de resthypotheek veranderen uiteraard niet, het enige verschil zit in (het ontbreken van) een overwaarde.

Uiteindelijk zijn alle drie de voorbeelden fictief en loop je een risico in je berekeningen. Want ik zei het al aan het begin van dit stukje: de werkelijke waarde van een woning kan natuurlijk pas worden vastgesteld bij een verkoop. De centrale vraag is of je wilt (durft te) rekenen met overwaarde en (als de markt daar aanleiding toe geeft) onderwaarde (‘huis onder water’). Wat mij betreft kies je dus vooral zelf je eigen overweging, die het beste bij jouw persoonlijke situatie past, en waar je je comfortabel bij voelt!

Hoe neem jij de waarde van jouw woning (en ander vastgoed) mee bij de berekening van jouw vermogen?

Gerommel in de marge

Allemaal zitten we in één of meerdere ‘bubbels‘. Zo is Geldnerd onderdeel van de ‘blanke hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd’-bubbel. En van de ‘Haagse rijksambtenaren’-bubbel. En natuurlijk ook van de ‘hondeneigenaren‘-bubbel. Maar bovenal ben ik lid van de ‘bloggers over financiële onafhankelijkheid’-bubbel. En ik ben heel blij dat ik géén lid ben van de ‘ouders met kleine kinderen’-bubbel, dat lijkt me dodelijk vermoeiend.

En we weten allemaal wat de mooie dingen van en de problemen met bubbels zijn.  In jouw bubbel(s) tref je mensen met wie je een aantal normen en waarden en sociaal-economische kenmerken deelt. Mensen die hetzelfde denken als jijzelf. Dat is comfortabel, met het risico dat je in jouw leven nauwelijks iemand tegenkomt die anders is dan jijzelf, uit een andere omgeving, met andere normen en waarden. je gaat er al snel van uit dat iedereen er hetzelfde over denkt als jijzelf. En dat iedereen die anders denkt vreemd of zelfs gevaarlijk is. Daar betrap ik mezelf soms ook op. Iedereen kan toch goed met z’n geld omgaan?

Veel mensen halen hun bevestiging online of in hun favoriete media. Zo probeer ik zelf ook te volgen wat er over financiële onafhankelijkheid geschreven wordt in de Nederlandse kranten (betaalmuur-alert!). Eerder dit jaar werd deze blog genoemd in een column van Erica Verdegaal in het Financieele Dagblad. En in december 2020 werd Geldnerd nog genoemd in een artikel over het aflossen van je hypotheek in de Consumenten Geldgids. Maar ook De Telegraaf en De Volkskrant schreven over financiële onafhankelijkheid.

Een bevestiging? Nou, niet meteen. Als je de commentaren leest, bijvoorbeeld op de Facebook-pagina van De Volkskrant, dan weet je al snel beter. Scepsis overheerst. Eerder met pensioen en geld overhouden, dat kan toch helemaal niet? Daar veranderen recordaantallen beleggende op de beurs gokkende huishoudens weinig aan.

Geldnerd moet dan ook altijd een beetje gniffelen als hij elders leest dat ‘FIRE steeds populairder begint te worden’. Ik denk het niet, dat schreef ik al eerder. De meeste mensen vinden nadenken over hun geld gewoon nog heel erg vervelend. En ook het werken met cijfertjes en het lezen van kleine lettertjes kent meer tegenstanders dan enthousiastelingen, daar ben ik van overtuigd. En dat is maar goed ook. Want als iedereen naar financiële onafhankelijkheid toe zou werken, dan stort het systeem in elkaar. We consumeren dan veel minder. En dan verdienen de bedrijven veel minder. En dan dalen hun koersen en betalen ze geen dividend meer. En mensen kopen dan ook geen grotere huizen meer, dus de woningmarkt gaat dan ook dalen. En dan stijgt de waarde van onze woningen ook niet meer. En dat is dan allemaal weer slecht voor de vermogensgroei, ook bij Geldnerd.

Van mij mag de financiële onafhankelijkheidsbeweging best een beetje ‘rommelen in de marge’ blijven. Dus als je gewoon door wilt gaan met je leven, ga vooral je gang. Dat doe ik ook. Op mijn manier.

Tegelijkertijd ben ik wel blij met ieder mailtje dat ik krijg met serieuze vragen hoe je nou beter met je financiën om kunt gaan. Hoe ik nou beleg. Hoe ik mijn administratie doe, mijn potjes vul. Ik probeer ook om zoveel mogelijk mensen antwoord te geven. Dat lukt niet altijd meer, want het worden er inmiddels best veel. Maar ik zal mijn best blijven doen. Beloofd!

Hoe is het in jouw bubbel?

Evaluatie van het potjessysteem

Eind vorig jaar nam ik mij voor om vanaf 1 januari 2020 meer te gaan werken via het ‘potjessysteem‘. En een aantal maanden geleden heb ik al eens geschreven hoe het daarmee gaat. En nu het einde van het jaar nadert, is het tijd voor een uitgebreidere evaluatie.

Om maar met de deur in huis te vallen: ik heb de impact onderschat. Het heeft me nog best wat tijd en denkwerk gekost om het potjessysteem goed werkend te krijgen. En er kleven ook nadelen aan. Maar ik ga er zeker mee door, want de voordelen wegen voor mij persoonlijk zwaarder dan de nadelen. Vanaf 1 januari gebruik ik wel een ietwat aangepaste methode, om de administratieve verwerking makkelijker te maken.

In de Boekhouding

In mijn voorgaande post heb ik al beschreven hoe ik ongeveer werk met het potjessysteem. Maar inmiddels heb ik die werkwijze verder verfijnd, en ik krijg er ook nog regelmatig vragen over. Vandaar hier een actuele en uitgebreidere beschrijving

Mijn potjessysteem verwerk ik administratief in wat ik de ‘9000-rekeningen’ noem. Dat zijn de uitgavencategorieën met de nummers 9000 en hoger, en de inkomstencategorieën met de nummers 900 en hoger. Het zijn een soort van ‘kruisrekeningen‘ voor dingen die wel een transactie maar geen uitgave of inkomst zijn. Bijvoorbeeld een boeking van mijn lopende rekening naar mijn spaarrekening. Dat geld blijft binnen mijn administratie, mijn vermogen wordt er niet groter of kleiner van. De afboeking van mijn lopende rekening krijgt dan categorie 9000 en de bijboeking op de spaarrekening krijgt categorie 900. Als ik het van spaarrekening naar lopende rekening boek dan is het uiteraard andersom. Per saldo kan ik de boekingen op de 9000 en 900 rekening tegen elkaar wegstrepen, het saldo moet altijd nul zijn. Dat is ook een goede manier om te controleren of er fouten in mijn administratie zitten.

Ik gebruik de ‘9000-rekeningen’ ook voor uitgaven die ik zakelijk declareer (de uitgave in categorie 9010 wordt weggestreept tegen de door mijn werkgever betaalde declaratie in inkomstencategorie 910), voor dingen die ik voorschiet voor anderen, voor overboekingen naar de beleggingsrekening, en voor het opnemen van contant geld bij een pinautomaat (wat ik overigens al héél lang niet gedaan heb). En ik gebruik het dus ook voor mijn potjessysteem.

De maandelijkse reservering boek ik dus naar een aparte uitgavencategorie in mijn administratie. Bijvoorbeeld mijn reservering Onderhoud Huis boek ik op categorie ‘9960 – Onderhoud Huis’. Ieder potje heeft z’n eigen nummer. Dit is ook de reden dat ik voor elk potje een aparte automatische boeking aanmaak. Dus bijvoorbeeld niet maandelijks 1x € 500 van lopende rekening naar bufferrekening, maar € 200 van lopende rekening naar bufferrekening met vermelding ‘Reservering Onderhoud Huis’ en € 300 van lopende rekening naar bufferrekening met vermelding ‘Reservering Kledingbudget’. Dit zijn maandelijks terugkerende boekingen die ik uitvoer op de dag dat mijn salaris binnenkomt. Ze staan standaard voor het hele jaar vooruit voorgeprogrammeerd, het is dus maar één keer een paar minuten werk en verder heb ik er geen omkijken naar. Het geld gaat dus van mijn lopende rekening naar mijn bufferspaarrekening.

Met deze maandelijkse boekingen is in mijn administratie het saldo op de betrekkende 9000-rekening altijd gelijk aan de ‘voeding’ die ik gegeven heb aan dat specifieke potje. Maar die potjes maak ik natuurlijk niet zomaar. Het is geld dat ik gedurende het jaar reserveer om het op enig moment wél uit te geven.

We blijven weer even bij het voorbeeld van het onderhoud van het huis. Stel dat ik naar de bouwmarkt gegaan ben en voor € 100 aan spullen gekocht heb voor een schilderklusje thuis. Dat is een normale uitgave, die ik dan boek in mijn uitgavencategorie ‘2215 – Klussen in huis’. De uitgaven blijven dus gewoon via de reguliere uitgavencategorie lopen. Daarmee voorkom ik dubbeltellingen.

Rapportage

Maar in het voorbeeld van hierboven heb ik nog niet in beeld wat het nou doet met de inhoud van het potje. Want eigenlijk wil ik natuurlijk die kosten van de verfspullen betalen uit het potje.

Op mijn financiële dashboard heb ik dus een rapportje gebouwd voor de actuele stand van de voorzieningen. Dat is eigenlijk heel simpel. Actuele stand potje Onderhoud Huis = ( saldo uitgavencategorie Reservering Onderhoud Huis ) -/- ( uitgaven geboekt op de uitgavencategorie Klussen aan het Huis ). Op dezelfde manier is bijvoorbeeld de actuele stand van het potje Kleding = ( saldo uitgavencategorie Reservering Kleding ) -/- ( uitgaven geboekt op de uitgavencategorie Kledingaankopen )

Daarmee weet ik altijd hoe de stand van de potjes is. Bij sommige potjes trek ik daar de uitgaven van meerdere uitgavencategorieën van af. Zo is Actuele stand potje Vakantiebudget = ( saldo uitgavencategorie Reservering Vakanties ) -/- ( uitgaven geboekt op de uitgavencategorie Weekendjes Weg + uitgaven geboekt op de uitgavencategorie Grote Vakanties ). En een potje kan hiermee ook ‘onder nul’ staan. Ik heb bijvoorbeeld in februari een nieuw kostuum gekocht. Daarmee was de actuele stand van het potje onder nul, maar dat trekt weer bij als ik de maanden daarna weer de maandelijkse bijdrage in het potje stopt. Dit helpt me om de uitgaven een beetje te verdelen over het jaar. Door noodzakelijke en minder noodzakelijke uitgaven te ‘timen’.

Als ik geld overboek van mijn spaarrekening dan gebruik ik daarvoor een inkomstencategorie in de 900-categorie. Deze loopt qua nummering synchroon met de uitgavencategorie. Dat is een extra controle om te zien of ik niet teveel terug boek van de spaarrekening.

Ook heb ik in deze rapportage een check ingebouwd of er wel voldoende geld op mijn spaarrekening staat. Want het saldo op de spaarrekening is nu een verzameling van potjes:

  1. Mijn contant geld buffer.
  2. Een oud potje voor kosten die nog voort gaan komen uit mijn operatie vorig jaar.
  3. De verschillende nieuwe potjes Vakantie, Gadgets, Sport, Zorgverzekering, Onderhoud Huis, Kleding.

Dit rapport telt de stand van al die potjes bij elkaar op, en vergelijkt dat met het saldo van de spaarrekening. Als het saldo van de spaarrekening gelijk of hoger is, dan is het ‘code groen’. Ik heb genoeg geld op de rekening om alle potjes gevuld te houden. Maar als het saldo van de spaarrekening lager is, dan is het ‘code rood’. Dan moet ik op de rem trappen qua uitgaven of bijstorten (bijvoorbeeld door een maandje niet in te leggen op de beleggingen). Dat heb ik gelukkig nog niet nodig gehad.

In mijn vorige blogpost over mijn potjessysteem heb ik ook al een voorbeeld van een rapportage laten zien, voor het potje Gezond Leven. Dat ziet er ongeveer zo uit:

OmschrijvingBedrag
In
Bedrag
Uit
+ Reservering Gezond Leven
> Storting januari 2020+ € 300
> Storting februari 2020+ € 300
> Storting maart 2020+ € 300
> Storting april 2020+ € 300
> Storting mei 2020+ € 300
> Storting juni 2020+ € 300
-/- Rekening 5540: Sporten/Gezond Leven
10-04-2020 Rekening Sportschool– € 1.200,-
29-05-2020 App Store – Hardloop-app– € 5,49
21-06-2020 Nike Store – Sportkleding– € 72,00
21-06-2020 All4Running – Sportkleding– € 144,80
= Restant in potje Gezond Leven+ € 377,71

Aandachtspunten

Waar ik nog niet helemaal uit ben, is wat ik eind van dit jaar ga doen. Sommige potjes vind ik ‘jaarpotjes’. Bijvoorbeeld het kledingbudget en het sparen voor de zorgverzekeringspremie begint elk jaar weer gewoon opnieuw op nul. Maar sommige potjes zijn voor mij meerjarig. Bijvoorbeeld mijn spaarpotje voor gadgets en voor het onderhoud van het huis. Dat betekent feitelijk dan gewoon dat ik een hoger gewenst saldo op mijn spaarrekening moet hebben staan.  En ik denk uiteindelijk dat dit toch ook geldt voor mijn potje Vakantiebudget. Daarmee kan ik ‘sparen’ voor de grotere reizen die we nog willen maken. Uiteindelijk heb ik voor al mijn potjes (ik begin elk jaar met een nieuwe spreadsheet) in mijn administratie ingebouwd dat ik het saldo per eind 2020 mee kan nemen naar het nieuwe jaar. En dat saldo kan uiteraard ook nul zijn.

Ook weet ik nog niet wat ik ga doen als ik eind dit jaar geld overhoud. Zo zal, met dank aan corona, mijn kledingbudget dit jaar niet uitgeput raken. Ga ik dat meenemen naar 2021, ga ik dat toevoegen aan mijn buffer, of ga ik dat in mijn beleggingen stoppen. Eerst moet ik maar eens kijken hoe de situatie aan het eind van dit jaar is. Voorlopig denk ik dat ik een overschot zal gebruiken om het oude potje bij te vullen dat ik nog heb staan voor de kosten van mijn kaakoperatie. Want mijn herstel gaat langzaam en er zit nog een behoorlijke extra uitgave aan te komen in 2021, waarvoor het huidige potje waarschijnlijk niet voldoende is.

Zero Based Budgetting

En met deze potjessystematiek krijgt vrijwel al mijn geld inmiddels maandelijks een vaste ‘bestemming’. Ik budgetteer bijna helemaal naar de nul Euro, een zogenaamd zero-based budget. Dat is prettig, maar kent ook risico’s. Want er is minder vrije ruimte en flexibiliteit. Dat maakt het eigenlijk noodzakelijk om zoveel mogelijk grote uitgaven te plannen en te zorgen dat ik er geld voor reserveer. Ik heb eigenlijk maar één grote periodieke uitgave waar nog geen potje voor was. Dat is mijn bril, die ik ongeveer driejaarlijks vervang. Vanaf 1 januari reserveer ik daar dus ook maandelijks € 50 voor. 

En voor dingen die ik niet kan voorzien reserveer ik nog eens € 100 per maand. Want ik merkte het afgelopen jaar dat ik scherp aan de wind vaar met mijn begroting. Iets te scherp, soms. Dus op deze manier creëer ik iets meer ruimte voor mijzelf. De introductie van het potjessysteem viel immers samen met de vervanging van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Die kreeg ik in vorige jaren in mei en november, en die gebruikte ik in verleden om mijn cashbuffer aan te vullen. Dat kan nu niet meer, met het Individueel Keuzebudget dat ik maandelijks laat uitbetalen. Ik moet dus beter plannen, maar dat vind ik juist ook een leuke uitdaging. Want ik wil wel gewoon zonder schuldgevoel mijn doosje whisk(e)y kunnen kopen.

Reserveringen in 2021

Doorgaan dus! Het potjessysteem helpt mij om de besteding van mijn geld beter onder controle te houden. En met mijn huidige werkwijze is het nauwelijks een inspanning om het goed bij te houden, het verloopt grotendeels geautomatiseerd. In de onderstaande tabel zie je hoe ik de reserveringen in 2021 ga maken, in euro’s per maand. Ook heb ik aangegeven welke reserveringen meerjarig zijn, en waarvan ik het saldo dus meeneem naar volgende jaren. En je ziet per potje de uitgavencategorie en de inkomstencategorie die ik gebruik.

HeenTerugReservering voor20212020
9810981Zorgverzekering100100
9820982Vakantie (1)200200
9830983Gezond Leven300300
9840984Kleding300300
9850985Gadgets (1)100100
9860986Onderhoud Huis (1) (2)100100
9870987Bril (1)50
9880988Economist (1) (2)20
9890989Overige100

(1) Meerjarige reserveringen, saldo gaat mee
(2) Medio 2020 toegevoegd

Inmiddels ben ik erg benieuwd of er dit jaar geld overblijft in de eenjarige potjes, en zo ja: hoeveel? En welk saldo kan ik voor de meerjarige potjes meenemen naar volgend jaar? Dat zien we over een aantal weken, als ik de jaarafsluiting 2020 doe.

Werk jij ook met een potjessysteem?

Wat willen de politieke partijen met mijn financiën?

In maart 2021 mogen we weer naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Het proces op weg daar naartoe loopt al een tijdje, er is veel gediscussieerd en er zijn allerlei rapporten van mensen en organisaties met ‘belangen’ verschenen. En inmiddels hebben de meeste politieke partijen hun (concept) verkiezingsprogramma gepresenteerd.

Geldnerd zweeft

Geldnerd is zelf al jarenlang een zwevende kiezer. Ik bepaal eigenlijk elke verkiezing opnieuw op welke partij ik mijn stem uitbreng. Als ik een echte zorgvuldige burger met hart voor de democratie zou zijn, dan moet ik daarvoor de verkiezingsprogramma’s van alle politieke partijen doornemen. Dat doe ik dus niet. Er zijn prettiger dingen om te lezen dan die honderden en honderden pagina’s aan politiek proza en loze beloften. Uiteindelijk is er geen enkele partij die z’n hele programma uit kan voeren. We vormen in Nederland altijd een coalitie van meerdere partijen die samen een meerderheid in de Tweede (en liefst ook Eerste) Kamer heeft. Er moeten dus concessies gedaan worden, en wij brave burgers moeten maar afwachten wat er na de onderhandelingen van de diverse programma’s overblijft. Toch denk ik dat ik dit Nederlandse systeem prefereer boven een tweepartijen-systeem zoals in de Verenigde Staten van Trump Amerika of een eenpartij-systeem zoals in China.

Meestal beperk ik mijzelf dus tot het invullen van enkele stemwijzers. Ik heb echt wel een shortlist van partijen waar ik mijn stem aan wil geven. Of eigenlijk: een lange lijst van partijen waar ik zeker niet op wil stemmen. Omdat ik ze niet democratisch vind, of omdat ze gebaseerd zijn op een levensovertuiging die absoluut de mijne niet is. Als ik al die partijen schrap, dan blijft er eigenlijk nog maar een handvol serieuze opties over. En daar kom ik met die stemwijzer wel uit. daar heb ik de pagina’s met leugens beloften en mooie plannen niet voor nodig.

Maar deze keer heb ik toch een uitzondering gemaakt. Er zit namelijk verandering in de lucht. Verandering van het belastingstelsel. Dat schijnt hard nodig te zijn. Geldnerd is niet automatisch voorstander van veranderingen. Dat komt omdat niet elke verandering ook een verbetering is. Weten wat je hebt is soms ook wel prettig. Zeker met langere-termijn doelen zoals financieel onafhankelijk worden. Een verandering van belastingstelsel kan dan behoorlijk roet in het eten gooien. Dat bleek wel toen ik eerder de plannen voor de hervorming van Box 3 doorgerekend heb.

Dus wil je niet teveel veranderingen en verstoringen, zeker niet als je een levenswijze kiest die afwijkt van ‘de norm’. En ‘de norm’ is werken tot je erbij neer valt je pensioendatum, en ondertussen consumeren en schulden maken. Die norm, daar houd ik me niet aan. Ik geef minder uit dan er binnenkomt en bouw vermogen op. Dat vermogen is bedoeld om van te leven tussen het moment dat ik stop met werken en het moment dat mijn pensioen gaat uitbetalen, en om het pensioengat te dichten dat ontstaat doordat ik eerder stop met werken en dus minder pensioen opbouw. Grafisch heb ik dat allemaal uitgewerkt in mijn FIRE Calculator.

Geldnerd leest verkiezingsprogramma’s

De overheid (mijn werkgever) is niet altijd een betrouwbare partner voor de langere termijn. We veranderen namelijk nog wel eens van gedachten, en dan veranderen we de regels. Dat doen we vrijwel altijd met ‘de gemiddelde Nederlander’ in gedachten. Of eigenlijk met groepen van gemiddelde Nederlanders. De tweeverdieners, de gezinnen met kinderen, de ouderen, dat soort hokjes. En dan ben je als niet-gemiddelde Nederlander, die een strategie hanteert op net dat regeltje of wetje dat veranderd wordt, dus mooi de pineut. Je eigen langere-termijnplan valt in duigen. En ik ben nu al een aantal jaren bezig met mijn strategie. Als de overheid dus anders om wil gaan met mijn financiën kan dat veel overhoop gooien.

Een uitzondering op mijn eigen stelregel dus. Ik heb een aantal verkiezingsprogramma’s bekeken, specifiek op zaken die mijn financiën raken. Dat zijn vier onderwerpen:
– Belasting op inkomen
– Belasting op vermogen
– De eigen woning
– Het pensioen

Ik heb niet naar elke partij gekeken, maar alleen naar de partijen waarvan ik verwacht dat ze een serieuze kans maken op regeringsdeelname. Dat zijn in elk geval de VVD, het CDA, D66, Groen Links (GL) en PvdA. De ChristenUnie komt ook nog even langs.

Belasting op inkomen

De VVD lijkt eindelijk ontdekt te hebben dat bedrijven niet kunnen stemmen, maar burgers wel. In hun programma dus eindelijk weer eens wat punten waar je misschien als gewone loonslaaf iets aan hebt. Ze pleiten voor het verlagen van de inkomstenbelasting voor middeninkomens door het introduceren van een middeninkomenskorting en het introduceren van een (combinatie)korting in de inkomstenbelasting voor mensen die fulltime werken. Ook willen ze de belasting op de energierekening verlagen, Wanneer de overheid geld overhoudt, gaat dit voortaan automatisch naar lastenverlichting voor middeninkomens en het mkb. De VVD gaat voor een vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel, waarbij toeslagen zoveel mogelijk worden omgezet in lagere lasten.

Overigens leidde de herontdekking van de middenklasse door de VVD tot een mooie column van Mathijs Bouman in het FD. ‘VVD ontdekt middenklasse’ is een vernieuwing in dezelfde categorie als ‘Ajax wil doelpunten maken’… De meeste partijen zijn dit soort beloften de ochtend na de verkiezingen weer vergeten. Tot net voor de daaropvolgende verkiezingen.

Ook het CDA pleit voor een forse vereenvoudiging van het fiscaal toeslagenstelsel middels ‘een zorgvuldige aanpak’. Het CDA wil verder de belastingdruk op arbeid minder afhankelijk maken van de contractvorm en noemt dat een herwaardering van het vaste contract. De marginale belastingdruk mag van het CDA nergens hoger zijn dan het toptarief van 49,5%.

D66 pleit voor een grondige hervorming van de arbeidsmarkt, belastingen en sociale zekerheid. Ze willen een forse vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel. In plaats van toeslagen, krijgt ieder Nederlands huishouden een korting op de belasting. De laagste inkomens, die geen belasting betalen, krijgen dit bedrag uitgekeerd. Daarbij is het wel nodig om voor de hogere inkomens de tarieven van de inkomstenbelasting te verhogen.

GL verlaagt de inkomstenbelasting voor lage en middeninkomens. Topverdieners en expats gaan juist meer inkomstenbelasting betalen. Het toeslagenstelsel wordt veel eenvoudiger, de kinderopvangtoeslag wordt vervangen door een recht op vier dagen gratis kinderopvang en gratis buitenschoolse opvang. Door een lagere zorgpremie en eigen risico kan de zorgtoeslag afgeschaft worden. Het kindgebonden budget en de kinderbijslag worden samen één inkomensafhankelijke kinderbijdrage. De huurtoeslag blijft intact. En voor de mensen die FIRE willen worden met vastgoed: GL wil huurinkomsten voortaan hetzelfde belasten als gewone inkomsten uit werk.

De PvdA wil een progressiever belastingstelsel, met een toptarief van 60% voor de hoogste inkomens. Dit wordt verder niet uitgewerkt. En ook de PvdA wil pandjesbazen die vijf panden of meer bezitten verplichten om inkomstenbelasting te betalen over de huurinkomsten en vermogenswinsten, dat noemen ze de ‘Prins Bernhardbelasting’.

De ChristenUnie (CU) presenteerde deze week trouwens ook een wat zij noemen ‘christelijk-sociale belastinghervorming‘ (die wat mij betreft wel een beetje lijkt op een eerder initiatief van Steven van Weyenberg van D66. In het voorstel worden alle toeslagen, kortingen en veel aftrekposten geschrapt. De zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag, de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek verdwijnen allemaal.

De gevolgen voor de koopkracht van vrijwel alle doelgroepen wil de CU compenseren door een basiskorting (een soort basisinkomen), een belastingverlaging, en een verhoging van het minimumloon, de bijstand en de AOW met 10%. De zorgpremie wordt ‘een soort van’ inkomensafhankelijk (iets waar de VVD ooit z’n neus aan gestoten heeft). De plannen van de ChristenUnie zijn doorgerekend door het CPB en zorgen ervoor dat gezinnen er ruim 11 miljard op vooruitgaan en het bedrijfsleven er 8 miljard op achteruitgaat. Dat noemen ze een inhaalslag.

Belasting op vermogen

In allerlei studies heb ik de afgelopen jaren gelezen dat vermogen in Nederland relatief laag belast wordt. Ook lees ik dat Nederland wereldwijd een van de koplopers is op het terrein van vermogensongelijkheid. Ik ben dus erg benieuwd wat partijen hier over schrijven. Mijn vermogen is immers wat mij moet helpen in mijn financiële onafhankelijkheid.

De VVD vindt dat meer belasting op vermogen en minder op arbeid geen oplossing is. Zij willen niet dat het spaargeld, het huis of de oudedagsreserve van grote groepen mensen in beeld komt voor extra belastingen. Verder willen ze kleine spaarders ontzien door belasting te heffen over het reëel ontvangen rendement. Ook verbieden ze negatieve rentes voor het bedrag dat valt onder de grens van het depositogarantiestelsel.

Het CDA wil geen belasting op spaargeld dat op een spaarrekening staat, zolang de rente nog lager is dan de heffing op vermogen. Voor overige beleggingen willen ze een belasting die aansluit op de daadwerkelijk behaalde rendementen.

D66 pleit voor een ‘rechtvaardiger belasting’ van vermogen in box 3. Idealiter willen ze een heffing op het daadwerkelijk rendement, en tot dat moment kiezen zij voor meer progressiviteit in de tarieven. Voor het vermogen hoger dan € 1 miljoen willen zij een vermogensheffing van 1,0%. Het vermogen van de rijkste 1 procent, de zogenaamde aanmerkelijk belanghouders in box 2, willen ze ‘eerlijker’ belasten. Ik neem aan dat ze daarmee ‘zwaarder’ bedoelen.

GL wil inkomen uit grote vermogens even zwaar belasten als inkomen uit werk. Box 1, 2 en 3 krijgen daarom dezelfde tarieven. Kleine spaarders hoeven uiteraard geen belasting te betalen over hun spaargeld. Ook wil GL een nieuwe vermogensbelasting voor miljonairs, met jaarlijks 1% belasting vanaf een vermogen van € 1 miljoen en 2% vanaf een vermogen van € 2 miljoen. De eigen woning is voor het eerste miljoen vrijgesteld van deze belasting.

Box 3 wordt door de PvdA afgeschaft, er komt een nieuwe progressieve vermogens(winst)belasting voor grote vermogens. De schenkingsvrijstelling van een ton voor het eigen huis wordt ook door de PvdA afgeschaft en ontwijkingsmogelijkheden bij erfenissen (zoals bij de bedrijfsopvolgingsregeling) wordt aangepakt.

De eigen woning

Voor de VVD mag het verduurzamen van Nederland niet leiden tot lastenverzwaringen voor middeninkomens of mkb. Blijkbaar wel voor lagere inkomens en grote bedrijven. Ook pleiten zij voor rechtsbescherming van huiseigenaren bij regionaal verduurzamingsbeleid. De VVD wil niet dat gemeenten met juridische middelen, zoals dwangsommen, hun inwoners onder druk zetten om mee te werken. Daarnaast pleit zelfs de VVD voor ingrijpen van de overheid op de woningmarkt, om te zorgen voor een betaalbare woning voor iedereen. Wonen is echt een thema bij de komende verkiezingen. Ook wil de VVD een landelijk maximumpercentage per gemeente voor de stijging van de OZB, en minder barrières bij het afsluiten of veranderen van een hypotheek.

Het CDA spreekt van een crisis op de woningmarkt, de oorzaak hiervan was een te groot geloof in de markt. Het CDA wil binnen tien jaar 1 miljoen nieuwe en duurzame woningen bouwen en vindt alles bespreekbaar, van bouwen in het groen tot een compleet nieuwe stad. Het CDA praat verder over duurzaam bouwen en renoveren, maar maakt het niet concreet.

D66 wil de hypotheekrenteaftrek volledig afbouwen. In ruil daarvoor beperken zij de eis om 100% van de hypotheek af te lossen tot 50%, waarmee voor nieuwe huizenkopers de maandlasten netto afnemen. Wie meer dan 50% heeft afgelost, moet van D66 gemakkelijker weer kunnen bijlenen. Verder wil D66 vóór 2035 meer dan een miljoen huizen bouwen, omdat er vooral voor mensen met een middeninkomen een groot tekort is aan betaalbare woningen. Verder vond ik in het programma van D66 weinig over wat ze willen met de verduurzaming van (koop)woningen.

GL bouwt de hypotheekrenteaftrek versneld af. De belastingvrije € 100.000 euro die ouders aan hun kinderen kunnen schenken (de ‘jubelton’) wordt afgeschaft. De bestaande belasting op het eigen huis, het eigenwoningforfait, wordt afgebouwd. Omdat ze de eigen woning boven € 1 miljoen noemen bij de vermogensbelasting, ga ik er van uit dat ze de woning in box 3 willen onderbrengen.

De PvdA zegt dat iedereen een woning nodig heeft, maar dat niemand honderdvijftig woningen nodig heeft om mee te speculeren. Huizen zijn om in te wonen, niet om te verzamelen. Ze willen er 100.000 per jaar gaan bouwen (we halen er nu iets van 75.000 per jaar, geloof ik). De hypotheekrenteaftrek wordt door de PvdA langzaam afgebouwd. Tegelijkertijd verlagen ze het eigenwoningforfait. Het wordt ook bij de PvdA weer mogelijk om tot 50 procent van de hypotheek af te lossen, en de betalingstermijn voor hypotheken wordt verlengd van 30 naar 40 jaar.

Ik wens alle partijen veel succes met het bouwen van die één miljoen woningen. Maar als het gaat lukken zou dat natuurlijk wel kunnen leiden tot een stabilisering of daling van de huizenprijzen. En het huis is een belangrijk onderdeel van het vermogen van Geldnerd en Vriendin.

Het pensioen

De VVD wil graag dat mensen zich niet druk meer hoeven te maken over dekkingsgraden, rekenrente en andere technische begrippen. Niet duidelijk is of dit komt omdat wij daar te dom voor zijn of omdat zij iets te verbergen hebben. Zij willen over naar het nieuwe pensioenstelsel. Alle deelnemers krijgen eenvoudig inzicht in hoeveel pensioenpremie er voor hen is ingelegd, hoe dat rendeert en hoeveel pensioen daarmee is opgebouwd. De doorsneepremie verdwijnt. Ook pleiten ze voor ruimere wettelijke mogelijkheden voor automatische waardeoverdracht tussen pensioenpotjes, en willen ze het mogelijk maken om maximaal vijf jaar de pensioenpremie stop te zetten en om 10% van het pensioen in één keer op te nemen.

Het CDA-programma zegt weinig over pensioen. Ze willen een recht op deeltijdpensioen, waarmee je vanaf vijf jaar voor de AOW-leeftijd minder kunt gaan werken. En ze spreken hun steun uit voor het pensioenakkoord. Maar dat is het wel zo’n beetje.

D66 voert het pensioenakkoord onverkort uit. Dat is niet zo vreemd, een van hun huidige ministers is er politiek verantwoordelijk voor. Volgens de partij wordt hierdoor het pensioenstelsel persoonlijker, toekomstbestendig en biedt het een betere kans op een goed pensioen. Maar ze willen nog meer. De AOW-uitkering moet omhoog om te compenseren voor hun voorstel voor het afschaffen van de toeslagen. Ook willen ze een tijdelijke ‘premievakantie’, zodat je de ruimte krijgt om bijvoorbeeld een deel van je hypotheek af te lossen.En het zou gemakkelijker moeten worden om extra hypothecair te lenen nadat mensen al met pensioen zijn gegaan. Verder pleit D66 voor meer invloed van deelnemers binnen het pensioenfonds.

GL verhoogt de AOW-uitkering en wil dat werkgevers en opdrachtgevers ook pensioenpremie betalen voor uitzendkrachten en zzp’ers. Mensen met een zwaar beroep krijgen bij GL de ruimte om eerder te stoppen met werken. Verder schrijft GL niks over het pensioen.

Bij de PvdA kunnen alle werkenden rekenen op een fatsoenlijk pensioen. Pensioenopbouw en bescherming tegen arbeidsongeschiktheid wordt verplicht, vanaf de eerste werkdag. Opdrachtgevers van zelfstandigen betalen mee aan de pensioenvoorziening voor zzp’ers. Mensen met een zwaar beroep krijgen ook bij de PvdA de ruimte om eerder te stoppen met werken. Verder schrijft ook de PvdA weinig over het pensioen, behalve dat ze de doelen van het Pensioenakkoord onderschrijven. De doelen wel, maar de rest van het Pensioenakkoord?

Overige punten

D66 wil de tarieven in de erf- en schenkbelasting verhogen. Het onderscheid tussen de verschillende categorieën ontvangers wordt kleiner en de tarieven worden progressiever, zodat over grote erfenissen relatief meer belasting wordt betaald.

GL wil de erfbelasting afschaffen voor gewone huishoudens met een gemiddelde erfenis en grote erfenissen juist zwaarder belasten. De bedrijfsopvolgingsregeling wordt hervormd zodat mensen gewoon belasting afdragen als ze een bedrijf erven.

De keuze van Geldnerd

Ik ben er nog niet uit, maar ik vond het wel nuttig om eens met deze blik naar de belangrijkste partijprogramma’s te kijken. Voor Geldnerd zijn de financiële standpunten van de partijen een belangrijke factor in de keuze op welke partij hij gaat stemmen. Maar niet de enige. Ik wacht dus ook nog even rustig op de stemwijzers. En misschien lees ik een paar programma’s nog wel wat uitgebreider door. Het duurt immers nog een aantal maanden tot de verkiezingen ook echt plaatsvinden.

Kijk jij wel eens naar de programma’s van de politieke partijen? En speelt de verwachte impact op jouw persoonlijke financiën een rol bij jouw politieke voorkeur?